Auteursarchief: Hans Custers

Geo-engineering als commerciële activiteit, wat zou daar nou mis kunnen gaan?

In Silicon Valley is het al tientallen jaren normaal: bedrijven die enorme bedragen weten los te maken bij investeerders, zonder goed te weten hoe ze ooit winst kunnen maken. Die bedragen zijn de afgelopen jaren nog veel hoger geworden, sinds de hype rond AI werd aangewakkerd dankzij de zogenaamde Large Language Models. In de schaduw van dat miljarden-geweld opereert sinds kort het Amerikaans – Israëlische Stardust Solutions met eenzelfde bedrijfsmodel. Alleen houdt dit bedrijf zich niet bezig met computertechnologie, maar met zonnestralingsmodificatie (ofwel Solar Radiation Modification, of SRM; die afkorting zal ik in de rest van dit stuk gebruiken.) De website van dit bedrijf biedt veel beloftes, nog meer mistflarden en heel weinig concrete informatie. Wat hun technologie precies inhoudt blijft onduidelijk, net zoals wie de 25 wetenschappers, technici en academici zijn die hier achter zitten.

Het Amerikaanse Make Sunsets heeft een ander bedrijfsmodel. Het vraagt donaties aan het publiek, om door middel van ballonnen zwaveldioxide in de stratosfeer te brengen. Daar vormt dat gas aerosolen, die zonnestraling reflecteren. Van alle slechte ideeën om de aarde af te koelen, zou dit wel eens het allerslechtste kunnen zijn. Ballonnen zijn een heel inefficiënte manier om zwaveldioxide naar de stratosfeer te vervoeren, veel minder efficiënt dan bijvoorbeeld raketten. Per ballon krijg je maar een klein beetje naar boven. Er is een hefgas als waterstof nodig om dat beetje zo hoog in de atmosfeer te brengen. Aardig wat gas, omdat er ook nog wat apparatuur mee naar boven gaat. Ik heb het niet nagerekend, maar ik vraag me af dat het afkoelende effect van dat beetje zwaveldioxide opweegt tegen de uitstoot die het gevolg is van de productie en het vervoer van de ballonnen, het hefgas en de apparatuur. Zeker omdat het zwavelaerosol binnen een jaar of wat alweer is verdwenen uit de stratosfeer, terwijl het effect van uitgestoten broeikasgassen dan nog eeuwen blijft duren. Waterstof, dat hier as hefgas wordt gebruikt, beïnvloedt ook nog eens verschillende chemische processen in de atmosfeer, en wordt wel eens een indirect broeikasgas genoemd vanwege de invloed daarvan op de temperatuur. Het remt onder meer de afbraak van het sterke broeikasgas methaan.

Overigens opereert dit bedrijf nu op een schaal die je onbeduidend kunt noemen. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat het ze lukt om op te schalen tot iets met een meetbaar effect op het wereldklimaat. Drie jaar geleden trok Make Sunsets de aandacht van de Mexicaanse autoriteiten, toen het daar zonder overleg of zelfs maar aankondiging vooraf enkele kleine experimenten uitvoerde. Het was voor dat land aanleiding om alle experimenten met SRM te verbieden.

De wetenschap huivert

Het idee om de aarde te koelen door zonlicht te reflecteren is al oud. Het werd in de jaren ‘60, de tijd van het ongebreidelde techno-optimisme, al eens voorgesteld als mogelijke oplossing voor de opwarming van de aarde door onze uitstoot van broeikasgassen. Terwijl die opwarming zelf door wetenschappers nog pittig werd bediscussieerd. Met het voortschrijden van de wetenschappelijke kennis over het klimaat vormde zich de consensus over de opwarming, terwijl het vertrouwen – dat toch al niet zo groot was – in doelgerichte ingrepen zoals SRM juist helemaal verdween. Het middel werd erger geacht dan de kwaal, vanwege schadelijke neveneffecten en risico’s die eraan verbonden zijn.

Lees verder

Een brief aan de informateur over informatie-integriteit

Tijdens de onlangs afgesloten klimaattop in Belém nam gastland Brazilië het initiatief voor een verklaring over informatie-integriteit met betrekking tot klimaatverandering. Via die verklaring beloven de ondertekenende landen om zich in te spannen voor een accurate, consistente en betrouwbare informatievoorziening over het klimaat.

Nederland is een van de ondertekenaars. We mogen hopen dat het niet bij die handtekening blijft, maar dat een komend kabinet er ook echt werk van gaat maken. Zo mogelijk via afspraken in een regeerakkoord. Een groep van ruim 120 wetenschappers stuurde vorige week een brief aan de informateur met het verzoek hier aandacht aan te besteden, via een Nationaal Beleidskader Betrouwbare Klimaatinformatie.

De brief noemt zes deelgebieden die van belang zijn:

  • Betrouwbare journalistiek;
  • Andere informatiebronnen, zoals sociale media en AI-platforms, maar bijvoorbeeld ook reclame;
  • Universiteiten en andere kennisinstituten;
  • Onderwijs;
  • Informatievoorziening door de overheid;
  • Veiligheid, vanwege intimidatie, haat en bedreigingen waarmee mensen die zich uitspreken soms te maken krijgen.

Voorlopig is het afwachten of de formerende partijen dit verzoek zullen honoreren.

Het klimaatrapport van The Lancet


Sinds 2015 brengt het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet jaarlijks een klimaatrapport uit. Het eerste rapport werd geschreven onder leiding van een door The Lancet in het leven geroepen Commision on Health and Climate Change. Naar aanleiding van dit rapport werd vervolgens een uitgebreidere organisatie opgezet: Lancet Countdown. Die organisatie heeft tot doel om de ontwikkelingen rond klimaat, gezondheid en gezondheidszorg te volgen, om zo beleidsmakers te betrekken en mensen die in de gezondheidszorg werken te ondersteunen. Eind oktober verscheen de nieuwste editie van dit jaarlijkse rapport.

Schematische weergave van gevolgen van klimaatverandering voor gezondheid, blootstelling en kwetsbaarheid. Bron: The Lancet Countdown.

Wat ik tien jaar geleden schreef geldt ook nu nog: het rapport is veel te uitgebreid om even in een blogje samen te vatten. De visuele samenvatting op de site van Lancet Countdown en de infographic bij het rapport geven een goed overzicht van de conclusies, waar ik weinig aan toe te voegen heb.

Maar de in mijn ogen allerbelangrijkste conclusie van het rapport haal ik wel even aan. De 128 auteurs later er geen enkele twijfel over bestaan: het klimaatbeleid schiet op wereldschaal op alle vlakken tekort, zowel wat betreft het afbouwen van de uitstoot van broeikasgassen (mitigatie) als de maatregelen om de schade te beperken (adaptatie). Klimaatverandering kost en bedreigt niet alleen mensenlevens, vooral maar niet uitsluitend van de armsten. Door het achterblijven van noodzakelijke aanpassing staan er zelfs veel meer levens op het spel dan nodig zou zijn bij de opwarming die al plaats heeft gevonden, of die inmiddels onvermijdelijk is.

Lees verder

Open discussie najaar 2025

We werden er onlangs op gewezen dat de AI van Google ons blog in verband brengt met de website Klimaatfeiten. Die website is een verzamelplaats van allerlei uitgebreid weerlegde mythes, en is opgezet door een elektrotechnisch ingenieur die zich uitgeeft voor “Kennisplatform Klimaat”. Met echte kennis heeft die site niks te maken; met misinformatie des te meer. Het zal duidelijk zijn dat wij niks met die site te maken hebben.

De Google AI haalt er ook het stedelijk hitte-eiland-effect bij, het gegeven dat gebouwen en verharde oppervlakken relatief sterk opwarmen, waardoor steden warmer zijn dan het omliggende gebied. Maar wordt de opwarming van de aarde daardoor overschat? Nee, want er is uitgebreid onderzoek naar gedaan, en klimaatwetenschappers houden er rekening mee. En het heeft al zeker geen invloed op de toename van de warmte-inhoud van de oceanen. Vanuit natuurwetenschappelijk oogpunt is dat als belangrijkste indicator van de opwarming te beschouwen, want 90% van de energie die zich ophoopt in het klimaatsysteem door het versterkte broeikaseffect komt terecht in de oceanen. De grafiek hieronder komt van Copernicus.

De belangrijkste conclusie: de informatie die AI geeft is niet altijd even betrouwbaar. Vaak klopt het, maar soms niet. AI blijkt niet altijd in staat om te beoordelen hoe betrouwbaar informatiebronnen zijn.

Dit, en allerlei andere klimaatgerelateerde zaken kunnen besproken worden in deze open draad.

Technocentrisme bij het IPCC

Vanuit de wetenschappelijke wereld komt er de laatste tijd regelmatig kritiek op IPCC-rapporten. Die kritiek heeft geen betrekking op de bevindingen van werkgroep I, die de natuurwetenschappelijke stand van zaken beschrijft. Het gaat over de andere twee werkgroepen die, zou je kunnen zeggen, die natuurwetenschap vertalen naar maatschappelijke kwesties en mogelijke keuzes die de politiek kan maken. Vaak wordt daarbij aangetekend dat het probleem niet zozeer bij het IPCC zelf ligt, maar meer in de onderliggende wetenschap waarover het IPCC rapporteert. Die wordt gedomineerd door onderzoek uit de rijke, geïndustrialiseerde wereld, waardoor andere perspectieven onderbelicht blijven. Dat leidt bijvoorbeeld tot eenzijdige, voor het mondiale zuiden oneerlijke sociaaleconomische scenario’s.

De Franse wetenschapshistoricus Jean-Baptiste Fressoz ging onlangs, in een uitgebreid artikel, in op een ander aspect van die scenario’s. Die verwachten teveel van technologische oplossingen voor het verminderen van de CO₂-uitstoot, het onderwerp waar Werkgroep III van het IPCC zich mee bezighoudt. Volgens Fressoz gaat dat techno-optimisme terug tot de tijd voor de oprichting van het IPCC. In mijn eigen speurtocht in de geschiedenis viel het me op dat in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog technologie bijna als vanzelfsprekende oplossing voor allerlei problemen werd gezien. Het was zelfs een van de redenen voor de Amerikaanse overheid (en ook die van de Sovjet-Unie) om klimaatonderzoek te financieren. Ze hoopten technologie te kunnen ontwikkelen om weer en klimaat doelgericht te kunnen manipuleren, bijvoorbeeld ten behoeve van de landbouw of als oorlogswapen.

Fressoz begint zijn geschiedschrijving wat later, bij de oliecrisis van de jaren ‘70. Het optimisme was toen wel wat getemperd, maar nog niet verdwenen, zo laat Fressoz zien. Hij plaatst er zelf wel een disclaimer bij. Geschiedschrijving betekent per definitie dat er selectie wordt gemaakt uit gebeurtenissen die meer of minder worden belicht. Een andere selectie zou tot een ander verhaal kunnen leiden. Maar alternatieve verhalen zouden wel veel korter zijn, meent Fressoz:

Alternative histories are conceivable. One could, for instance, imagine an article detailing the IPCC’s distrust of technology and its advocacy for degrowth—but such a piece would likely be rather short.

Lees verder

Water beperkt vaker de fotosynthese tijdens de piek van het groeiseizoen

We hebben hier al vaker geschreven over hoe klimaatverandering en andere menselijke activiteiten plantengroei beïnvloeden. Planten kunnen sneller gaan groeien, omdat ze de CO₂ en de stikstofverbindingen die wij uitstoten kunnen gebruiken als voedingsstoffen. Maar dat effect kan deels teniet worden gedaan door andere factoren, zoals veranderende neerslagpatronen, extreme hitte of natuurbranden. En natuurlijk zijn er directe menselijke ingrepen, zoals ontbossing, irrigatie en bemesting van landbouwgrond, of uitputting van de bodem.

Er zijn verschillende manieren om zulke effecten te onderzoeken. Laboratoriumonderzoek kan iets zeggen over het effect van één enkele factor op specifieke plantensoorten, of misschien over de interactie tussen een beperkt aantal effecten. Zulke experimenten leveren kennis op over de mechanismes die een rol spelen in individuele planten, maar zijn niet zomaar te vertalen naar complexe ecosystemen. Omdat de interacties tussen een groot aantal soorten daar mede bepalen wat er gebeurt. Maar ecosystemen lenen zich weer niet goed voor experimenten, al is er zo hier en daar wel iets mogelijk. Veel kennis moet vooral komen door zo goed mogelijk in de gaten te houden wat er gebeurt op onze planeet, terwijl wij bezig zijn met de uitvoering van ons ‘grootschalig geofysisch experiment’.

Satellieten helpen om een beeld te krijgen van wereldwijde veranderingen in plantengroei. Vorige maand verscheen een artikel van een groep Chinese wetenschappers die satellietmetingen weer op een net wat andere manier gebruiken dan eerdere onderzoeken die ik heb gezien. Het levert geen grote nieuwe inzichten op, maar vanwege de (in elk geval voor mij) nieuwe invalshoek vind ik het toch interessant genoeg om er iets over te schrijven.

Lees verder

Open discussie zomer 2025

Afgelopen week verscheen de nieuwe versie van het jaarlijkse ‘Indicators of Global Climate Change’ artikel. Een grote groep wetenschappers, samenwerkend in het Indicators of Global Change intitiatief, presenteert daarin de meest recente gegevens over de toestand van het klimaat. Ze geven aan hoe die zich hebben ontwikkeld sinds het verschijnen van het laatste IPCC-rapport in 2021. De ontnuchterende conclusie die uit die gegevens volgt: er komt nog altijd bar weinig terecht van de ambities die de wereld tien jaar geleden vastlegde in het Akkoord van Parijs. Met het huidige tempo van CO₂-uitstoot hebben we binnen drie jaar het budget opgebruikt dat er nog over is om vijftig procent kans te maken onder de anderhalve graad opwarming te blijven. Vanwege de traagheid in het klimaatsysteem duurt het iets langer om die grens van anderhalve graad ook werkelijk te overschrijden: ongeveer vijf jaar. Bij de Climate Change Tracker is een overzicht te vinden van de belangrijkste indicatoren.

Gemiddelde wereldtemperatuur t.o.v. de pre-industriële tijd. Bron: Indicators of Global Climate Change 2024.

Dit, en allerlei andere klimaatgerelateerde zaken kunnen besproken worden in deze open draad.

Mogelijkheden én risico’s van een overshoot-scenario


“A world that returns to 1.5°C after decades above that level will potentially be a very different world from the one before exceedance.”

Het citaat hierboven komt uit een uitgebreid overzichtsartikel in Annual Reviews, over zogenoemde overshoot-scenario’s. Dat zijn scenario’s waarin de doelstelling van het Akkoord van Parijs – de opwarming (gemiddeld over een langere periode, meestal 20 jaar) beperken tot 1,5 °C boven de pre-industriële temperatuur – weliswaar wordt gehaald, maar wel na een tijdelijke overschrijding van die grens. Het maakt duidelijk dat niet alleen het halen van de doelstelling op zich van invloed is op de gevolgen en risico’s van klimaatverandering, maar ook de weg ernaartoe. Ook een tijdelijke overschrijding van anderhalve graad heeft gevolgen, die niet allemaal omkeerbaar zijn. Of alleen met een aanzienlijke vertraging. Natuurlijk wordt het ook moeilijker om de doelstelling te halen, naarmate de tijdelijke overschrijding groter wordt. En dus blijft het hoe dan ook topprioriteit om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, zo snel als het maar kan. Overschrijding van de anderhalve graad is geen reden om die ambitie op te geven.

Schematische weergave van de temperatuur en CO2-uitstoot in een overshoot-scenario. Bron: WMO, Understanding the IPCC Special Report on 1.5°C.

De anderhalve graad van Parijs is niet meer te halen zonder een tijdelijke overschrijding. Of er moet iets heel uitzonderlijks gebeuren, maar je moet ook een uitzonderlijke optimist zijn om daar nog in te geloven. (Of een uitzonderlijke pessimist. Want er zijn ook wel wat ultieme rampscenario’s te bedenken waardoor het toch nog zou kunnen.) Met de huidige uitstoot zouden we binnen vier jaar (ruim drie jaar volgens een preprint van de meest recente schatting) het koolstofbudget opmaken dat we nog hebben om 50 procent kans te maken om onder de anderhalve graad te blijven. Vanwege de traagheid in het klimaatsysteem kan het iets langer duren tot we door die grens van anderhalve graad schieten, maar vermoedelijk is het binnen 5 tot 10 jaar zover.

Lees verder

Is anderhalve graad teveel voor de ijskappen van Groenland en Antarctica?

Laat ik beginnen met een waarschuwing. Wie een absoluut zeker ‘ja’ of ‘nee’ verwacht als antwoord op de vraag hierboven, moet ik teleurstellen. Absolute zekerheid kan de wetenschap hierover niet geven. Los van het feit dat er geen harde, volledig objectieve criteria bestaan voor wat we onder ‘teveel’ moeten verstaan. Maar vooral leven we inmiddels in een klimaat dat onbekend terrein is voor ons. Wat er in dat onbekende terrein met ijskappen gebeurt hangt af van een ingewikkeld samenspel van onder meer smelt aan het oppervlak, veranderingen in patronen van sneeuwval en regen, stroomsnelheid van gletsjers, inwerking van warmer zeewater aan de basis, enzovoort. Het inzicht in al die processen is het afgelopen decennium wel toegenomen. Inmiddels beseffen ijsonderzoekers dat de gevolgen van een vrij beperkte opwarming, zeg een of twee graden, voor de ijskappen veel groter zijn dan lang werd gedacht. Met natuurlijk nog wel het een en ander aan onzekerheden. Waarbij de mogelijke tegenvallers veel groter en ingrijpender zijn dan de mogelijke meevallers.

Om een idee te krijgen van wat er zou kunnen gebeuren moeten wetenschappers afgaan op reconstructies van veranderingen in ijskappen in het verre verleden, op modellen en op waarnemingen van wat er nu gebeurt. Het is onredelijk om te verwachten dat die wetenschappers heel nauwkeurig, op een tijdschaal van een of twee decennia, kunnen voorspellen wat de gevolgen zullen zijn van enkele tienden van een graad meer of minder. In de ijskappen van Groenland van Antarctica zit genoeg ijs opgeslagen om de zeespiegel met 65 meter te laten stijgen. Een procentje meer of minder dat daarvan smelt, heeft al ingrijpende gevolgen voor kustgebieden overal ter wereld.

Dat experts zich in toenemende mate zorgen maken, blijkt bijvoorbeeld uit een artikel dat vorige week werd gepubliceerd in Nature Communications Earth & Environment. Het artikel bevat geen nieuw onderzoek, maar geeft een overzicht van de wetenschappelijke stand van zaken. Op basis daarvan concluderen de auteurs dat anderhalve graad geen veilige grens is voor de ijskappen. In een artikel in The Guardian lichten ze dat toe. Ze zien een zeespiegelstijging van 1 centimeter per jaar – een meter per eeuw, dus – als het maximum waaraan mensen in laaggelegen kustgebieden zich aan kunnen passen. En dan vooral in arme delen van de wereld. Een land als Nederland redt zich waarschijnlijk nog wel een tijd als het meer wordt. Chris Stokes, eerste auteur van het artikel, licht in de video hieronder toe waarom hij anderhalve graad geen veilige doelstelling vindt.

Lees verder

Van realiteitsontkenning naar klimaatrealisme

Gastblog van Mario Veen

Als filosoof ben ik geïnteresseerd in realiteitsontkenning en wetenschapsontkenning in relatie tot de steeds pregnantere manier waarop de klimaatcrisis ons dagelijks leven binnenkomt. Het wetenschappelijke nieuws over klimaatverandering komt al ruim een halve eeuw ons leven binnen. Daarnaast nemen de afgelopen jaren mediaberichten over klimaatgerelateerde gebeurtenissen toe, en gaan steeds meer gesprekken die we in ons professionele en privéleven voeren over dit onderwerp. Hoewel we in Nederland tot nu toe redelijk buiten schot zijn gebleven, ervaren ook wij klimaatverandering steeds meer aan den lijve: de eerste keer dat er boven de 40 graden werd gemeten in Nederland in 2019, de overstromingen in Limburg in 2021, toeristen die vanwege bosbranden moesten worden geëvacueerd in 2023, en steeds meer weerrecords, zoals droogte of juist zware neerslag. Waarom is de combinatie van al deze wetenschappelijke informatie, mediaberichtgeving, gesprekken en eigen ervaringen niet genoeg om collectief te omarmen dat ook Nederland stevig aan de bak moet met het inperken van en aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering?

Comfortabele ontkenning

Een van de oudste verhalen over realiteitsontkenning is Plato’s allegorie van de grot. Plato vertelt hoe een groep mensen in een grot vastzit, hun blik gefixeerd op een schaduwspel op de grotmuur voor ze. Omdat ze daar al vanaf hun geboorte vastzitten en niets anders hebben ervaren dan die schaduwen, is dit hun realiteit. Plato beschrijft wat er gebeurt als een van de gevangenen wordt losgemaakt. De bevrijde gevangene draait zich om en ziet het vuur dat de schaduwen projecteert, krijgt uitleg over diens situatie, en de beelden die voor het vuur langs worden gedragen worden aangewezen. Maar Plato wist dat al deze informatie en zelfs het persoonlijk kunnen zien en ervaren niet genoeg was. De bevrijde gevangene doet dit alles af als een boze droom en wil alleen maar terug naar ‘de echte wereld’, de comfortabele plek in de grot.

Je zou de klimaatcrisis kunnen vergelijken met de situatie die Plato beschrijft. De grot is de relatieve klimatologische stabiliteit die de moderne mens de afgelopen tienduizend jaar ervaren heeft. Fossiele brandstoffen en andere manieren waarop we gewend zijn te leven, zoals het bouwen van steden in een laaggelegen kwetsbare rivierdelta als Nederland, zijn zaken die – krijgen we nu te horen – toch ineens problematisch blijken te zijn. We hebben onze samenleving ingesteld op een stabiel klimaat en zijn gewend aan de ‘goedkope’ energie die opgewekt wordt met fossiele brandstoffen. Daarom is het ook logisch dat de berichten van de afgelopen jaren en decennia, namelijk dat het klimaat verandert en dat we ingrijpend moeten veranderen om Nederland ook in de toekomst leefbaar te houden, op een zekere mate van realiteitsontkenning stuiten. En hoewel het op een begrijpelijke wijze communiceren van de wetenschappelijke conclusies over klimaatverandering en de implicaties daarvan voor onze maatschappij cruciaal is, is informatie alleen niet voldoende om de ‘nieuwe realiteit’ te accepteren en daarnaar te handelen. De klimaatcrisis roept namelijk existentiële vragen op, die  ons dwingen om na te denken over fundamentele zaken in ons leven. Het is dan soms aanlokkelijk om iets dat wetenschappelijk gezien toch echt vaststaat in twijfel te trekken, in plaats van realistisch te zijn over klimaatverandering.

Lees verder