Auteursarchief: Hans Custers

Welles – nietes over een versnelling van de opwarming

Versnelt de opwarming van de aarde? Die vraag leidt al enkele jaren tot pittige discussies op sociale media, waarin zich regelmatig ook klimaatwetenschappers mengen. Die discussie laaide vorige week weer op, naar aanleiding van een artikel in Geophysical Research Letters. De auteurs zijn vertrouwde namen in het online klimaatdebat. Grant Foster is een statisticus, in klimaatkringen al zo’n twintig jaar bekend als Tamino, van het blog Open Mind. En Stefan Rahmstorf is een door de wol geverfde klimaatwetenschapper van het Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung. Hij is een van de bloggers van RealClimate, en was een van de eerste wetenschappers die tien jaar geleden al wees op signalen dat er een vertraging van de circulatie in de Atlantische Oceaan gaande is.

Het onderzoek borduurt voort op een eerdere publicatie van Rahmstorf en Foster uit 2011. Ze presenteerden daar een statistische methode om de belangrijkste oorzaken van variabiliteit van de wereldtemperatuur op korte termijn uit de gegevens te filteren: vulkanische aerosolen, wisselingen in zonne-activiteit en de oscillatie van El Niño’s en La Niña’s (ENSO). Door deze “ruis” grotendeels weg te filteren ontstaat er een beter zicht op het “signaal”: de antropogene opwarming. Een eventuele verandering in de snelheid van opwarming wordt dan beter detecteerbaar. In de afbeelding hieronder is het verschil zichtbaar tussen de gefilterde en de ongefilterde data.

Veranderingen van de gemiddelde wereldtemperatuur volgens diverse datasets (boven) en diezelfde gegevens gefilterd voor het effect van ENSO, vulkanisme en zonne-activiteit. Bron: Foster & Rahmstorf 2026.
Lees verder

Meer kritiek op economische modellen

We hebben hier al eerder geschreven over kritiek die wordt geleverd op de zogenaamde Integrated Assessment Models (IAM’s). Dit zijn – de naam zegt het al – modellen die kennis uit verschillende wetenschappelijke disciplines combineren tot een integrale beoordeling. Zo’n beoordeling kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om beleidsbeslissingen te ondersteunen. Vaak combineren zulke modellen kennis uit natuur- en sociale wetenschappen, waarmee interacties tussen omgeving, economie en maatschappij geanalyseerd kunnen worden. Het in Nederland ontwikkelde IMAGE model uit 1990 is een van de eerste IAM’s. Een ander bekend – sommigen zullen het liever ‘notoir’ noemen – voorbeeld is het DICE model van William Nordhaus.

Schematische weergave van het IMAGE model. Bron: PBL.

Deze modellen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om de kosten van klimaatbeleid te vergelijken met de schade die ontstaat door klimaatverandering. Of om sociaaleconomische scenario’s (zoals de door het IPCC gehanteerde Shared Socioeconomic Pathways of SSP’s) te ontwikkelen waarmee bepaalde klimaatdoelen behaald kunnen worden. Maar de uitkomsten van modelstudies hangen natuurlijk wel af van de aanname die er bij de bouw in de modellen zijn gestopt. Een lastig punt, omdat gebruikers van deze modellen, of van de resultaten van onderzoeken waarin ze worden gebruikt, niet altijd op de hoogte zijn van wat er “onder de motorkap” precies gebeurt. Terwijl er niet altijd volledige wetenschappelijke overeenstemming is over aannames die wel grote invloed kunnen hebben op modelresultaten.

Een afgelopen maand verschenen rapport richt zich op een specifiek onderdeel van IAM’s, namelijk de schadefunctie. Dat is een wiskundige vergelijking waarmee de wereldwijde economische schade wordt geschat die het gevolg is van een bepaalde mate van opwarming van het klimaat. Het zal duidelijk zijn dat de aannames die aan de basis liggen van zo’n schadefunctie een enorme invloed kunnen hebben op modeluitkomsten.

Het oordeel van natuurwetenschappers

Het rapport is uitgebracht door het Carbon Tracker Initiative. Dat is een denktank die de invloed van klimaatverandering en de energietransitie op financiële markten onderzoekt. De manier waarop ze dit onderzoek aanpakten, was onconventioneel en interessant. Ze hebben klimaatonderzoekers met een natuurwetenschappelijke achtergrond (“scientists” dus, en geen “scholars”) gevraagd om mee te doen aan een enquête over schadefuncties. Een aantal van de respondenten nam vervolgens ook deel aan enkele “virtuele workshops”.

Lees verder

Ook in 2025 nam de warmte-inhoud van de oceaan toe


Opwarming van de aarde houdt in dat de temperatuur aan het aardoppervlak stijgt. Zo kijken we er meestal tegenaan, en er is ook niets tegenin te brengen. Maar bekijk je het met een natuurkundige blik, dan is die temperatuurstijging eigenlijk een symptoom van een verstoring van de energiebalans van de aarde. Er komt meer energie binnen dan eruit kan. Ongeveer 90 % van die energie hoopt zich op de oceaan. De toename van de warmte-inhoud van de oceaan geeft dan ook een goede indicatie van hoe ver de energiehuishouding van het klimaat uit evenwicht is. Ook vorig jaar nam de oceaan een enorme hoeveelheid warmte op.

Veranderingen van de warmte-inhoud in de bovenste 2000 meter van de oceaan sinds 1958. Bron: IAP-CAS.

Naast de grote invloed van het versterkte broeikaseffect, is er ook nog wat natuurlijke variatie in de warmte-opname. En net als bij schommelingen in de temperatuur van het oceaanoppervlak speelt de cyclus van El Niño’s en La Niña’s hierbij een belangrijke rol. Bij koude La Niña’s kan de oceaan veel warmte opnemen, omdat er dan veel koud water aan de oostkant van de tropische Stille Oceaan opwelt vanuit de diepte. Bij een El Niño komt er veel minder koud water naar boven en ontstaat er als het ware een warm deksel op de oceaan dat de warmte-opname afremt. Ook zinkt er aan de westkant van de Stille Oceaan minder warm water naar diepere lagen. Er spelen ook nog andere factoren mee, zoals verschillen in wolkenpatronen. Het gaat immers over het klimaat, waar altijd allerlei interacties van invloed zijn. Ik ga daar in dit verhaal niet dieper op in.

Lees verder

De pre-industriële temperatuur

In de klimaatwetenschap en het klimaatbeleid geldt de gemiddelde temperatuur over de periode 1850 – 1900 als pre-industrieel. Het is een pragmatische keuze, omdat er uit die periode voldoende meetgegevens zijn om een behoorlijk accurate schatting te maken van de gemiddelde wereldtemperatuur. Maar helemaal correct is het niet, want de industriële revolutie begon al halverwege de achttiende eeuw. De veranderingen die sindsdien plaatsvonden hebben een kleine, maar niet helemaal onbestaande invloed gehad op het klimaat, vooral door het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Hoe groot de menselijk invloed was in de eerste eeuw van de industriële revolutie is onzeker. Het laatste IPCC-rapport schatte dat er een opwarmend effect moet zijn geweest dat ergens tussen de 0 en 0,2 graden lag.

Er zijn de afgelopen tijd twee artikelen gepubliceerd die meer duidelijkheid proberen te geven over de klimaatverandering in het laatste deel van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Ze zijn afkomstig van GloSAT, een samenwerkingsverband van acht onderzoeksinstellingen uit het Verenigd Koninkrijk.

Introductie van de GloSAT temperatuur dataset. Bron: GloSAT

Natuurlijk is de eerste eeuw van de industriële revolutie interessant vanwege het kleine beetje menselijke invloed, maar nog veel interessanter is het feit dat er toen meerdere grote vulkaanuitbarstingen plaatsvonden. Zo’n grote invloed van vulkanen op het klimaat is sindsdien niet meer voorgekomen. De bekendste uitbarsting uit die tijd is die van de Tambora in 1815. Het is de zwaarste vulkaanuitbarsting die door mensen is beschreven. De aerosolen die zich na de uitbarsting in de stratosfeer verspreidden, zorgden ervoor dat 1816 in een aanzienlijk deel van het noordelijk halfrond de geschiedenis in ging als het “jaar zonder zomer”. Andere grote uitbarstingen waren die van: Laki (IJsland) in 1783 – 1784; een of meerdere onbekende vulkanen in 1808; Galunggung (Indonesië) in 1822; (vermoedelijk) Zavaritski (Koerilen, bij Rusland horende eilandengroep in de Stille Oceaan) in 1831; en Cosigüina (Nicaragua) in 1835. Het cumulatieve klimaateffect van zoveel grote uitbarstingen in een relatief korte tijd zou aanzienlijk groter en langduriger kunnen zijn dan de gevolgen van de uitbarstingen die we sindsdien hebben gezien, vooral op regionale schaal.

Lees verder

Open discussie winter 2026

Foto: Magda Ehlers

De aarde warmt op, dat wordt zo langzamerhand nauwelijks nog door iemand betwist. Dat blijkt natuurlijk vooral uit meteorologische metingen, maar er zijn ook andere aanwijzingen, zoals smeltende gletsjers en ijskappen, migrerende planten- en diersoorten, langere groeiseizoenen, enzovoort. Zo af en toe duiken er nog altijd nieuwe bronnen van informatie op. Die zullen de kennis die we hebben niet op zijn kop zetten, maar voor wie geïnteresseerd is in klimaat en de wetenschap daarvoor zijn ze toch weer interessant. Als is het vaak wel een beetje oppassen met de interpretatie.

Zo’n nieuwe informatiebron dook vorige maand op in een artikel in het tijdschrift Buildings & Cities: kerkorgels. Wetenschapsjournalist Chris Baraniuk schreef erover op zijn blog. Orgelstemmers blijken vaak de temperatuur te noteren in het logboek van een orgel, als ze er aan het werk zijn geweest. Daaruit blijkt dat de temperatuur in kerken de afgelopen decennia aanzienlijk is gestegen. Dat is niet zomaar te relateren aan klimaatverandering, omdat kerken tegenwoordig vaak beter worden verwarmd. Maar ook in de zomer, wanneer er niet wordt verwarmd, stijgt de temperatuur. En dat kan van belang zijn voor het onderhoud aan orgels. Niet alleen omdat het de stemming kan beïnvloeden, maar bijvoorbeeld ook omdat sommige lijmsoorten in oude orgels niet goed bestand blijken te zijn tegen de hogere temperaturen. Ook daar kan klimaatadaptatie dus nodig zijn.

Dit, en allerlei andere klimaatgerelateerde zaken kunnen besproken worden in deze open draad.

Geo-engineering als commerciële activiteit, wat zou daar nou mis kunnen gaan?

In Silicon Valley is het al tientallen jaren normaal: bedrijven die enorme bedragen weten los te maken bij investeerders, zonder goed te weten hoe ze ooit winst kunnen maken. Die bedragen zijn de afgelopen jaren nog veel hoger geworden, sinds de hype rond AI werd aangewakkerd dankzij de zogenaamde Large Language Models. In de schaduw van dat miljarden-geweld opereert sinds kort het Amerikaans – Israëlische Stardust Solutions met eenzelfde bedrijfsmodel. Alleen houdt dit bedrijf zich niet bezig met computertechnologie, maar met zonnestralingsmodificatie (ofwel Solar Radiation Modification, of SRM; die afkorting zal ik in de rest van dit stuk gebruiken.) De website van dit bedrijf biedt veel beloftes, nog meer mistflarden en heel weinig concrete informatie. Wat hun technologie precies inhoudt blijft onduidelijk, net zoals wie de 25 wetenschappers, technici en academici zijn die hier achter zitten.

Het Amerikaanse Make Sunsets heeft een ander bedrijfsmodel. Het vraagt donaties aan het publiek, om door middel van ballonnen zwaveldioxide in de stratosfeer te brengen. Daar vormt dat gas aerosolen, die zonnestraling reflecteren. Van alle slechte ideeën om de aarde af te koelen, zou dit wel eens het allerslechtste kunnen zijn. Ballonnen zijn een heel inefficiënte manier om zwaveldioxide naar de stratosfeer te vervoeren, veel minder efficiënt dan bijvoorbeeld raketten. Per ballon krijg je maar een klein beetje naar boven. Er is een hefgas als waterstof nodig om dat beetje zo hoog in de atmosfeer te brengen. Aardig wat gas, omdat er ook nog wat apparatuur mee naar boven gaat. Ik heb het niet nagerekend, maar ik vraag me af dat het afkoelende effect van dat beetje zwaveldioxide opweegt tegen de uitstoot die het gevolg is van de productie en het vervoer van de ballonnen, het hefgas en de apparatuur. Zeker omdat het zwavelaerosol binnen een jaar of wat alweer is verdwenen uit de stratosfeer, terwijl het effect van uitgestoten broeikasgassen dan nog eeuwen blijft duren. Waterstof, dat hier as hefgas wordt gebruikt, beïnvloedt ook nog eens verschillende chemische processen in de atmosfeer, en wordt wel eens een indirect broeikasgas genoemd vanwege de invloed daarvan op de temperatuur. Het remt onder meer de afbraak van het sterke broeikasgas methaan.

Overigens opereert dit bedrijf nu op een schaal die je onbeduidend kunt noemen. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat het ze lukt om op te schalen tot iets met een meetbaar effect op het wereldklimaat. Drie jaar geleden trok Make Sunsets de aandacht van de Mexicaanse autoriteiten, toen het daar zonder overleg of zelfs maar aankondiging vooraf enkele kleine experimenten uitvoerde. Het was voor dat land aanleiding om alle experimenten met SRM te verbieden.

De wetenschap huivert

Het idee om de aarde te koelen door zonlicht te reflecteren is al oud. Het werd in de jaren ‘60, de tijd van het ongebreidelde techno-optimisme, al eens voorgesteld als mogelijke oplossing voor de opwarming van de aarde door onze uitstoot van broeikasgassen. Terwijl die opwarming zelf door wetenschappers nog pittig werd bediscussieerd. Met het voortschrijden van de wetenschappelijke kennis over het klimaat vormde zich de consensus over de opwarming, terwijl het vertrouwen – dat toch al niet zo groot was – in doelgerichte ingrepen zoals SRM juist helemaal verdween. Het middel werd erger geacht dan de kwaal, vanwege schadelijke neveneffecten en risico’s die eraan verbonden zijn.

Lees verder

Een brief aan de informateur over informatie-integriteit

Tijdens de onlangs afgesloten klimaattop in Belém nam gastland Brazilië het initiatief voor een verklaring over informatie-integriteit met betrekking tot klimaatverandering. Via die verklaring beloven de ondertekenende landen om zich in te spannen voor een accurate, consistente en betrouwbare informatievoorziening over het klimaat.

Nederland is een van de ondertekenaars. We mogen hopen dat het niet bij die handtekening blijft, maar dat een komend kabinet er ook echt werk van gaat maken. Zo mogelijk via afspraken in een regeerakkoord. Een groep van ruim 120 wetenschappers stuurde vorige week een brief aan de informateur met het verzoek hier aandacht aan te besteden, via een Nationaal Beleidskader Betrouwbare Klimaatinformatie.

De brief noemt zes deelgebieden die van belang zijn:

  • Betrouwbare journalistiek;
  • Andere informatiebronnen, zoals sociale media en AI-platforms, maar bijvoorbeeld ook reclame;
  • Universiteiten en andere kennisinstituten;
  • Onderwijs;
  • Informatievoorziening door de overheid;
  • Veiligheid, vanwege intimidatie, haat en bedreigingen waarmee mensen die zich uitspreken soms te maken krijgen.

Voorlopig is het afwachten of de formerende partijen dit verzoek zullen honoreren.

Het klimaatrapport van The Lancet


Sinds 2015 brengt het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet jaarlijks een klimaatrapport uit. Het eerste rapport werd geschreven onder leiding van een door The Lancet in het leven geroepen Commision on Health and Climate Change. Naar aanleiding van dit rapport werd vervolgens een uitgebreidere organisatie opgezet: Lancet Countdown. Die organisatie heeft tot doel om de ontwikkelingen rond klimaat, gezondheid en gezondheidszorg te volgen, om zo beleidsmakers te betrekken en mensen die in de gezondheidszorg werken te ondersteunen. Eind oktober verscheen de nieuwste editie van dit jaarlijkse rapport.

Schematische weergave van gevolgen van klimaatverandering voor gezondheid, blootstelling en kwetsbaarheid. Bron: The Lancet Countdown.

Wat ik tien jaar geleden schreef geldt ook nu nog: het rapport is veel te uitgebreid om even in een blogje samen te vatten. De visuele samenvatting op de site van Lancet Countdown en de infographic bij het rapport geven een goed overzicht van de conclusies, waar ik weinig aan toe te voegen heb.

Maar de in mijn ogen allerbelangrijkste conclusie van het rapport haal ik wel even aan. De 128 auteurs later er geen enkele twijfel over bestaan: het klimaatbeleid schiet op wereldschaal op alle vlakken tekort, zowel wat betreft het afbouwen van de uitstoot van broeikasgassen (mitigatie) als de maatregelen om de schade te beperken (adaptatie). Klimaatverandering kost en bedreigt niet alleen mensenlevens, vooral maar niet uitsluitend van de armsten. Door het achterblijven van noodzakelijke aanpassing staan er zelfs veel meer levens op het spel dan nodig zou zijn bij de opwarming die al plaats heeft gevonden, of die inmiddels onvermijdelijk is.

Lees verder

Open discussie najaar 2025

We werden er onlangs op gewezen dat de AI van Google ons blog in verband brengt met de website Klimaatfeiten. Die website is een verzamelplaats van allerlei uitgebreid weerlegde mythes, en is opgezet door een elektrotechnisch ingenieur die zich uitgeeft voor “Kennisplatform Klimaat”. Met echte kennis heeft die site niks te maken; met misinformatie des te meer. Het zal duidelijk zijn dat wij niks met die site te maken hebben.

De Google AI haalt er ook het stedelijk hitte-eiland-effect bij, het gegeven dat gebouwen en verharde oppervlakken relatief sterk opwarmen, waardoor steden warmer zijn dan het omliggende gebied. Maar wordt de opwarming van de aarde daardoor overschat? Nee, want er is uitgebreid onderzoek naar gedaan, en klimaatwetenschappers houden er rekening mee. En het heeft al zeker geen invloed op de toename van de warmte-inhoud van de oceanen. Vanuit natuurwetenschappelijk oogpunt is dat als belangrijkste indicator van de opwarming te beschouwen, want 90% van de energie die zich ophoopt in het klimaatsysteem door het versterkte broeikaseffect komt terecht in de oceanen. De grafiek hieronder komt van Copernicus.

De belangrijkste conclusie: de informatie die AI geeft is niet altijd even betrouwbaar. Vaak klopt het, maar soms niet. AI blijkt niet altijd in staat om te beoordelen hoe betrouwbaar informatiebronnen zijn.

Dit, en allerlei andere klimaatgerelateerde zaken kunnen besproken worden in deze open draad.

Technocentrisme bij het IPCC

Vanuit de wetenschappelijke wereld komt er de laatste tijd regelmatig kritiek op IPCC-rapporten. Die kritiek heeft geen betrekking op de bevindingen van werkgroep I, die de natuurwetenschappelijke stand van zaken beschrijft. Het gaat over de andere twee werkgroepen die, zou je kunnen zeggen, die natuurwetenschap vertalen naar maatschappelijke kwesties en mogelijke keuzes die de politiek kan maken. Vaak wordt daarbij aangetekend dat het probleem niet zozeer bij het IPCC zelf ligt, maar meer in de onderliggende wetenschap waarover het IPCC rapporteert. Die wordt gedomineerd door onderzoek uit de rijke, geïndustrialiseerde wereld, waardoor andere perspectieven onderbelicht blijven. Dat leidt bijvoorbeeld tot eenzijdige, voor het mondiale zuiden oneerlijke sociaaleconomische scenario’s.

De Franse wetenschapshistoricus Jean-Baptiste Fressoz ging onlangs, in een uitgebreid artikel, in op een ander aspect van die scenario’s. Die verwachten teveel van technologische oplossingen voor het verminderen van de CO₂-uitstoot, het onderwerp waar Werkgroep III van het IPCC zich mee bezighoudt. Volgens Fressoz gaat dat techno-optimisme terug tot de tijd voor de oprichting van het IPCC. In mijn eigen speurtocht in de geschiedenis viel het me op dat in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog technologie bijna als vanzelfsprekende oplossing voor allerlei problemen werd gezien. Het was zelfs een van de redenen voor de Amerikaanse overheid (en ook die van de Sovjet-Unie) om klimaatonderzoek te financieren. Ze hoopten technologie te kunnen ontwikkelen om weer en klimaat doelgericht te kunnen manipuleren, bijvoorbeeld ten behoeve van de landbouw of als oorlogswapen.

Fressoz begint zijn geschiedschrijving wat later, bij de oliecrisis van de jaren ‘70. Het optimisme was toen wel wat getemperd, maar nog niet verdwenen, zo laat Fressoz zien. Hij plaatst er zelf wel een disclaimer bij. Geschiedschrijving betekent per definitie dat er selectie wordt gemaakt uit gebeurtenissen die meer of minder worden belicht. Een andere selectie zou tot een ander verhaal kunnen leiden. Maar alternatieve verhalen zouden wel veel korter zijn, meent Fressoz:

Alternative histories are conceivable. One could, for instance, imagine an article detailing the IPCC’s distrust of technology and its advocacy for degrowth—but such a piece would likely be rather short.

Lees verder