Categorie archief: klimaatdebat

Reflectie op de klimaatdiscussie, deel I: drijfveren en meningen

Mijn antwoorden op de eerste vier vragen van Wim Joost:

Q: Wat is de intentie van uw blog en heeft u het gevoel dat u kunt voldoen aan uw eigen intentie?

BV: Mijn intentie is om bij te dragen aan een beter begrip van klimaatverandering. Er is een grote kloof tussen wat de wetenschap over het onderwerp weet en hoe het brede publiek erover denkt. Het is van belang dat die kloof wordt verkleind en daar wil ik aan bijdragen. Daarbij probeer ik zo dicht mogelijk bij de wetenschappelijke kijk op de zaak te blijven, en aan de lezers handvaten te geven over hoe ze in de informatiejungle het kaf van het koren kunnen scheiden. Daarnaast draagt het schijven van een blog bij aan het voor mijzelf helderder krijgen van de thema’s en aan het scherper maken van mijn eigen redenering.

Q: Wat maakt voor u de klimaatdiscussie zo belangrijk?

BV: Als wetenschapper erger ik mij aan de drogredeneringen waarmee de wetenschappelijke kijk op de klimaatverandering geweld wordt aangedaan. Klimaatverandering is potentieel een gigantisch probleem in slow motion. Vanwege het tergend langzame karakter ervan wordt het door velen niet als een heel urgent probleem ervaren. Daar komt bij dat de oplossing van het probleem een hele grote en potentieel dure opgave is. Daarom is voor velen de neiging groot het probleem te bagatelliseren of zelfs ronduit te ontkennen.

Echter, onze acties (of het gebrek daaraan) nú, hebben pas het beoogde (of onbedoelde) effect over tientallen jaren. Ik vind het ethisch onverantwoord om toekomstige generaties op te zadelen met een groot probleem, waar wij genoeg kennis van hebben om het in te zien, en genoeg middelen om het binnen de perken (en buiten de dijken) te houden. Ik vind het van belang dat de discussie over hoe we met deze uitdagingen om moeten gaan gestoeld is op een rationele risico benadering op basis van wetenschappelijke kennis. Iedereen heeft het recht op een eigen mening, maar niet het recht op eigen feiten; die moeten niet verdraaid worden om een vooropgestelde opinie te staven.

Q: Op welk moment vormde u uw huidige opinie in de klimaatdiscussie?

BV: De grote lijnen van de wetenschappelijke kennis over klimaatverandering zijn al decennia lang bekend (zij het met een langzaam toenemende mate van zekerheid):

– De mens stoot broeikasgassen uit;

– die dragen in belangrijke mate bij aan de opwarming van de aarde die we tot nu toe hebben gezien;

– die opwarming gaat nog wel een tijd door, afhankelijk van onze toekomstige emissies.

Vanaf het begin van mijn studententijd (begin jaren negentig) kwam ik in aanraking met deze wetenschappelijke kennis, die in de loop der tijd alleen maar robuuster is geworden. Hierop is mijn mening gestoeld. Natuurlijk is mijn mening, net als de wetenschap, aan voortschrijdend inzicht onderhevig.

Q: Hoe heeft u de inhoudelijke klimaatdiscussie tot op heden ervaren en wat verwacht u in de toekomst?

BV: De inhoudelijke discussie vindt wat mij betreft voornamelijk plaats in wetenschappelijke fora: Wetenschappelijke tijdschriften, workshops en conferenties. De discussie in de populaire media en internet (met name blogs) bevindt zich op een heel ander spoor: Daar gaat het veel meer om sensatie (traditionele nieuwsmedia), het bespelen van de publieke opinie (denktanks) en moddergooien (blogs). Met name in de blogosfeer is een sterke polarisatie te merken, met enerzijds blogs die de wetenschappelijke consensus steunen, en anderzijds blogs die de wetenschap te vuur en te zwaard bestrijden. Aan beide kanten staan mensen soms heel snel met hun mening klaar en worden sympathisanten van ‘het andere kamp’ niet bepaald zachtzinnig behandeld. Zeker sinds de opgeklopte ‘schandalen’ van de laatste tijd (“climategate”, IPCC) is dit alleen maar erger geworden. De blogs waar inhoudelijke discussies worden gevoerd zijn dun gezaaid, en ook daar wordt de polarisatie duidelijk: Beide kampen hebben een hekel aan elkaar gekregen lijkt het. Dat veroorzaakt een onplezierige en weinig constructieve sfeer.

Dat zal nog wel een tijdje zo blijven denk ik. Gezien de veelal niet-wetenschappelijke drijfveren van veel “skeptici”, is hun mening in veel gevallen niet aan voortschrijdend inzicht onderhevig. Ik verwacht eigenlijk dat naarmate de tekenen van klimaatverandering duidelijker worden, de “skeptici” wellicht een iets ander deuntje gaan zingen (‘moving the goalpost’), maar verder even hard of zelfs harder zullen gaan schreeuwen. Wel zal hun voedingsbodem onder de bevolking in dat geval langzaam afbrokkelen, temeer ook daar veel van hun belangrijke spreekbuizen gepensioneerd zijn.

Vooralsnog hebben “skeptici” even de wind in de rug vanwege de succesvol opgeklopte controverses [en vanwege het politieke klimaat, de crisis, sneeuwrijke winters, etc]. De traditionele media heeft ook ineens meer oor naar hun nepargumenten en valse beschuldigingen. Ik hoop dat dat snel overwaait en het vertrouwen in de wetenschap weer terugkeert, maar daar ben ik niet helemaal gerust op.

Stap 1: Politiseren Stap 2: Onschadelijk maken

Dit lijkt verdacht veel op het recept dat Leegte heeft gevolgd in zijn uitlatingen over het KNMI:

Stap één in die strategie is de politisering van een maatschappelijk instituut, dat bekendstaat om zijn ‘onafhankelijkheid’ en ‘neutraliteit’. (…)

Na deze politisering volgt meestal stap twee: het onschadelijk maken van het instituut.

Dit gaat echter niet over Leegte, maar over Wilders. Vlammend neergepend door Rob Wijnberg in maart van dit jaar:

In de afgelopen zes jaar heeft Wilders op die manier bijna ieder denkbaar onderdeel van het publieke domein politiek verdacht gemaakt.

Rechters zijn D66’ers in toga; wetenschappers zijn milieuactivisten in schaapskleren; journalisten zijn PvdA’ers met een blocnootje; het Koningshuis is een spreekbuis voor de multiculticlan; het onderwijs is de indoctrinatiemachine van cultuurrelativisten; de kunstsector is een hobby van elitaire bobo’s. Met andere woorden, ieder instituut is stiekem ook onderdeel van de ‘linkse kerk’ en haar agenda.

Hij legt uit dat deze strategie uiterst effectief is. Zoals in feite elke complottheorie valt het namelijk niet te ontkrachten. Elke redenering dat de theorie niet klopt wordt gezien als onderdeel van het complot, en is dus verdacht. Wijnberg:

Tegen politisering valt, kortom, niks in te brengen. Het maakt niet uit hoeveel onderzoek je aandraagt om te ‘bewijzen’ dat de publieke omroep, de rechtbank of de wetenschap helemaal niet zo ‘links’ is als wordt beweerd: de bewering dat het betreffende onderzoek zelf ook een product is van die ‘kerk’ (‘de UvA is een PvdA-bolwerk’; ‘de Volkskrant is een links parochieblaadje’) is voldoende om haar te diskwalificeren. Oftewel: er zijn geen feiten, er is slechts politiek.

Daaruit volgt de tweede reden waarom Wilders’ strategie zo genadeloos effectief is: het raakt de huidige linkse, progressieve (constitutionele) partijen in hun meest fundamentele filosofische aanname, namelijk dat de wereld zich ‘rationeel’ laat begrijpen aan de hand van ‘feiten’. Dat wil niet zeggen dat alleen links zich ‘bij de feiten houdt’, terwijl rechts de ‘waarheid verdraait’: nee, links gaat ervan uit dat feiten voor zich spreken en dus niet ingebed hoeven te worden in een retorische omgeving die ze de gewenste lading geeft.
Kijk maar naar het meest recente campagnefilmpje van de PvdA: die toont een opsomming van bedragen (‘Kinderopvang 84 euro duurder’; ‘Hogere huren 180 euro’; ‘Bonussen voor bankiers: 447 miljoen’) en eindigt dan met de conclusie ‘Het moet eerlijker’. De aanname hierachter is dat ieder rationeel wezen dezelfde definitie van rechtvaardigheid koestert en de cijfers dus ‘uitwijzen’ dat dit kabinet asociaal is. Dat is niet zo: werkelijkheid en moraal worden niet alleen ingegeven door ‘feiten’, maar evenzeer door taal en emoties; je kunt kinderopvang ook als elitaire hobby zien, of bonussen als een meritocratisch ideaal. Wilders zegt dan ook nooit hoeveel immigranten er naar Nederland komen, hij zegt alleen dat ‘de kraan wagenwijd openstaat’. Dat is de kunst van de retoriek: de werkelijkheid een kleur geven die in jouw voordeel is.

Deze dynamiek zie je duidelijk terug in de politisering van het klimaatdebat: Wetenschappers (bij uitstek een rationele bezigheid waarbij men probeert de cijfers voor zich te laten spreken) communiceren slechts de feiten en denken dat mensen dan automatisch de conclusie zullen trekken dat er ingegrepen moet worden. Helaas pindakaas, zo simpel werkt het niet.

Al met al laat de episode “Leegte” zien dat de verwildersing van de Nederlandse politiek steeds verder gaat.

Een gebrek aan scherp inzicht valt Rob Wijnberg niet te verwijten. Ik refereerde al eerder aan een stukje van hem over het verschil tussen achterdocht en scepsis.