Zijn de dagen van de ijskap op West-Antarctica geteld?

Een ijsberg in het zee-ijs in de Amundsenzee. Foto: NASA / Maria-Jose Vinas

Een artikel van onderzoekers van de British Antarctic Survey trok afgelopen week de nodige aandacht. De onderzoekers concluderen dat het niet meer te voorkomen is dat er in de Amundsenzee bij West-Antarctica in de loop van deze eeuw een kantelpunt wordt bereikt, met ingrijpende gevolgen voor de zeespiegelstijging. In dit gebied ligt genoeg ijs om de zeespiegel met 5,3 meter te laten stijgen. In Nederland zou dat nog meer zijn, door zwaartekracht-effecten. Het artikel zegt niet dat ál dit ijs zal verdwijnen. Maar wel dat enkele meters zeespiegelstijging in de komende eeuwen redelijkerwijs niet meer te voorkomen zijn en dat de ijskap van West-Antarctica in zijn huidige vorm niet te behouden is. De snelheid waarmee dit gebeurt hangt mede af van de onvoorspelbare interne variabiliteit van het klimaat in dit gebied. De auteurs van het artikel zeggen het zo:

The opportunity to preserve the WAIS [West Antarctic Ice Sheet – HC] in its present-day state has probably passed, and policymakers should be prepared for several metres of sea-level rise over the coming centuries. Internal climate variability, which we cannot predict or control, may be the deciding factor in the rate of ice loss during this time.

Anders dan je misschien zou verwachten is dit geen glaciologisch, maar een oceanografisch onderzoek. Met wel een belangrijk raakvlak met de glaciologie. De kwetsbaarheid van de ijskap in dit gebied is bekend. Het ijs rust grotendeels op een bodem die beneden de zeespiegel ligt. Aan de randen loopt dit ijs uit op dikke, op het zeewater drijvende ijsplaten. Het smelten van dat drijvende ijs heeft weliswaar geen directe invloed op de zeespiegel, maar er is wel een groot indirect effect. De ijsplaten remmen namelijk de stroming van het ijs in de achterliggende gletsjers af. Geheel of gedeeltelijk smelten van een ijsplaat leidt tot een snellere stroming van zo’n gletsjer. De grondlijn, waar de op de zeebodem liggende gletsjer overgaat in een drijvende ijsplaat, kan zich dan terugtrekken. Door specifieke omstandigheden bij West-Antarctica geeft dat een extra versnelling: de bodem heeft landinwaarts een neerwaartse helling; een terugtrekkende grondlijn komt dus dieper te liggen en hierdoor kan een gletsjer sneller stromen. In het ergste geval wordt de gletsjer instabiel en verdwijnt hij volledig.

De nieuwe studie onderzoekt hoeveel opwarming er de komende eeuw te verwachten is van het zeewater dat in contact staat met de onderkant van de ijsplaten in de Amundsenzee. De berekeningen zijn uitgevoerd voor diverse scenario’s. In het laagste scenario blijft de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur beperkt tot 1,5 °C en het hoogste is het roemruchte RCP8.5. Er is een regionaal ijs-oceaanmodel gebruikt, dat werd aangestuurd door een mondiaal klimaatmodel dat veranderingen op wereldschaal simuleerde. Omdat het regionale model een hogere resolutie heeft, kan het de veranderingen in het onderzoeksgebied nauwkeuriger simuleren. De afbeelding hieronder geeft de gemiddelde opwarming weer van het water in de Amundsenzee op een diepte van 200 tot 700 meter, waar het in contact kan komen met de onderkant van ijsplaten.

Gemiddelde stijging van de temperatuur van het water in de Amundsenzee op een diepte van 200 tot 700 meter. Bron: Naughten et al.

Tot halverwege deze eeuw is er amper verschil tussen de scenario’s en ook daarna gaat de temperatuurstijging in alle scenario’s nog door. Wel is er daarna een verschil in snelheid van opwarming tussen de scenario’s. Maar zelfs in het laagste scenario verdrievoudigt snelheid waarmee het zeewater opwarmt (ten opzichte van de twintigste eeuw). Datzelfde geldt voor de smeltsnelheid onderaan de ijsplaten. In de middenscenario’s is het nog wat meer. En in het hoogste scenario nog meer. Maar het belangrijkste verschil is dat de opwarming van het water in het hoge scenario ook na 2100 doorgaat, terwijl de andere rond het eind van de eeuw beginnen af te vlakken. Als de temperatuur van het water niet meer toeneemt zal het ijs nog steeds blijven smelten, maar het zal dan niet meer steeds sneller gaan.

Natuurlijk berekent een gedetailleerd regionaal model niet alleen gemiddelden voor de hele Amundsenzee. De afbeelding hieronder geeft het ruimtelijke beeld van opwarming en versnelling in het smelten van ijsplaten voor een van de middenscenario’s: een gemiddelde mondiale opwarming van 2 °C.

Temperatuurtrend op een diepte van 200 tot 700 meter (de rode kleuren) en versnelling van smelten van ijsplaten (de geel/oranje kleuren) in de Amundsenzee bij wereldwijde opwarming van 2 °C. De gestreepte zwarte lijn geeft de grens van de continentale plaat aan. De paarse lijn het gebied waarvoor de gegevens zijn gebruikt voor verdere analyse. Bron: Naughten et al.

Zoals gezegd draagt het smelten van ijsplaten niet direct bij aan de stijging van de zeespiegel. En de invloed op de stroming van gletsjers wordt door het gebruikte regionale model niet berekend. Om daar een beeld van te krijgen is een aanvullende analyse uitgevoerd, waarin is onderzocht welke delen van ijsplaten meer of minder belangrijk zijn voor de bescherming van de achterliggende gletsjers. Die analyse heeft weinig invloed op de conclusies van het onderzoek. De snelheid waarmee het ijs smelt is op zulke gevoelige plekken (gemiddeld) niet hoger of lager dan elders.

Over het precieze mechanisme dat de versnelling van het smelten veroorzaakt is nog veel onduidelijk. Het lijkt vooral te zitten in veranderingen in de dikte van drie te onderscheiden lagen zeewater in de Amundsenzee. De bovenste laag is gemiddeld over het jaar relatief warm, maar de temperatuur varieert met het seizoen. Daaronder zit een laag kouder water, dat in de winter naar beneden is gezakt. En daaronder zit weer een wat warmere, maar zoutere laag van water dat over de continentale plaat rond de kust van Antarctica circuleert. De grens tussen die warmere laag en het koudere winterwater verschuift naar boven in het warmere klimaat, waardoor meer van dat warmere water in contact komt met de onderkant van ijsplaten. Er zijn meerdere factoren die hier invloed op hebben, zoals wind, neerslag en smeltwater.

De conclusie van dit onderzoek is best schokkend: zelfs in het gunstigste scenario is West-Antarctica niet te behouden en zal de zeespiegel de komende eeuwen meters stijgen. Bij mijn weten is het de eerste keer dat dit zo expliciet wordt geconstateerd. Toch denk ik dat veel poolonderzoekers er niet heel erg van opkijken. Het zat er wel een beetje aan te komen. De kwetsbaarheid van dit gebied is al lang bekend. Daar werd in 1978 al eens op gewezen door glacioloog John Mercer. Mercer’s artikel werd destijds met veel scepsis ontvangen en zo hier en daar zelfs weggehoond. Maar inmiddels is de kwetsbaarheid van de West-Antarctische ijskap breed geaccepteerde wetenschap. Hoewel niet al het nieuws hierover slecht is, zijn de zorgen het afgelopen decennium wel toegenomen. De verzwakking van ijsplaten komt niet alleen van beneden, maar ook van boven. Twee jaar geleden voorspelde een grote groep wetenschappers dat een van de ijsplaten in de Amundsenzee nog voor het eind van dit decennium helemaal in stukken zou breken. Dat de grondlijn van gletsjers zich terugtrekt op de zeebodem is ook al waargenomen.

Hebben we nu meer zekerheid over hoeveel de zeespiegel de komende eeuw zal stijgen? Een beetje, denk ik. De meest optimistische projecties lijken ondertussen wel erg onwaarschijnlijk. Maar waar we wel uitkomen, blijft nog steeds onzeker. Onder meer vanwege de grote interne variabiliteit in het zuidpoolgebied. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat de snelheid waarmee het ijs smelt daardoor sterk kan variëren over langere periodes. Op de uiteindelijke stijging over meerdere eeuwen heeft dat geen invloed, maar op de tijdschaal waarop wij plannen maken voor bijvoorbeeld de inrichting en de bescherming van kustgebieden wel.

En het onderzoek zelf kent ook nog zijn onzekerheden. En dus is het oppassen voor het single study syndrome. De auteurs van het artikel zijn zich daarvan bewust. Ze wijzen er bijvoorbeeld op dat ze hun analyse hebben uitgevoerd met een enkel model. En modellen hebben, hoe goed ze ook zijn, nu eenmaal ook hun beperkingen en onzekerheden. Bevestiging door andere modellen zou dus meer zekerheid bieden. Ook zit er een inherente onzekerheid in de manier waarop ze het regionale model met hoge resolutie hebben ingebed in een grofmaziger mondiaal model. De manier waarop modellen informatie uitwisselen is eenrichtingsverkeer in deze werkwijze. Veranderingen die op grote schaal plaatsvinden worden door het mondiale model doorgegeven aan het regionale model. Maar de veranderingen die hierdoor op regionale schaal optreden kunnen op hun beurt weer invloed hebben op het grotere geheel. Zulke veranderingen worden in deze onderzoeksopzet niet meegenomen.

Verplaatsen we de aandacht nu van Antarctica naar Nederland, dan is dit onderzoek volgens mij vooral een confrontatie met wat er eigenlijk al zat aan te komen. We moeten rekening houden met een aanzienlijke zeespiegelstijging in de loop van deze eeuw. Misschien wel een meter of meer. Maar hoeveel het wordt blijft behoorlijk onzeker. En in het omgaan met die onzekerheid zit de grootste moeilijkheid. Want het is maar de vraag of we ooit echt heel nauwkeurige schattingen kunnen verwachten. De slotzin van het artikel vat bondig samen waar het uiteindelijk op neerkomt: ‘Limiting the societal and economic costs of sea-level rise will require a combination of mitigation, adaptation and luck.

9 Reacties op “Zijn de dagen van de ijskap op West-Antarctica geteld?

  1. lieuwe hamburg

    Alleen al om de visuele pracht is dit Volkskrant artikel ook interessant.
    https://tinyurl.com/yckpvs4p

    Like

  2. Dat kennelijk enkel de helft van het probleem is meegenomen, als ik het goed begrijp, namelijk de oceanische kant en niet de atmosferische kant, betekent dat niet dat er alleen maar sprake kan zijn van onderschatting?

    Like

  3. Hans Custers

    Jaap,

    Ik denk niet dat dat per definitie zo is. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat de gletsjers toch minder gevoelig zijn voor het smelten van ijsplaten dan wordt gedacht. Ik zou er mijn geld niet op zetten, maar het gaat hier natuurlijk wel over iets dat we nog nooit hebben zien gebeuren.

    Wat ondertussen wel duidelijk is, is dat de kwetsbaarheid van West-Antarctica lange tijd is onderschat, na de eerste waarschuwing van 45 jaar geleden.

    Like

  4. Arthur Oldeman

    Als ik het goed begrijp dan wordt de impact van de atmosfeer (wind, regenval etc) wel meegenomen, via het mondiale model dat het regionale model ‘voedt’. De atmosfeer verandert in dat mondiale model wel, het volgt namelijk de verschillende scenario’s, alleen is er geen terugkoppeling van het regionale model naar de atmosfeer. Die terugkoppeling is er overigens wel gewoon in het mondiale model, maar die bevat dus niet de details van de regio waar deze studieresultaten op zijn gebaseerd. Het is m.i. dus niet zo dat de atmosferische kant niet wordt meegenomen, het ontbreekt alleen aan wat detailniveau van die atmosferische kant (dat kan overigens best van invloed zijn maar ik verwacht niet dat dat per se een significante / substantiele onder- of overschatting zou kunnen veroorzaken)

    Like

  5. Hans Custers

    Arthur,

    In grote lijnen is dat inderdaad het geval, denk ik. Maar er spelen meer mechanismes mee die ijsplaten van bovenaf kunnen verzwakken, waardoor die uiteindelijk in stukken zou kunnen breken. Die zitten niet in het model, lijkt me. En ze zijn dus een mogelijke bron van onderschatting.

    Like

  6. Bart Vreeken

    Afgelopen zomer verschenen er twee artikelen die juist de indruk wekten dat de West-Antarctische ijskap stabieler is dan eerder werd gedacht. Die artikelen zie ik niet terug in de literatuurlijst.
    Voor zover ik kan zien staan deze artikelen ook los van elkaar.

    Het eerste artikel richt zich op de ‘grounding line’. Hier is meer in detail naar gekeken, en uit berekeningen blijkt nu dat aantasting van de ijsplaat maar een beperkte invloed heeft op het ijsverlies boven zeeniveau.

    https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1029/2023GL102880

    Het tweede artikel geeft het resultaat van onderzoek naar de rotsbodem onder de Thwaites Gletsjer. Veel geologische strukturen liggen dwars op de bewegingsrichting van het ijs. Er zijn minder sedimentatiebekkens dan gedacht. Samen zorgt dat er voor dat de bodem veel meer weerstand biedt aan de beweging van het ijs. Ook dit zet dus een rem op een plotselinge versnelling.

    https://www.science.org/doi/10.1126/sciadv.adf2639

    Hoe zien jullie dat?

    Like

  7. Hans Custers

    Bart,

    Als ik het goed zie gaan die twee onderzoeken over de Thwaites gletsjer en dus niet over de hele ijskap van West-Antarctica. Dat maakt ze zeker niet irrelevant, want Thwaites wordt gezien als de zwakste plek van die ijskap. Maar het is wel maar ongeveer 12 % (of zo) van het West-Antarctische ijs.

    En of ze uitwijzen dat Thwaites stabieler is dan gedacht vraag ik me af. Ik zou dan eerder zeggen dat ze een worstcasescenario minder waarschijnlijk maken. Want in verwachtingen wordt altijd vermeld dat er veel onzekerheid is. En er lijkt me weinig reden om nu aan te nemen dat we onder de ondergrens van eerdere schattingen uit zullen komen.

    De conclusie van het eerste onderzoek wijkt, voor zover ik me kan herinneren, bijvoorbeeld niet zoveel af van wat er twee jaar geleden werd gezegd bij de persconferentie over het opbreken van die ijsplaat. Toen werd er ook op gewezen dat het effect op de stabiliteit van Thwaites en dus op de zeespiegel in de decennia na het opbreken waarschijnlijk beperkt zou zijn.

    Het tweede onderzoek bevat een heleboel details. Ik denk dat je glacioloog of geoloog moet zijn om de implicaties van al die details te overzien. Maar nieuwe informatie die een heel ander licht werpt op eerdere verwachtingen zie ik zo snel niet.

    Like

  8. Bart Vreeken

    “Maar het is wel maar ongeveer 12 % (of zo) van het West-Antarctische ijs.”

    Dat is misschien nu zo, maar de ‘waterscheiding’ tussen Thwaites/ Pine Island Glacier en de ijsstroom in de richting van de Ronne en Ross Ice Shelf ligt niet vast. Er zit geen gebergte onder, in tegendeel. Als de afstroom via Thwaites makkelijker verloopt zal die een steeds groter deel voor z’n rekening nemen. Dat is denk ik het probleem.

    Like

  9. Hans Custers

    Bart,

    Ja, dat is wel een belangrijke aanvulling. Thwaites is wel eens omschreven als de kurk op de fles met ijs van West-Antarctica.

    Like

Plaats een reactie