Reconstructie van het Arctisch zee-ijs vanaf 1850

Zeeijs-extent in het Noordpoolgebied. In blauw het verloop in dit jaar, in rood het recordjaar 2012, donkergrijs de bandbreedte waar 50% van de waarmeningen in valt en lichtgrijs de bandbreedte van 80% van de waarnemingen. Bron: Charctic/NSIDC

Het leek er even op dat het weer in Nederland dit jaar de lente over zou slaan, zoals het ook de winter heeft overgeslagen, en dat we dus in een keer vanuit een lange herfst de zomer in zouden schieten. Maar ondertussen is het toch lente geworden. Ook in het Noordpoolgebied, waar het elk jaar nog wel echt winter is, is het voorjaar. Het smeltseizoen is daar alweer een tijdje onderweg. Het gaat op het moment vrij hard, zoals de grafiek hierboven laat zien. Veel voorspellende waarde heeft dat niet. Het minimum-record voor zee-ijs dateert van 2012 en toen was er in deze tijd van het jaar nog niets bijzonders aan de hand. Het kan, kortom, nog alle kanten op. Hieronder de trend voor de maand september, de maand waarin de hoeveelheid Arctisch zee-ijs zijn jaarlijkse minimum bereikt. De variabiliteit van jaar tot jaar is vrij groot en dus kan het best nog een tijd duren tot het record van 2012 wordt verbroken.

Arctisch zee-ijs in september, de maand waarin het minimum optreedt. Bron: NSIDC

Satellietmetingen van het zee-ijs zijn er pas sinds oktober 1978. Uit de periode daarvoor is er veel minder informatie. Onderzoekers proberen aan de hand van die beperkte informatie de hoeveelheid zee-ijs te reconstrueren. Een nieuw onderzoek, Brennan et al., combineert gegevens uit de al bestaande reconstructies met een data-analyse die gebaseerd is op temperatuurmetingen. Er is een correlatie tussen die temperatuur en het zee-ijs en dat is ook logisch. De temperatuur is immers in belangrijke mate bepalend voor hoeveel ijs er in de herfst en winter bijkomt en hoeveel er in het smeltseizoen weer verdwijnt. Maar een klein deel van het zee-ijs wordt ouder dan enkele jaren, heel anders dan ijs van gletsjers of van de grote ijskappen, dat honderden of zelfs duizenden jaren kan blijven liggen. De reconstructie geeft een indicatie van de verandering sinds 1850. Overigens gaat het hier om het jaargemiddelde en dus niet het minimum. De afbeelding hieronder geeft het resultaat van deze en een eerdere reconstructie, en de satellietdata.

Reconstructie van verandering in het jaargemiddelde Arctisch zee-ijs van 1850 t/m 2018. In blauw de nieuwe reconstructie van Brennan et al, in zwart die van Walsh et al. uit 2017, in rood de satellietdata.

Volgens deze reconstructie is de hoeveelheid zee-ijs in de eerste helft van de vorige eeuw meer afgenomen dan tot nu toe werd gedacht. Ook is er meer variabiliteit te zien dan in eerdere reconstructies.

Veel meer informatie over het Arctische zee-ijs is te vinden in dit stuk van Jos.

6 Reacties op “Reconstructie van het Arctisch zee-ijs vanaf 1850

  1. Bij ons zien we nu terug een droge periode en dat konden we het vorige jaar zien, ik denk persoonlijk dat we dat kunnen linken aan de klimaatverandering waar we volop inzitten en die door de coronacrisis nu voor velen minder belangrijk is geworden, nu zijn de medische wetenschappers zeer hot en verschijnen dagelijks op de televisie, en het klimaat? Nog weinig interesse het is op langere termijn, dus we zullen nog wel zien denken velen, het coronacrisis is directer en voelbaar voor iedereen, en klimaatverandering gaat over een langere tijd. Hetzelfde probleem met de Noordpool, en dan zijn er nog mensen klimaatsceptici die heel de klimaatverandering bekijken met een bril van de economie, hun stelling het klimaat veranderd continu, waar?

  2. @hans,
    Ik heb zelf wat onderzoek gedaan en daarbij gemerkt dat de opwarming van het poolgebied in de poolwinter een stuk hoger uitvalt dan in de poolzomer. Kan dit komen doordat in de zomer de extra energie niet zozeer gebruikt wordt voor extra opwarming maar meer voor extra smelten van ijs waardoor de opwarming achterblijft. Zoiets als het effect van ijsblokjes in een glas drinken op een zomers terras?

  3. Hans Custers

    Raymond,

    Ik denk dat dat inderdaad de verklaring is. IJs kan niet warmer worden dan 0°C en dus zal de temperatuur van de lucht erboven ook niet veel hoger worden. Zodra de 0°C is bereikt gaat extra warmte vooral naar het smelten van ijs.

  4. @Hans,

    Dit zou dan een tipping point kunnen opleveren. Zodra het ijs weg gesmolten is zal de extra energie gebruikt worden voor versnelde opwarming. Dit zou dan eerst aan de randen gebeuren en dan steeds verder gaan tot er alleen in het middel nog wat ijs overblijft. Een soort van positieve terugkoppeling als het ware.

  5. Hans Custers

    Raymond,

    Die terugkoppeling zit vooral in de albedo: ijs weerkaatst veel meer zonlicht dan water (of land). Voor de energiebalans is dat belangrijker dan het feit dat ijs niet warmer wordt dan 0°C. Want die terugkoppeling zorgt ervoor dat er echt nog meer energie in het klimaatsysteem blijft.

  6. Vandaag, op 20 april, uiteraard een momentopname van een lange-termijn trend:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s