Categorie archief: journalistiek

Evenwicht in de wetenschapsjournalistiek; een open brief aan Maarten Keulemans

Gast-blog van Hans Custers

Beste Maarten Keulemans,

Ik ben zo iemand die klimaatverandering als een van de grote problemen van deze tijd beschouwt en die deze mening ook met enig fanatisme uitdraagt. Ik zal in uw ogen dus wel een klimaatalarmist zijn. Maar ik vertel nooit apocalyptische, zondvloedachtige verhalen, ik kom maar zelden medestanders tegen in het klimaatdebat die dat wel doen en ook van de media verwacht ik zeker geen nodeloze bangmakerij. Verhalen over het einde van de wereld of de mensheid moeten we maar gewoon aan Hollywood overlaten. Ik beschouw mezelf ook allerminst als een arme groene idealist die dapper strijdt tegen Big Oil. Het valt mij in het debat van alledag juist op dat zo veel zelfverklaarde sceptici zich wentelen in de rol van de underdog; dat zij zichzelf vaak zien als het kleine groepje dat dapper standhoudt in de strijd tegen een kongsi van internationale organen, overheden, wetenschappelijke bolwerken en natuurlijk de media.

Wat mij motiveert in deze discussie is dat er een campagne wordt gevoerd waarin de wetenschap in diskrediet wordt gebracht om allerlei redenen, die maar hoogst zelden iets met de wetenschap zelf te maken hebben. Die campagne verspreidt stelselmatig desinformatie, besmeurt en belastert wetenschappers en maakt ze verdacht, alleen maar omdat hun onderzoeksresultaten conflicteren met bepaalde ideologieën of belangen. En die campagne probeert mij, en iedereen die het opneemt voor de wetenschap, af te schilderen als onbespoten­geitenwollen­sokkendragende onheilsprofeten.

Lees verder

Dilemma’s in wetenschapscommunicatie

Naar aanleiding van de interessante bijeenkomst over de zogenaamde vertrouwenscrisis van de wetenschap ga ik hier nog even in op de diverse parallellen en (schijnbare) tegenstellingen die naar boven kwamen drijven.

Cees van Woerkum: Moderne vs traditionele communicatie

Cees van Woerkum gaf aan dat het traditionele communicatiemodel van een ‘zender’ en een ‘ontvanger’ van communicatie niet langer geldig is (als het al ooit geldig is geweest). De hedendaagse communicatie kenmerkt zich door een veel actievere rol van het publiek bij het selecteren welke informatie zij tot zich neemt. Ook is er geen sprake van een inerte ‘boodschap’ die een bepaalde route aflegt. De betekenis van het gecommuniceerde wordt geconstrueerd in een sociale context; het is een actief proces.

Aan de hand van voorbeelden zoals biotechnologie, koolstofopslag en vaccinaties illustreerde hij dat wetenschapscommunicatie moet leren om de zorgen van verontruste burgers serieus te nemen: Iemand uitlachen die biotechnologie “onnatuurlijk” noemt, zal diens zorgen niet ineens wegnemen of hem op andere gedachten brengen. Zorgen over bijwerkingen van vaccinaties neerzetten als “gevaarlijke onzin” werkt waarschijnlijk ook niet; zeker niet als die zorgen al in belangrijke mate zijn verankerd door sociale constructie. Als je zegt dat de kans op een grootschalig CO2 lek maar heel klein is, krijg je als weerwoord “maar het is dus niet onmogelijk?!” Als mogelijke uitweg gaf hij aan om door te vragen wat er achter de zorgen schuilgaat: “Waarom vindt U dat onnatuurlijk”?

Jona Lendering: Een ander wetenschapsgebied dat te kampen heeft met desinformatie op grote schaal

De presentatie van Jona Lendering was vooral een feest van herkenning, maar dan bezien vanuit een voor mij grotendeels onbekend vakgebied. Hij vertelde hoe de Iranologie wordt aangevallen door “anti-wetenschappelijke geluiden”, die vooral lijken te komen van Iraanse ballingen die trouw zijn aan de Shah. Het oude Perzië wordt door hen voorgesteld als de bakermat van de moderne beschaving, iets dat volgens Lendering wetenschappelijke gezien onzin is.

Aangezien het wetenschappelijk establishment zich niet of nauwelijks in de publieke discussie op internet mengt, krijgen deze anti-wetenschappelijke geluiden steeds meer invloed op de publieke opinie: De wetenschap faalt in haar (vaak verwaarloosde) taak om het publiek te informeren. Het gevolg is: “bad information drives out good information”. Ook hekelde hij de “intense haat” waarmee de “aanvalsmachines” de wetenschap bestoken. Het was alsof ik naar een klimaatwetenschapper zoals Kevin Trenberth aan het luisteren was; de dynamiek tussen een sceptisch-cynisch deelpubliek en de gevestigde wetenschap was precies eender. Ook gaf hij een voorbeeld van hoe een blogger fouten bij een onderzoeksinstituut herkende en aanstipte (om aan te geven dat blogs niet alleen maar een vehikel voor “desinformatie” zijn).

Bart Verheggen: Dilemma’s in wetenschapscommunicatie

Ik had het daarna vooral over de dynamiek van de blog discussies en over de dilemma’s waarmee je te maken krijgt als je probeert wetenschappelijke inzichten over de brede bühne te brengen (presentatie slides zijn hier na te lezen). Daarbij greep ik geregeld terug op hetgeen door mijn voorgangers was verteld; er waren vele relevante dwarsstraatjes op te noemen. De dilemma’s die ik noemde zaten vooral op het vlak van de begrijpelijkheid tegenover de volledigheid. Zo wordt onzekerheid vaak anders geïnterpreteerd door het brede publiek dan door wetenschappers (zoals ook duidelijk wordt in het voorbeeld van van Woerkum over het ontsnappende CO2).

Cees van Woerkum gaf impliciet ook een ander dilemma aan (de laatstgenoemde in lijstje hierboven; nadien toegevoegd): Als wetenschapper kun je je niet zo eenvoudig meer beroepen op “luister maar naar mij, ik vertel wel hoe het zit” en moet je de zorgen van het publiek serieus nemen. Maar wat doe je als wetenschapper als de zorgen niet direct geuit worden, maar verkapt worden in wetenschappelijk klinkende (maar onjuiste of soms zelfs onzinnige) argumenten? “klimaatverandering komt door de zon” of “Iran is de bakermat vd westerse beschaving” of “van vaccinaties krijg je autisme”? De onderliggende reden voor dergelijke wetenschapsscepsis wordt vaak verbloemd. Je wordt als wetenschapper dus in een quasi-wetenschappelijk argument gezogen. Hoe anders kun je dan reageren dan te zeggen: “nee, zo zit het niet. Het zit zo, om deze en deze redenen”. Een dergelijke reactie wordt dan weer weggezet als “onterechte superioriteit van de wetenschap” (zie bijv het verslag van klimaatscepticus Theo Wolters over deze meeting ) Is “uitleggen hoe het volgens de wetenschap waarschijnlijk zit” een heilloze strategie? Hierover discussieerden Theo en ik op mijn blog nog verder. Jona Lendering deed ook nog een duit in het zakje op zijn blog.

In lijn met van Woerkum denk ik dat het vooral belangrijk is om in te gaan op de achterliggende ongenoegen over de klimaatwetenschap: We zouden tot de kern moeten doordringen van waarom we het zo oneens zijn over klimaatverandering (bijvoorbeeld door verschillen in wereldbeeld of risicobeleving) en het daarover hebben. Discussies over temperatuurreconstructies en feedbacks zijn heel interessant, maar raken niet aan de crux van waarom er zo’n heftig en gepolitiseerd publiek debat plaatsvindt over klimaatverandering. Per slot van rekening hebben we geen verhitte publieke discussies over het paringsgedrag van fruitvliegjes.

Botsing van ideologieen: De waarheid ligt niet per se in het midden

Martijn van Calmthout en Maarten Keulemans merken heel terecht het volgende op:

Klimaatdebat gaat niet om wetenschap maar om botsing van ideologieën

in hun reactie op de sceptische Wall Street Journal vertaling in de Volkskrant:

De critici hebben gelijk dat er politieke, maatschappelijke en economische krachten zijn die er baat bij hebben hel en verdoemenis te preken. Maar omgekeerd laten ook veel critici zich leiden door belangen, uiteenlopend van het in stand houden van de olie-economie tot de typisch Amerikaanse afkeer van staatsbemoeienis.

In dat intens gepolitiseerde krachtenveld vullen beide kampen de wetenschappelijke onzekerheidsmarges naar eigen believen in en misbruikt zowel links als rechts de wetenschap om zijn gelijk te halen.

Deze analyse klopt volgens mij, maar is tegelijkertijd incompleet. De (implicaties van de) klimaatwetenschappelijke inzichten conflicteren veel sterker met de ene dan met de andere ideologie: Aanhangers van de “anti-overheid” ideologie zijn daarom veel meer geneigd om die wetenschappelijke inzichten te vervormen. Bij andere wetenschappelijke thema’s (bijvoorbeeld vaccinaties) is het andersom, en wordt de wetenschap veeleer vervormd door aanhangers van een andere (“natuurlijkheids”) ideologie. Er is dus niets inherents goeds of fouts aan deze of gene ideologie, maar zij hebben allen hun eigen specifieke blinde vlekken wat betreft hun kijk op de werkelijkheid:

Rather than facts driving beliefs, our beliefs can dictate the facts we chose to accept

Van Calmthout en Keulemans proberen zichzelf in een objectief middenveld te manoeuvreren door beide kanten in gelijke mate te bekritiseren. De opmerking over Al Gore past daar ook heel goed bij. De waarheid heeft echter de vervelende eigenschap om zich niets aan te trekken van wat deze of genen erover zeggen, en dus ligt de waarheid niet per se in het midden. Het is heel goed mogelijk, en in dit geval zelfs waarschijnlijk, dat de ene kant de werkelijkheid meer geweld aandoet dan de andere kant.

(cartoon Tom Toles, via SkS)

De volgende tweet van Maarten Keulemans is illustratief voor het diepgewortelde geloof in hoe de waarheid wordt beïnvloed door het spectrum aan meningen:

Hoop lof over klimaatstuk met @vancalmthout in #vk. Paar linksen die het te rechts vonden. En paar rechtsen die het te links was. #inbalans

Een balans van meningen kan een bias betekenen qua wetenschappelijke geloofwaardigheid. Hoe daarmee om te gaan vormt een grote uitdaging voor de wetenschapsjournalistiek.

Lees ook deze schitterende parodie op de onenigheid tussen twee wetenschappers over de aard van een beestje: Is het eend of niet? Een zeer gebalanceerde journalist concludeert:

“Reputable scientists disagree. There is a debate. The question is far from settled. The truth probably lies between the two extremes of duck and not-duck.”

Over ideologische motieven om de wetenschappelijke inzichten geweld aan te doen schreef ik eerder het volgende (wie heeft er gelijk?):

Hoe verleidelijk is het om vanuit een wereldbeeld waarin elk overheidsingrijpen wordt verafschuwd, de bewijsvoering geweld aan te doen, als die zou kunnen leiden tot een sterkere roep voor overheidsmaatregelen? En hoe verleidelijk is het om vanuit een wereldbeeld waarin problemen juist het best door de overheid kunnen worden opgelost, een nepprobleem te verzinnen (of een bestaand probleem uit te vergroten) om daartegen maatregelen te verlangen? Is er een gebrek aan potentiële problemen dan, waar de overheid zich op zou kunnen storten?