Auteursarchief: Jos Hagelaars

Extreme Regenval: We zullen er aan moeten wennen

Op het moment van schrijven schijnt de zon in mijn woonplaats en maken mijn zonnepanelen en zonneboiler overuren. Het is warm en er is geen wolkje aan de lucht. Dat is niet de hele week zo geweest, want hier en daar heeft het toch wel even geregend in Nederland. En niet zo’n beetje ook! We zijn verrast met wolkbreuken en hoosbuien zoals bijvoorbeeld donderdag 21 juli door Willemijn Hoebert werd getoond op het NOS Journaal.

Figuur 1: Een beeld uit het NOS Journaal van 20.00 uur op 21 juli 2016.

Eerder dit voorjaar hebben we hier in Nederland en in onze buurlanden meer van dit soort extreme regenval gezien. Regen met een grote hoofdletter R. Plensbuien, ondergelopen akkerbouwgebieden, blank staande straten, boeren die zich slachtoffer voelen van klimaatverandering, water in huizen en zelfs modderstromen in Duitsland. Over dat laatste zei een collega van me op het werk: “Dat verwacht je hier in de buurt toch niet, zoiets gebeurt normaliter alleen in landen ver weg”.  Nou, onze verwachtingen zullen we wat bij moeten stellen als gevolg van de klimaatopwarming.

Lees verder

Open discussie voorjaar 2016

De eerste drie maanden van 2016 hebben mondiaal records opgeleverd, geen koude maar warme records. Global Warming dus. Zal het gehele jaar 2016 opnieuw een temperatuurrecord brengen of toch niet? Het Met Office meldde eind vorig jaar dat 2016 net zo warm zo niet warmer wordt dan 2015. Gavin Schmidt heeft op twitter onlangs een prognose gegeven voor geheel 2016, gebaseerd op de data van januari t/m maart van dit jaar: “99% chance of an annual record in 2016”.

De GISTEMP prognose volgens de methode van Schmidt levert een temperatuur voor 2016 op die wellicht weer boven het CMIP5 – RCP8.5 modelgemiddelde uitkomt (ref. periode 1986-2005). Ik ben benieuwd, voordat het jaar om is weten we meer :).

O, en de records van dit jaar hebben al geleid tot het bijstellen van y-assen van allerlei grafieken (bijv. hier en hier). Dat betrof naast de temperatuur ook de warmte-inhoud van de oceanen en de zeespiegelstijging.

Hier kunnen de inhoudelijke discussies over klimaatwetenschap en klimaatverandering worden gevoerd of voortgezet, die niet direct betrekking hebben op een specifiek blogstuk.

Het Vroeg Antropoceen en het voorkomen en uitstellen van een ijstijd

De afgelopen miljoen jaar zijn er diverse ijstijden en interglacialen geweest op aarde. Tijdens het Holoceen, dat circa 10,000 jaar geleden begon, is de mens afgestapt van het jagen en verzamelen, zijn we landbouw gaan bedrijven en sinds de industriële revolutie zijn we fossiele brandstoffen gaan gebruiken. Dit blogstuk gaat in op het ontstaan van de ijstijden, op de vraag of de activiteiten van de mens een ijstijd hebben voorkomen en in hoeverre die activiteiten de komst van een nieuwe ijstijd uitstellen.

In januari van dit jaar is er een nieuwe modelstudie van Ganopolski et al. verschenen waarin men heeft gekeken naar de aanvang van de ijstijden in de afgelopen 800.000 jaar en het mogelijke begin van een volgende ijstijd. Een ijstijd begint als er nieuwe ijskappen ontstaan op het noordelijk halfrond die langzaam maar zeker groter en groter groeien. De groei van ijskappen op het noordelijk halfrond wordt onder meer beïnvloed door de hoeveelheid zonne-energie die in de zomer op het noordelijk deel van het noordelijk halfrond valt en dat varieert onder invloed van wijzigingen in de baan van de aarde om de zon. In het kort: een ijskap begint te groeien op het land als er meer sneeuw valt dan er in de zomer weer wegsmelt, schematisch weergegeven in figuur 1. Voor een veel uitgebreidere uitleg zie de links onderaan dit blogstuk.

Figuur 1. Schematische weergave van het aangroeien van een ijskap op het noordelijk halfrond. De “Equilibrium line” is de grens tussen netto ijs-aangroei (boven de lijn) en -afname (onder de lijn). “P” is het zogenaamde climate point, het punt waar de equilibrium line het oppervlak raakt.
Bron: Ruddiman, Earth’s Climate Past and Future, 2008, second Edition, Figure 9-12 A-C.

Lees verder

Opwarming “slowdown”, een zeespiegel-hockeystick en andere nieuwe wetenschap

Hieronder enkele korte beschrijvingen van een paar klimaatwetenschappelijke onderzoeken die de afgelopen maand mijn interesse hebben getrokken en die hier op Klimaatverandering nog niet zijn besproken.

Early-2000s warming slowdown

Als je de oppervlaktetemperatuurdata vergelijkt met het gemiddelde van de klimaatmodeldata, zoals die in het laatste IPCC rapporten zijn gebruikt (CMIP5), dan is het duidelijk dat na het jaar 2000 de observaties aan de ondergrens liggen van de range van de modeldata. De snelheid van opwarming na 2000 is lager dan over de afgelopen 30 jaar en lager dan het modelgemiddelde: de “early-2000s warming slowdown”, beter bekend als de zogenaamde “hiatus” of “opwarmingspauze”. In een commentaar in het tijdschrift Nature begin februari nemen een aantal bekende klimaatonderzoekers (waaronder Fyfe, Meehl, Santer en Mann) nogmaals die periode na 2000 onder de loep (zie ook Ed Hawkins’ Climate Lab Book). Zij gebruiken de term “warming slowdown” voor deze periode, zie de figuur hieronder (figuur 1 uit het artikel van Fyfe et al.).

Figuur 1. Een vergelijking tussen observaties oppervlaktetemperature en de range van klimaatmodelresultaten (CMIP5). Bron Fyfe et al. Fig. 1.

Lees verder

De verreikende menselijke invloed op het klimaat

De laatste tienduizend jaar of zo zijn wij mensen druk bezig geweest hier op aarde en hebben we het aanzicht van onze thuisplaneet behoorlijk veranderd. We hebben huizen en flats gebouwd, wegen, dammen en kanalen aangelegd, stukken water ingepolderd en heel veel bossen verwijderd. Sinds de industriële revolutie zijn we naast het ontbossen op grote schaal fossiele brandstoffen gaan verstoken en samen met de cementproductie heeft dat geleid tot een forse toename van de concentratie van het broeikasgas CO2 in de atmosfeer (zie figuur 1). Andere activiteiten die we hebben ontplooid, hebben geleid tot de toename van de concentratie van andere broeikasgassen zoals bijvoorbeeld methaan (CH4) en lachgas (NO2) in de atmosfeer.

Figuur 1. De CO2-concentratie in de atmosfeer in de afgelopen 800.000 jaar. Bron Scripps.

De toename van broeikasgassen in de atmosfeer versterkt het broeikaseffect waardoor de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt, en daardoor ook het zeeniveau. De wetenschap bij monde van het IPCC vertelt ons dat ongelimiteerd doorgaan met het opstoken van fossiele brandstoffen tegen 2100 zal leiden tot minstens enkele graden opwarming en dat daar allerlei risico’s voor de mensheid en ecosystemen aan verbonden zijn. In het laatste IPCC rapport staan veel grafieken en tabellen met prognoses voor allerlei emissiescenario’s waarin informatie te vinden is hoe ons klimaat er mogelijk voor zal staan aan het einde van deze eeuw. Het jaar 2100 is dan ook veelvuldig zichtbaar als laatste jaar in die IPCC grafieken en tabellen en dat zie je ook in de berichtgeving in de media (als voorbeeld hier, hier of hier). Na 2100 komt echter gewoon 2101 en, mits de zon niet onverwacht een nova wordt, zullen er nog veel meer jaren volgen. Wat zal er (ver) na 2100 met het klimaat van onze aarde gebeuren, hoe verhoudt zich dat tot het verleden en hoever in de toekomst zal onze invloed op dat klimaat nog voelbaar en zichtbaar zijn? Deze vragen zijn het onderwerp van een nieuwe studie die onlangs is gepubliceerd in Nature Climate Change van hoofdauteur Prof. Peter Clark met bijdragen van een groot aantal andere bekende klimaatwetenschappers:
Consequences of twenty-first-century policy for multi-millennial climate and sea-level change

Lees verder

Satellieten, oppervlaktetemperatuur en opwarming

  • “Als alle data beschikbaar komen dan zullen we zien dat 2015 het warmste jaar zal zijn dat de aarde heeft meegemaakt sinds we betrouwbare data hebben.”
  • “Er is geen significante opwarming van de aarde gedurende de laatste 18 jaar.”

Twee citaten uit een video van Peter Sinclair die je onderaan dit blogstuk kunt vinden. De video is gemaakt naar aanleiding van een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat (8 december 2015) waarin presidentskandidaat Ted Cruz zijn beste ‘klimaatsceptische’ beentje voorzet. Het warmste jaar en tevens geen opwarming, om Frank Boeijen te parafraseren: Is iedereen de temperatuur-weg kwijt? Warmt de aarde nou op of niet? Daar kunnen we kort over zijn: Jazeker warmt de aarde op en wij mensen zijn daar de veroorzakers van.

Lees verder

De wondere warme wereld van Richard Tol

Maandag 21 december stond er een wonderbaarlijk interview met Richard Tol in het AD. Tol is hoogleraar economie van klimaatverandering aan de Universiteit van Sussex. Over het algemeen verwacht je redelijk genuanceerde en doordachte antwoorden bij een interview van een hoogleraar, in het AD laat Tol echter zien dat het tegendeel soms het geval is. Een reactie op dit interview, geschreven door Bart Strengers (PBL), Rik Leemans (Wageningen University) en Ben Lankamp (Weerplaza), is 22 december verstuurd naar het AD. De reactie is door het AD helaas niet geplaatst en de tekst van de reactie is nu integraal opgenomen onderaan dit blogstuk. De koptekst van de reactie luidde: “De wondere warme wereld van Richard Tol”.

De figuur hieronder uit het IPCC AR5 rapport (werkgroep 2) visualiseert een samenvatting van de risico’s die wij als mensheid lopen bij voortgaande klimaatverandering. Die risico’s nemen toe naarmate de opwarming van de aarde toeneemt.


Lees verder

COP21 – Het klimaatakkoord van Parijs

Door Bart, Bob, Hans en Jos

Je kunt op verschillende manieren aankijken tegen het klimaatakkoord dat in Parijs is overeengekomen:

  • Er is unaniem een verscherpte ambitie overeengekomen: Onder de twee graden, liefst zelfs onder de anderhalf. In de tweede helft van deze eeuw beloven we met z’n allen broeiksgas-neutraal te zijn (waarbij de uitstoot gelijk is aan de opname). Alle landen nemen een verantwoordelijkheid en sommige elementen van het verdrag zijn juridisch bindend. Dit kan terecht historisch genoemd worden.
  • Die ambities zijn natuurlijk mooi, maar aan de andere kant moeten de gezamenlijke beloftes (de zogenaamde INDC’s) van alle landen nog flink aangescherpt worden om ook maar in de buurt te komen van die ambitieuze doelstellingen. Het wie, hoe en wanneer van ‘decarboniseren’ (een woord dat overigens niet voorkomt in het akkoord, mede op aandringen van Saoedi-Arabië) is dus niet in detail vastgelegd.

Uiteindelijk staat of valt het ermee hoe dit akkoord wordt opgepakt door overheden en bedrijfsleven: Gaat van dit akkoord een momentum uit waarmee de transitie naar een duurzame, broeikasgas-neutrale economie daadwerkelijk wordt ingezet, of blijft duurzaamheid het onderspit delven ten opzichte van korte termijn belangen, zoals tot nu toe meestal het geval lijkt te zijn? Of we de mooie ambities gaan halen is dus nog maar zeer de vraag. Wel kan er vanaf nu met dit akkoord gezwaaid worden om overheden en bedrijven onder druk te zetten hun emissies te reduceren.

Heleen de Coninck geeft in een kort stukje aan waar volgens haar de significante vooruitgang zit bij dit klimaatakkoord. Naast de aangescherpte ambitie qua temperatuurgrens zijn er meer nieuwe aspecten aan dit akkoord: Zo is er afgesproken dat in de tweede helft van deze eeuw er een balans moet zijn tussen de uitstoot en de opname van broeikasgassen, oftewel we moeten dan broeikasgas-neutraal zijn met z’n allen (al heeft dat woord het niet gehaald in de eindtekst). Daartoe moeten landen zo snel mogelijk pieken in hun emissies om daarna snel te dalen. Een aantal eerdere beslissingen (bijvoorbeeld de financiering voor adaptatie en mitigatie in ontwikkelingslanden van minimaal $100 miljard per jaar) zijn nu bekrachtigd in het akkoord, hetgeen het toch iets meer zekerheid geeft. De verschillende perspectieven (half vol/half leeg) komen ook in haar stuk terug:

“It shows a probably unrealistic but nevertheless much-needed signal that the world should try limiting global mean temperature rise to “well below” 2 degrees centigrade compared to pre-industrial levels.”

De tekst van het akkoord (waarschuwing: onleesbaar jargon) is te vinden bij de United Nations Framework Convention On Climate Change. Het akkoord is ook ondertekend door de EU (waaronder Nederland) en gaat in 2020 in, als het door minstens 55 landen wordt geratificeerd, die tezamen voor minstens 55% van de mondiale emissies verantwoordelijk zijn. Tot die tijd geldt formeel voor de landen die in Doha getekend hebben een verlenging van het “Kyoto Protocol”, maar dat betreft slechts 15% van de mondiale CO2-emissies.

De bevindingen van de klimaatwetenschap, zoals in de IPCC rapporten beschreven, vormen de basis van de VN onderhandelingen en van dit klimaatakkoord. De risico’s van ongebreidelde klimaatverandering en de noodzaak van emissiereductie om het gestelde doel te halen, worden erkend. Als je lange tijd doorbrengt met oeverloze discussies met ‘sceptici’ is dit wel een goede reality-check:

“Recognizing that climate change represents an urgent and potentially irreversible threat to human societies and the planet and thus requires the widest possible cooperation by all countries, and their participation in an effective and appropriate international response, with a view to accelerating the reduction of global greenhouse gas emissions,
Also recognizing that deep reductions in global emissions will be required in order to achieve the ultimate objective of the Convention and emphasizing the need for urgency in addressing climate change,..”

Een mooie illustratie van de noodzaak om iets aan klimaatverandering te doen verschaffen de onderstaande grafieken uit Ricke et al. 2015. De grafieken laten tevens zien dat de impact van klimaatverandering voor sommige systemen, zoals de koraalriffen en het akkerland voor basisvoedingsmiddelen, al hoog is bij een relatief geringe opwarming om daarna te verzadigen.

Lees verder

Rustig slapen bij “Pro en Contra” over klimaatmaatregelen in de Volkskrant

Mijn dag op zaterdagmorgen begint normaliter met wat geblader door mijn krant, de Volkskrant. Door de klimaattop in Parijs staat er de laatste tijd veel in over het klimaat. De kop op de voorpagina luidde zaterdag bijvoorbeeld: “Zo helpt u de aarde redden”. Niet dat de kans dat onze planeet de komende miljoenen jaren in zijn geheel zal vergaan erg groot is, maar het was een aardig verhaal over wat je zelf kunt bijdragen om je CO2-uitstoot te verminderen en waarom we dat vaak nalaten. In de wetenschapsbijlage “Sir Edmund” stond een interessant stuk over het smeltende ijs in de Alpen. Tja, dan de opiniepagina’s. Daarin stond een Pro & Contra meningen-stuk met als titel “Maatregelen klimaattop – Kunnen we rustig slapen?”.

Twee journalisten komen aan het woord: Martijn van Calmthout, wetenschapsredacteur bij de VK, vertegenwoordigt de “Contra-mening”. Dat is een mooi verhaal over cynisme betreffende de zoveelste klimaattop, zorgen over de toekomstige klimaatveranderingen die we zelf veroorzaken, dat we aan de slag moeten en met de slotzin: “En gaan slapen biedt nachtrust, geen soelaas”. Voor de onvermijdelijke journalistieke balans moest er voor de “Pro-mening” natuurlijk een ‘scepticus’ worden uitgenodigd en daarvoor kom je in Nederland tegenwoordig in 9 van de 10 gevallen bij Marcel Crok terecht. Op zich goed om twee journalisten tegenover elkaar te zetten, al is het nog altijd een scheve vertoning natuurlijk, zeker omdat Crok het nauwelijks over de maatschappelijke aspecten heeft maar vooral de wetenschap bekritiseert. Zijn stuk was – zoals zo vaak – een lange aanval op de bevindingen van de klimaatwetenschap en volgens hem kunnen we rustig gaan slapen, er is, zoals Colijn al ooit zei, voorshands geen enkele reden om werkelijk ongerust te zijn.

De lezer zou er beter aan doen om wat sceptisch te worden bij de boodschap van het “Pro-mening” stuk van Crok. Ik miste bij dat stuk een kader waarin de uitspraken van de opiniegever wetenschappelijk geduid worden, voor de minder ingevoerde lezer toch handig om de meningen in het juiste wetenschappelijke perspectief te kunnen plaatsen. Daarom doen wij hier maar weer een poging, zoals al zo vaak: bijvoorbeeld hier, hier, hier, hier, hier of hier en de serie “De sceptische top 10 of: waarom klimaatsceptici ongeloofwaardig zijn”. Een kritiek op het boek van Marcel Crok, “De staat van het klimaat”, kun je op het Klimaatportaal vinden.
Lees verder

Open discussie winter 2015 – 2016

Onze vorige open discussie heette “Open discussie voorjaar 2015”. Je zou je door de hoge begin temperatuur van de maand november nog in het voorjaar hebben kunnen wanen, maar nu staat toch echt de winter voor de deur. Tijd dus voor de “Open discussie winter 2015 – 2016”. Met die 16 zitten we volgend jaar ook nog goed :).

De afgelopen tijd staat het klimaat en de klimaatwetenschap volop in de belangstelling. De klimaattop die maandag 30 november in Parijs van start gaat heeft daar absoluut aan bijgedragen. Daarnaast levert 2015 vrijwel zeker een nieuw record op qua mondiale oppervlaktetemperatuur, zie de KNMI grafiek hieronder. 2015 zal waarschijnlijk ook het laatste jaar in een lange tijd zijn dat de jaargemiddelde CO2 concentratie lager zal zijn dan 400 ppm. Voer voor discussie te over lijkt ons zo.


De hoogste decadegemiddelde temperatuur in De Bilt voor de eerste twee decaden van november. Bron: Weergegevens.nl.


Waargenomen jaargemiddelde temperatuurafwijking (rood) en schatting van de invloed van de mens (paars) en de totale invloed inclusief vulkaanuitbarstingen en variaties in zonnestraling (blauw) (bron: KNMI)

Hier kunnen de inhoudelijke discussies over klimaatwetenschap en klimaatverandering worden gevoerd of voortgezet, die niet direct betrekking hebben op een specifiek blogstuk.