Meer kritiek op economische modellen

We hebben hier al eerder geschreven over kritiek die wordt geleverd op de zogenaamde Integrated Assessment Models (IAM’s). Dit zijn – de naam zegt het al – modellen die kennis uit verschillende wetenschappelijke disciplines combineren tot een integrale beoordeling. Zo’n beoordeling kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om beleidsbeslissingen te ondersteunen. Vaak combineren zulke modellen kennis uit natuur- en sociale wetenschappen, waarmee interacties tussen omgeving, economie en maatschappij geanalyseerd kunnen worden. Het in Nederland ontwikkelde IMAGE model uit 1990 is een van de eerste IAM’s. Een ander bekend – sommigen zullen het liever ‘notoir’ noemen – voorbeeld is het DICE model van William Nordhaus.

Schematische weergave van het IMAGE model. Bron: PBL.

Deze modellen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om de kosten van klimaatbeleid te vergelijken met de schade die ontstaat door klimaatverandering. Of om sociaaleconomische scenario’s (zoals de door het IPCC gehanteerde Shared Socioeconomic Pathways of SSP’s) te ontwikkelen waarmee bepaalde klimaatdoelen behaald kunnen worden. Maar de uitkomsten van modelstudies hangen natuurlijk wel af van de aanname die er bij de bouw in de modellen zijn gestopt. Een lastig punt, omdat gebruikers van deze modellen, of van de resultaten van onderzoeken waarin ze worden gebruikt, niet altijd op de hoogte zijn van wat er “onder de motorkap” precies gebeurt. Terwijl er niet altijd volledige wetenschappelijke overeenstemming is over aannames die wel grote invloed kunnen hebben op modelresultaten.

Een afgelopen maand verschenen rapport richt zich op een specifiek onderdeel van IAM’s, namelijk de schadefunctie. Dat is een wiskundige vergelijking waarmee de wereldwijde economische schade wordt geschat die het gevolg is van een bepaalde mate van opwarming van het klimaat. Het zal duidelijk zijn dat de aannames die aan de basis liggen van zo’n schadefunctie een enorme invloed kunnen hebben op modeluitkomsten.

Het oordeel van natuurwetenschappers

Het rapport is uitgebracht door het Carbon Tracker Initiative. Dat is een denktank die de invloed van klimaatverandering en de energietransitie op financiële markten onderzoekt. De manier waarop ze dit onderzoek aanpakten, was onconventioneel en interessant. Ze hebben klimaatonderzoekers met een natuurwetenschappelijke achtergrond (“scientists” dus, en geen “scholars”) gevraagd om mee te doen aan een enquête over schadefuncties. Een aantal van de respondenten nam vervolgens ook deel aan enkele “virtuele workshops”.

Veel van de benaderde wetenschappers reageerden terughoudend, omdat ze vonden dat ze niet de expertise hadden om er iets over te kunnen zeggen. Terwijl je op basis van natuurwetenschappelijke redeneringen wel degelijk heel zinnige dingen kunt zeggen over de schade die kan ontstaan door klimaatverandering. Want uiteindelijk gaat het allemaal over thermodynamica en dynamica in het klimaatsysteem, en het effect daarvan op allerlei fysische systemen. Zonder zulke fysische effecten zou klimaatverandering geen invloed hebben op de economie, of onze gezondheid, of de biodiversiteit.

Het is riskant om in algemene zin kritiek te leveren op “de IAM’s”. Er zijn er een heleboel, en er zijn aanzienlijk verschillen, bijvoorbeeld in de specifieke toepassing waarvoor ze zijn ontwikkeld. Er zullen modellen bestaan zonder schadefunctie, omdat die voor hun toepassing niet nodig is. Het lijkt me ook goed mogelijk dat er IAM’s bestaan die zijn ontwikkeld door multidisciplinaire teams met een grote inbreng van bijvoorbeeld atmosferisch wetenschappers. Maar afgaand op de resultaten van het onderzoek van het Carbon Tracker Initiative zal dat niet altijd het geval zijn geweest.

De resultaten

Voordat ik inga op de resultaten van het onderzoek, eerst een punt van kritiek. Ik kan uit het rapport niet opmaken waarop de deelnemende wetenschappers hun antwoorden baseerden. Was dat hun eigen kennis over deze modellen en hun schadefuncties? Of op informatie die ze kregen van de onderzoekers? Of waren de vragen zo gedetailleerd dat de benodigde informatie daarin besloten zat? Een overzicht van de gestelde vragen en gegeven antwoorden had daar mogelijk wat duidelijkheid over kunnen geven, maar dat is niet gepubliceerd.

De schadefunctie uit opeenvolgende versies van het DICE model. Bron: Keen et al. 2021.

Als ik de kritiek op schadefuncties uit het rapport zo kort mogelijk probeer samen te vatten, dan komt het erop neer dat het hoge aggregatieniveau van de resultaten van IAM’s (en ook van de schadefuncties in die modellen, zie bijvoorbeeld de afbeelding hierboven) het zicht wegneemt op de realiteit. Het lijkt aantrekkelijk, een duidelijke uitkomst die in een oogopslag in indicatie geeft van te verwachten risico’s of schade. Maar het kan ook zijn doel voorbijschieten, als niet meer duidelijk is waar die uitkomst precies voor staat. Een rijtje abstracte getallen doet onvoldoende recht aan de veelomvattendheid van klimaatverandering.

Extremen en niet gemiddelden zijn bepalend

Schade en menselijk leed ontstaan vooral door lokale extremen, en niet door de verandering van de gemiddelde wereldtemperatuur. Fysici zullen hierbij mogelijk denken aan het onderscheid tussen thermodynamica en dynamica dat vaak wordt gemaakt in de klimaatwetenschap. Mondiale opwarming is een thermodynamisch effect, dat gevolgen heeft voor de dynamiek in het systeem, waardoor uiteindelijk extremen ontstaan. Maar er is geen eenvoudig, lineair verband tussen thermodynamica en dynamica. Een schadefunctie die schade correleert aan de gemiddelde wereldwijde opwarming kan daarom hooguit een ruwe benadering geven van de werkelijkheid.

Een sprekend voorbeeld: modellen die een eenvoudig verband veronderstellen tussen temperatuur en schade, zouden het stilvallen van de AMOC positief kunnen beoordelen. Omdat het voor een forse, tijdelijke afkoeling zou kunnen zorgen in veel van de rijkste delen van de wereld. Het is evident dat dit niet overeenstemt met de werkelijke gevolgen.

Ook de maat waarin de schade vaak wordt uitgedrukt, het mondiale BBP, geeft weinig zicht op de werkelijkheid. Als een van de armste landen in de wereld volledig onleefbaar zou worden zou dat bijvoorbeeld weinig invloed hebben op de omvang van de wereldeconomie. Maar het leed voor de bevolking van dat land is niet te overzien.

Risico’s kunnen niet goed ingeschat worden op basis van gemiddelden alleen. Bij de afweging van risico’s gaat het immers niet alleen om de meest waarschijnlijke uitkomst, maar ook om de vraag of de ergst denkbare uitkomst met voldoende waarschijnlijkheid uit te sluiten is. Overigens schreven enkele klimaatwetenschappers onlangs een commentaar in Nature met vergelijkbare kritiek op het IPCC. Zij vinden ook daar de nadruk nog altijd teveel op gemiddelden ligt, ook al is er in de loop van de tijd wel meer aandacht gekomen voor extremen. Maar volgens de critici zijn IPCC-rapporten nog altijd geen volwaardige risico-analyses.

Schade en vooruitgang verlopen niet lineair

Complexe economische, sociale en fysische systemen zijn dynamisch en niet lineair. Ze kunnen meestal kleine schommelingen opvangen. Maar worden veranderingen te groot, of gaan ze te snel, dan kunnen er kantelpunten gepasseerd worden, met ingrijpende en moeilijk voorspelbare gevolgen. Observaties van het gedrag van zulke systemen in het verleden kunnen daarom niet zomaar doorgetrokken worden naar een toekomst die 2 graden warmer is, of nog meer. De ontwikkeling van mogelijkheden voor mitigatie of adaptatie zal ook niet altijd geleidelijk en voorspelbaar verlopen. Sommige ontwikkelingen kunnen sprongsgewijs vooruitgaan en andere helemaal vastlopen.

Het verleden hoeft dus geen goede voorspeller te zijn van de toekomst. Zeker niet omdat we weten dat we ingrijpende veranderingen tegemoet kunnen zien bij een doorgaande opwarming. En dus kunnen er ook vraagtekens worden geplaatst bij de aanname in vrijwel alle modellen dat de wereldeconomie blijft groeien tot het eind van deze eeuw. Zijn behaalde resultaten in het verleden een garantie voor de toekomst?

Schade is cumulatief en langdurig

Veel IAM’s benaderen de schade die door klimaatverandering ontstaat alsof het om een serie losstaande gebeurtenissen zou gaan. Dat zal steeds minder het geval zijn, naarmate het meer opwarmt. Er kunnen bijvoorbeeld cascade-effecten ontstaan. Zoals door een serie van misoogsten, die leidt tot migratiestromen van het platteland naar steden, vervolgens tot sociale of politieke onrust in die steden waardoor weer nieuwe migratiestromen ontstaan. Herstel na een grote natuurramp kost tijd, en niet alleen in arme landen, zoals bijvoorbeeld bleek na orkaan Katrina. Neemt het aantal extreme gebeurtenissen toe, dan kan dit ten koste gaan van de veerkracht, wanneer klappen elkaar zo snel opvolgen dat er onvoldoende tijd is voor herstel.

Dit type effecten kan op allerlei niveaus optreden: in specifieke economische sectoren, in (meer of minder) kwetsbare regio’s, maar ook in de wereldeconomie als geheel. De geraadpleegde klimaatwetenschappers menen dat IAM’s niet in staat zijn om ze geloofwaardig te simuleren.

En nu?

Het rapport doet aanbevelingen voor verbeteringen. Natuurlijk zijn die zinnig, maar toch blijf ik een beetje sceptisch. Natuurlijk kunnen IAM’s modellen helpen om meer inzicht te krijgen in de economische gevolgen van klimaatveranderingen. Maar ze bieden ook schijnzekerheid. En dat zullen betere, maar nog steeds behoorlijke onzekere modellen niet oplossen.

Natuurwetenschappers die zich bezighouden met het klimaat maken al lang onderscheid tussen beter en minder goed te modelleren aspecten. Mede daarom onderscheiden ze de thermodynamica en de dynamica binnen het klimaat. Thermodynamica volgt onwrikbaar vaststaande natuurwetten, die in belangrijke mate bepalend zijn voor het planetaire klimaat. Dat broeikasgassen de aarde opwarmen volgt direct uit de logica van de thermodynamica. Het is relatief eenvoudige natuurkunde, die basis vormde voor de conclusie die experts rond 1980 al trokken: onze uitstoot warmt de aarde op.

Dynamica voegt een bepaalde onvoorspelbaarheid toe, die je “het weer” zou kunnen noemen. Chaotisch, maar wel nog altijd begrensd door natuurwetten. Dynamica brengt wel een belangrijke onzekerheid met zich mee, namelijk de mogelijkheid van kantelpunten. Ook zorgt de dynamica in het klimaat ervoor dat de gevolgen niet overal hetzelfde zijn. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat een stukje van de planeet juist afkoelt, terwijl de rest opwarmt. Een chaotisch systeem volgt nog steeds deterministische natuurwetten, en dus is er in principe te beredeneren en te modelleren wat er kan gebeuren. Maar er zal altijd een bepaalde onzekerheid overblijven.

Voegen we ook de mens toe, dan komt er een element in een model dat helemaal niet te voorspellen is op basis van natuurwetten. Er zijn geen wetmatigheden om te voorspellen wat wij zullen doen in een sterk veranderende wereld. Er zijn alleen nog conventies, waarmee geprobeerd kan worden om daar grip op te krijgen. Stop je die conventies in een model, dan beperken ze de mogelijke uitkomsten. De gesimuleerde samenleving wordt star. Wordt zo’n model vervolgens gebruikt om beleid te ondersteunen, dan zou die starheid een selffulfilling prophecy kunnen worden. Er zijn critici van IAM’s die precies dat betogen.

De belangrijkste les lijkt me dat we veel beter moeten leren leven met onzekerheid. Zelfs de beste modellen nemen die niet weg. Dat erkennen is veel zinniger dan je vastklampen aan schijnzekerheid.

33 Reacties op “Meer kritiek op economische modellen

  1. Andre van Hooren

    Een mooi en kritisch overzicht. Ik heb de oorspronkelijk rapporten niet gelezen, maar het gebruik van het Bruto Nationaal Product vergeet iets: de nationale productie zal voor een groot deel gebruikt worden voor adaptatie, en zal dus het welvaartsniveau verlagen. Als Nederland bijvoorbeeld een paar procent van het BNP moet gebruiken om dijken extreem te verhogen, reusachtige pompen bouwt bij Rotterdam om het rivierwater in zee te krijgen, enz., zal de welvaart dalen – maar het BNP zal stijgen door de volledige werkgelegenheid die nodig is voor deze adaptatie. De gewone burger zal dit terugzien als sterk verhoogde belastingen, waarbij inkomen van burgers gebruikt wordt voor beveiliging van Nederland.
    In een recent onderzoek naar het (gedeeltelijk) stilvallen van de North Atlantic Subpolar Gyre (SPG) wordt de vrees uitgesproken dat landbouw in het VK vrijwel onmogelijk wordt. De kosten om dit op te vangen zullen enorm zijn – economische activiteiten zullen ook hier verschuiven naar dure adaptatie. En dat hoeft niet ten koste te gaan van het BNP. (Toelichting: ik ben econoom.)

    Geliked door 1 persoon

  2. Andre,

    Betekent dit dan ook dat we eigenlijk niet ontkomen aan de wens tot economische groei? Namelijk om toch nog enigszins alle toenemende uitgaven, ook voor andere zaken als klimaatadaptatie zoals defensie en vergrijzings/zorgkosten te kunnen betalen zonder al te veel te verarmen? En zijn dan ook ideeen omtrent degrowht praktisch gezien naief te noemen? Ook omdat we leven in een wereld van geopolitieke machtsverhoudingen?

    Like

  3. Hans Custers

    André,

    Dat klopt helemaal. En ook al het werk dat gedaan moet worden om schade te herstellen, na bijvoorbeeld een overstroming of een orkaan, draagt bij aan het BBP.

    Like

  4. Ik heb het idee dat deze (of zelfs alle) modellen zich richten op slechts deelaspecten van de Antropocene realiteit waar we mee geconfronteerd worden. Dat is ook wel weer logisch wellicht. Het Antropoceen kan echter worden gezien als een multi-aspectueel ontwrichtingsproces, niet meer in modellen te vangen. Kwaliteiten zoals waarden, betekenis, zin, lijden en onheil passen daar niet in, terwijl het meetbare uiteindelijk niet het meest belangrijke is.

    We kunnen een aantal onderling verbonden fundamentele zijnsaspecten (naar de modale aspectenleer van de filosoof Herman Dooyeweerd) op een rijtje zetten en dezen betrekken op de Antropocene ontwikkeling. De samenhang van de zijnsaspecten toont ons dat de Antropocene veranderingen een totaalontwrichting betekent door de onderlinge verwevenheid van de modale aspecten in hun natuur-cultuur-sferen-verstrengeling. De modale aspecten infecteren elkaar in wisselwerking. Sommige aspecten (de eerdere, ‘lagere’) zijn meer natuurgerelateerd, ander aspecten (de latere, ‘hogere’) zijn meer cultuurgerelateerd. Het is een totale subject-object crisis van de modale ervaringswerkelijkheid.

    Numeriek: zoals Exponentiële groei van bevolking; CO₂ in ppm. Met als kenmerk: meetbare grootheden.

    Ruimtelijk: verstedelijking; fragmentatie van ecosystemen; globalisering. Met als Antropoceen kenmerk: ruimtelijke disbalans tussen consumptie en productie.

    Kinetisch (beweging): versnelling (transport, logistiek, kapitaalstromen); “Great Acceleration” na 1950. Met als Antropoceen kenmerk: structurele versnelling van natuurcultuurverstrengelde patronen.

    Fysisch: klimaatverandering; chemische vervuiling; energieverbruik. Met als Antropoceen kenmerk: verstoring van natuurlijke evenwichten.

    Biotisch: massale soortensterfte; monoculturen; bodemuitputting. Met als Antropoceen kenmerk: instrumentalisering van leven.

    Psychisch (gevoelsaspect): eco-angst; klimaatdepressie; onthechting van natuur. Met als Antropoceen kenmerk: psychische spanning tussen welvaart/welzijn en existentiële dreiging.

    Logisch-analytisch: technocratische beheersingslogica; data-gedreven beleid; klimaatmodellen. Met als Antropoceen kenmerk: natuur primair beschouwt als probleem-object.

    Historisch cultuurvormend: fossiele moderniteit; industriële revolutie; extractivisme. Met als Antropoceen kenmerk: cultuurmacht zonder normatieve begrenzing.

    Linguaal: framing (“groene groei”, “duurzame ontwikkeling”); narratieven over vooruitgang. Met als Antropoceen kenmerk: taal legitimeert exploitatie of transitie.

    Sociaal/politiek: klimaatongelijkheid; Noord-Zuid verhoudingen; geopolitieke spanningen; generatieconflict. Met als Antropoceen kenmerk: het Antropoceen is sociaal ongelijk verdeeld.

    Economisch: groei-ideologie; externe kosten; schaarstemanagement. Met als Antropoceen kenmerk: het Economische aspect overheerst andere aspecten.

    Esthetisch: verlies van landschappelijke harmonie; industriële monoculturen; natuur als recreatief decor. Met als Antropoceen kenmerk: disharmonie tussen mens en omgeving.

    Juridisch: klimaatrechtszaken; rechten van natuur; intergenerationele rechtvaardigheid. Met als Antropoceen kenmerk: juridisch zoeken naar normherstel.

    Ethisch (liefde, zelfgave): zorg voor toekomstige generaties; duurzame levensstijl; ecologische deugdethiek. Met als Antropoceen kenmerk: de vraag naar zelfbegrenzing en verantwoordelijkheid.

    Pistisch (geloof/ultieme toewijding): geloof in vooruitgang; technosolutionisme; ecospiritualiteit; post-seculiere klimaatactivisme. Met als Antropoceen kenmerk: het Antropoceen is diep religieus geladen. Hier wordt de grondhouding zichtbaar: is de mens heer, rentmeester, onderdeel van Gaia, of schepper van een post-natuur?

    De natuurcultuurverstrengelde machten&krachten, structuren en patronen worden nu, zoals we volgens mij kunnen zien boven de macht van de mens uitstijgend, in toenemende mate ruimtelijk en temporeel autonoom, expansief en grenzeloos. Het Antropoceen toont meerdere fundamentele spanningen tussen modale zijnsaspecten.

    Like

  5. goffredofabbro

    Hans,

    wat mij betreft een heldere en ter zake doende conclusie van het blogstuk!

    IAM is welbeschouwd spul voor de wetenschappelijke prullenmand en onbetrouwbare info bron voor beleidmakers. En het zal om drie redenen nog een erger rommeltje dan ’t al is.

    – Blinde vlek voor de aannames van economisch goei-potentieel. Zie https://www.trouw.nl/buitenland/econoom-arnaud-orain-maakt-zich-zorgen-het-roofkapitalisme-van-nu-is-vergelijkbaar-met-de-hoogtijdagen-van-de-voc~ba1b9317/

    – Wetenschappers baseren zich in toenemende mate op calculatie-machinerie. Zie https://cesarhidalgo.com/blog/2026/3/6/an-ai-tsunami-is-about-to-hit-science?fbclid=IwY2xjawQYImlleHRuA2FlbQIxMQBzcnRjBmFwcF9pZBAyMjIwMzkxNzg4MjAwODkyAAEeN37cyamSXT1mjTBVmV172qULi770jXFR_jRP-Dxcr6Va7XBQwquvk-c2GlY_aem_izzLqrJBc8_GYbOcLCmYIQ

    – De geopolitieke constellatie anno 2026 v.v. is onmogelijk overzichtelijk.

    Ik mag hopen dat toekomstige IPCC rapportages de IAM prullen afserveren in een voetnoot en met wetenschappelijk met iets beters op de proppen komen.

    Like

  6. Hans Custers

    Goff,

    De wetenschappelijke prullenmand gaat me te ver. Onvolmaakte modellen – en alle modellen zijn in meer of mindere mate onvolmaakt – kunnen nog steeds helpen om inzicht te verwerven. Natuurwetenschappelijke klimaatonderzoekers kiezen soms bewust voor eenvoudigere (en dus minder nauwkeurige) modellen, omdat die inzicht geven in wat er op basaal niveau gebeurt. Die kennis kan dan weer gekoppeld worden aan wat er bekend is over processen op andere niveaus.

    Voor wetenschappers is het juist interessant om te zien wat een model niet goed simuleert. Want daar valt iets te leren. Voor beleidsmakers is dat vanzelfsprekend anders.

    In alle gevallen is het wel belangrijk dat gebruikers van modellen goed op de hoogte zijn van de beperkingen, van de aannames die erin zitten, en van de mogelijke gevolgen daarvan voor de resultaten. En daar moeten ze ook in hun rapportages duidelijk over zijn. Volgens mij zit vooral daar het probleem.

    Like

  7. goffredofabbro

    Hans,

    “Onvolmaakte modellen – en alle modellen zijn in meer of mindere mate onvolmaakt – kunnen nog steeds helpen om inzicht te verwerven.”

    Nee, IAM’s zijn geen modellen maar futurologische fantasie, een essentieel verschil. Het probleem zit niet bij de gebruikers van IAM’s maar bij de opstellers ervan. Met wetenschap heeft het helemaal niks te maken. En ik neem er gif op in dat de IPCC redacteuren zich naarstig achter de oren krabben. Het zou wel wat zijn als een onderzoeksjournalist daar eens goed naar keek.

    Like

  8. Lennart van der Linde

    Goff, dank voor de twee links: goed om even op te kauwen, voor mij in ieder geval!

    Like

  9. goffredofabbro

    Jaap,
    “… terwijl het meetbare uiteindelijk niet het meest belangrijke is.”
    Huh? Elk levend wezen is een belichaamd en mobiel meetapparaat dat zijn omgeving aftast, sondeert en langs zijn specifieke meetlat legt. Zonder meten geen weten, voor niemand.
    Het punt hier is dat IAM’s niks meten, het zijn fantasie-en. Evenals de vijftien zijnsmodaliteiten die ‘filosoof’ Herman Dooyeweerd een eeuw geleden uit z’n platonistische/calvinistische duim heeft gezogen.

    Like

  10. goffredofabbro

    Jaap,

    nog effe een toevoeging, bedoeld als hart onder je ‘pistische’ riem. Levende wezens hebben als toewijding te proberen voort te leven. Dat is (kort door de bocht gezegd) thermodynamica gecombineerd met Darwin. Er zijn nogal wat diersoorten in de geohistorie die het niet is gelukt maar de planeet blijft gewoon rondjes om de zon draaien zolang die blijft schijnen. Met of zonder homo sapiens, het maakt de planeet niet uit en de zon ook niet.

    Like

  11. Dirk Roorda

    Goff,

    “Elk levend wezen is een belichaamd en mobiel meetapparaat dat zijn omgeving aftast, sondeert en langs zijn specifieke meetlat legt. Zonder meten geen weten, voor niemand.”

    Ja en? Daarmee is meten nog niet hetzelfde als weten. Het omgekeerde geldt namelijk ook: zonder weten geen meten. Je moet namelijk ook een idee hebben wat je meet, en wat de uitkomsten dan te zeggen hebben. Je hebt ook een waarderingssysteem nodig om te bepalen of de uitkomsten voordelig of nadelig zijn. En je hebt een beslissingssysteem nodig om op basis van die waardering tot een actie te komen.

    Dat zijn allemaal te onderscheiden systemen die voor elk levend wezen belangrijk zijn. Die systemen hebben elk hun eigen logica, en die logica ligt deels binnen en deels buiten het individu. Daarmee opereren levende wezens met enorm rijke inputs, waar de ervaring van generaties in opgeslagen kan liggen, en voor de mens geldt dat juist die ervaring cruciaal is voor zijn identiteit en handelen.

    Ga je dat allemaal reduceren tot “meten”?

    Ik vind een dergelijk plat en oppervlakkig argument bizar voor jou, die in dezelfde post een betere denker als jezelf, namelijk Herman Dooyeweerd, beticht van duimzuigerij.

    Weet jij wel iets van kennisopbouw, kennisrepresentatie, het verschil tussen begrijpen, waarderen en beslissen? Of wil je dat niet weten omdat je een sterk reductionistische bril op hebt?

    Het soort reductionisme dat je te pas en te onpas van stal haalt, herken ik uit de jaren 80, toen het al over zijn hoogtepunt heen was. De werkelijkheid zit subtieler in elkaar, zoals voldoende echte filosofen hebben laten zien.

    Like

  12. goffredofabbro

    Dirk,

    ik was op een reactie als de jouwe voorbereid. Dus om kort te gaan: zonder meten ben je gedoemd tot intuitie, metafysica. Heike Kamerlingh Onnes (1853- 19262) zei het: weten gaat via meten en niet omgekeerd. De universiteit van Leiden heeft het niet voor niets in zijn motto.

    Wat betreft je aantijging dat ik reductionistisch spul van stal haal, check effe de epistemologische gastblogposts van mijn hand die hier ruim een decennium geleden zijn gepubliceerd. Ga ik nu niet herhalen dus kom maar terug als je dat spul gelezen hebt.

    Like

  13. Dirk Roorda

    Goff,

    “ik was op een reactie als de jouwe voorbereid. Dus om kort te gaan: zonder meten ben je gedoemd tot intuitie, metafysica. Heike Kamerlingh Onnes (1853- 19262) zei het: weten gaat via meten en niet omgekeerd. De universiteit van Leiden heeft het niet voor niets in zijn motto.”

    Dat is dan een flut voorbereiding gebleken. Het devies van de Universiteit Leiden is: “Ons devies is daarom Praesidium Libertatis – bolwerk van vrijheid. Sinds 1917 is het de randtekst van het universitaire zegel.” (https://www.universiteitleiden.nl/over-ons/profiel)

    En hoe leggen ze dat uit?

    “Wij worden gedreven door willen weten, begrijpen, duiden en creëren. “

    “Kennis en waarde creëren we in continue verbinding met elkaar en met onze omgeving. Wij beschouwen eenieder, medewerker en student, als een gelijkwaardig lid van onze gemeenschap.”

    Ik zie hier nergens het woordje “meten”. Meten hoort tot het handwerk, het gaat hier over de waarden. Let ook op het woordje duiden. Heel belangrijk. Zonder duiding heb je niets aan meetresultaten.

    Ook past binnen het Leidse profiel niet het denigrerend afserveren van filosofen.

    Jouw zinnetje: “zonder meten ben je gedoemd tot intuitie, metafysica.” geeft het echte reductionistische temperament goed weer. Alsof intuïtie en metafysica tot de verdoemenis behoren.

    Zonder intuïtie komen er geen diepe wetenschappelijke theorieën. Je moet intuïtie wel de goede plek geven. Dus niet teveel inzetten bij het testen van theorieën, maar juist wel bij het bedenken ervan.

    En dan metafysica. Zelfs in de gewone, klassieke wiskunde bestaat een hoop metafysica. Vraag je maar eens af of de verzameling van alle verzamelingen bestaat. Er zijn verschillende vragen in de wiskunde waar het antwoord afhangt van de metafysica die er achter ligt. In Amsterdam is er een hele tak van wiskunde met een alternatieve metafysica ontstaan, de intuïtionistiche wiskunde. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Luitzen_Egbertus_Jan_Brouwer

    Wat zei Kamerlingh Onnes ook al weer? “Door meten tot weten, zou ik als zinspreuk boven elk physisch laboratorium willen schrijven” (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Heike_Kamerlingh_Onnes).

    De zinsnede “en niet omgekeerd” staat er dus niet. Dat is een reductionistische radicalisering, waar ik Kamerlingh Onnes niet van verdenk. Hij was een echte wetenschapper en wist hoe wetenschap werkte. Dit soort reductionisme leidt tot een foutief wereldbeeld waarin niet onderkend wordt dat er theorie nodig is om te kunnen meten. En dat je goede intuïties moet hebben om te bepalen wat je gaat meten en welke proxies je daarbij kunt gebruiken. En dat je soms domweg geluk moet hebben. Serendipiteit.

    Je verwijst naar eerdere blogstukken, ik neem aan dat je vooral deze bedoelt: https://klimaatveranda.nl/2014/05/11/via-meten-tot-weten-hoe-de-klimaatwetenschap-de-geest-uit-de-fles-heeft-bevrijd/

    Daar staat zeer zeker veel in waarin ik me goed kan vinden, en je onderkent de theoriegeladenheid van de waarneming inderdaad. Dat valt me mee.

    Maar hier schuurt het wat:

    “Ik heb het sterke vermoeden dat het motief van menige klimaatontkenner en pseudo-scepticus precies dáár ligt: in het niet willen opgeven van de aanname dat lichaam en geest, natuur en cultuur, kwantificering en kwalificering in de exacte wetenschap gescheiden zijn.”

    Methodologisch moet je inderdaad in de natuurwetenschappen streng zijn, maar dat is wat anders dan te zeggen dat meten de enige noodzakelijke voorwaarde voor kennis is. Er zijn meerdere noodzakelijke voorwaarden.

    Like

  14. goffredofabbro

    Dirk, we zijn het wel eens.

    En nogmaals, het gaat hier over IAM’s. Daarover heb ik hierboven tegen Jaap Lont en Hans Custers gezegd dat die modellen niks meten en dus geen wetenschap zijn. Daarmee reduceer ik wetenschap niet tot meten en zeg enkel dat er zonder meten geen sprake kan zijn van ‘wetenschappelijk weten’. En voor alle duidelijkheid: als epistemoloog meet ik niks en ben dus geen wetenschapper. Wat ik doe is de wetenschappelijke status van IAM’s benoeme: nihil, nada, niks.

    Like

  15. Goff, er zijn meerdere vormen van kennis, loop maar eens met je kop tegen de muur. Geeft ook veel kennis.

    Like

  16. Hans Custers

    Jaap,

    Ik heb je laatste reactie verwijderd, omdat die helemaal off-topic is. Bij nader inzien had ik dat ook al kunnen doen met je reactie van 10 maart.

    Bij deze nog maar eens het verzoek om niet steeds weer te proberen de discussie af te buigen naar jouw stokpaardjes.

    Like

  17. Hans, kom op zeg! het is een reactie op Goff, die prima aansluit bij de reactie van Dirk.

    Like

  18. Hans Custers

    En dat waren reacties op jouw eerste reactie, die helemaal aanstuurde op jouw stokpaardje. Einde discussie.

    Like

  19. Dirk Roorda

    Hans, Goff, Jaap

    Ik snap wel Hans dat je de discussie wilt behoeden voor afglijden.

    Tegelijk snap ik ook dat Jaap steeds weer komt met zijn stokpaardjes.

    Want, zo gauw de economie in beeld komt, begint de vraag te rijzen: wat hebben we over voor een goed leven? En wat is een goed leven? En precies voor die vraag is de beta-wetenschap te gortdroog. De beta-wetenschap kan de vraag: “wat is een mens?” niet bevredigend beantwoorden.

    Een goed filosofisch idee van wat een goed leven is kan precies de energie mobiliseren die nodig is om het klimaatprobleem aan te pakken.

    Het zou kunnen dat we er technologisch ook uitkomen, maar daar word ik met de dag somberder over.

    Goff, vandaar dat ik in de pen klim als er denigrerend over filosofie gepraat wordt hier.

    Like

  20. Lennart van der Linde

    Dirk, je pen wordt zeer gewaardeerd!

    Like

  21. goffredofabbro

    Dirk,

    “En wat is een goed leven?”

    Het is maar aan wie je het vraagt. Mijn antwoord is dat het leven goed is als we ons houden aan de spelregels en die zijn door onze gastheren van Klimaatveranda duidelijk geformuleerd. De belangrijkste is: blijf on topic. Het gaat in dit blogstuk over IAM’s en de rol daarvan in de IPCC rapportages. Ik heb er het mijne over gezegd en houd hier mijn ‘filosofische’ kiezen op elkaar open ze op andere communicatie kanalen.

    Like

  22. Hans Custers

    Dirk,

    Toch denk ik dat (juist?) die bèta-wetenschappers daar zinnige dingen over zeggen in het rapport van het Carbon Tracker Initiative.

    Volgens mij komt het erop neer dat de vraag wat een goed leven is en wat we ervoor over hebben, niet wetenschappelijk is. En dus moet je ook niet proberen hem met wetenschappelijke technieken te beantwoorden. Niet kwalitatief en al zeker niet kwantitatief. Terwijl sommige AIM’s dat wel proberen te doen.

    Die pakken de deelaspecten waar wetenschappelijk wel iets over te zeggen is mee (inkomen, gezondheid, levensverwachting, onderwijs, bijvoorbeeld) en proberen die allemaal in één cijfer te stoppen: het BBP, gecorrigeerd voor enkele niet-materiële aspecten.

    Dat is de achtergrond bij de kritiek dat het BBP, zelfs die gecorrigeerde versie, veel te beperkt is om de echte risicio’s en schade weer te geven. En bij de kritiek dat er onder de motorkap van modellen subjectieve keuzes worden gemaakt.

    Op zich is misschien niks mis met pogingen om meer greep te krijgen op zoiets als kwaliteit van leven en de waarde ervan. Zolang wetenschappers die dat doen zich maar bewust zijn van de enorme beperkingen van de wetenschappelijke methode op dit onderwerp. En daar ook duidelijk over zijn in hun artikelen en rapporten. Doen ze dat niet, dan steken ze de grens over naar de pseudowetenschap. Om het maar eens cru te zeggen.

    Like

  23. Dirk Roorda

    Hans,

    in die kritiek kan ik me heel goed vinden.

    Het is wel zaak de wetenschappelijke methode niet zover in te perken dat belangrijke vragen over onszelf bijvoorbaat als onbehandelbaar worden verklaard. De uitdagende vraag “wat is een goed leven” kan m.i. wel wetenschappelijk benaderd worden, als je wetenschap definieert als de zoektocht om de werkelijkheid te leren kennen, en niet alleen de aspecten die we met de huidige methoden kunnen kwantificeren.

    Ik denk dat de wetenschap, juist als het om dit soort vragen gaat, baat heeft bij denkmethoden die nog dicht tegen het proto-wetenschappelijke aanliggen: introspectie, gezond verstand, goede waarneming, slimme categoriseringen, vermogen tot invoelen en reflectie. Zoals een taalkundige de intuïties van moedertaalsprekers bestudeert, zo moeten we de gevoelens van individuen en hun reflecties op de cultuur leren verstaan en benoemen om verder te komen.

    Een man die daar een serieuze poging toe heeft ondernomen is Arnold Cornelis (1934-1999), culminerend in zijn boek “Logica van het gevoel”. https://nl.wikipedia.org/wiki/Arnold_Cornelis

    Like

  24. Hans Custers

    Dirk,

    Ik ben het helemaal met je eens. In principe mogen wetenschappers alle vragen stellen. Zolang ze maar kritisch genoeg kijken naar de antwoorden die ze menen te vinden.

    En ik wil zelfs erkennen dat de regelmatig door mij bekritiseerde neoklassieke economen aardig wat stukjes van het antwoord bij elkaar hebben gesprokkeld op de vraag wat een goed leven is. Het probleem is dat ze vaak de indruk wekken dat ze het volledige antwoord kennen, en wel zo goed dat ze het kunnen kwantificeren. Meestal zonder onzekerheidsinterval.

    Like

  25. Hans Custers

    Dirk,

    Er stonden enkele exemplaren van het boek van Arnold Cornelis bij De Slegte, hier in Rotterdam. En dus ligt er nu eentje bij mij op tafel. Meer dan 750 pagina’s, dus ik beloof nog maar niet dat ik het helemaal ga lezen. Er liggen ook andere boeken te wachten. Maar ik ga er in elk geval eens in bladeren.

    Like

  26. goffredofabbro

    Hans

    M.i. is het eerlijke en zinnige * wetenschappelijke * antwoord op de levenskwaliteitsvraag :”geen idee”. Beantwoording is niet aan de wetenschapper (scientist) maar aan de meningen van de geleerde (scholar), de beleidsmaker (politician), de opinie-ist (influencer) en uiteraard de lokale gemeenteraad. De wetenschapper kan uiteraard wel iets iets zinnigs zeggen over levensvoorwaarden en over overlevingsrisico’s als aan die voorwaarden niet wordt voldaan.

    Dirk

    Je stelt dat die vraag wetenschappelijk benaderd kan worden onder de voorwaarde dat we wetenschap definieren als “…zoektocht om de werkelijkheid te leren kennen, en niet alleen de aspecten die we met de huidige methoden kunnen kwantificeren.” Tja, ik hecht aan het onderscheid – door Hans fijntjes aangestipt – tussen ‘scientist’ die meetgegevens publiceert en de ‘scholar’ die er het zijne met de gegevens doet. Het gedoe van de ‘scholars’ als Arnold Cornelis (bijna een eeuw oud) is irrelevant voor welke ‘scientist’ dan ook.

    Like

  27. Hans Custers

    Goff,

    In het Nederlands maken we dat onderscheid tussen “science” en “scholarship” niet. En in de realiteit van de academische wereld bestaat het ook steeds minder, omdat veel onderzoek inmiddels inter- of multidisciplinair is.

    En dat natuurwetenschap (“science”) neer zou komen op het publiceren van meetgegevens is ook pertinent onjuist. Zonder theorievorming zou het nooit heel veel geworden zijn met die wetenschap.

    Wat mij betreft mag wetenschap in principe alles onderzoeken. Zolang dat maar op een wetenschappelijke manier gebeurt. Als dat nu voor een bepaald onderwerp niet of maar beperkt mogelijk is, kan dat in de toekomst best anders zijn. Wetenschap kan zich verdiepen, maar ook verbreden.

    Er is ook best iets zinnigs te zeggen over factoren die bijdragen aan de levenskwaliteit, zoals economen dat doen. Gezondheid, inkomen, vrije tijd, huisvesting, onderwijs, enzovoort. Ik betwijfel wel of al die aspecten op een vergelijkbare en objectieve manier te kwantificeren zijn. Met de kennis van nu, althans.

    Like

  28. Dirk Roorda

    Goff,

    “Het gedoe van de ‘scholars’ als Arnold Cornelis (bijna een eeuw oud) is irrelevant voor welke ‘scientist’ dan ook.”

    Nu doe je het weer!

    Ik vermoed dat jij met een hardnekkig intern model van wetenschap rondloopt dat te arm is om de lading van wetenschap in al zijn facetten te dekken. Mijn oproep is: verruim dat model in plaats van alles wat buiten dat buiten jouw persoonlijke model valt een schimpscheut mee te geven.

    Geliked door 1 persoon

  29. goffredofabbro

    Hans,

    “Met de kennis van nu, althans.”

    Tja we hebben niks anders. Terug naar het blogstuk. Het punt daar is dat met de kennis van nu IAM’s als wetenschappelijk instrument niet deugen.

    Dirk,

    ik heb geen ‘model van wetenschap’ zoals je me voor de voeten werpt. Wetenschapstheoretisch volg ik de anarchist Paul Feyerabend. Mijn punt was en is dat ‘filosofen’ als Herman Dooyewaard (Jaap Lont begon hierboven daarover) en Arnold Cornelis (jij begon hierboven daarever) helemaal niks toevoegen aan wat klimatologen en ecologen anno 2026 zeggen over toestand & toekomst van onze habitat planeet aarde.

    Like

  30. goffredofabbro

    Dirk

    nog een toevoeging wat betreft mijn ‘model van wetenschap’. Zoals gezegd heb ik zo’n model niet. Er zijn -tig doorsnedes te maken van de wetenschappelijke bedrijvigheid. Paul Feyerabend heeft er het e.e.a. over gezegd. Ik was vergeten het werk van Bruno Latour te noemen die als antropoloog het interdisciplinaire wetenschappelijk bedrijf heeft bekeken. Het is een tastend rommeltje in de wetenschap en er komen mooie dingen uit. Echter één ding staat voor mij vast: zonder test van een als wetenschappelijk gepresenteerde hypothese is er van wetenschap geen sprake.

    Like

  31. Dirk Roorda

    Hans,

    “Meer dan 750 pagina’s, dus ik beloof nog maar niet dat ik het helemaal ga lezen. Er liggen ook andere boeken te wachten. Maar ik ga er in elk geval eens in bladeren.”

    En dat is dan ook nog eens 750 pagina’s verhalend proza zonder al te veel structuur. Maar toch … Om de smaak te pakken te krijgen zou je hoofdstuk XIV eens kunnen lezen: Koning Oedipus en het Noodlot.

    Het is illustratief voor het denken van Arnold Cornelis: het interpreteren van cultuur.

    Hij trekt de volgende les uit het verhaal van Oedipus (die in zijn pogingen om aan het Noodlot te ontkomen, precies de eerder voorspelde noodlottige gebeurtenissen veroorzaakte):

    “Het is een heel nieuwe kijk op de wereld, dat een mens niet meer schuldig is voor zijn daden, maar voor de leemten in zijn kennissysteem”.

    En, heel to-the-point hier: “Dat Oedipus zich de ogen uitsteekt zie ik als een symbool voor de ongeldigheid van een wetenschapsopvatting die alleen maar naar de buitenwereld kijkt en die de buitenwereld als de enige bron van wetenschappelijke kennis beschouwt.”

    Like

  32. goffredofabbro

    Hier nog iets over ‘het goede leven’: een stuk in het tijdschrift Nature over de defecten van GDP in economische calculaties zoals die zijn doorgesijpeld in IAM’s. Twee ernstige defecten worden besproken, 1) de zeer trage update (om de 15 jaar) van de structuur van huidige economie, en 2) het concept ‘economische activiteit’. https://www.nature.com/articles/d41586-026-00884-3?utm_source=Live+Audience&utm_campaign=885ff1e423-nature-briefing-daily-20260323&utm_medium=email&utm_term=0_-33f35e09ea-51328812

    Like

  33. goffredofabbro

    Dirk,

    je citeert de ‘filosoof’ Arnold Cornelis zoals hij het literaire personage Oedipus voor zijn karretje spant. De ‘neuroloog’ Siegmund Freud deed ook zoiets, evenals veel andere ‘geleerden’ die hun hypothesen niet onderwerpen aan proefondervindelijke test. Zonder herhaalbare test geen wetenschap.

    Like

Plaats een reactie