
Op 15 januari 2022 barstte een grote, onderzeese vulkaan uit bij het archipel Tonga, de Hunga Tonga-Hunga Ha’apai (of korter: Hunga Tonga). De uitgestoten pluim reikte tot in de mesosfeer, op een hoogte van zo’n 55 kilometer boven het aardoppervlak. Op internet verschenen al snel wat speculatieve verhalen over een mogelijke invloed op het klimaat van die uitbarsting, maar de meeste deskundigen hielden zich wijselijk op de vlakte. Zij begrepen dat er in de recente geschiedenis geen vergelijkbare uitbarstingen zijn geweest, en dat er dus niet of nauwelijks informatie was waar ze voorspellingen op zouden kunnen baseren. Inmiddels zijn er aardig wat wetenschappelijke publicaties verschenen. Die lijken elkaar soms tegen te spreken, maar als je wat dieper graaft valt dat wel mee. De belangrijkste conclusie is steevast: het effect van de uitbarsting op de gemiddelde wereldtemperatuur was klein, maar op regionale schaal zijn grotere effecten mogelijk. De uitbarsting van Hunga Tonga heeft dus hoogstwaarschijnlijk geen bijdrage van betekenis geleverd aan de recordwarmte op wereldschaal van het afgelopen jaar.
Dat grote bovengrondse vulkaanuitbarstingen de aarde tijdelijk afkoelen, is al lang bekend. Dat komt vooral doordat er bij zo’n uitbarsting een flinke hoeveelheid zwaveldioxide in de stratosfeer kan belanden, dat daar kleine, zonlicht reflecterende aerosoldeeltjes vormt die daar enkele jaren kunnen blijven zweven. Klimaatmodellen konden het effect van zo’n uitbarsting, zoals de Pinatubo in 1991, in de jaren ’90 al behoorlijk adequaat simuleren, al was daarvoor natuurlijk wel een goede schatting nodig van de hoeveelheid zwaveldioxide die er was uitgestoten naar de stratosfeer.
Waterdamp
Een grote onderzeese uitbarsting brengt ook een grote hoeveelheid waterdamp in de stratosfeer. Dat maakt het een stuk ingewikkelder. Waterdamp is een broeikasgas en heeft dus juist een opwarmend effect. Al werkt dat in de stratosfeer net wat anders dan in de troposfeer. Broeikasgassen zenden in de stratosfeer meer warmtestraling uit dan ze absorberen. Zo koelen ze de stratosfeer juist af. Maar omdat een deel van die uitgezonden straling naar beneden gaat, warmt de troposfeer er (een beetje) door op. Verder kunnen er stratosferische wolken ontstaan. Dergelijk hoge wolken hebben ook een opwarmend effect. Om het nog wat ingewikkelder te maken, spelen aerosoldeeltjes ook een rol in de vorming van die wolken, als condensatiekernen.
Bovendien beïnvloedt waterdamp de atmosferische chemie in de stratosfeer. Watermoleculen kunnen via verschillende processen uiteenvallen in reactieve radicalen, die vervolgens bijdragen aan de afbraak van ozon. Chemische processen op wolkendeeltjes in de stratosfeer kunnen ook leiden tot afbraak van ozon, evenals de daling van de temperatuur. Ozon beïnvloedt op zijn beurt op meerdere manieren de stralingsbalans: via de absorptie van ultraviolette straling en als broeikasgas. Ook op het ontstaan van sulfaat-aerosolen uit zwaveldioxide heeft waterdamp invloed. De eerste stap in dat proces is de vorming van zwavelzuur, door een reactie tussen water en zwaveldioxide. Er zijn aanwijzingen dat de hoeveelheid waterdamp zowel de snelheid waarmee aerosoldeeltjes ontstaan beïnvloedt, als de eigenschappen ervan.
Al die veranderingen samen kunnen op hun beurt stromingspatronen in de atmosfeer beïnvloeden, en daarmee het transport van warmte en waterdamp langs het aardoppervlak. Daardoor zijn aanzienlijke effecten op regionale schaal mogelijk, ook als de invloed op mondiale schaal klein is.
Inschattingen van de uitstoot
Om iets te kunnen zeggen over het effect van de uitbarsting op het wereldklimaat, moet er allereerst een inschatting gemaakt worden van de hoeveelheden zwaveldioxide en waterdamp die in de stratosfeer terecht zijn gekomen, en van hoe die zich daar in de loop van de tijd in verspreiden en er langzaam weer uit verdwijnen. Helaas hangt de stratosfeer niet vol met meetapparatuur. Wel zijn er satellietmetingen die, aangevuld met wat andere informatie van onder meer ballonnen, een vrij aardige indicatie geven. Maar wel met een aanzienlijk onzekerheidsinterval.

Zoals de afbeelding hierboven laat zien, geven waarnemingen door satellieten een duidelijk beeld van de hogere vochtigheid van de stratosfeer na de uitbarsting en van hoe de waterdamp zich in de eerste maanden verspreidt. Toch lopen schattingen van de totale hoeveelheid waterdamp die bij de uitbarsting werd uitgestoten uiteen van 50 tot bijna 150 megaton; tot 10 % van de totale hoeveelheid in de stratosfeer. (De hele atmosfeer bevat veel meer waterdamp: ruim 12 miljoen megaton.) Die ruime onzekerheid komt onder meer doordat waterdamp in de stratosfeer ook door andere oorzaken – het ‘normale’ weer, zou je kunnen zeggen – varieert.
De hoeveelheid uitgestoten zwaveldioxide wordt geschat op 0,5 tot 1,5 megaton. Wetenschappers hebben in de loop van de tijd manieren gevonden om de hoeveelheid zwaveldioxide in de stratosfeer te bepalen uit satellietmetingen met instrumenten die niet voor dat specifieke doel zijn gemaakt. Een schatting maakt gebruik van weerkaatsing van ultraviolette straling door zwaveldioxide, een andere van uitgezonden infrarode straling. De gemeten UV- en IR-spectra kunnen ook worden gebruikt om de hoeveelheid aerosolen te schatten. En het effect van die aerosolen wordt geschat op basis van satellietmetingen van weerkaatst zonlicht.
Het totaalbeeld
Het bovenstaande zo kort mogelijk samengevat: er is een heleboel werk verzet om alle losse stukje informatie te verzamelen, die samen antwoord kunnen geven op de grote vraag over de klimaatinvloed van de uitbarsting van Hunga Tonga. Het bij elkaar brengen van al die informatie is maar een klein deel van het werk, maar het krijgt meestal wel alle aandacht. Niet dat dat heel erg is, maar zo af en toe mag je wel beseffen dat het werk niet alleen wordt gedaan door de auteurs van de meest spraakmakende publicaties. Die ook weer niet voor niets zo spraakmakend zijn. Ze geven, als het goed is, de antwoorden waar we op zitten te wachten. Een recent artikel van Mark Schoeberl et al. doet dat heel adequaat, is mijn indruk. In dit artikel wordt uit de beschikbare satellietdata de stralingsforcering (ofwel, de verschuiving in de stralingsbalans van de aarde) bepaald die het gevolg is van de uitbarsting van Hunga Tonga, voor de jaren 2022 en 2023.
De grafiek hieronder geeft de klimaatforcering weer. Het bovenste deel is, eenvoudig gezegd, de verandering zoals satellieten die ‘zien’, als ze van bovenaf naar de stratosfeer kijken. Het effect kan op het aardoppervlak kan iets anders uitvallen, door de invloed van de bewolking die zich tussen het oppervlak en de stratosfeer bevindt. Daarom is er een correctie uitgevoerd voor bewolking en het resultaat daarvan staat in het onderste deel van de grafiek.

Een kanttekening bij deze resultaten is dat de poolgebieden, voorbij 60° noorder- en zuiderbreedte, niet zijn meegenomen. Waarom dat zo is vermeldt het artikel niet, maar het lijkt me aannemelijk dat satellietdata daar te onnauwkeurig of misschien zelfs helemaal niet beschikbaar zijn. Een technisch verhaal, dat onder meer te maken heeft met de hoek waaronder satellieten daar naar het aardoppervlak ‘kijken’, met reflectie van ijs die sommige metingen kan beïnvloeden, en misschien ook wel met de afwezigheid van zonlicht in de donkere poolwinter. Ik zou me voor kunnen stellen dat het effect van stratosferische aerosolen en waterdamp in de poolgebieden anders uitvalt dan elders, vanwege de karakteristieke eigenschappen van het poolklimaat, zoals de hoge albedo van het oppervlak. Maar het gaat wel over minder dan 15% van het aardoppervlak. Alleen als de stralingsbalans daar heel ver uit het lood zou zijn geslagen, zou de toestand op wereldschaal anders uit kunnen vallen. Daar zijn geen aanwijzingen voor. In de eerste maanden na de uitbarsting is een effect in de poolgebieden helemaal uit te sluiten, simpelweg omdat de verspreiding van de uitstoot door de stratosfeer vanuit de tropen naar de poolgebieden de nodige tijd in beslag neemt. Daarmee blijft de conclusie overeind dat de uitbarsting weinig invloed heeft gehad op het verloop van de gemiddelde wereldtemperatuur, en dat die invloed eerder voor een beetje afkoeling heeft gezorgd dan voor opwarming.
Een mogelijk toekomstig effect
Op sociale media werd wel eens verwezen naar een Australisch onderzoek (achter een betaalmuur, eerste auteur Martin Jucker heeft een toelichting geschreven voor The Conversation) dat de resultaten van Schoeberl tegen zou spreken. Dat is niet zo. Het kan zelfs niet, omdat het een ander onderwerp heeft: het kijkt vooral naar mogelijke effecten van de uitbarsting in de komende jaren, in plaats van naar de afgelopen jaren. (Al wijst Jucker ook op het grote ozongat boven Antarctica in 2023, dat volgens dit onderzoek toe te schrijven is aan Hunga Tonga.) En het kijkt alleen naar het effect van waterdamp, waarbij ook de invloed op de atmosferische chemie wordt meegenomen. Dat de klimaatinvloed van waterdamp langer duurt dan van aerosolen is niet onlogisch: aerosoldeeltjes zijn relatief zwaar en zullen dus sneller uit de stratosfeer naar beneden zakken.
Ook dit onderzoek concludeert dat de invloed op de gemiddelde wereldtemperatuur beperkt is. Regionaal zouden er wel aanzienlijke effecten kunnen zijn op zowel temperatuur als neerslag, ook nog in de komende jaren. Mijn indruk is dat deze studie vooral een idee geeft van het effect dat waterdamp in de stratosfeer kan hebben. Of de regionale effecten precies zo uitvallen als in de uitgevoerde simulaties, lijkt me een stuk onzekerder.
Er is dus geen reden om aan te nemen dat Hunga Tonga een rol van betekenis heeft gespeeld bij de recordwarme mondiale temperaturen van het afgelopen jaar. Die waren voor een aanzienlijk deel het gevolg van de doorgaande opwarming door onze uitstoot, met daar bovenop een piek door natuurlijke variaties, waaronder El Niño. Wel is er nog het nodige onderzoek nodig om alle finesses boven water te krijgen. Dat kost tijd, ook al zouden we graag nu alle antwoorden al kennen. Niks aan te doen.


Hans,
je linkt naar de NASA-weergave van de eruptie. Daar wordt e.e.a. uitgelegd over de afstand (in meters) tussen het wateroppervlak en de monding van een uitbarstende vulkaan. Wat ik me n.a.v. daarvan afvraag: is er iets bekend over het effect van onderzeese erupties op de temperatuur van het water? Ik kan me voorstellen dat er -tig onderzeese vulkanen zijn die niet worden waargenomen. Ik kan me ook voorstellen dat de enorme watermassa van de oceanen ahw een kurk is op diepliggende lekkages in de superhete magma-fles die planeet aarde is zodat er daar geen erupties plaats vinden. Geofysiche gezien lijkt me de oceaan een dubbelfunctie te hebben wat betreft de globale energiebalans: verhinderen van onderzees vulcanisme en absorbtie van globale temp. Begrijp ik het goed zo?
Een ander ding dat me intrigeert is de satelliet-waarneming. Ik ben in de omstandigheid dat er geen ‘lichtvervuiling’ is zodat ik op een willekeurige maan- en wolkenloze nacht – tig satellieten zie bewegen. Is er ergens naar jouw weten een info-bron over dat drukke satelliet-verkeer?
LikeLike
Goff,
Ik las ergens (maar kan me niet direct herinneren waar) dat er geen reden is om te denken dat de bodem van de oceaan meer of minder vulkanisch actief is dan land. Dat zou betekenen dat 70% van alle vulkaanuitbarstingen plaatsvindt op de bodem van de oceaan, omdat de oceaan nou eenmaal 70% van het aardoppervlak beslaat.
Kleinere uitbarstingen in de diepe oceaan worden aan het oppervlak niet waargenomen. Alleen bij de zwaarste uitbarstingen kan de kilometersdikke waterlaag de schokgolf niet helemaal absorberen en de warmte niet direct opnemen. En lava is zwaarder dan water, dus dat komt zeker niet bovendrijven.
De hoeveelheid warmte die vrijkomt bij alle uitbarstingen is een miniscule hoeveelheid vergeleken met wat er omgaat in het klimaat. En met de totale warmte-inhoud van de oceaan. Lokaal kan het invloed hebben (in gebieden op de zeebodem met permanente vulkanische activiteit ontstaan zelfs speciale ecosystemen), maar voor opwarming of afkoeling van het klimaat is het niet relevant. Ook niet omdat er geen aanwijzingen zijn dat de vulkanische activiteit toe- of afneemt.
LikeLike
Hallo Goff,
Je opmerking hierboven gaat opnieuw over het geothermische warmtetransport vanuit het binnenste van de Aarde naar het oppervlak. Dit is echter minuscuul in vergelijking met de stralingswarmte die als zonlicht het klimaatsysteem binnenkomt.
Daarnaast, er zijn vele metingen van deze geothermie en er is geen enkele aanwijzing dat dit warmtetransport is toe- of afgenomen over de afgelopen anderhalve eeuw of zo… Zoals Hans al zegt bestaan er ‘hotspots’, waar lokaal het magma dicht aan het oppervlak (of aan de oceaanbodem) komt. Dergelijke ‘hotspots’ zijn er altijd al geweest. Daartegenover zijn er ook vele gebieden waar dit niet zo is.
Jos Hagelaars en ik hebben wel ’s nagezocht hoe groot dit geothermische warmtetransport is, gemiddeld per vierkante meter aard/oceaan-oppervlak. Dit was in 2011 op het Engelstalige blog van Bart, vanaf hier:
https://ourchangingclimate.wordpress.com/2011/10/12/ocean-heat-content-transfer-of-heat-through-the-top-700-metres-gavin-schmidt-vs-roger-pielke-sr/#comment-14603
Het komt neer op:
0,065 W/m² over continental crust
0,101 W/m² over oceanic crust
zoals gemeten op in totaal meer dan 20.000 sites. De referenties staan vermeld op het Engelstalige blog. Wereldgemiddeld over land en oceaan is deze warmtestroom vanuit het binnenste van de Aarde dan zo’n 0,09 Watt/m². Om dit in context te plaatsen:
240 Watt/m² zonlicht gemiddeld over het aardoppervlak (over dag- en nachtzijde samen, na aftrek van de albedo);
+ 3,7 Watt/m² per verdubbeling van de CO₂-concentratie (zonder de feedbacks mee te rekenen);
+ 2,79 Watt/m² is de huidige netto stralingsforcering door de extra broeikasgassen MINUS het effect van de koelende aërosolen en zonder de feedbacks (zie https://essd.copernicus.org/articles/16/2625/2024/).
Deze 2,79 W/m² zou je dus moeten vergelijken met de VERANDERING in de geothermische warmtestroom. Die is, volgens alle metingen, juist niet veranderd. En zelfs ALS die geothermie op magische wijze verdubbeld zou zijn met 0,09 W/m² (zonder dat we het merken), zou dit slechts 3% van het extra energiebudget uitmaken.
LikeLike
Bob, Hans
mijn opmerking/vraag betreft inderdaad (zoals Bob opmerkt) het geothermische warmtetransport vanuit de aardkern. Het is me nu duidelijk dus dank voor jullie info.
LikeLike
De meeste vulkanen vind je aan de randen van de platen van de aardkorst, en boven hotspots, dat zijn gebieden waar de mantel een pluim van opwellend magma heeft.
IJsland is een voorbeeld van beide: het ligt op het grensvlak van twee uitelkaar drijvende platen (waardoor de Atlantische oceaan ontstaat er nog steeds in breedte toeneemt) en het ligt op een hotspot.
Daar ligt in de grote Vatnajokull gletsjer de Grimsvotn vulkaan, die af en toe uitbarst, een hoop ijs doet smelten, en de weg aan de zuidkust, tussen gletsjer en zee, wegvaagt. Maar de gletsjer als zodanig lijdt niet onder de warmte van de vulkaan, wat ook een illustratie is dat de geothermische warmte niet bijdraagt aan de opwarming van de aarde.
Hawai is een reeks eilanden die allemaal op dezelfde hotspot hebben gelegen, maar de platen zijn over de hotspot heen geschoven.
Yellowstone ligt boven een hotspot, waar eerder de oostelijke verenigde staten boven hebben gelegen (al was er toen nog geen sprake van enige USA).
Ik denk ook dat oceaan beter warmte geleidt dan aardkorst, vanwege convectie.
LikeLike
Dag Hans,
Wat een leuk toeval dat we beide een artikel over deze vulkaanuitbarsting ongeveer op dezelfde tijd publiceren (zie polderklimaat.nl). Ik ken de artikelen waar je naar refereert, maar mijn kritiek daarop is dat ze voorbij gaan aan het effect van waterdamp op de ozon-concentratie in de stratosfeer.
Die zie ik ook niet terug in jouw artikel. Zou je daar nog eens op in kunnen gaan?
LikeLike
Erik,
Dan raad ik je aan die artikelen en mijn blogstuk wat beter te lezen. Ze gaan daar namelijk helemaal niet aan voorbij. Het is juist een belangrijk element in Jucker et al.. In mijn blogstuk had ik inderdaad wel expliciet mogen noemen dat de atmosferische chemie in dat artikel in belangrijke mate draait om de invloed van waterdamp op ozon.
Schoeberl noemt het niet expliciet, maar omdat die zich baseert op waarnemingen maakt dat niet zoveel uit. Het effect van waterdamp zit immers automatisch in de gemeten ozon-concentraties.
LikeLike
Beste Erik,
De hierboven genoemde publicatie van Schoeberl et al 2024 gaat ook in op de ozon-concentratie in de stratosfeer. De observaties daarvan worden besproken meteen al in de Abstract en in de Plain Language Summary.
Figuur 1c toont de equatoriale metingen van het extra ozon mei t/m september 2022 dat volgt op de toename van waterdamp. Lees verder op blz. 3 en blz. 4 over het tegengestelde effect op het ozon in de stratosfeer rond 40°S:
“However, the water vapour anomaly is strongly correlated with a decrease in ozone and temperature starting in May 2022 and ending in December 2022.“
Hun figuur 3c laat dit tegengestelde effect zien, tussen equatoriaal en 40°S:
Het artikel gebruikt satelliet-observaties van waterdamp, aerosolen en ozon in de stratosfeer. Doordat het hier om de waarnemingen gaat is het effect van het waterdamp op de ozon-concentraties automatisch meegenomen.
LikeLike
Dag Hans en Bob,
bedankt voor jullie reacties. Maar ik zie dat jullie het artikel van Schoeberl et al. willen gebruiken voor iets wat er niet in staat. Het artikel gaat immers over het gebied tussen 60 graden N-br. en 60 graden Z-br. Mijn artikel gaat over het gebied tussen 60-90 graden Z-br.
Ik snap dus ook niet goed waarom dat zo is, omdat de meest spectaculaire ontwikkelingen, volgens mij, zich daar hebben afgespeeld.
LikeLike
Erik,
Ik herhaal het advies om mijn blog beter te lezen nog maar een keer. Wat jij niet goed zegt te snappen, wordt daar namelijk uitgelegd.
En Jucker neemt het zuidpoolgebied wel mee en mijn blog ook, dus de bewering die je in je vorige reactie deed is en blijft aantoonbaar onjuist. En, zoals ik ook al heb uitgelegd in mijn blog, moet er wel iets heel extreems aan de hand zijn in het kleine stukje aarde ten zuiden van 60° zuiderbreedte om het mondiale beeld van Schoeberl helemaal op zijn kop te zetten. Voor zover ik weet zijn daar geen aanwijzingen voor.
LikeLike
Goed stuk, het is een tussenstand. De waterdamp blijft nog wel een paar jaar, het vulkanisch aerosol is veel eerder weg. De bijdrage aan een tijdelijke opwarming groeit zo vanzelf met de tijd.
Schoeberl behandelt vooral de stralingsfluxen rond de tropopauze. MLS H2O waarnemingen tonen de huidige verstoring. Hierbij een MLS plaatje van april 2024, vergeleken met april 2022. Voor evt. impacts op de algemene circulatie zijn T gradienten rond 15-20 km hoogte belangrijk.
https://x.com/atmsciences/status/1823632034851385831/photo/1
Schoeberl et al verwijzen zelf ook naar Dessler 2013 en Solomon 2010 voor klimaatimpact van extra stratosferisch waterdamp. Charlesworth 2023 legt de relatie uit met de algemene circulatie:
https://t.co/hm2NOI0Txn
‘Hence, the lowermost stratosphere cooling due to water vapor increase induces a strengthening of the subtropical jet stream at its upper flank and upward jet shift.’
Tenslotte, Jenkins et al 2023 wordt niet weersproken met het onderzoek van Schoeberl. De komende jaren zijn verdere klimaateffecten te verwachten door strat H2O waaronder nog enkele jaren een nog onbekend opwarmend effect t.g.v. Hunga-Tonga. Vandaar: een tussenstand
Jenkins et al.: https://www.nature.com/articles/s41558-022-01568-2
LikeLike
Beste Michiel,
Zoals al besproken op X/Twitter: per saldo is er geen tijdelijke opwarming maar juist een lichte afkoeling, als gevolg van de Hunga Tonga eruptie. In ieder geval is dit zo over de jaren 2022 en 2023, zie verder dit draadje:
https://x.com/bobbrand_nl/status/1823662677085851669
De MLS metingen van waterdamp in de stratosfeer geven op zichzelf (!) geen informatie over de stralingsforcering aan de tropopauze en over de oppervlaktetemperaturen. Daarvoor zijn er nou juist de metingen nodig aan alle afzonderlijke factoren zoals SO₂ en ozon én is het saldo van de “stralingsfluxen” bepalend.
Jenkins et al 2023 schiet tekort doordat het nog NIET deze metingen over de gehele jaren 2022 en 2023 omvat. Dit kan ook moeilijk anders, omdat de publicatie in 2022 is geschreven en gepubliceerd januari 2023.
LikeLike
Bob,
Ik ben het wel eens met de opmerking van Michiel over Jenkins. Die kijkt, vrij kort na de uitbarsting, naar een deel van het geheel: waterdamp. En concludeert dat dat deel een opwarmend effect heeft op de troposfeer. Dat klopt, en het is niet in tegenspraak met de analyse van Schoeberl.
Op basis van zijn onderzoek concludeert Jenkins dat netto opwarming t.g.v. de uitbarsting denkbaar is. Maar hij maakt ook duidelijk dat hij niet alles meeneemt in zijn onderzoek. Schoeberl heeft meer puzzelstukjes toch zijn beschikking, en constateert dan dat het net wat anders uitvalt. De uitkomsten lijken met elkaar in tegenspraak, maar als je onder de motorkap van de analyses kijkt, valt dat heel erg mee.
LikeLike
Hallo Hans,
Ik zou ook allerminst zeggen dat Jenkins et al “in tegenspraak” is met de nieuwere publicatie van Schoeberl 2024. De suggestie dat Schoeberl het paper van Jenkins wel of niet zou “weerspreken” komt van Michiel, en niet van mij.
Maar… Jenkins gaat alleen over waterdamp. Terwijl Schoerberl over twee jaar aan metingen beschikt en naast waterdamp ook de andere factoren meeneemt. Onder de streep telt de netto stralingsforcering.
LikeLike
Michiel, nog even dit:
“Hierbij een MLS plaatje van april 2024, vergeleken met april 2022.“
Het is MLS data van april 2021, niet 2022. Hunga Tonga vond plaats in januari 2022 en inderdaad biedt zo’n plaatje de mogelijkheid om een vergelijking te maken van waterdamp in de stratosfeer voor/na de eruptie:
Deze extra waterdamp betreft 0,5 á 1 ppmv H₂O bij een normale ‘background concentration’ van ruwweg 3,8 ppmv op 20 á 25 km hoogte. Dit zou een toename zijn van 13% á 26% extra waterdamp onderin de stratosfeer.
Schoeberl 2024 kijkt al naar hetzelfde als wat je MLS plaatje aangeeft, in hun sectie 3.3. Zij vergelijken echter met maar liefst 10 jaar aan MLS data en concluderen: “seasonal variations in stratospheric water vapor is normally ∼10% and Hunga anomalies were up to five times larger than the climatology.“
Als je louter en alleen naar dit waterdamp kijkt, zijn zowel de extra longwave als de reductie aan shortwave meegenomen in hun Figuur 6:
Tegen het einde van 2023 resteert er dan – qua waterdamp – alleen een bescheiden stralingsforcering zo tussen 30° en 60° op het zuidelijk halfrond. Schoeberl:
“The total global Hunga stratospheric water vapor enhancement has remained relatively constant through 2022/3. But, by the end of 2023 much of the plume has spread globally and most of the plume is well above 35 km (M24). The spread of the plume reduces the water vapor concentration and this explains the decrease in radiative impact.“
Kortom, met de MLS data die je aanvoert is er al rekening gehouden. Ik ben overigens ook benieuwd hoe zich dit de komende jaren gaat ontwikkelen — het lijkt me vooral een kans om meer te leren over de stratosferische effecten.
LikeLike
Dag Hans,
Nou, je laat een mooie kans liggen om een scepticus te laten zien dat hij geen gelijk heeft. Het KNMI (lees mijn stukje nog maar eens) denkt daar, op basis van metingen blijkbaar heel anders over. Ik wist niet dat ik Junker ook nog moet lezen. heb je daar een link naar?
met vriendelijke groet
Erik Jansen
LikeLike
Erik,
Je spreekt in raadsels. Waar denkt het KNMI anders over? En welk ongelijk van welke pseudosceptiscus had ik hoe aan kunnen tonen? (Terzijde, een van de KNMI’ers die zich hiermee bezighoudt is Michiel van Weele, die hierboven mijn blog een ‘goed stuk’ noemt.)
In mijn blog staat een link naar het artikel van Jucker en naar een toelichting op The Conversation. Wat dacht je ervan om dat blog nou eindelijk eens een keer te lezen?
LikeLike
Erik,
Nog iets. Je hebt hier nu drie keer laten zien niet de moeite wenst te nemen om een blog eerst behoorlijk te lezen, voor je een reactie plaatst. Daarmee is de grens wel bereikt. Een volgend bewijs van desinteresse wordt verwijderd.
We zijn wel goed, maar niet gek.
LikeLike