
Het noordpoolgebied warmt veel sneller op dan de rest van de aarde. Dat is geen nieuws. Vorig jaar constateerde een onderzoek dat het daar sinds 1979 vier keer zo hard is gegaan dan gemiddeld. Dat temperatuurveranderingen in poolgebieden een stuk groter zijn dan elders wordt polaire amplificatie genoemd. Er zijn grote verschillen tussen het noord- en zuidpoolgebied, waardoor er ook verschillen kunnen zijn in omvang of snelheid van de polaire amplificatie tussen de beide polen. Op Antarctica is het fenomeen tot nu toe minder duidelijk zichtbaar. Volgens een onlangs gepubliceerde analyse is er ook daar sprake van snellere opwarming. Minder snel dan in het noordpoolgebied, maar mogelijk wel sneller dan klimaatmodellen verwachten.
Polaire versterking
In zijn beroemde artikel uit 1896 voorspelde Arrhenius al dat de temperatuur in de poolgebieden meer zou veranderen dan elders, als de wereld zou opwarmen of afkoelen. Hij baseerde zich op een fenomeen dat enkele decennia eerder was beschreven door de Schotse wetenschapper James Croll: de ijs-albedo-feedback. Sneeuw en ijs weerkaatsen veel meer zonlicht dan land en water. Als het sneeuw- en ijsoppervlak afneemt omdat het warmer wordt, komt er meer van het donkere land en water bloot te liggen, dat meer zonlicht absorbeert. Dat versterkt de opwarming. En als het afkoelt gebeurt het omgekeerde.
Dit zou vooral effect moeten hebben in de zomer. Want in de poolnacht is er geen zonlicht om te reflecteren. Opvallend genoeg laten waarnemingen juist een sterkere opwarming zien in de winter, in elk geval in het noordpoolgebied. Minder ijsoppervlak heeft hier zeker nog invloed. Zolang het water in de Noordelijke Oceaan niet bedekt is door ijs, kan het warmte af blijven geven aan de atmosfeer. Een isolerende laag zee-ijs remt de warmteoverdracht van oceaan naar atmosfeer sterk af. Maar onderzoek heeft de afgelopen decennia uitgewezen dat er meer aan de hand is.

In de poolwinter koelt de onderste luchtlaag zo sterk af dat er een patroon van inversie ontstaat. Anders gezegd: de lucht warmt aan het aardoppervlak niet meer genoeg op om op te kunnen stijgen. Dat betekent dat de afvoer van warmte via convectie, zoals die overal elders op de wereld plaatsvindt, stopt. Uitstraling van infrarood is dan nog de enige manier waarop warmte kan ontsnappen. Een sterker broeikaseffect belemmert die uitstraling, waardoor de pool minder snel afkoelt in de winter. Die minder snelle afkoeling vertaalt zich op lange termijn dan in een opwarmende trend.
De invloed van die afname van uitstralende warmte is waarschijnlijk van dezelfde ordegrootte als die van de ijs-albedo-feedback. Er is wel een belangrijk verschil: afname van de uitstraling is een direct gevolg van het sterkere broeikaseffect, terwijl de ijs-albedo-feedback optreedt bij elke verandering van de temperatuur, onafhankelijk van de oorzaak. Waarmee overigens nog niet is gezegd dat de sterke stijging van de wintertemperatuur in het noordpoolgebied zonder meer aan te wijzen is als vingerafdruk van het versterkte broeikaseffect. Want er zijn nog wat complicerende factoren. Opwarming van het klimaat heeft waarschijnlijk ook invloed op de bewolking in poolgebieden, met mogelijk extra opwarming tot gevolg. En de natuurlijke variabiliteit in deze gebieden is ook groot; ofwel: er is veel signaal van de opwarming, maar ook veel ruis.
Op Antarctica komt daar de invloed van het gat in de ozonlaag nog bij. En er zijn weinig temperatuurmetingen beschikbaar. De onderzoekstations waar sinds het midden van de vorige eeuw temperatuurmetingen zijn gedaan liggen zo goed als allemaal aan de kust. Sinds de jaren ’80 zijn er langzaamaan meer automatische weerstations bijgekomen die verder landinwaarts staan. Maar voor een heel continent blijft het aantal meetpunten behoorlijk klein. Satellietmetingen van de temperatuur bieden geen uitkomst, want die zijn voor de poolgebieden niet zo betrouwbaar, onder meer door een verstorende invloed van veranderingen in het zee-ijsoppervlak. De hoogte van het Antarctische continent is ook een complicatie. Er is dus niet heel veel informatie die kan helpen om het effect van verschillende factoren op het Antarctische klimaat te onderscheiden.
Natuurlijke variabiliteit
Een van de factoren met een aanzienlijke invloed op de temperatuur op Antarctica is de Southern Annular Mode (SAM), ook wel Antarctische Oscillatie genoemd. Het is een natuurlijke klimaatschommeling, die eind jaren ’70 werd ontdekt. Rond die tijd begon ook het gat in de ozonlaag te ontstaan en er zijn sterke aanwijzingen dat dat invloed heeft op de SAM. De opwarming van het wereldklimaat die we sindsdien hebben gehad, beïnvloedt de SAM mogelijk ook, terwijl omgekeerd de SAM weer invloed heeft op de temperaturen op Antarctica.

Zoals veel klimaatschommelingen is de SAM gedefinieerd op basis van verschillen in luchtdruk. De SAM heeft een positieve waarde als de luchtdruk op Antarctica, ruwweg in een band iets ten zuiden van de poolcirkel, lager is dan normaal, en op gematigde breedtegraden op het zuidelijk halfrond juist hoger. Is de situatie omgekeerd, dan is de SAM negatief. De SAM beïnvloedt het weer op een groot deel van het zuidelijk halfrond, maar ik hou het hier beperkt tot Antarctica. Bij een positieve SAM ligt de ring met westenwinden die altijd om Antarctica cirkelen dicht bij het continent. De koude poollucht wordt dan vastgehouden op Antarctica. Als de SAM negatief is liggen die westenwinden een stuk verder weg. Er vindt dan meer uitwisseling van warmte plaats tussen de pool en gematigde breedtegraden. Bij een positieve SAM is het dus koud op Antarctica. Bij een negatieve SAM ook, maar wel iets minder. Alleen op de noordelijke punt van het Antarctisch schiereiland is het precies andersom.

De afbeeldingen hierboven geven de gemiddelde situatie weer bij een positieve en negatieve SAM. Want het is natuurlijk niet zo dat het hele continent Antarctica steeds ofwel kouder, ofwel warmer dan gemiddeld is, afhankelijk van de SAM. De SAM geeft een schommeling weer in het patroon van de grootschalige atmosferische circulatie, die zichtbaar is aan het aardoppervlak, hoger in de troposfeer in onder meer de straalstroom, en zelfs in enige mate in de stratosfeer. Dat patroon wordt op zijn beurt weer beïnvloed door de seizoenen en door andere klimaatschommelingen, zoals El Niño’s en La Niña’s. En binnen het patroon bestaan kleinere weersystemen, zoals (storm)depressies, die met de grootschalige circulatie worden meegevoerd. De toestand van de SAM is dan ook niet in één oogopslag af te lezen uit een weerkaart van Antarctica of van het zuidelijk halfrond. Wetenschappers berekenen een index van de SAM op basis van metingen van de luchtdruk op een aantal locaties. Er bestaan verschillende varianten van die index, maar in grote lijnen geven die hetzelfde beeld.

De afbeelding hierboven laat zien dat de SAM sinds het midden van de vorige eeuw gemiddeld is verschoven naar meer positieve waarden. Het gat in de ozonlaag wordt gezien als hoofdoorzaak van die verandering, maar waarschijnlijk spelen er meer factoren mee. De opwarming van het klimaat heeft vermoedelijk ook invloed. En volgens een reconstructie vertoonde de SAM de afgelopen duizend jaar ook een aanzienlijke natuurlijke variabiliteit op langere tijdschalen. Maar de huidige, overwegend positieve toestand is in die periode niet eerder voorgekomen. De mate waarin verschillende factoren hebben bijgedragen aan de verandering in de afgelopen decennia is niet heel nauwkeurig vast te stellen. En dus is er ook onzekerheid over hoe de SAM zich in de toekomst zal ontwikkelen. Door het herstel van de ozonlaag zal de toestand vaker negatief worden. En mocht natuurlijke variabiliteit bijgedragen hebben aan de overwegend positieve SAM, dan zal dat ooit ook weer de andere kant op gaan. De opwarming van het klimaat zou de SAM wel weer meer naar de positieve kant kunnen duwen. Wel is duidelijk dat de SAM de opwarming van Antarctica wat heeft afgeremd. Maar of dat ook in de toekomst het geval zal blijven, is onzeker.

De nieuwe studie
Het nieuwe onderzoek reconstrueert het temperatuurverloop op Antarctica over de afgelopen 1000 jaar aan de hand van de isotopenverhouding van zuurstof in ijskernen. Op zich is dat niets nieuws. Het is eerder en uitgebreider gedaan. Het nieuwe zit ‘m in de uitgebreide statistische analyse van die gegevens. Daarbij is gebruik gemaakt van theoretische kennis over complexe dynamische systemen en de variabiliteit die daarin op kan treden. Eenvoudig gezegd identificeren ze de karakteristieken van ruis in de data, waardoor ze die eruit kunnen filteren en een duidelijker signaal overhouden. De ruis staat dan voor de natuurlijke variabiliteit van de temperatuur op Antarctica en het signaal voor de opwarming door menselijke invloed. Volgens deze analyse zou Antarctica in de tweede helft van de twintigste eeuw opgewarmd zijn met 0,18 tot 0,26 °C per decennium. Volgens de (beperkte) instrumentele metingen was dat maar 0,11 tot 0,18 °C per decennium. En de opwarming van de aarde als geheel bedroeg 0,14 tot 0,18 °C per decennium. De conclusie is dan dat het op Antarctica een stuk minder snel gaat dan in het noordpoolgebied, maar wel sneller dan gemiddeld.

Dit zal zeker niet het laatste woord zijn dat hierover wordt gezegd. Het nieuwe onderzoek is een interessant puzzelstukje, maar er valt vooral nog veel uit te zoeken over de onderliggende fysische mechanismen. Er zijn ongetwijfeld wetenschappers bezig met het ontrafelen daarvan. Het lijkt me niet zo waarschijnlijk dat dat totaal andere schattingen op zal leveren van de polaire amplificatie op Antarctica. Eerder verdere verfijningen, op het niveau van het hele continent en misschien wel vooral op regionale schaal.


Hans,
IJS-albedo-feedback, patroon van inversie, SAM, vertragende dan wel versnellende lokale effecten, … . Los daarvan: is er niet een nog veel basalere verklaring voor het sneller opwarmen van polen bij toenemende broeikasgassen? Stel nou, er zijn geen broeikasgassen in de atmosfeer, dan is de gemiddelde aardtemperatuur ruim 30 graden kouder dan wat het nu is, als ik het goed heb. Maar de verdeling tussen de polen en het gebied rond de evenaar – de temperatuurverschillen daartussen zullen dan toch veel groter zijn omdat het relatieve effect van zoninstraling veel groter is? Als dat klopt, dan is mijn niet door natuurkundige kennis gehinderde conclusie als volgt: naarmate er meer broeikasgas wordt toegevoegd, verminderen de temperatuurverschillen. Maar misschien klopt het niet, ik verneem het graag.
LikeLike
Jaap,
Het lastige van zo’n gedachte-experiment is dat de uitkomst sterk afhangt van wat je wel of niet meeneemt. Ik denk dat wat je zegt klopt als je de atmosfeer helemaal wegdenkt. Want als de atmosfeer er niet is, kan die geen warmte meer transporteren vanaf de tropen in de richting van de polen.
Met een atmosfeer zonder broeikasgassen wordt het ingewikkelder. Want broeikasgassen houden onderin de atmosfeer warmte vast, maar helpen bovenin juist met de uitstraling. Hoe het precies uitvalt als dat allemaal verdwijnt is nog niet zo makkelijk te beredeneren.
En je zou kunnen denken dat er met meer zoninstraling ook meer warmte is om vast te houden, maar aan de andere kant is er ook weer een verzadigingseffect van het broeikaseffect. En terugkoppeling van waterdamp die weer de andere kant op gaat.
Uiteindelijk vind jet het netto-resultaat van al die effecten alleen door het uit rekenen. Al kun je nog wel beredeneren waarom die ijs-albedo-feedback wel van belang kan zijn. IJs is simpelweg heel erg goed in het reflecteren van zonlicht: 80 tot 95 % wordt weerkaatst. Dan blijft er simpelweg weinig over om het oppervlak te verwarmen.
LikeLike
Ik meen ooit te hebben meegekregen dat voor de polaire amplificatie ook (onder meer) de Planck-feedback en de lapse-rate-feedback meehelpen. Planck-feedback, die inhoudt dat bij een lagere temperatuur, zoals op de polen meer temperatuurstijging nodig is om de stralingsbalans weer in evenwicht te brengen. Iets soortgelijks met de op de polen gemiddeld grotere lapse-rate. Klopt dat (nog)?🤔
LikeLike
Henk,
De lapse rate feedback lijkt inderdaad mee te spelen. Dat hangt samen met de inversie, die ik noemde. Ik vond een artikel van twee maanden geleden hierover: ‘Constraints on simulated past Arctic amplification and lapse rate feedback from observations‘.
Op detailniveau zit het ingewikkeld in elkaar. Het zal ook eens een keertje niet zo zijn. Maar als ik het goed begrijp (na diagonaal lezen) komt het erop neer dat de inversie ervoor zorgt dat de lapse rate in het noordpoolgebied een positieve feedback wordt, in plaats van de negatieve feedback elders.
De Planck feedback is ook niet zo’n eenvoudig verhaal. Je zou kunnen zeggen dat die inderdaad bijdraagt. Als een versterkt broeikaseffect overal op aarde evenveel extra warmte vast zou houden, zou je in de poolgebieden inderdaad een wat hogere temperatuurstijging nodig hebben om die warmte uit te stralen dan in de tropen. Maar de hoeveelheid warmte die wordt vastgehouden is natuurlijk niet overal gelijk. Die wordt bijvoorbeeld weer beïnvloed door andere feedbacks. Dat maakt het lastig om de Planck feedback los te zien van andere factoren.
LikeLike
Interessant verhaal! De rol van de inversies had ik nog niet eerder gehoord. Ik vraag me af of dat op Antarctica een grote rol speelt. Voor zover ik weet is dat een heel winderig continent en dan is er meer doormenging van de lucht.
Toevallig had ik net gisteren met de Climate Explorer twee kaartjes gemaakt voor een discussie op Weerwoord.be. Een geeft het verschil in temperatuur tussen 1998-2010 en 2011-2022. Het tweede kaartje het zelfde, maar dan alleen voor de warmste periode (november – februari). Het verrassende was dat er op West-Antarctica eerder wat afkoeling te zien is (niet significant). Op Oost-Antarctica wel een duidelijke opwarming.
Helaas gaat de aantasting van de ijskap op West-Antarctica van onderaf; die gaat dus gewoon door.
LikeLike
Bart,
Op Antarctica blijkt inversie ook heel aanwezig. Maar daar is het, in combinatie met de hoogte, juist een aandrijver van de winderigheid. De koude lucht blijft hier niet rustig op zijn plek liggen, zoals in het noordpoolgebied, maar racet vanaf de bovenkant van de ijskap naar beneden. Hoe dat een temperatuurverandering zou kunnen versterken of verzwakken durf ik zo snel niet te zeggen.
LikeLike
Volgens een gisteren gepubliceerd onderzoek zou stratosferische bewolking een verklaring kunnen zijn voor de veel hogere temperaturen in poolgebieden in het verre verleden. De verwachting is dat dit minder relevant is voor het huidige of toekomstige klimaat. Dat heeft te maken met de ligging van de continenten, die nu anders is dan destijds.
Voor geïnteresseerden staat hier een toelichting op dat onderzoek: Luminous ‘mother-of-pearl’ clouds explain why climate models miss so much Arctic and Antarctic warming
LikeLike
Hans, | 7 november 2023 om 19:23 |
Je zegt: “… Ik denk dat wat je zegt klopt als je de atmosfeer helemaal wegdenkt.”
Laat ik nog even de koppige knul spelen, omdat het volgens mij niet enkel een theoretische kwestie kan zijn, maar een natuurkundig basisprincipe moet zijn, JUIST bij een planeet MET een atmosfeer. Een planeet met een atmosfeer en met 1 evenaar en 2 polen wordt verwarmt door zijn zon en dat zorgt voor temperatuurverschillen. Die verschillen worden met enige vertraging deels vereffend door grote weersystemen. EN: die verschillen worden VERKLEIND door vastgehouden warmte, want vastgehouden warmte moet een nivellerend effect hebben. Er kan immers geen warmte die naar de polen is gebracht per saldo verdwijnen via horizontale convectie: omdat de pool het eindpunt is. Dus neemt die vastgehouden warmte daar het meest toe. Dat de planeet aarde veel gecompliceerder in elkaar steekt dan dat, wil ik wel begrijpen. Ik stel, koppig: dit basisprincipe klopt in de praktijk en zal een sterker nivellerend effect hebben naarmate de vastgehouden warmte toeneemt.
LikeLike
Polaire amplificatie kan ook mogelijkerwijs ontstaan door een toename va het energietransport van de tropen naar de polen.
De tropen hebben een overschot. Extra energie zal daar leiden tot een toename van het energietransport. Als je energietransport bepaald in Watt per vierkante meter dan heb je doordat er veel meer vierkante meters zijn in de tropen dan de polen te maken met een polaire amplificatie door extra energie transport. Dit zal optreden naast ijs albedo feedback.
LikeLike
Jaap,
Ik snap je redenering, maar de complicatie zit ‘m in dat vasthouden van warmte. Broeikasgassen houden onderin de atmosfeer warmte vast, maar helpen bovenin de atmosfeer juist bij het uitstralen ervan. Zonder broeikasgassen zit er veel minder warmte in de atmosfeer, maar wat er wel in zit kan er ook moeilijker uit. Die warmte zal eerst weer overgedragen moeten worden aan het aardoppervlak en kan dan pas uitgestraald worden naar het heelal.
Je redenering klinkt heel logisch en plausibel. Maar ik sluit toch niet uit dat het in werkelijkheid anders uit zou vallen. Je zou het door moeten rekenen om te zien wat er werkelijk zou gebeuren, denk ik. En de uitkomst van zo’n berekening zou ook nog wel eens sterk af kunnen hangen van de precieze aannames. Wel of geen verdamping en condensatie van water, of wel of geen wolken, bijvoorbeeld.
LikeLike
Het Amerikaanse NASA JPL heeft nieuwe cijfers van de massametingen van de ijskap op Antarctica, nu tot en met half september. De hoeveelheid ijs is nog steeds boven de langjarige trendlijn. De vraag is hoe we dat moeten interpreteren: toevallige uitschieter, trendbreuk, Hunga Tonga-effect?
Meer er over op weerwoord.be
https://www.weerwoord.be/m/3064513
LikeLike
Hallo Bart V.,
Het lijkt me een beetje raar om te focussen op die kleine, kortstondige ‘uptick’, terwijl de lange-termijn trend onmiskenbaar naar beneden gaat – al sinds 1991.
Maar blijkbaar bestaat daar een behoefte toe.
LikeLike
Hallo Bob Brand,
Dank voor je reactie. De behoefte is niet zozeer om ‘te focussen op een kleine, kortstondige uptick’, maar om een volledig beeld te geven van de ontwikkelingen. Die kunnen over een paar maanden weer anders zijn, dat zien we dan wel. De komende maanden worden spannend, want het lijkt me dat in de Antarctische zomer het meeste effect te verwachten is van de geringe zeeijsbedekking.
Maar ook zonder in te zoomen zijn de laatste paar jaar gewoon ook onderdeel van de statistiek. Dat betekent dat de gemiddelde afname per jaar over de laatste decennia beduidend is afgenomen.
Ik krijg de indruk dat er een bias is in de berichtgeving over Antarctica. Slecht nieuws wordt breed uitgemeten, goed nieuws of relativerend nieuws wordt genegeerd, met de verwachting dat daarna wel weer slecht nieuws komt.
Of de berichtgeving is gewoon fout. Neem bijvoorbeeld dit bericht van ESA van april 2023:
“Record ice loss from Greenland and Antarctica – IMBIE study”
Ten eerste is het lastig dat Groenland en Antarctica hier in één adem worden genoemd, de trends zijn verschillend. Kijken we alleen naar de laatste jaren dan is er op Antarctica helemaal geen ‘record ice loss’. Sterker nog, in 2022 was aangroei maar dat was geen onderdeel van de studie.
Wel is te zien dat het massaverlies op Antarctica volgens IMBIE 3 langzamer gaat dan volgens de voorgaande IMBIE studie voor dezelfde periode. In de IMBIE 3-studie zien we ook dat het massaverlies in de laatste jaren voor 2020 ook al geringer was dan in eerdere periodes. In mindere mate geldt dat ook voor Groenland.
LikeLike
Het genoemde bericht van ESA:
https://climate.esa.int/nl/nieuws-en-evenementen/record-ice-loss-from-greenland-and-antarctica-imbie-study/
LikeLike
Beste Bart V.
Het ESA bericht van april 2023 waar jij aan refereert, meldt:
Het lijkt me dat van 105 Gt/jr aan het begin van de IMBIE studie naar 372 Gton/jaar over de meest recente vierjarige periode (2017-2020), wel degelijk een versnelling is?
Overigens verliest, in de tabel die je aanhaalt, Groenland over de meest recente vierjarige periode ook meer massa dan over de voorgaande 2012-2016, toch? Telkens focussen op een kleine ‘uptick’ leidt m.i. af van de veel meer relevante lange termijn.
O ja, in het betreffende nieuwsbericht zegt ESA eveneens: “In Greenland, the rate of mass loss is 169±9 Gt/yr between 1992 and 2020, but there are large inter-annual variations in mass balance, with mass loss ranging from 86 Gt/yr in 2017 to 444 Gt/yr in 2019 due to large variability in surface mass balance.” Dit lijkt me een reden te meer om voorzichtig te zijn met korte-termijn schommelingen.
LikeLike
Beste Bob Brand
Volgens de kop van het artikel is er sprake van een ‘record mass loss’, Daar is helemaal geen sprake van in de meest recente jaren. De kop is dus misleidend en fout.
Korte termijn schommelingen zijn er natuurlijk altijd. Maar zoals gezegd is de berichtgeving daarover helaas selectief.
LikeLike
Bart,
Die kop sloeg toch op de periode 2016-2020 vergeleken met eerdere periodes? Niet alleen op de laatste paar jaar? Los daarvan: wat vind je van het Cryosphere Report 2023 van ICCI? Zij schrijven onder meer: https://iccinet.org/statecryo23/
“2°C will result in extensive, potentially rapid, irreversible sea-level rise from Earth’s ice sheets; 3°C will further speed up this loss to within the next few centuries.
A compelling number of new studies, taking into account ice dynamics, paleo-climate records from Earth’s past, and recent observations of ice sheet behavior, all point to a threshold for both Greenland and parts of Antarctica well below 2°C, committing the planet to between 12–20 meters sea-level rise if 2°C becomes the new constant Earth temperature.
The most recent projections show a slow, but continuing pattern of sea-level rise (SLR) for many centuries even with “low emissions” (SSP1-2.6). This is an emissions pathway that peaks at 1.8°C and returns close to 1.6°C by 2100; yet the models show SLR continuing at this slow pace, indicating some level of ice loss has been irreversibly triggered even by this brief period of overshoot.
Many ice sheet scientists now believe that by 2°C, nearly all of Greenland, much of West Antarctica, and even vulnerable portions of East Antarctica will be triggered to very long-term, inexorable sea-level rise, even if air temperatures later decrease. This is due to a warmer ocean that will hold heat longer than the atmosphere, plus a number of self-reinforcing feedback mechanisms, so that it takes much longer for ice sheets to regrow (tens of thousands of years) than lose their ice.”
LikeLike
“Die kop sloeg toch op de periode 2016-2020 vergeleken met eerdere periodes? Niet alleen op de laatste paar jaar?”
Voor Groenland en Antarctica samen was het massaverlies:
2007-2011: -410 Gt
2012-2016: -363 Gt
2017-2020: -372 Gt
Dus nee, het grootste massaverlies is niet in de laatste periode.
Mijn reactie gaat over de trend in de afgelopen jaren op zich, en over een mogelijk verband met minder zeeijs en hogere temperaturen. De Antarctische ijskap ligt zo dicht bij de zuidpool dat de grotere beschikbaarheid van vocht op korte termijn een grotere rol kan spelen dan de stijgende temperatuur.
West Antarctica is een ander verhaal, omdat de aantasting van de ijskap daar vanuit het zeewater komt. Dat is zorgwekkend. Op dit moment is daar geen versnelling te zien van het massaverlies (de rode lijn in de onderstaande figuur).
https://forum.arctic-sea-ice.net/index.php?action=dlattach;topic=2903.0;attach=392472;image
De voorspellingen van de ICCI (2100-2300) zijn verontrustend: tot 10 m zeespiegelstijging alleen al door Antarctica. Laten we hopen dat dit niet uitkomt. Maar zulke scenario’s zijn geen excuus om niet nu netjes verslag te doen van hoe het er nu voorstaat.
LikeLike
Bart,
Je hebt dat gelijk dat de kop niet klopt als je kijkt naar periodes van 4-5 jaar zoals in die ESA-link hierboven het geval lijkt. In deze uitgebreidere ESA-link over hetzelfde onderzoek zeggen ze expliciet dat het record op het decennium 2011-2020 slaat, niet op de laatste vijf jaar, als ik het goed lees: https://www.esa.int/Applications/Observing_the_Earth/FutureEO/CryoSat/Ice_loss_from_Greenland_and_Antarctica_hits_new_record
“Since 1992, when satellite records of ice-sheet melt began, the polar ice sheets have lost ice every single year. The highest rates of melt have occurred in the past decade.”
In tabel 2 van het betreffende artikel van Otosaka et al 2023 blijkt het massaverlies over de afgelopen decennia:
https://essd.copernicus.org/articles/15/1597/2023/essd-15-1597-2023.html#&gid=1&pid=1
2012-2020: (363*5)+(372*4)=1815+1488=3303/9= 367 Gt/jr
2002-2011: 242+410=652/2= 326 Gt/jr
1992-2001: 105+67=172/2= 86 Gt/jr
Zo klopt het wel, toch?
LikeLike
Als je naar losse jaren gaat kijken dan blijkt er in 2019 inderdaad het grootste massaverlies te zijn. Zo had ik het nog niet gezien. Op die manier is de kop inderdaad verdedigbaar. Voor clusters van 4 of 5 jaar klopt het dan weer niet. En op het moment dat het IMBIE rapport uitkwam waren er net twee jaar geweest met een totaal ander beeld. Zelfs periodes van 12 maanden waarin de massaverandering van Antarctica en Groenland positief was. Hier onder een berekening uit de laatste versie van GRACE JPL. IMBIE noemt voor 2019 een iets kleiner massaverlies.
LikeLike
JPL komt met een update van de massametingen van Antarctica, nu tot en met maart 2024. In die maand was er iets meer ijs (massa) dan vier jaar eerder. Sinds het begin van de metingen is nu geen versnelling meer vast te stellen.
https://www.weerwoord.be/m/3124255
Zowel de afsmelt (afkalving) als de sneeuwval lijken toe te nemen. De laatste jaren heeft dat elkaar in evenwicht gehouden.
Ondertussen is de onzekerheid groot. Verschillende onderzoekers vinden heel verschillende trends, zowel hoger (meer massaverlies) als lager dan JPL.
LikeLike
Wat mij opvalt in de grafiek: de Monthly Change in GT, de verschillen tussen toename en afname zijn de laatste jaren groter dan de beginjaren vanaf 2002. Waar kan dit op duiden?
LikeLike
Het ligt voor de hand dat dit met de klimaatverandering te maken heeft: hierdoor neemt zowel de afsmelt als de sneeuwval toe. Hier onder de top 6 voor alle jaren vanaf 2002 (voor zover dat uit te rekenen is; zoals gezegd zijn er vóór 2019 ook veel hiaten). De meest extreme waarden zijn in recente jaren, en in de maanden waarin je dat verwacht (afsmelt in de zomer, toename kort daarna).
LikeLike
Nog een kleine aanvulling. Jaap, je verwijst naar deze figuur, met daarin de maandelijkse verandering van de ijsmassa (de oranje lijn).
https://forum.arctic-sea-ice.net/index.php?action=dlattach;topic=2903.0;attach=411034;image
Die is niet helemaal correct. In feite is het verschil tussen twee opeenvolgende metingen weergegeven. Maar doordat er metingen ontbreken zijn er ook sprongen van twee of meer maanden. Dan is het logisch dat er ook grotere veranderingen van de ijsmassa mogelijk zijn. Het doet zich voor in 2002, 2003, 2011 – 2018. Bijvoorbeeld in 2017 is een afname te zien van 347 Gigaton ineens, maar dat is over ruim twee maanden. Dat telt dus niet mee, en komt niet voor in mijn lijstje.
Het effect van de toename van extremen (sterke afname, sterke toename) is daardoor iets groter dan de figuur suggereert.
LikeLike
Net verschenen op sciencealert.com/ (en ook op carbonbrief.org/):
“Nieuw Antarctisch ijsomslagpunt ontdekt, omdat onderzoek zegt dat we het smelten hebben onderschat. Hoewel dit soort smelten eerder is onderzocht, hebben modellen die door het Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties worden gebruikt om de impact van de opwarming van de aarde op Antarctica te projecteren, nog geen rekening gehouden met dit fenomeen. Ze hebben ook systematisch het ijsverlies tot nu toe onderschat, aldus de studie, gepubliceerd in het tijdschrift Nature Geoscience .”
LikeLike
Hallo Jaaplont,
zo kan ook het tijdschema van het ineenstorten van de AMOC onderschat zijn:Is een van de grootste klimaatrampen – instorting warme golfstroom – al begonnen? | de Volkskrant (archive.ph)
Gaan we naar het tijdvak van de gebleken onderschattingen?
Maar dat terzijde, hier is het Antarctica.
LikeLike
Frank,
Die kwestie van onderschattingen (in zijn algemeenheid) vind ik wel interessant. Aan de ene kant zie je de (logische, verklaarbare) voorzichtigheid aan de kant van de wetenschap, ook vanwege politieke gevoeligheden, aan de andere kant heb ik het gevoel dat ook de wetenschap (vaak) weer ingehaald wordt de feitelijke snelle (sneller dan eerder gedachte?) ontwikkelingen.
Zijdelings: modelering kost tijd, peer review kost tijd, is ook dat een mogelijke reden dat de modellen achter lopen op de feiten?
LikeLike