De mariene hittegolf in de Atlantische Oceaan

Temperatuurafwijking in de noordelijke Atlantische Oceaan op 4 juli. Screenshot van earth.nullschool.net.

Wie het klimaatnieuws een beetje volgt kan het onmogelijk zijn ontgaan: de noordelijke Atlantische Oceaan is al enkele maanden extreem warm. Eigenlijk kun je er als klimaatblogger niet omheen om hier iets over te schrijven. Maar wat? Het is een extreem dat door klimaatverandering extremer is gemaakt, zoveel is duidelijk. Heel veel meer valt er vanuit wetenschappelijke invalshoek niet over te zeggen. Nog niet. Je kunt eventueel nog een overzicht geven van factoren die naast de opwarming door stijgende broeikasgasconcentraties mee kunnen spelen. Dat overzicht is enkele weken geleden al geschreven door Erwin Lambert en Sybren Drijfhout voor het KNMI. Er wordt ongetwijfeld hard gezocht naar aanwijzingen die meer kunnen zeggen over de mate waarin die factoren bijdragen. Maar de eerste wetenschappelijke publicaties daarover zullen nog wel de nodige maanden op zich laten wachten. Goed onderzoek kost tijd. En het proces van peer review ook.

Temperatuurafwijking van de noordelijke Atlantische Oceaan op 3 juli, Bron: Climate Reanalyzer.

Afgezien van de inhoud, is het ook niet zo makkelijk om de goede toon te vinden. Is deze mariene hittegolf onverwacht en verontrustend? Het antwoord op die vraag: ja en nee. Natuurlijk is dit specifieke extreme voorval niet voorspeld. Maar het past wel in de verwachting van extremer wordende extremen. De grootste uitschieters kunnen dan aanzienlijk extremer zijn dan wat er in het verleden is waargenomen. Deze mariene hittegolf is op zich iets nieuws, maar tegelijkertijd vooral een bevestiging van waar klimaatwetenschappers al lang voor waarschuwen: dit is wat er gebeurt als je terechtkomt in onbekend klimatologisch terrein. Klimaatwetenschapper Katharine Hayhoe sprak jaren geleden al van ‘global weirding’: een toename van extreme weersverschijnselen van een aard of omvang die niet eerder is waargenomen. De individuele gebeurtenissen zijn weliswaar onvoorspelbaar, maar de ‘global weirding’ zelf is precies wat er werd verwacht. Het verontrustende zit hem in de bevestiging van die verwachting, die onderstreept hoe snel het klimaat verandert en hoe dat onvermijdelijk tot nieuwe, onvoorzienbare extremen leidt.

Doorgewinterde klimaatwetenschappers reageren nuchter en vrij ingetogen op berichten over de warme oceaan. Dat valt niet bij iedereen in goede aarde. Het lijkt zo hier en daar opgevat te worden als het bagatelliseren van de ernst van het klimaatprobleem. Terwijl het zeker niet zo is bedoeld. Integendeel. Eigenlijk is de boodschap: dit is wat de klimaatwetenschap al decennialang heeft voorspeld, en bij een doorgaande opwarming van het klimaat wordt het nog veel meer en veel heftiger. Of: we wisten al dat we alles op alles moeten zetten om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, en dit extreem verandert daar (net als bijvoorbeeld de recente hittegolven in Mexico en Texas, in India en in China) niets aan.

Een tegenargument is dan dat deze extremen het gevoel van urgentie kunnen versterken bij het publiek en de politiek. Tot op zekere hoogte zal dat zo zijn, maar er is ook een keerzijde. Extremen zijn tijdelijk, en als het gevoel van urgentie gebaseerd is op die extremen bestaat de mogelijkheid dat dat weer wegzakt als ook de temperatuur weer daalt naar iets normalere (voor zover dat woord nog bruikbaar is in het huidige klimaat) waarden. De huidige uitschieter in de Atlantische Oceaan is zo extreem, dat het niet ondenkbaar is dat die de komende tien of vijftien jaar niet wordt overtroffen, zelfs als de opwarming in het huidige tempo doorgaat.

Jaarlijks zee-ijsminimum in het Noordpoolgebied. Bron: NSIDC, Universiteit van Colorado.

De doorgewinterde klimaatwetenschappers (en klimaatbloggers) zullen waarschijnlijk terugdenken aan een extreme uitschieter die in 2012 de aandacht trok: die van het zee-ijs in het Noordpoolgebied. De hoeveelheid ijs was aan het eind van het smeltseizoen extreem laag. Er was zelfs sprake van een dubbele dip: vijf jaar eerder was er ook al een behoorlijk extreem minimum geweest. Een hoge piek of een diep dal aan het eind van een grafiek heeft een sterk visueel effect; het kan snel de indruk wekken van een trendbreuk. Het plaatje van het zee-ijs zag er in 2012 zo uit:

Jaarlijks zee-ijsminimum in het Noordpoolgebied tot en met 2012.

Ook toen was het commentaar van de meeste klimaatwetenschappers terughoudend: er is nu eenmaal een grote variatie van jaar tot jaar en daarom kun je een of twee extremen niet zomaar doortrekken naar een langetermijntrend.  Maar een enkeling liet zich, tot ergernis van zijn vakgenoten, wel verleiden tot zo’n overhaaste conclusie, die natuurlijk de nodige aandacht trok. En dus verschenen er krantenberichten met voorspellingen dat het Noorpoolgebied nog voor het eind van dat decennium ijsvrij zou zijn. Voorspellingen die niet zijn uitgekomen, die zeker niet goed waren voor het vertrouwen in de wetenschap en die nu, elf jaar later, nog altijd worden gebruikt om dat vertrouwen te ondermijnen.

Een beetje voorzichtigheid is dus op zijn plaats. Natuurlijk drukken de extremen die we nu zien ons met de neus op de feiten. Maar de feiten zelf werpen geen nieuw licht op het grote geheel van de wetenschappelijke kennis. Of in elk geval niet voor zover we nu weten.

10 Reacties op “De mariene hittegolf in de Atlantische Oceaan

  1. Dirk Roorda

    Zou de felheid van zomerstorm Poly van vandaag een gevolg zijn van de Atlantische hittegolf?

    Like

  2. Hans Custers

    Dirk,

    Daar heeft Nu.nl een goed stuk over van Rolf Schuttenhelm. Kort samengevat: invloed van het warme water in de Noordzee is niet onaannemelijk, maar hoe groot die invloed is is niet zo makkelijk te bepalen.

    Het past zeker in het beeld van ‘global weirding’.

    Like

  3. Geachte

    Vandaag in de media veel aandacht voor “de warmste dag op aarde”… Maar in een half verdwaald bericht hoor ik dan dat dit gebaseerd is op metingen sinds… 1979

    Dat lijkt me een beetje weinig om iets te concluderen over klimaatverandering. Beetje boosaardig zelfs want men spreekt in de media met commerciële klemtoon van “de warmste OOIT”. Tarara, toch?

    Hoe zit dat met die maritieme metingen? Hoe lang worden die al genoteerd?

    Mvg en dank voor antwoord

    Jan VdC

    Like

  4. Hans Custers

    Jan,

    ‘De warmste ooit’ is inderdaad wat slordig geformuleerd, maar ik vermoed dat de meeste mensen die zoiets lezen en die het willen begrijpen best snappen dat ze het niet letterlijk moeten nemen. En dat wordt bedoeld sinds het begin van de metingen. Ik zou daar dus niet te zwaar aan tillen. Je hebt zelf in elk geval ook meegekregen dat het sinds 1979 was.

    De temperatuur van het zeewater wordt vrij systematisch door scheepsbemanningen gemeten sinds halverwege de negentiende eeuw. Ik denk dat er dus in elk geval geconcludeerd kan worden de de huidige hittegolf extreem (d,w.z. uiterst zeldzaam) is voor die periode.

    Like

  5. Bob Brand

    Beste Jan VdC,

    Als aanvulling op wat Hans Custers al schrijft: er bestaan meetreeksen die véél verder teruggaan. Daartoe behoren o.a. NASA GISTEMP, het Britse HadCRUT5 en ook Berkeley Earth:

    De zeewater-oppervlaktetemperaturen zijn er sinds ca. 1850. Nadeel is dat deze pas maanden later beschikbaar komen. Eén keer per maand worden de temperatuurmetingen opgehaald uit alle wereldwijd aanwezige meetstations, inclusief boeien en metingen vanaf schepen, gecontroleerd op fouten en dan verwerkt tot een maandgemiddelde.

    Maar er bestaat nog een totaal andere manier om héél snel de temperatuur ‘vandaag’ te kunnen bepalen of althans te schatten. Dit zijn de zogeheten re-analyses zoals van NCEP (National Centers for Environmental Prediction) en ERA.

    Wat doet zo’n re-analysis?

    Een re-analysis werkt door alle meteorologische gegevens te gebruiken die ook in de actuele weersvoorspelling minuut-tot-minuut benut zijn om de voorspelling voor vandaag, morgen en 10 dagen in de toekomst te maken. Dit zijn ook de luchtdruk, luchtvochtigheid, wind en windrichting. Niet alleen aan het oppervlak, ook hoger in de dampkring met weerballonnen, satellieten en vliegtuigen.

    Vervolgens wordt hetzelfde weermodel dat de weersvoorspellingen maakt, gebruikt om uit te rekenen wat dan de mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur moet zijn.

    Voordeel: het is snel beschikbaar, net zo snel als het weerbericht. Nadeel: het zijn niet de ‘echte’ temperatuurmetingen aan het aardoppervlak, die volgen pas later.

    Waarom pas vanaf 1979? Dit is omdat deze re-analyses (zoals NCEP en ERA) pas gemaakt konden worden sinds 1979. Toen kwamen er de gecomputeriseerde weermodellen en gestandaardiseerde meteorologische waarnemingen met satellieten. Wil je verder terug dan 1979, dan dien je wél bij HadCRUT5, NASA GISTEMP en Berkely Earth etc. te kijken.

    Like

  6. Jaap Lont

    Hans, je zegt: “Natuurlijk drukken de extremen die we nu zien ons met de neus op de feiten. Maar de feiten zelf werpen geen nieuw licht op het grote geheel van de wetenschappelijke kennis. …”

    Dit specifieke extreem werpt misschien geen nieuw licht, maar in hoeverre zou het invloed kunnen hebben op het tempo van afzwakking van de warme golfstroom? En op het tempo van arctisch zeeijs? (gezien deze extreme warmte toch in noordelijke richting wordt getransporteerd, lijkt mij).

    “… Of in elk geval niet voor zover we nu weten.”

    Klimaatmodellen zijn noodzakelijkerwijs onvolmaakt. Ten eerste kunnen ze niet alle technologische of maatschappelijke veranderingen voorzien die de komende tijd zullen plaatsvinden. En ten tweede zegt mijn gevoel dat ze ook op fysisch gebied niet perfect kunnen zijn. Bijvoorbeeld: kunnen ze toekomstige kantelpunten (die weliswaar deel uitmaken van het grote geheel van de wetenschappelijke kennis) modelleren?

    Like

  7. Hans Custers

    Jaap,

    In theorie zou die invloed er kunnen zijn. Als het systeem op het randje van het kantelpunt balanceert, zou zo’n extreem het naar de andere kant kunnen duwen. Maar voor zover ik weet zijn er geen aanwijzingen dat we daar nu al serieus rekening mee moeten houden.

    Modellen (de ‘algemene’ klimaatmodellen en/of meer gespecialiseerde modellen) kunnen kantelpunten wel modelleren, maar dat doen ze natuurlijk niet perfect. Er is daarom meestal niet heel nauwkeurig (op een tiende van een graad of zo) te voorspellen waar die liggen.

    Like

  8. Jaap Lont

    Bob,
    je noemt de re-analyses van NCEP. Die laten zien wat de mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur per dag is. Je geeft al aan dat het niet de ‘echte’ temperatuurmetingen zijn. Maar wat ik niet snap is dat er een seizoenspatroon in lijkt te zitten. In het zuidelijk zomerseizoen (januari/februari) is het wereldgemiddelde rond de 13 graden, terwijl het in het noordelijk zomerseizoen (juli/augustus) rond 16,5 a 17 graden is. Maar op mondiaal nivo heffen de seizoensinvloeden elkaar per saldo toch op? Warmte kan toch niet verdwijnen en later terugkomen, wereldwijd gezien? Of weegt het noordelijk halfrond zwaarder mee in de metingen?

    (Wat ik me zou kunnen voorstellen is dat toen men er in 1979 mee begon dat er inderdaad meer meetpunten waren op het noordelijk halfrond dan op het zuidelijke en dat men deze methodiek is blijven handhaven om de jaren onderling te kunnen blijven vergelijken. Maar uit de info op de site https://climatereanalyzer.org/clim/t2_daily/ blijkt dat volgens mij niet. Daar staat: “… . Als bijvoorbeeld Wereld is geselecteerd, vertegenwoordigt elke dagelijkse temperatuurwaarde op de kaart het gemiddelde van alle rastercellen 90°ZB–90°N, 0–360°O en geeft het de convergentie van lengtegraden aan de polen weer.” )

    Like

  9. Hans Custers

    Jaap,

    Zomers op het noordelijk halfrond zijn warmer omdat daar meer land is. En dat warmt meer op onder de zomerzon dan de oceaan.

    (Je zou overigens ook nog kunnen vermoeden dat de Milanković-cycli invloed hebben, maar dat zou de situatie juist andersom zijn. In onze zomer staat de aarde wat verder van de zon dan in de zomer op het zuidelijk halfrond. Maar de verdeling van land/oceaan heeft dus meer invloed.)

    Like

  10. Dirk Roorda

    Jaap,
    en er “verdwijnt” veel warmte in de oceaan, in de zin dat je dat niet direct terug ziet als temperatuurverhoging. Ik denk dat het zuidelijk halfrond juist meer warmte absorbeert dan het noordelijk halfrond.

    Like

Plaats een reactie