Wind warmt Nederland op, maar de meeste opwarming komt ook hier door CO₂

Wereldwijd wordt het warmer, en CO2 is daarvan de onomstotelijke oorzaak (IPCC, 2021). Tot zover niets nieuws. Maar in een recent artikel in het International Journal of Climatology (Hoogeveen & Hoogeveen, 2022) komen zoon Jippe en vader Han Hoogeveen met een statistische analyse tot de opmerkelijke conclusie dat (1) de opwarming in ons eigen land volledig wordt veroorzaakt door veranderingen in de overheersende windrichting . Bovendien stellen ze expliciet dat (2) CO2 “dus” niet de oorzaak van de opwarming is. Dat laatste ondersteunen zij met de observatie dat de CO2 concentratie de door hen gevonden correlatie niet versterkt.

Het valt nooit uit te sluiten dat de klimaatwetenschap de rol van CO2 in het klimaat niet correct beschrijft, maar om die rol te falsifiëren (Pulles, 2020)  is meer nodig dan een waargenomen correlatie tussen windrichtingen en opwarming, gegeven de overweldigende hoeveelheid evidentie dat deze rol van CO2 wél goed wordt begrepen.

Beide beweringen zijn problematisch en niet omdat die beweringen haaks staan op wat de klimaatwetenschap heeft vastgesteld, maar vooral omdat zij twee fundamentele fouten maken:

  • zij zien over het hoofd dat de wind uit álle windrichtingen opwarmt
  • zij verwarren het weer met het klimaat

Alle windrichtingen zijn opgewarmd

Nederland is, net als grote delen van Europa, in de afgelopen tientallen jaren sterker opgewarmd dan het mondiale gemiddelde. Is de temperatuur wereldwijd met ruim 1 graad gestegen sinds het begin van de industriële revolutie, in Nederland is dat ruim 2 graden. Daar zijn meerdere oorzaken voor te bedenken. Allereerst warmt het land sneller op dan de oceanen. En in de tweede plaats zien we dat, in de loop van tientallen jaren, de voorkeurslocaties van hoge- en lagedrukgebieden verschuiven, waardoor bepaalde windrichtingen in een bepaald gebied vaker voorkomen, en andere windrichtingen juist minder. We noemen dit veranderingen in de atmosferische circulatie. Het is aannemelijk dat de veranderingen in de atmosferische circulatie worden veróórzaakt door de opwarming van de Aarde (Poitou et al.), maar laten we hier een strikte scheiding aanhouden tussen opwarming rechtstreeks door CO2, en opwarming door veranderingen in de circulatie.

Een terechte onderzoeksvraag is dan ook in hoeverre de opwarming in Nederland te verklaren is door de mondiale opwarming door CO2, en welk deel van de opwarming komt door veranderingen in het voorkomen van verschillende windrichtingen. Deze vraag werd bijna 20 jaar geleden al eens behandeld door twee onderzoekers van het KNMI in een bekend wetenschappelijk paper (van Oldenborgh & van Ulden, 2003)). In een elegante analyse lieten zij zien dat circa 80% van de opwarming in Nederland komt door de mondiale, door de mens veroorzaakte opwarming, en circa 20% door een verschuiving van koudere naar warmere windrichtingen. Ook in het recente KNMI Klimaatsignaal uit 2021 staat een figuur waarin (met een net iets andere techniek) de bijdrages van CO2 en veranderende windrichting ontrafeld worden, met een vergelijkbare uitkomst: op jaarbasis is de Nederlandse opwarming voor 30% veroorzaakt door meer warme wind.

In dat opzicht is het artikel van Hoogeveen en Hoogeveen een opvallende uitzondering, want zij claimen dat de gehele opwarming in Nederland volledig te verklaren is door veranderende windpatronen. Al op het eerste gezicht is dat een vreemde conclusie. Hoe kan CO2 de hele wereld opwarmen, maar in Nederland juist helemaal niet? En dan moeten die circulatiepatronen dus een opwarming verklaren die tweemaal zo groot is als het mondiale gemiddelde. Dat klinkt onwaarschijnlijk, en dat is het ook.

Waar het bij Hoogeveen en Hoogeveen fundamenteel misgaat, is dat zij in hun statistische methode de scheiding tussen achtergrondopwarming (door CO2) en veranderingen in windrichting niet maken. Als je een statistisch model bouwt waarin je alleen het voorkomen van alle windrichtingen stopt, is het logisch dat alle waargenomen opwarming op het conto wordt geschreven van de veranderingen in windrichting die Nederland de afgelopen decennia heeft gezien.

Figuur 1: De opwarming van 8 windrichtingen in Nederland tussen 1960 en 2020, gebaseerd op de dataset van Hoogeveen en Hoogeveen. A staat voor de afwezigheid van wind

Dat het in het geval van de opwarming in Nederland een combinatie móet zijn van algemene opwarming en circulatieverandering, blijkt uit het simpele feit dat alle windrichtingen zijn opgewarmd in de afgelopen decennia. De brongebieden – waar de lucht die in Nederland gemeten wordt – zijn dus allemaal opgewarmd, zie daarvoor figuur 1 die we op basis van de data van Hoogeveen en Hoogeveen zelf hebben gemaakt. Ook is het te zien aan een kaartje met de opwarming van Europa in figuur 2. Overal waar de wind vandaan waait is het warmer geworden

Figuur 2: De waargenomen opwarming in Europa tussen 1960 en 2011 (het verschil tussen de gemiddelde temperatuur van 1950 tot 1970 en die van 2001 tot 2021). Vrijwel alle gebieden waar de wind in Nederland vandaan komt zijn opgewarmd

Dit blijkt bovendien uit het regelmatig sneuvelen van temperatuurrecords in de afgelopen jaren. Het is niet alleen zo dat er meer warme dagen zijn en minder koude dagen, maar de warmste dagen in het jaar worden ook steeds warmer. Dat verschijnsel is lastig te verklaren als de opwarming toegeschreven moet worden aan een verandering in de frequentie van windrichting.

De conclusies van Hoogeveen en Hoogeveen kunnen dus geen standhouden. Een interessante waarneming die het onderzoek van Hoogeveen en Hoogeveen verder ontkracht, is dat de herfst in Nederland een seizoen is waar géén sprake is van veranderde windpatronen. Maar ook de herfst is in Nederland ruim 1,5 graad opgewarmd sinds 1960 (KNMI).

Er moet dus nog een andere reden zijn waarom het in Nederland warmer wordt. Afgaand op het wél betrouwbare onderzoek van Van Oldenborgh en Van Ulden en van het recente KNMI Klimaatsignaal ’21 is de beste schatting op dit moment dat CO2 voor 70 à 80% verantwoordelijk is voor de opwarming in Nederland, en een verschuiving naar wind uit warmere streken voor 20 à 30%.

Het weer is niet het klimaat

De tweede fundamentele fout die Hoogeveen en Hoogeveen maken is dat zij in de kern de concepten “weer” en “klimaat” met elkaar verwarren. Zij hebben een verandering gevonden van frequenties van voorkomen van dagelijkse windpatronen over een tijdschaal van anderhalve eeuw, daarmee wordt dit een klimatologische analyse. Die verandering blijkt goed te correleren met de waargenomen stijging van de dagelijkse temperatuur, dat klopt. Wat niet klopt is dat “dus” de hele opwarming wordt veroorzaakt door die veranderde circulatie. Zij sluiten immers niet uit dat tenminste een deel van de veranderende windpatronen veroorzaakt kan worden door de opwarming, simpelweg omdat het ook in de oorsprong-regio’s van de lucht die ons bereikt ook warmer wordt.

Zoals hierboven (Figuur 1) is aangetoond, neemt inderdaad ook de temperatuur langzaam toe voor elke door hen onderscheiden windrichting. Hun correlatie analyse kan geen onderscheid maken tussen opwarming door verschuiving in de optredende windrichtingen of omdat het in de brongebieden van de aangevoerde lucht vaker warm weer is.

Het weer is een kortdurende toestand van de atmosfeer, terwijl klimaat het gemiddelde weer over een periode van tientallen jaren beschrijft. De luchttemperatuur wordt beïnvloed door processen op de tijdschaal van een dag (dag en nacht, het weer) en een jaar (seizoenen) tot meerdere decennia of nog langer (ijstijden, broeikasgassen). Figuur 2 illustreert deze interacties.

Figuur 3 Energie transport in de twee gekoppelde stromingssystemen atmosfeer en oceanen (uit: Poitou, 2017)

Waarnemingen aan het weer, windrichting, windsnelheid, temperatuur, bewolkingsgraad etc., spelen zich af op de tijdschaal van een uur tot enkele dagen. Het klimaat is in feite de verzameling van al het mogelijke weer binnen de in Figuur 3 weergegeven energiestromen, aangedreven door de inkomende zonnestraling en beperkt door de natuurkundige wetten van behoud van energie en massa en de stralingswetten van Planck en Stefan-Boltzman . Het klimaat wordt vaak kwantitatief gekarakteriseerd door lange termijn (30 jaar) gemiddelden van relevante weersvariabelen, maar ook de frequentieverdelingen daarvan (https://nl.wikipedia.org/wiki/Klimaat).

Het klimaat verandert door veranderingen in de energie binnen het systeem. Omdat de processen die de energie van de zon over de aarde verdelen tijdschalen kennen van tientallen jaren tot vele millennia kun je die veranderingen in het klimaat pas waarnemen als je naar de langjarige statistiek van weersvariabelen kijkt. In de klimaatwetenschap is daarvoor een periode van 30 jaar gekozen. Dat lijkt, als je naar de tijdschalen van het energietransport in het aarde-atmosfeer systeem kijkt (Figuur 3) een goede keus.

De correlatie tussen wind en temperatuur

Wat vader en zoon Hoogeveen doen is op basis van een door henzelf (handmatig) geïnterpreteerde dataset de relatie onderzoeken tussen dagelijkse windvelden en dagelijkse temperaturen in Nederland. Zij vinden dus dat voor het dagelijkse weer windrichting en temperatuur een sterke samenhang vertonen. Dat is niet verwonderlijk natuurlijk: als de wind waait uit warmere streken wordt het hier door de bank genomen warmer dan wanneer de wind uit koudere streken waait. Zij laten dus een correlatie zien tussen twee variabelen die het dagelijkse weer op elke afzonderlijke dag bepalen.

De invloed van CO2

De over ons land gemiddelde CO2 concentratie verandert echter nauwelijks van dag tot dag. Die neemt ieder jaar een beetje toe. Het is dan ook vanzelfsprekend dat er in de gevonden correlatie tussen dagelijkse wind en temperatuur geen invloed van CO2 wordt gevonden. De toename in de CO2 concentratie speelt zich op een duizenden keren langzamere tijdschaal af. Als we de effecten van de toenemende concentratie op de energietransport in het aarde-atmosfeer systeem meenemen (30 jaar gemiddelden) dan gaat dat zelfs 100.000 keer langzamer.

Kortom: bij een analyse van dagelijks veranderende weervariabelen in relatie tot CO2 verwacht je geen sterke samenhang. Die variabelen veranderen immers op veel kortere tijdschalen dan de verandering van de CO2 concentratie. Dat is anders voor weerstatistieken waarvoor een hele lange meetreeks is gebruikt. Zoals de gemiddelde temperatuur, of de temperatuur op de warmste dag van het jaar.

Er is geen enkele serieuze twijfel meer over de invloed van de emissies van fossiel CO2 op de gemiddelde temperatuur op aarde. De beschikbare natuurwetenschap reproduceert dit causale verband, terugkijkend op de afgelopen 170 jaar, goed.

Andere problemen met dit artikel

De auteurs hebben de ‘bron’ van de aangevoerde lucht in Nederland handmatig afgeschat door druklijnen te volgen op gevisualiseerde weerkaarten van een weerwebsite.

Dat is geen aanpak die veel vertrouwen wekt. Er wordt impliciet aangenomen dat de weerkaarten stabiel zijn. In werkelijkheid verschuiven hoge- en lagedrukgebieden en worden sterker of zwakker. Verder wordt vergeten dat lucht continu (grote) verticale bewegingen ondergaat. Het roept de vraag op, waarom de onderliggende dataset van NOAA niet rechtstreeks is gebruikt. Door deze data in te voeren in een trajectoriënmodel (bijv. HYSPLIT) kan de lucht vanuit Nederland terug in de tijd gevolgd worden. Dat levert veel betrouwbaardere resultaten op, die rijmen met de realiteit.

Ter illustratie wat het uitmaakt: men had zo kunnen constateren dat bijvoorbeeld de lucht die bij ons op 31 augustus 1976 aanwezig was, uit Noord-Italië eerst hoog over de Alpen werd gevoerd en pas in het allerlaatste stukje over de Noordzee daalde en met een klein bochtje vanuit het noordwesten ons land binnenstroomde. De auteurs hebben alleen dit allerlaatste stukje beschouwd op basis van de weerkaart van die dag en daarom ‘noordwestelijk brongebied’ in de dataset opgenomen.

Al aan het begin van het artikel suggereren ze dat er een “sprong” in de temperatuur plaatsvond in 1988. Waar deze suggestie vandaan komt is onduidelijk. Wel presenteren ze in hun figuur 9 een wat ruizig temperatuurverloop voor de maanden januari tot maart. In die grafiek trekken ze twee horizontale lijnen die in 1988 2 graden opschuift. Een stijgende rechte lijn past, lijkt ons, even goed op deze data. Er is ook geen enkel idee waarom beide lijnen horizontaal zouden moeten zijn of waar deze “sprong” vandaan komt. Dat die in hun regressie keurig verklaard wordt is geen verrassing, Zij hebben immers de gevonden correlatie als causatie in hun model ingebakken. Daarmee wordt hun interpretatie een cirkelredenering.

Conclusie

Vooruitgang in wetenschappelijke kennis wordt vaak geboekt door bestaande ideeën op de proef te stellen. Maar hier gaat dat mis. Hoogeveen en Hoogeveen hebben veel tijd en moeite gestoken in het bij elkaar brengen van een langjarige dataset, en daarmee geprobeerd een radicaal andere interpretatie van de opwarming in Nederland te verdedigen. Maar hun conclusies houden geen stand. Op hun methode is het nodige aan te merken. Maar ook blijkt uit hun eigen dataset al dat de lucht uit álle windrichtingen is opgewarmd. Dat stemt ook overeen met wat we weten over de opwarming in de brongebieden waar de wind vandaan komt. De sterke correlatie die de auteurs hebben aangetroffen tussen wind en temperatuur is een bekend gegeven over het weer, maar blijkt niet van toepassing te zijn op het verklaren van veranderingen in het klimaat.

Tinus Pulles, Peter Kuipers Munneke, Willem Jan Blom, Halbe Hibma

94 Reacties op “Wind warmt Nederland op, maar de meeste opwarming komt ook hier door CO₂

  1. Lennart van der Linde

    Tinus et al, dank voor deze heldere kritiek op het artikel van Hoogeveen & Hoogeveen. Mijn indruk bij eerste lezing van hun artikel was dat zij probeerden te verklaren waarom Nederland is opgewarmd dan het mondiale gemiddelde. Hun conclusie dat CO2 daarvoor geen verklaring was, leek me logisch, aangezien CO2 een well-mixed broeikasgas is, dus regionale verschillen zullen uit andere factoren te verklaren moeten zijn.

    Als hun conclusie echter niet alleen de snellere opwarming moet verklaren, maar de volledige opwarming, dan lijkt me dat in strijd met hun eigen vraagstelling, of hebben ze die vraag nogal dubbelzinnig gesteld.

    Ik neem aan dat via peer-review jullie kritiekpunten aan de orde gesteld hadden moeten worden, dus de vraag is waarom dat blijkbaar niet gebeurd is, of waarom die punten in het uiteindelijke artikel niet of onvoldoende verwerkt zijn. Hoe zien jullie dat? Wat is hier is misgegaan in het proces van peer-review?

  2. Leo van Lierop

    Een beetje als dat er water uit de badkuip klotst omdat het harder waait. Maar ondertussen is er meer water in de badkuip gekomen.

  3. Hans Custers

    Lennart,

    Ze zeggen in het begin van het artikel inderdaad dat ze de extra opwarming in Nederland onderzoeken. Dat je die indruk hebt is dus begrijpelijk. Maar aan het eind van de abstract trekken ze al een conclusie over de volledige opwarming.

    Je zou inderdaad mogen verwachten dat zoiets op zou moeten vallen in de peer review. Net als de andere fouten.

  4. Lennart van der Linde

    Benieuwd hoe de peer review in dit geval uitgevoerd is en wat die opgeleverd heeft. Via het International Journal of Climate (IJC) wordt verwezen naar deze pagina over het peer review proces: https://authorservices.wiley.com/Reviewers/journal-reviewers/what-is-peer-review/index.html Daar valt o.a. te lezen:

    “The peer review system is not without criticism. Studies show that even after peer review, some articles still contain inaccuracies and demonstrate that most rejected papers will go on to be published somewhere else. However, these criticisms should be understood within the context of peer review as a human activity. The occasional errors of peer review are not reasons for abandoning the process altogether – the mistakes would be worse without it… Wiley is committed to increasing transparency in peer review, increasing accountability for the peer review process and giving recognition to the work of peer reviewers and editors.”

    Die transparantie zou in dit geval kunnen helpen om te zien waar de reviewers wel of niet op fouten gewezen hebben en wat daar uiteindelijk mee gedaan is. Misschien ook een idee als Tinus c.s. hun kritiek aanbieden ter publicatie in het IJC. Of is dat al de bedoeling?

  5. Lennart: onze blog werd ook getriggerd door de observatie dat Nederlandse journalisten van de Telegraaf en Elsevier Weekblad de conclusies van dit artikel interpreteerden zoals wij dat doen. Wij vonden het nodig daar onze kanttekeningen bij te maken.

    Wat betreft “peer review”: dat kan ook wel eens misgaan. Dat is hier duidelijk het geval. Misschien is dat hier wel misgegaan doordat de reviewers jouw interpretatie van het stuk volgden.

  6. Peter Kuipers Munneke

    Technische aanvulling: het paper van H&H doet wel een poging om het effect van CO2 vast te stellen, maar die poging bevat een basale fout. Eerst verklaren ze de opwarming (onterecht) aan de hand van de windrichtingen. Dan houd je nog een stukje onverklaard signaal over: de residuen. Die residuen proberen ze vervolgens te verklaren in termen van CO2. Maar dat houdt geen stand: CO2 is niet verantwoordelijk voor de residuen, maar voor een groot deel van de trend zelf!

    Het is alsof je van de gemeten zeespiegel de hele opgaande trend verwijdert, en dan gaat kijken of je de jaarlijkse schommelingen kunt verklaren door het smelten van het ijs. Terwijl het smelten van ijs juist verantwoordelijk is voor de opgaande trend.

  7. Peter Kuipers Munneke

    @Lennart en Tinus: Figuur 8 in hun paper geeft het antwoord: ze proberen wel degelijk het volledige temperatuursignaal van ca. 2 graden in een eeuw te verklaren, niet alleen de éxtra opwarming.

  8. Hi Tinus, Peter, Willem Jan en Halbe,

    Veel dank voor jullie heldere artikel! Ik zou er nog een kleine observatie aan toe willen voegen, hoewel deze impliciet ook al ter sprake komt in jullie stuk.

    Het artikel van H&H wekt de indruk dat zij ‘het effect van CO2’ zien als de directe stralingsforcering in de atmosferische kolom boven het Nederlandse landoppervlak. Met andere woorden: alsof de verandering in de CO2-concentratie in Nederland DIRECT gekoppeld zou zijn aan de mate van opwarming hier in Nederland. H&H proberen vervolgens om deze hypothese te toetsen aan de ‘residuals’ uit hun lineaire regressie.

    Echter, deze ‘hypothese’ is niet zoals het werkt in de klimaatwetenschap.

    In werkelijkheid is er in de tropen altijd een groot stralingsoverschot. Er komt daar véél meer aan kortgolvige zonnestraling binnen dan er, als langgolvig infrarood, weer uitgestraald wordt naar het heelal. Op hogere breedtegraden zoals in NL, is dit precies andersom: daar wordt er juist veel méér aan langgolvig infrarood naar het heelal gestuurd dan er als zonnestraling binnenkomt.

    Hoe komt die ‘extra’ warmte in de tropen dan op onze hogere breedtegraden? Juist, via stroming ofwel in meer officiële termen: advectie.

    Zowel via de oceaan (zoals de ‘warme golfstroom’), als via de lucht zoals onder meer de Hadley-circulatie. Ruwweg is het aantal ZetaJoules dat er aan warmte via de oceaan naar onze breedtegraden getransporteerd wordt, even groot als de ‘flux’ aan warmte die meegevoerd wordt door de lucht.

    Kortom: de ‘global warming’ in Nederland verloopt altijd al grotendeels via de warmte die er meegevoerd wordt door de wind, door luchtstromingen. Het is niet de CO2-concentratie in NL die hier de mate van temperatuurstijging bepaalt, maar de toename van de mondiale broeikasgas-concentraties in de gehele atmosfeer — en deze extra warmte komt hier vooral via stroming/wind.

    De hypothese zoals die impliciet door H&H getoetst werd, is niet zoals het in de atmosferische fysica werkt.

  9. Lennart van der Linde

    Dank allen voor de verhelderende aanvulling. In fig.8 uit H&H, waarnaar Peter verwijst, wordt ook nog Total Solar Irradiance (TSI) als mogelijke factor genoemd. Vraag als relatieve leek: in hoeverre speelt afnemende luchtvervuiling in Nederland/Europa nog een rol in verklaring van de mate van opwarming hier (door het afnemende koelende/dimmende effect van aerosolen)?

  10. Hi Lennart,

    De afname van de luchtvervuiling is ten opzichte van een bepaald jaar, bijvoorbeeld 1960 of 1980. Of juist ten opzichte van pre-industrieel? 😉 Het maakt namelijk nogal wat uit wat je hier als base-line hanteert.

    Je zou het eerder kunnen omschrijven als een grote mate van luchtvervuiling gedurende ruwweg de jaren 1955 – 1985, die in deze periode een deel van de (door extra broeikasgassen veroorzaakte), opwarming tijdelijk heeft gemaskeerd ofwel getemperd.

    Nu de luchtvervuiling weer afneemt — nog niet op het ‘natuurlijke’ achtergrondniveau van bijv. rond het jaar 1750 maar wél minder dan in 1960 of 1980 — wordt dit maskerende effect ook minder. En dan zie je een snellere toename van de temperatuur, doordat het versterkte broeikaseffect dan niet deels meer gecompenseerd wordt door tijdelijk koelende aërosolen van SO2 en NOx.

    In die zin speelt het zeker een rol.

  11. In een artikel in Europhysics News geeft Poitou een korte beschrijving van wat hij noemt de “klimaatmachine”. Daarin behandelt hij de manier waarop gekoppelde oceaan- en atmosfeer stromingen de energie van de zon over de aardbol verdelen. Wellicht waty technisch en in het Engels, maar zeer verhelderend. Zie https://www.europhysicsnews.org/articles/epn/pdf/2017/02/epn2017482p26.pdf

  12. Lennart van der Linde

    Hi Bob,
    In dit geval is de vraag denk ik vooral in hoeverre regionale verschillen in de mate van opwarming deels verklaard kunnen worden door regionale verschillen in de mate van luchtvervuiling cq koeling door aerosolen, in welke gekozen periode dan ook. In de periode dat de luchtvervuiling in onze regio begon af te nemen, begon die in bv China en India juist toe te nemen, schat ik. Een vraag zou dan zijn in hoeverre zulke verschillen van invloed zijn op de mate van opwarming/dimming, naast factoren als mogelijke veranderingen in luchtcirculatie en wellicht ook wolkenvorming (of valt dat ook onder TSI)?

  13. Hi Tinus,

    Ja, precies. Oceaan- en atmosfeer-stromingen (dus ook wind) verdelen de energie van de zon — óók de extra warmte die er mondiaal wordt vastgehouden door het versterkte broeikaseffect — over de aardbol.

    Dit plaatje illustreert het stralingsoverschot en stralingstekort, met als gevolg de enorme warmtestromen die er via atmosfeer en oceaan lopen:

    Hi Lennart, de regionale verschillen in de mate van luchtvervuiling zijn aanzienlijk, ook qua timing. Zo is de luchtvervuiling in ZO-Azië juist sterk toegenomen ná 1980 en bij ons afgenomen.

    Als je zoekt op prof. Martin Wild van de ETH Zürich vind je een reeks aan publicaties erover. Zijn onderzoeksgroep is erin gespecialiseerd.

  14. Lennart van der Linde

    Dank voor de verwijzing, Bob. Als ik een paar artikelen van Wild snel bekijk, lijkt hij voor de 20e eeuw dimming en brightening vooral aan aerosol-trends te wijten, en niet aan trends in wolkenvorming: http://iacweb.ethz.ch/doc/publications/Wild_GlobalEnvironmentalChange_2014.pdf

    Voor het begin van de 21e eeuw lijkt dat juist andersom te zijn, maar misschien concludeer ik dat te snel: https://www.mdpi.com/2073-4433/11/3/308/htm

    De mate waarin deze factor bijdraagt aan relatieve regionale opwarming, m.n. voor onze regio, kan ik hier zo snel niet uithalen. Wellicht hebben anderen daar meer zicht op.

  15. Hans Custers

    Lennart,

    Aerosolen en wolken staan niet los van elkaar. Aerosolen kunnen als condensatiekernen dienen, en hebben zo invloed hebben op wolkenvorming. Daarmee hebben ze ook invloed op eigenschappen van wolken. Er zitten nog wel aanzienlijke onzekerheden in dit soort zaken, dus heel nauwkeurig is het vermoedelijk niet te bepalen.

    Overigens zit er op dit punt ook nog een slordigheid in het artikel van de Hoogeveens, omdat ze TSI en AMO als onafhankelijke factoren zien. Beiden zijn waarschijnlijk gerelateerd aan aerosolen en dus ook aan de menselijke uitstoot daarvan.

  16. Hans Custers

    Ik zie nu dat de Telegraaf-journalist die dat stuk over de Hoogeveens schreef nu min of meer vraagt om een formele reactie naar International Journal of Climatology:

    Het zou het er natuurlijk alleen maar pijnlijker op maken voor vader en zoon. De kans dat het tot intrekking van het artikel zou leiden lijkt me behoorlijk groot.

  17. Lennart van der Linde

    Hans, terechte aanvulling. Wild 2014 zegt hierover:
    “Changes in cloud amount and optical properties, which may or may not have been linked to the aerosol changes, have also been proposed to contribute to the dimming (e.g., Liepert 2002). An attempt has been made in Norris and Wild (2007) to differentiate between aerosol and cloud impacts on radiative changes over Europe.”

    Hatzianastassiou et al 2020 zeggen:
    “The post-2000 dimming is found to have been primarily caused by clouds, and secondarily by aerosols…”

    Maar inderdaad complex verhaal. Misschien kan Bart Verheggen er meer over zeggen, aangezien hij dacht ik nogal wat onderzoek naar aerosolen gedaan heeft.

  18. Han Hoogeveen

    Reactie op kritiek van Pulles et al

    Hieronder hebben we een reactie op al jullie bezwaren. Eerst maken we nog even 2 algemene opmerkingen die belangrijk zijn en blijkbaar nog niet voor iedereen helemaal duidelijk. We zullen dan stap voor stap alle problemen die in deze blog worden genoemd weerleggen. Daaronder zullen we een overzicht geven van wat we precies gedaan hebben met onderbouwing en alle mogelijke problemen ook nog even toelichten. Dit is voor de neutrale lezer die nog niet heel diep in het artikel zit waarschijnlijk veel duidelijker dan ons overzicht erboven. Daarna geven we nog even een samenvatting over hoe meneer Pulles ons kan overtuigen. Wij zullen niet proberen hem te overtuigen, want dat kan helemaal niemand (zelfs het KNMI niet). We zullen voor alle duidelijkheid streepjes zetten tussen de delen zoals hieronder, want dit is een behoorlijk uitgebreid stuk.
    —————————————————————————–

    Algemene opmerkingen

    Ten eerste even een algemene opmerking. De data die wij hebben gemaakt gaan over de luchtstroming op een bepaalde dag. Als wij dus iets aanmerken als N,G, dan zou je bij die weerkaart een stroming recht uit het Noorden naar Nederland vinden. Dit betekent echter niet dat de lucht op die dag uit het Noorden komt, omdat de dagen daarvoor ook nog duidelijk invloed hebben. Onze dataset zit dus eigenlijk een beetje tussen windrichting en brongebied in. In bijvoorbeeld de Telegraaf gaan we hier niet heel diep op in en noemen we dit gewoon het brongebied om het verschil duidelijk te maken met de windrichting aan de grond. Dit is natuurlijk ook maar een benadering, dus het kan waarschijnlijk nog wel betrouwbaarder. Echter gegeven hoe goed dit model de variaties op zowel dagelijks als jaarlijks niveau kan verklaren, is dit zo te zien al een behoorlijk goede benadering.

    Verder ook als reactie op wat commentaar. Wij nemen ook de toegenomen zonnestraling zoals gemeten in De Bilt mee in de regressie op vergelijkbare manier met de windpatronen. Dit verklaart ook een deel van de opwarming. Dit is ook waarschijnlijk in de artikelen in de Elsevier en de Telegraaf niet helemaal goed meegekomen, omdat die ook maar bedoeld zijn als een korte samenvatting en niet als een volledige wetenschappelijke argumentatie.
    —————————————————————————–

    Weerlegging blog

    We zullen dan nu even jullie blog langslopen en overal op reageren.

    Verrassende conclusie

    Ten eerste zeggen jullie dat onze beweringen problematisch zijn omdat ze haaks staan op wat er nu bekend is in de klimaatwetenschap. We zijn het met jullie eens dat dit inderdaad een erg verassende uitkomst is. Dit merken we ook op in het wetenschappelijke artikel zelf en daarom doen we nog wat extra experimenten om er echt zeker van te zijn dat we geen fouten hebben gemaakt. Al deze experimenten geven echter duidelijk aan dat er geen fouten in lijken te zitten. Hierom is het in onze mening toch echt wel de moeite waard om dit te publiceren. Wetenschappelijk gezien lijkt het ons dat je een artikel alleen maar niet publiceert als er fouten in zitten. Het feit dat het afwijkt van andere artikelen zou in principe niet de enige reden mogen zijn om iets direct af te wijzen. Het is natuurlijk wel een reden om er met enige scepsis naar te kijken, maar als het artikel zelf klopt, dan klopt het.

    Poitou (CO2 veroorzaakt verandering circulatie)

    Ook zeggen jullie even later dat uit het artikel van Poitou zou volgen dat die veranderingen die wij waarnemen in luchtcirculatie hoogstwaarschijnlijk toch ook komen door de toename van broeikasgassen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik geen flauw idee heb hoe jullie daarbij komen. Ik heb het hele artikel gelezen, maar er wordt daar überhaupt helemaal niks gezegd over CO2 of waarom bijvoorbeeld de lucht hier vaker uit het zuiden zou moeten worden aangevoerd door een toename van CO2 of zo iets. Het enige dat er wordt gezegd is dat er door temperatuur en straling drukverschillen ontstaan en daarmee dus wind.
    Misschien dat jullie redereneren in de trant van “Klimaat is gelijk aan CO2, want er is niks anders, dus moet deze verandering in het klimaat wel komen door CO2.”, maar dat lijkt me zeker niet terecht. Ten eerste is namelijk in de literatuur voor zover wij weten helemaal niks bekend over waarom door CO2 de circulatie in Nederland zo zou veranderen. Peter Siegmund van het KNMI zei bijvoorbeeld in de NRC dat hij geen idee had waarom de wind vaker uit het westen kwam in https://www.nrc.nl/nieuws/2022/08/17/een-warm-jaar-vol-met-dagrecords-2-a4139203. Ook het IPCC zegt voor zover wij weten niet zoveel over verandering van circulatie door CO2 in Nederland. Het enige wat we hebben kunnen vinden, is dat volgens het IPCC de Hadley Cell zowel op het Noordelijk als op het Zuidelijk Halfrond sterker is geworden. Op het Zuidelijk Halfrond achten ze het “likely” dat menselijke invloed de oorzaak is van die verandering op het Zuidelijk Halfrond, maar over het Noordelijk Halfrond zeggen ze dat er “medium confidence” is dat het natuurlijke variabiliteit is. Dit staat op bladzijde 71 van de Technical Summary bij https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg1/downloads/report/IPCC_AR6_WGI_TS.pdf. Overigens begint de nummering daar eigenlijk bij pagina 33, dus we bedoelen pagina 71 in de nummering zoals die onderdaan de pagina staat. Ook het KNMI zegt met modellen dat de atmosfeer toevallig gewoon enkele decennia een ander stromingspatroon kan geven. Deze veranderingen hoeven dus niet eens door CO2 of zelfs maar door temperatuurveranderingen te komen. Het zou natuurlijk best wel kunnen, maar het punt dat wij willen maken is dat dit op dit moment nog onbekend is waarom dit gebeurt en dat het dus nuttig is om dit te onderzoeken. We zouden het als wetenschappers erg jammer vinden als er gewoon wordt gezegd “Het komt toch wel door CO2.” en dat er daarom geen onderzoek naar wordt gedaan.

    Artikel Van Oldenborgh en Van Ulden

    Met betrekking tot het artikel van Van Oldenborgh en Van Ulden. Ten eerste vinden we het erg grappig dat jullie dat omschrijven als “elegant” en “betrouwbaar” en dat van ons broddelwerk vinden, terwijl de onderzoeken toch sterk op elkaar lijken. Er zijn echter een paar verschillen. Ten eerste gebruiken zij de wind aan de grond en wij gebruiken de weerpatronen. Zoals ook al in het wetenschappelijk artikel is uitgelegd, zijn volgens ons de weerpatronen betrouwbaarder dan de wind aan de grond in De Bilt. Die wind is namelijk veel afhankelijker van kleine bochtjes op het einde die voor de eigenlijke stroming niet zo heel veel uitmaken. Ten tweede doen wij regressie op dagbasis en zij doen regressie op maandbasis. Op dagbasis is volgens ons betrouwbaarder, omdat de effecten van de circulatie al op dagbasis werken. Hiermee kan je veel beter de effecten van windrichtingen kalibreren, want je krijgt op dagbasis bijvoorbeeld heel vaak variaties van nu is het zuidelijke stroming dus warm en dan noordelijke stroming dus koud en die variaties zijn op dagbasis duidelijker. Op maandbasis kan natuurlijk ook wel, maar dan kunnen er ook veel makkelijker andere invloeden in sluipen. Hiermee bedoelen we dat als je bijvoorbeeld op maandbasis een toename van Zuidenwind ziet en tegelijkertijd een opwarming door CO2, dan kan je op maandbasis veel sneller die opwarming aan de zuidenwind toekennen dan op dagbasis, terwijl dit niet zo hoeft te zijn. Hierom snappen wij niet zo goed waarom die studie zo ontzettend veel beter is dan de onze (afgezien natuurlijk van het feit dat daar wel een grote invloed van CO2 is en hier niet).

    Een andere interessante observatie in die studie is overigens dat in de zomermaanden wind uit het Noorden en uit het Zuiden beiden geen invloed heeft op de temperatuur. Dit lijkt me niet helemaal correct (maar misschien heb ik het wel mis en zijn gebieden als Spanje en de Sahara in de zomer net zo koud als Noorwegen en de zee tussen Noorwegen en Groenland). Dit is een gevolg van het feit dat de windrichting minder betrouwbaar is en dat wordt versterkt doordat de regressie op maandbasis wordt gedaan. Op dagbasis vinden ze namelijk wel wat je zou verwachten, namelijk dat de wind uit het zuidoosten het warmst is. Dit feit verdwijnt echter in de regressie op maandbasis. Ik weet niet 100% zeker waardoor dat komt, maar mijn vermoeden is dat het komt omdat in de zomer vooral W, NW en N heel sterk aanwezig zijn en de rest niet extreem vaak voorkomt. Mijn vermoeden is daarom dat wind uit het Noorden iets meer duidt op dat de lucht op het eind een bocht maakt omdat er een hogedrukgebied in de buurt ligt. Dat hogedrukgebied zelf zorgt er vervolgens ook voor dat het zonniger en daarom warmer is. Dit lijkt me een mogelijk voorbeeld dat in dit geval de relatief warme invloed van wind uit het Noorden “spurieus” is (om een mooie term van meneer Pulles te lenen), omdat die warmte niet van de wind maar van de zon komt. Natuurlijk is dit allemaal speculatief en heb ik geen enkel bewijs dat het echt zo is, maar het lijkt me een mogelijke verklaring voor dit gekke resultaat. Echter blijft dan natuurlijk wel de vraag: hoezo is dit artikel dan wel zo elegant en betrouwbaar en dat van ons niet?

    Wind aan de grond vs weerpatronen

    Dan nog een laatste toevoeging over de vergelijking tussen de windrichting aan de grond in De Bilt en de weerpatronen van ons. Zoals al in het wetenschappelijk artikel is genoemd, heeft de wind in De Bilt veel meer ruis in vergelijking met de weerpatronen. Bij iets als temperatuur zou je verwachten dat de ruis geen invloed heeft op de trends. Echter hier heeft de ruis wel een sterke invloed op de trends in windrichtingen. Dit komt omdat bij stroming uit het Zuiden de ruis hem altijd minder zuidelijk en dus minder warm maakt. Net zo wordt stroming uit het Noorden door de ruis altijd warmer gemaakt. Hierom zie je ook veel minder duidelijke trends in de windrichting dan in de weerpatronen. Er zijn natuurlijk nog wel trends zoals bijvoorbeeld de sterke toename van Zuidwestenwind, maar die trends worden door de ruis ernstig verzwakt.

    Ook hebben we in het artikel nog gekeken of de trends die wij in onze weerpatronen vinden wel enigszins kloppen en dat ze niet komen doordat we onbewust per ongeluk toch in de moderne tijd systematisch de weerpatronen te warm (dus te zuidelijk) inschatten. Dit hebben we gedaan door te vergelijken met de windrichtingen. We gaan er namelijk vanuit dat gegeven een bepaald weerpatroon de windrichting ongeveer dezelfde verdeling zal volgen (dus bijvoorbeeld bij weerpatroon Z,G zou je verwachten dat de wind een groot deel van de tijd uit het Zuiden waait, maar ook een beetje uit het Zuidoosten en Zuidwesten of zelfs uit het Oosten of Westen of nog erger). We schatten nu die verdeling over de hele periode en vervolgens maken we met die verdelingen voor 1961-1990 en 1991-2020 een schatting over hoe de wind in De Bilt zou hebben gewaaid. Dit wordt vervolgens vergeleken met wat er echt is gebeurd. Als we inderdaad de weerpatronen te zuidelijk in zouden gaan schatten in de tweede periode, dan zouden we in die periode zien dat onze schatting van de wind in De Bilt teveel wind uit het Zuiden heeft en bijvoorbeeld te weinig uit het Noorden. Echter zien we in alle seizoenen nauwelijks afwijkingen. Verder zou je uit die afwijkingen ook schatten dat we in de tweede periode de weerpatronen ongeveer 0,01 graad te warm hebben ingeschat en dat is natuurlijk verwaarloosbaar. De details staan allemaal in het wetenschappelijke artikel, maar de korte samenvatting is dus dat onze weerpatronen goed overeenkomen met de windrichtingen, dus dat de windrichting in De Bilt eigenlijk gewoon het weerpatroon plus ruis is.

    CO2 invloed “vergeten”

    Daarna hadden jullie bezwaar bij de statistische methode. Jullie zeggen inderdaad terecht dat wij niet direct onderscheid maken tussen achtergrondopwarming en opwarming door de wind. Het idee hierachter was dat we zoveel datapunten hebben (namelijk alle 21.915 dagen van 1961-2020), dat de invloed van de weerpatronen op basis van de dagelijkse variaties wordt bepaald en dat de achtergrondopwarming over zou blijven. Even verder zeggen jullie dat het bepalen op basis van die dagelijkse variaties niet goed is, maar dit lijkt me bij uitstek de manier om dit te doen. Op dagbasis is inderdaad de CO2 namelijk zo goed als constant, terwijl de weerpatronen als een malle variëren en de temperatuur die variaties volgt. Deze variaties van dag tot dag komen dus volledig door de weerpatronen, dus daarom zijn die variaties de beste manier om die invloed te schatten.

    Het blijft natuurlijk wel een punt dat we CO2 niet direct meenemen, maar eerst de weerpatronen alles laten verklaren. Hierom hebben we in het artikel hier rekening mee gehouden. Ten eerste hebben we gekeken wat er gebeurt als we wel bij die eerste regressie met de weerpatronen de CO2 meenemen. Dit verandert helemaal niks aan de invloed van de weerpatronen (sterker nog, die wordt zelfs nog ietsje groter). Jullie zullen nu natuurlijk zeggen dat dit komt doordat de dag tot dag variaties bepalend zijn en dat die voor rekening van de weerpatronen komen, maar dat betekent dus eigenlijk dat de weerpatronen op de juiste manier worden bepaald.

    Verder hebben we nog een andere test gedaan om het zekere voor het onzekere te nemen. Bij die test gingen we er namelijk vanuit dat de opwarming in Nederland in principe te schrijven is als som van de achtergrondopwarming door CO2 en de verandering van de windpatronen. Wat we vervolgens hebben gedaan is eerst die achtergrondopwarming van CO2 van de temperatuur in Nederland aftrekken. Hiervoor hebben we een klimaatgevoeligheid van 3 graden gebruikt. Wat er dan overblijft zou dus het pure effect zijn van de verandering van de windpatronen als de Aarde niet was opgewarmd door CO2. Hierop doen we vervolgens weer de regressie met de windpatronen. Nu blijven de windpatronen echter nog steeds alle opwarming verklaren (dus als Nederland 2 graden is opgewarmd en je zegt dat 1 graad door CO2 komt, dan zegt het model nog steeds dat de luchtcirculatie die volle 2 graden opwarming veroorzaakt en niet de ene graad die over was gebleven). Dit toont ook aan dat het model niet alleen maar zo goed werkt door “overfitting”, want dan hadden we ook de temperatuur gecorrigeerd voor CO2 perfect kunnen verklaren. Hierom kunnen we ook niet anders concluderen dat de weerpatronen blijkbaar echt alle opwarming hebben veroorzaakt, ook al is dat een extreem verrassende uitkomst. Overigens is dit ook allemaal gecontroleerd door een hoogleraar statistiek, dus statistisch is dit echt de onvermijdelijke conclusie.

    “Opwarming weerpatronen”

    Verder is een groot bezwaar in het blog dat alle windrichtingen zijn opgewarmd. De manier die jullie hiervoor gebruiken klopt echter niet, maar dat is denk ik vanwege de allereerste opmerking hierboven dat onze dataset tussen de windrichting en het brongebied in zit. Je moet nu niet alleen naar de dag zelf kijken, maar ook naar de paar dagen ervoor. Die paar dagen ervoor hebben dan wel netto een warmere circulatie en daarom warmen ook alle dagen met bijvoorbeeld weerpatroon ZO op.

    Overigens vielen mij nog wel een paar dingen op bij de figuur 1 die jullie hebben gemaakt. Volgens mij hebben jullie daar ten eerste de maximumtemperatuur in plaats van de gemiddelde temperatuur gebruikt. Dat maakt natuurlijk niet zo veel uit, maar ik vroeg me wel af waarom jullie dat hadden gedaan. Wat echter wel een serieuzer probleem is, is dat jullie de seizoensinvloeden niet goed mee hebben genomen. Wat ik hiermee bedoel is dat als een windpatroon vaker voorkomt in de zomer dan in de winter, dat hij dan hier warmer wordt geteld. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij dingen als N en NO die hier als behoorlijk warm in de grafiek staan. Verder is bijvoorbeeld ZO extreem koud en dat is omdat hij in de zomer veel minder vaak voorkomt dan in de winter. Dit maakt natuurlijk nog niet zo heel veel uit. Echter als de verdeling van een windpatroon over de zomer en de winter anders wordt, dan zal dat wel grote invloed hebben. Zo komt ZO tegenwoordig veel vaker voor in de zomer en in de winter blijft hij erg constant, dus daarom zien jullie dat hij zo sterk opwarmt. Aan de andere kant is bijvoorbeeld NW nauwelijks opgewarmd, omdat die juist vooral in de zomer is afgenomen en in de winter ook relatief constant is gebleven. Dit is wel een duidelijk gevaar bij dit soort analyses. Overigens is het hier denk ik niet de voornaamste reden dat bijna alle windpatronen zijn opgewarmd. Dat komt denk ik door het punt hierboven dat het ook gaat om de paar dagen ervoor en de gemiddeld warmere circulatie van de paar dagen hiervoor neem je zo niet mee.

    Opwarming brongebieden

    Verder is het inderdaad zo, zoals ook in figuur 2 te zien is, dat de brongebieden allemaal opgewarmd lijken te zijn. Ook hier hebben we voor gecorrigeerd op vergelijkbare manier als hierboven met de CO2, maar wederom geeft dit geen andere uitkomsten. We kunnen dus statistisch blijkbaar echt niet anders dan concluderen dat de opwarming in Nederland komt door de verandering van circulatie.

    Er zijn overigens altijd nog wel een paar kleine mitsen en maren bij de redenatie van figuur 2. Als namelijk in Nederland de wind vaker uit de warme hoek waait, dan zal dat bijvoorbeeld in grote delen van Europa ook zo zijn. Hierom zal dat ook daar tot extra opwarming leiden. Als echter de wind een tijd uit de koude hoek waait, dan worden ook grote delen van Europa weer kouder naar waarden van vroeger, zoals bijvoorbeeld in 2010 gebeurde. Het is nu allemaal de vraag hoe het precies zit, maar feit blijft dat wij op basis van onze analyse statistisch echt niet anders kunnen concluderen dan dat de opwarming in Nederland door verandering van de weerpatronen komt. Een eventueel vervolgonderzoek zou hier misschien meer duidelijkheid over kunnen geven.

    Temperatuurrecords

    Daarna zeggen jullie dat de temperatuurrecords bewijs zijn van het feit dat die weerpatronen dit niet kunnen verklaren. Dat is echter ook niet waar om de simpele reden dat nog niet op elke dag de zo warm mogelijke omstandigheden zijn geweest. Ook wordt de kans op extreme hitte aanzienlijk groter als je meer “pogingen” hebt, dus als er vaker goede omstandigheden zijn. We hebben zelf ook nog even voor de lol gekeken wat er gebeurt als je naar de dagrecords kijkt bij het model van de circulatie. Het bijzondere resultaat is dat de verhouding tussen warmte- en kouderecords daar zelfs nog schever ligt (dus volgens het model hadden we zelfs recht op nog meer warmterecords en op minder kouderecords).

    De herfst is “niet veranderd”

    Verder zeggen jullie dat de wind in de herfst niet is veranderd. Dit is misschien zo voor de wind aan de grond (alhoewel het daar ook nog wel discutabel is; zie bijvoorbeeld https://klimaatgek.nl/wordpress/2019/09/17/de-wind-in-nederland-sinds-1904-de-herfst/), maar dat geldt zeker niet voor de weerpatronen. Dit verschil wordt hierboven ook verder toegelicht en ook in de herfst zien we geen systematische afwijkingen tussen de weerpatronen en windrichtingen. Verder zien we in elk seizoen dat de luchtcirculatie de variaties heel mooi verklaart en dat er weinig afwijkingen overblijven. Zeker na 1960 zijn de afwijkingen ook allemaal zeer vergelijkbaar (en het gaat ook maar om verschillen van een paar tienden, dus dat maakt nou ook weer niet zo veel uit). Voor 1960 zijn er wel een paar verschillen, maar dat komt denken we door een paar redenen. Ten eerste hebben we de hutwisseling in 1950. Wij gebruiken de ongehomogeniseerde data omdat die op jaarbasis nauwelijks afwijkt van de gehomogeniseerde data, maar voor seizoenen scheelt dat meer. Het is nog een beetje de vraag hoe groot de correcties allemaal moeten zijn, maar daar gaan we nu niet op in. Ten tweede zijn er ook andere belangrijke dingen gebeurd zoals de bouw van de Afsluitdijk. Die zorgt met name in de zomer en herfst ervoor dat het tegenwoordig warmer is dan vroeger, terwijl het in de winter en lente tegenwoordig iets kouder daardoor is. Echter zijn deze variaties nog steeds allemaal erg klein (zeg maximaal een halve graad), dus zijn dit allemaal tekenen dat het model vrij goed werkt.

    Weer vs klimaat

    Daarna zeggen jullie dat wij het weer en het klimaat verwarren. Eerlijk gezegd snap ik niet wat jullie precies bedoelen. Het klopt inderdaad dat onze correlatie is gebaseerd op weer. Dit is in onze mening echter eerder een pluspunt dan een minpunt, omdat in het weer de variaties in temperatuur wel door de variaties in weerpatroon lijken te komen. Vervolgens gebruiken we deze effecten die zijn afgeleid uit het weer en we middelen ze zodat we de sprong maken naar klimaat. Dit gebeurt op precies dezelfde manier als dat temperatuur op een individuele dag weer is, maar omdat je het middelt over langere perioden krijg je klimaat. Hierom snap ik niet precies waarom wij weer en klimaat verwarren. Verder maakt het volgens ons ook niet uit dat een deel van het onderzoek zich afspeelt in het weer, want als je zo’n correlatie al in het weer vindt, dan is hij toch niet automatisch nutteloos? Eerder andersom, want bij het klimaat krijg je allemaal discussies over of die correlaties bijvoorbeeld toch stiekem door CO2 worden veroorzaakt. Jullie zeggen volgens mij zelf ook dit al bij het stukje verderop over de correlatie tussen wind en temperatuur en dat hij op dagbasis inderdaad komt omdat de wind een sterke invloed heeft op de temperatuur. Ook zeggen jullie dat de CO2 op dagbasis niet zoveel invloed heeft. Dit betekent volgens ons echter dat onze methode goed werkt, omdat we de invloed van de wind op dagbasis dus goed kunnen schatten zonder dat er snel een eventuele invloed van CO2 wordt genegeerd.

    Schatting weerpatronen

    Daarna zeggen jullie dat onze manier van het schatten van de weerpatronen niet betrouwbaar is. Ik denk dat dit ook is omdat jullie dachten dat we met weerpatroon NW op een dag bedoelen dat de lucht in de afgelopen paar dagen uit het NW is gekomen. Dit is echter niet zo, zoals hierboven ook wordt genoemd. Ook in dit specifieke voorbeeld op 31 augustus 1976 zien we dat bij de luchtcirculatie op die dag de lucht uit het NW hierheen gaat stromen. Omdat de dagen hiervoor echter anders zijn, is de lucht zelf op die dag niet uit het NW afkomstig. Hierom kijken we ook altijd een paar dagen terug bij ons onderzoek. Het klopt natuurlijk dat dit ook gewoon een benadering is die vast wel verbeterd kan worden. Het kan natuurlijk altijd beter, maar ons onderzoek laat ook zien dat deze methode ook erg goede resultaten geeft.

    Sprong in 1988

    Als laatste eindigen jullie met de sprong in 1988. Ik moet eerlijk bekennen dat ik, als ik naar de grafiek kijk, toch wel echt een sprong in 1988 zie en niet heel sterk het gevoel heb dat een lineaire trend beter zou passen. Je kan natuurlijk ook zeggen dat dit gewoon een trend is met ruis en dat die ruis tot 1988 steeds negatiever wordt, dan springt en sterk positief wordt en daarna weer langzaam afneemt. Deze “ruis” zal waarschijnlijk door veranderingen in luchtcirculatie komen, omdat de data gewoon homogeen is en er dus niet een station is verplaatst of zo iets. Hierom is dit een mooie test voor ons model en daarom hebben we het in het artikel toegevoegd. We zien dat het model dit behoorlijk goed verklaart. Dit is ook een teken dat we de invloed van de luchtcirculatie niet hebben overschat. Anders zou je namelijk een soort omgekeerd patroon in het residu moeten zien met dus eerst een stijging, daarna in 1988 een sprong omlaag en daarna weer een stijging. Dit was het idee van deze figuur in het wetenschappelijke artikel. Verder snap ik niet helemaal waarom het feit dat ons model dit zo mooi verklaart niks toevoegt. Immers als de regressie dit mooi verklaart, dan is dat toch een teken dat dat echt in de data zit en dat het model het op de juiste manier uit de data haalt? Er is namelijk in dit model ook zeker geen sprake van “overfitting” want anders hadden we ook wel de data gecorrigeerd voor CO2 perfect kunnen verklaren, zoals hierboven ook verder is uitgelegd. Ook de interpretatie is goed, omdat we zien dat de correlatie die het model vindt ook hoogstwaarschijnlijk komt doordat de windrichtingen de temperatuur sturen (dit zeggen jullie zelf ook in het blog).

    Conclusie

    Over jullie conclusie hebben we geloof ik alle inhoudelijke bezwaren hierboven wel genoemd en weerlegd. Verder snap ik de laatste opmerking ook niet helemaal: als windrichtingen op weerbasis invloed hebben op de temperatuur, dan hebben ze dat toch ook op klimaatbasis, namelijk gewoon het gemiddelde van wat je op weerbasis vindt? Het klimaat is namelijk gewoon het gemiddelde weer. Als je bijvoorbeeld ziet dat Zuidenwind op weerbasis altijd 5 graden opwarming veroorzaakt en er komen 10 dagen Zuidenwind bij in het jaar, dan krijg je toch 5 * 10 / 365 = 0,14 graden opwarming op klimaatbasis? Hoezo zou dat dan opeens niet zo zijn?
    —————————————————————————–

    Samenvatting Artikel

    We zullen nu het artikel even langslopen en de mogelijke problemen op de juiste plek erin uitleggen, zodat ook voor de mensen die het wetenschappelijke artikel nog niet goed hebben gelezen het ook kunnen volgen.

    Indeling weerpatronen

    In het wetenschappelijk artikel hebben we geprobeerd om uit te vinden hoe groot de invloed van de luchtcirculatie is op de temperatuur in De Bilt. De standaardmanier die ook al in de literatuur bekend is, is om te redeneren vanuit de windrichting zoals die in De Bilt wordt gemeten door het KNMI. Er zijn echter grote nadelen aan die windrichting, namelijk dat hij heel sterk wordt beïnvloed door het laatste stukje van de stroming. Zo gebeurt het bijvoorbeeld behoorlijk vaak dat lucht uit het Noorden wordt aangevoerd, maar door een klein bochtje op het einde meten we dit als Westenwind. Hierom hebben we besloten om zelf een soort van “verbeterde windrichting” te maken. Om dat te doen, hebben we weerkaarten van vroeger langsgelopen. Vervolgens hebben we bij elke weerkaart gekeken hoe de stroming eruit zag. Hierbij kijken we specifiek naar waar de lucht op basis van die weerkaart vandaan komt voor hij naar Nederland gaat en of hij dat doet met een bocht tegen de klok in (cyclonaal), of met de klok mee (anticyclonaal) of geen bocht. Voor de brongebieden verdelen we het in 8 regio’s namelijk N, NO, O, ZO, Z, ZW, W, NW. Verder onderscheiden we ook nog het speciale type A als er niet echt duidelijk lucht wordt aangevoerd van ver weg. Op deze manier kennen we aan elke dag 1 van de 25 opties toe en dit noemen we een weerpatroon. Een belangrijke opmerking hierbij is dat deze weerpatronen niet direct het brongebied van de lucht op een bepaalde dag aangeven (dus als we een dag N,G hebben, dan komt de lucht op die dag niet noodzakelijkerwijs uit het Noorden), omdat de dagen ervoor anders kunnen zijn. Deze indeling is natuurlijk ook maar een benadering en je zou wel kunnen proberen om direct het brongebied te berekenen van de lucht, maar dat hebben we niet gedaan.

    Verschuiving weerpatronen

    Nadat we alle dagen een weerpatroon hadden gegeven, zagen we iets opvallends: in elk seizoen komt tegenwoordig de lucht vaker uit warme richtingen. De grafieken staan allemaal in het wetenschappelijke artikel zelf. Ook hebben we de periodes 1961-1990 vergeleken met 1991-2020, omdat de verschillen hier het grootst zijn. We hebben hier statistisch gekeken of de verschillen significant zijn. Dit bleek heel vaak zo te zijn. In elk seizoen was het ongeveer zo dat de warme windrichtingen significant waren toegenomen en de koude windrichtingen significant waren afgenomen.

    Invloed weerpatronen op temperatuur

    Vervolgens hebben we geprobeerd om de invloed van die weerpatronen op de temperatuur te bepalen. Hiervoor hebben we een techniek gebruikt die lineaire regressie heet. Het idee hiervan was dat we voor elke dag naar die dag en de 4 dagen ervoor keken welke weerpatronen er allemaal waren. Die telden allemaal voor 20% mee. Vervolgens zeggen we dat elk weerpatroon behalve A voor elk seizoen een bepaalde invloed heeft op de temperatuur (zo heeft bijvoorbeeld O,G in de winter een sterk negatieve invloed op de temperatuur). Hoe groot die invloeden precies zijn, hebben we geschat met lineaire regressie. Het idee hiervan is dat je die invloeden zo gaat kiezen dat je op dagbasis zoveel mogelijk afwijkingen verklaart. Ook nemen we ook nog de zonnestraling in De Bilt, de bewolking in De Bilt en de windsnelheid in De Bilt mee op dezelfde manier, want het idee is dat zonnestraling natuurlijk de temperatuur verhoogt en dat bewolking en wind de nachten warmer maken. Dit model werkt al behoorlijk goed en dit noemen we het luchtmodel. De onderliggende aanname is hier dat op dagbasis geldt dat de correlatie tussen temperatuur en luchtcirculatie komt doordat de luchtcirculatie de temperatuur stuurt. Dit is ook logisch, want lucht uit het zuiden komt van een warmere plek en is warmer en daarom wordt de temperatuur hier ook hoger. Meneer Pulles is het hier op dagbasis overigens ook mee eens net als het KNMI.

    Vervolgens hebben we nog een toevoeging gedaan. Als het namelijk de afgelopen paar maanden erg warm is geweest, dan wordt de Noordzee met name ook veel warmer. Dit heeft vervolgens weer invloed op de temperatuur in De Bilt. Hierom hebben we met behulp van het luchtmodel de zeewatertemperatuur geschat door te zeggen dat hij langzaam lineair op de afwijkingen in het luchtmodel reageert. Dit doen we met het luchtmodel en niet met de echte temperatuur in De Bilt zodat we zeker weten dat we alleen de invloed van luchtcirculatie meenemen. Vervolgens doen we nog een keer regressie op dagbasis met 2 variabelen, namelijk de waarde van het luchtmodel en de geschatte zeewatertemperatuur. Dit model werkt erg goed en kan 60% van de dagelijkse variantie en al 81% van de jaarlijkse variantie verklaren (dat is heel erg veel). De grafieken staan allemaal in het wetenschappelijke artikel.

    Geen opwarming meer over

    Vervolgens kunnen we gaan kijken wat er overblijft aan temperatuursignaal in De Bilt. We hadden verwacht om hier een lichte stijging te zien dankzij de CO2-concentratie (zeg bijvoorbeeld 1 tot 1,5 graad). Echter zien we dat de temperatuur in De Bilt gecorrigeerd voor de luchtcirculatie vrijwel niet is toegenomen! Dit vonden we ook erg verrassend, dus daarom hebben we nog een paar controles gedaan. Ten eerste hebben we namelijk CO2 niet in de eerste regressies meegenomen (zoals meneer Pulles ook al zegt) en daarom kan het zijn dat de invloed van de luchtcirculatie wordt overschat door het model. Hierom hebben we onze regressies hierboven nog een keer gedaan, maar nu voegen we CO2 wel telkens als factor toe. Dit verandert de conclusies niet, want nog steeds wordt alle opwarming verklaard door de verandering van de luchtcirculatie. Ook hebben we nog een ander experiment gedaan om het zekere voor het onzekere te nemen. Hierbij zeggen we van tevoren al dat CO2 de oorzaak is van een groot deel van de opwarming. Vervolgens trekken we die CO2-invloed af van de echte temperatuur in De Bilt. We gaan er nu vanuit dat die temperatuur eruit ziet als CO2-invloed plus luchtcirculatie, dus zouden we nu het zuivere effect van de luchtcirculatie over moeten houden. Vervolgens doen we weer onze regressie. Ook dit verandert de uitkomsten niet, want de luchtcirculatie verklaart weer alle temperatuurstijging (hiermee bedoelen we dus dat als het in De Bilt zeg 2 graden is opgewarmd en je trekt er 1 graad door CO2 vanaf, dat de luchtcirculatie dan nog steeds 2 graden opwarming verklaart). Dit geeft ten eerste duidelijk aan dat ons model ook niet “overfit”, dus teveel wil verklaren met teveel parameters, want dan zou hij hier ook probleemloos precies de ene graad verklaren die overblijft, maar niet meer. Ook geeft het duidelijk aan dat de luchtcirculatie echt zo’n grote invloed heeft op de temperatuur in De Bilt. Hiermee is het bezwaar van meneer Pulles over dat we CO2 niet goed meenemen ook weerlegd.

    Het blijft natuurlijk nog wel vreemd, want we zien dat het over de hele wereld opwarmt, dus ook in onze brongebieden. Hierom hebben we nog een vergelijkbare test gedaan als met de CO2, alleen hebben we nu de wereldgemiddelde temperatuur van de temperatuur in De Bilt afgetrokken. Ook dit verandert de uitkomsten niet. We kunnen nu statistisch eigenlijk niet anders dan concluderen dat de opwarming van De Bilt volledig komt door de verandering van de luchtcirculatie. Ons onderzoek is ook gecheckt door hoogleraar statistiek Marie-Colette van Lieshout en die was het ook met ons eens. Statistisch is dit dus de onvermijdelijke conclusie. De enige aanname is dat op dagbasis geldt dat de temperatuur zo sterk wordt veranderd dankzij de weerpatronen. Deze aanname lijkt vrij logisch, want lucht uit een warme richting maakt het hier ook warmer. Verder variëren de weerpatronen op dagbasis zo ontzettend veel net als de temperatuur terwijl andere invloeden als CO2 relatief constant blijven, dus kan die correlatie niet komen doordat CO2 of iets anders beide dingen stuurt. Statistisch is dit dus de enige onvermijdelijke conclusie die kan worden getrokken uit onze data.

    Controleren data

    Er is nu nog slechts 1 potentieel probleem: misschien kloppen de data niet. Zoals meneer Pulles ook al opmerkt is dit natuurlijk ook maar een benadering, maar desondanks zou het erg gek zijn als hij systematische fouten gaat geven. Ook klopt het model vrij goed, dus is het aannemelijk dat deze benadering vrij goed is. Verder hebben we dit ook nog vergeleken met de windrichting in De Bilt om echt zeker te weten dat er niet per ongeluk onbewust toch een of andere systematische fout in zit. Hiervoor nemen we aan dat gegeven het weerpatroon de windrichting in De Bilt altijd ongeveer dezelfde verdeling volgt over de tijd. Dit is een vrij logische aanname. Vervolgens schatten we over 1961-2020 die verdelingen voor elk weerpatroon. Hierna gebruiken we die verdelingen in combinatie met de weerpatronen om de windrichting aan de grond in De Bilt te schatten. Dit kunnen we dan vergelijken met de werkelijkheid over de perioden 1961-1990 en 1991-2020. We zien dat deze schattingen erg goed overeenkomen met de echte metingen over beide perioden (alle getallen staan in het wetenschappelijke artikel). Ook schatten we op basis van deze verschillen dat we de periode 1991-2020 ongeveer 0,01 graad te warm hebben geschat ten opzichte van 1961-1990. Dit is natuurlijk volkomen verwaarloosbaar, dus dit toont aan dat de data ook niet per ongeluk onbewust systematische fouten is gaan vertonen. We kunnen dus eigenlijk niet anders concluderen dan dat de verandering in luchtcirculatie de temperatuurverandering in De Bilt volledig verklaart en dat CO2 blijkbaar geen directe invloed heeft gehad.

    Verandering luchtcirculatie door CO2

    Er is nu natuurlijk nog wel een optie die ook door meneer Pulles wordt gesuggereerd: het zou kunnen dat die circulatie zo is veranderd dankzij de toename van CO2. Pulles heeft zelfs een artikel waarin volgens hem duidelijk wordt gemaakt dat dat zeer waarschijnlijk is. Echter gaat het in dat artikel helemaal niet over toename van CO2 of sterke veranderingen van circulatie in de afgelopen tijd. Het enige wat erin wordt vermeld is een algemeen overzicht over hoe wind ontstaat en dat dit ook deels komt door de stralingsbalans. Die stralingsbalans wordt door CO2 beïnvloed, dus het zou best kunnen dat CO2 toch wel invloed heeft op de verandering van luchtcirculatie. Echter is het absoluut niet duidelijk hoe dat nou precies werkt en waarom er bijvoorbeeld vaker aanvoer uit het Zuiden is in plaats van uit het Noorden.
    Verder is in de literatuur voor zover wij weten nog niet bekend of de CO2 de circulatie dusdanig heeft veranderd. Peter Siegmund van het KNMI zegt dat hij het niet weet. Het IPCC zegt dat ze het niet weten. Het enige wat ze hierover zeggen is dat de Hadley Cell is uitgebreid, maar over de oorzaak op dit Halfrond zeggen ze dat hij waarschijnlijk natuurlijk is. Ook het KNMI zegt dat ze het niet weten. Verder zegt het KNMI dat de circulatie gewoon door wat voor reden dan ook afwijkingen kan vertonen over enkele decennia. Het is op dit moment dus gewoon een open vraag of die circulatie is veranderd door CO2 of door iets natuurlijks, of door een combinatie. Wij weten het niet en we zouden iedereen willen aanmoedigen om hier onderzoek naar te doen.
    —————————————————————————–

    Conclusie

    We hebben nu 1 keer heel uitgebreid gereageerd en ons onderzoek zo goed mogelijk verdedigd. Onze ervaring met discussiëren met meneer Pulles op Twitter is dat het geen enkele zin heeft: hij zal toch nooit overtuigd kunnen worden dat dit klopt of algemener dat CO2 niet verantwoordelijk is voor de temperatuurstijging in Nederland. Daarom laten we het waarschijnlijk hierbij. Voor zover wij weten, zijn er eigenlijk maar 2 manieren waarop meneer Pulles ons toch ervan kan overtuigen dat De Bilt wel opwarmt dankzij CO2.

    Ten eerste kan hij misschien aantonen dat de correlatie tussen temperatuur en luchtcirculatie op dagbasis toch niet komt omdat de luchtcirculatie de temperatuur verandert. Dit lijkt ons echter extreem onwaarschijnlijk, omdat beide grootheden zo sterk variëren op dagbasis en dit dus niet of nauwelijks kan komen door een andere oorzaak als CO2. Hij geeft dit zelf ook al toe in zijn blog en daar zegt hij ook dat deze aanname waarschijnlijk klopt.

    Ten tweede kan hij een goed mechanisme geven waardoor de circulatie wordt veranderd dankzij de CO2 wat altijd mogelijk is. We bedoelen nu wel een echt mechanisme. Hierbij bedoelen we dus niet iets algemeens en vaags als “CO2 is een broeikasgas en het heeft invloed op de stralingsbalans, dus is het logisch dat de circulatie door de CO2 is veranderd.”. Immers zegt dit alleen maar dat CO2 invloed kan hebben, maar dat betekent niet dat CO2 de enige oorzaak moet zijn. Er zijn nog heel veel andere oorzaken te verzinnen zoals alle andere veranderingen in de stralingsbalans of cycli als de AMO of misschien is het wel gewoon dat de atmosfeer toevallig nu in een “warme stand” is geschoten voor een paar decennia, zoals ook mogelijk is volgens het KNMI. We bedoelen bijvoorbeeld meer iets als “door CO2 warmen de polen harder op dan de evenaar en daarom wordt de straalstroom zwakker en daarom krijgen we meer oostenwind.”, maar dan iets dat wel met de waarnemingen in overeenstemming is en dat ook zeer aannemelijk lijkt op basis van de data en de natuurkunde. Als hij dit vindt, dan kan hij het natuurlijk hier delen, maar misschien is het wel beter om er direct een wetenschappelijk onderzoek over te schrijven en dat naar het KNMI te sturen, zodat zij er ook over kunnen oordelen. Wij hebben hier namelijk niet zoveel verstand van en we zijn zeker geen autoriteit op dit gebied. We hopen dat hem dit lukt, want dat helpt de wetenschap vooruit. Wat de wetenschap echter niet vooruit zal helpen is roepen “het moet toch door CO2 komen.”, terwijl dat nog niet bekend is en er vervolgens helemaal geen onderzoek naar te doen. Veel succes hiermee!

  19. Hans Custers

    Han Hoogeveen,

    Je vroeg om een mechanisme waardoor de circulatie wordt veranderd door CO2. Dat mechanisme is al decennialang bekend in de klimaatwetenschap.

    De atmosferische circulatie wordt aangedreven door temperatuurverschillen. De aarde warmt niet overal evenveel en even snel op. Dat is bijvoorbeeld eind negentiende eeuw al berekend door Arrhenius. Temperatuurverschillen tussen bijvoorbeeld het noordpoolgebied en de tropen, en tussen land en oceanen veranderen dus. Het is bijzonder aannemelijk dat dat invloed heeft op windpatronen. Het zou veel opmerkelijker zijn als er niets zou veranderen in de circulatie in een veranderend klimaat.

  20. Lennart van der Linde

    Beste Han Hoogeveen,
    Dank voor de uitgebreide reactie op Pulles et al. Wat ik me nu vooral afvraag: als CO2 volgens jullie onderzoek geen verklaring biedt voor de opwarming in Nederland, impliceert dat dan ook dat CO2 geen verklaring biedt voor de mondiale opwarming? Of anders gezegd: wat is volgens jullie de verklaring voor de mondiale opwarming? Is dat ook veranderde weerpatronen? Of de veranderde CO2-concentratie? Of iets anders?

  21. Hans Custers

    Ik ben overigens toch ook wel benieuwd hoe Han Hoogeveen de opwarming van alle windrichtingen wil verklaren. Ik neem toch aan dat hij het met me eens is dat niet alle windrichtingen vaker voorkomen in de zomer.

  22. Beste Han Hoogeveen,

    Dank voor deze uitgebreide reactie!

    Een opmerking naar aanleiding van je uitspraak dat je niet begrijpt dat wij vinden dat je “klimaat” en “weer” verwarren.
    Dit raakt aan de kern van onze kritiek op jullie artikel. En wel hierom: Onze figuren 1 en 2 laten zien dat de brongebieden in alle windrichtingen warmer zijn geworden. Dat reflecteert het door CO₂ opwarmend klimaat. Als je die klimaatverandering uitdrukt als veranderende wereldwijd gemiddelde temperatuur, dan is die opwarming prima kwantitatief te verklaren uit de antropogene emissies van broeikasgassen sinds het midden van de negentiende eeuw.
    Kortom: de opwarming van de brongebieden is veroorzaakt door de opwarming van de aarde als geheel door de toegenomen CO₂-concentraties in de atmosfeer.

    Hieruit blijkt zonneklaar dat op z’n minst een deel van de hogere temperatuur op elke afzonderlijke dag in Nederland (een van de variabelen van het weer!) is veroorzaakt door de opwarming van de brongebieden, waar de lucht boven ons land op een zeker moment vandaan komt. Die zijn immers (gemiddeld) warmer geworden door het veranderende klimaat.

    Het klimaat wordt bovendien niet alleen door langjarige gemiddelden gekarakteriseerd, maar ook door frequentie-verdelingen van bijna alle variabelen die het weer karakteriseren. Jullie gebruiken zelf één daarvan, namelijk de frequentieverdeling van voorkomen van verschillende windrichtingen (hier kort voor “brongebieden”). Ook die frequentieverdeling verandert dus. We hebben jullie naar de artikelen van Poitou verwezen, omdat daar wordt uitgelegd hoe de additionele energie over de aarde wordt verdeeld, die op aarde blijft doordat CO₂ uitgaande infraroodstraling deels afschermt. Een kwantitatieve inschatting daarvan vergt, door de hoge mate van complexiteit van het systeem, veel rekenkracht. Poitou beschrijft de fysische mechanismen, maar inderdaad geeft geen kwantitatieve uitwerking. Zoals Hans Custers aangeeft is die er wel.

    Ik heb jullie vanaf het begin van onze interactie gevraagd jullie verklaring te geven voor de waargenomen sterke covariantie tussen de globale opwarming van het klimaat en de CO₂ concentraties. Jullie hebben daarop alleen geantwoord dat “correlatie geen causatie” is.
    Dat klopt. De causatie komt hier uit toepassing van de behouds- en stralingswetten van de natuurkunde. De covariantie bevestigt de resultaten van deze theorie.

    Tegelijkertijd blijven jullie vasthouden aan de interpretatie van de door jullie gevonden correlatie als zou de verandering van frequenties van windrichtingen de enige verklaring zijn van de in Nederland opgetreden opwarming. Zoals jullie zelf aangeven: correlatie is geen causatie.

    In ons stuk geven wij aan dat er een andere verklaring is, waarin CO₂ een zeer grote rol speelt en volledig consistent is met de beschikbare klimaatwetenschap.

    Jullie conclusie dat de veranderende windrichtingen “dus” de enige oorzaak van de opwarming in Nederland zou zijn is daarmee niet houdbaar.

    Tot slot: ja wij vinden het werk van Van Oldenborgh en Van Ulden nog steeds elegant. Zij kwamen al in 2003 tot de conclusie dat de opwarming in Nederland voor een zeer groot deel wordt veroorzaakt door de globale opwarming van het klimaat en voor een klein deel door de veranderende frequenties van voorkomen van windrichtingen. En zo is het ook!

  23. Han Hoogeveen

    Beste Hans,

    Met betrekking tot het mechanisme. Inderdaad is het aannemelijk dat CO2 invloed kan hebben op de circulatie. Dit betekent echter niet dat CO2 noodzakelijkerwijs de enige oorzaak moet zijn. Daarom zeggen we dat nog niet bekend is waarom die luchtcirculatie nou zo sterk is veranderd. Jouw mechanisme valt wat ons betreft overigens nog steeds in de categorie “CO2 is een broeikasgas, dus logisch.”. Immers met jouw mechanisme kan ik net zo goed zeggen dat de wind vaker uit het Noorden moet komen door CO2. Ook kan ik een vergelijkbaar verhaal ophangen bij allerlei andere dingen zoals bijvoorbeeld de toegenomen zonnestraling in West-Europa en in Nederland in het bijzonder. Dat verandert ook de temperatuurverschillen en daarmee de luchtcirculatie wereldwijd, dus het zou ook gek zijn als dat geen invloed heeft. Ons punt is dus dat CO2 wel invloed kan hebben, maar dat het zeker niet de oorzaak hoeft te zijn. Misschien is het een combinatie van allemaal dingen, of gewoon een toevallige fluctuatie of wat dan ook.

    Over de opwarming van alle windrichtingen (ik neem aan dat je hier de weerpatronen bedoelt zoals in figuur 1). Zoals we ook al in onze reactie hierboven hebben gezegd, komt dat voornamelijk doordat je niet alleen naar het weerpatroon van de dag zelf moet kijken voor het brongebied, maar ook naar wat er de afgelopen dagen is gebeurd. De afgelopen dagen hebben tegenwoordig warmere weerpatronen dan vroeger (dus als je bijvoorbeeld een dag met weerpatroon Z hebt, dan zijn de weerpatronen de dagen ervoor tegenwoordig warmer). Dit zit overigens ook in de regressie, want dan kijken we naar 5 dagen. Dit zal de algemene opwarming die jullie in figuur 1 zien verklaren. De opmerking over de seizoenen was meer om jullie bewust te maken van de gevaren bij zo’n analyse. Het zal ongetwijfeld ook invloed hebben op bijvoorbeeld ZO, maar de grote opwarming komt wel door de verandering van de weerpatronen op de paar dagen ervoor.

    Beste Lennart,

    Wij weten zelf ook niet precies hoe alles wereldwijd zit. Volgens ons onderzoek lijkt CO2 geen invloed te hebben op de opwarming in Nederland. Een grote vraag is dan natuurlijk: is dit specifiek voor Nederland zo, of heeft CO2 om een of andere reden wereldwijd vreemd genoeg geen effect en hebben we dus een of andere negatieve terugkoppeling over het hoofd gezien?

    Verder hebben we natuurlijk geen wereldwijd onderzoek gedaan, dus de ideeën hieronder zijn allemaal speculatief. In principe kan luchtcirculatie geen warmte toevoegen over de wereld, want hij herverdeelt die warmte alleen maar. Wat echter wel kan, is dat de temperatuur verhoogd lijkt te worden door die herverdeling van warmte. Als je bijvoorbeeld in de winter wereldwijd meer wind van de oceaan naar het land zou hebben, dan wordt er warmte van de oceaan naar het land overgeheveld. Omdat de oceaan zo’n enorme warmtecapiciteit heeft ten opzichte van het land, zou dit gemiddeld voor een temperatuurverhoging zorgen. Echter hebben we hier geen onderzoek naar gedaan, dus hebben we geen flauw idee of dit ook echt gebeurt of niet.

    Overigens nemen we ook nog de zonnestraling mee zoals die in De Bilt wordt gemeten. Die voegt natuurlijk wel altijd warmte toe aan de Aarde. Verder tonen de metingen van bijvoorbeeld de satellieten van CERES aan dat in ieder geval de laatste 20 jaar er ook wereldwijd meer zonnestraling is geweest. Bij bijvoorbeeld https://klimaatgek.nl/wordpress/2021/07/05/de-stralingsbalans-en-wolken/ werd berekend dat over de laatste 20 jaar de hoeveelheid zonnestraling met maar liefst 1,4 W/m^2 wereldwijd is toegenomen (ter vergelijking betekent een verdubbeling van CO2 een verhoging van zo’n 3,7 W/m^2). Dit zal natuurlijk ook grote effecten hebben, zeker bij de oceanen waar al die warmte wordt geabsorbeerd. We hebben hier echter geen onderzoek naar gedaan, dus kunnen we niet beoordelen wat wereldwijd de oorzaken zijn van de opwarming. Dit zijn slechts potentiële andere verklaringen zoals uit ons onderzoek en het zou ook heel goed kunnen dat CO2 wereldwijd toch wel alle opwarming veroorzaakt.

  24. Hans Custers

    Han Hoogeveen,

    Je vroeg naar een mechanisme en ik heb je antwoord gegeven op die vraag. Ik heb nergens beweerd dat het het enige mechanisme zou zijn. Dat is ook helemaal niet relevant. Het punt is en blijft dat het uiterst waarschijnlijk is dat verschillen in mate en snelheid van opwarming invloed hebben op de circulatie.

    Ik kan geen chocola maken van je antwoord op de vraag hoe het kan dat alle windpatronen opwarmen. Volgens mij zit je daar vast in een cirkelredenering. Je zegt in feite dat het vandaag warmer was omdat het gisteren ook warmer was. Ofwel: dat er een langetermijntrend is. Dat wisten we al. Maar met de vaststelling dat die trend er is, heb je hem nog steeds niet verklaard.

    Overigens is het wel erg goed dat je wijst op de ‘gevaren van zo’n analyse’. Het raakt namelijk aan een fundamentele fout die jullie zelf lijken te maken. Jullie berekenen een correlatie tussen windpatronen en temperatuur over een periode waarin beide aanzienlijk veranderen. Er is in de periode dus een correlatie van dag tot dag, maar ook in de langetermijntrend. Het is onvermijdelijk dat je die correlatie op lange termijn terugkrijgt als je vervolgens van windpatroon naar temperatuur rekent.
    De juist aanpak was hier geweest om de correlatie te berekenen voor een referentieperiode met een relatief stabiel klimaat. Vervolgens zou je kunnen onderzoeken of je via die correlatie de opwarming kunt verklaren. Dat is hoe je zo’n test uit zou moeten voeren. Al zitten er dan ook nog wel de nodige valkuilen waar je voor moet oppassen.

  25. Han Hoogeveen

    Beste Hans,

    Over je eerste opmerking dat het logisch is dat CO2 invloed heeft op de circulatie. Dat zijn we volledig met je eens. Echter is “CO2 heeft invloed op” niet hetzelfde als “CO2 is de enige oorzaak van”. Voor hetzelfde geld komt het bijvoorbeeld maar voor 10% door CO2 en is het voor de rest gewoon een gekke fluctuatie van de atmosfeer. Het punt dat wij willen maken is dat het dus op dit moment echt nog niet bekend is dat al deze veranderingen alleen maar door CO2 worden gestuurd en daarom de komende eeuw de hele tijd zullen blijven. Voor hetzelfde geld komt het deels door iets natuurlijks en draait de wind over 50 jaar weer deels terug naar het Noorden.

    Verder zeg je dat je ons antwoord over de windpatronen niet snapt. Ik zal dan mijn best doen om het nog iets beter uit te leggen.
    Het idee is dat een weerpatroon op een dag niet hetzelfde is als het brongebied van de lucht die op die dag in Nederland komt. Dit wordt ook grotendeels bepaald door de dagen hiervoor. Als je dus bijvoorbeeld eerst 4 dagen Zuid hebt en dan een dag Noord, dan is het brongebied nog steeds vrij zuidelijk. Hierom doen we ook onze regressie op 5 dagen terug en niet op 1 dag terug.
    Ook heeft het sterke invloed op figuur 1. Immers als je daar alle dagen met weerpatroon N pakt, dan betekent dat niet dat die allemaal hetzelfde brongebied hebben. Het brongebied wordt ook bepaald door de weerpatronen van de dagen ervoor. Als een zekere dag weerpatroon N heeft, dan hebben de paar dagen ervoor tegenwoordig waarschijnlijk een warmer weerpatroon (dus bijvoorbeeld meer zuidelijk) dan vroeger, omdat algemeen de weerpatronen warmer worden. Hierom zal het brongebied van die lucht op zo’n dag tegenwoordig waarschijnlijk warmer zijn dan vroeger. Daarom is het ook logisch dat de temperatuur ook hoger zal zijn tegenwoordig dan vroeger. Jullie missen dus die voorgeschiedenis van de paar dagen ervoor. Hierom hebben de dagen met weerpatroon N tegenwoordig gemiddeld een warmer brongebied van de lucht dan vroeger en is het dus ook logisch dat ze opwarmen. Je mist dit dus als je maar 1 dag pakt, maar als je naar bijvoorbeeld elke dag en de 4 dagen ervoor kijkt, zoals we hebben gedaan in het artikel, dan zal je het wel goed meten.

    Met betrekking tot de laatste opmerking. Ten eerste zou het aftrekken van die CO2-invloed een “stabiel klimaat” moeten geven, omdat het weer volgens ons gezien kan worden als CO2-invloed + invloed van circulatie en dat soort dingen. Dit maakt geen verschil. Verder hebben we ook de regressie gedaan over de periode 1960-1980 die een relatief stabiel klimaat heeft. Ook dat geeft geen verschil.

    Overigens laten we het hier denk ik verder bij. We bespeuren een beetje een herhaling van standpunten waar we al op hebben gereageerd, zoals in de reactie van Pulles. Op de reactie van Pulles gaan we verder niet eens meer in. Hij zegt bijvoorbeeld nog steeds dat figuur 1 wel klopt, ook al hebben we duidelijk aangetoond dat het niet correct is. Verder is hij ook niet consistent met zichzelf aangezien hij eerst wel zei dat op dagbasis de weerpatronen met de temperatuur correleren omdat zij de temperatuur sturen en nu dat blijkbaar niet meer vindt als de gevolgen niet goed uitkomen. De rest van zijn commentaar is ook al lang weerlegd in onze reactie. Op deze blog is dacht ik toch een regel dat je niet eindeloos een punt mag herhalen als dat allang weerlegd is? Als er iets niet duidelijk is, dan kan je het natuurlijk wel altijd vragen.

  26. Han Hoogeveen: dat je mij inconsistentie verwijt is het gevolg van het nu overduidelijke feit dat je het verschil tussen *klimaat opwarming en het dagelijkse *weer nog steeds niet lijkt te begrijpen. Evenmin trouwens van de uitleg in de artikelen (2 stuks!) van Poitou in Europhysics News.

    De consequentie van de daarin beschreven natuurkunde van de “klimaatmachine”, zoals Poitou de oceaan-atmosfeer interactie noemt, dringt blijkbaar nog steeds niet tot je door.

    Wellicht dat ik zaken voor jou niet helder genoeg heb uitgelegd, feit is dat het overgrote deel van de medelezers, zowel hier als op Twitter, mij wel lijken te begrijpen.

    Klimaatwetenschap is meer dan statistiek en wiskunde.

  27. Hans Custers

    Han,

    Nogmaals, ik heb nergens beweerd dat CO2 de enige oorzaak van veranderingen in de circulatie is. En ik heb al zeker geen wetenschappelijke publicatie geschreven waarin dat wordt beweerd.
    Jullie hebben wel een wetenschappelijke publicatie geschreven waarin jullie de circulatie en CO2 volkomen onafhankelijk van elkaar veronderstellen. Die veronderstelling is onjuist.

    En ik begrijp heus wel dat de temperatuur deels afhankelijk is van de dagen ervoor. Maar dat werkt twee kanten op. Na een koudere periode duurt het ook even tot de temperatuur is aangepast aan een warmer windpatroon. Jij ziet het fenomeen alleen als het je uitkomt. Je verklaring voor de opwarming van alle windpatronen is op zijn zachtst gezegd uiterst speculatief.

    Verder zeg je nu dat je ook de regressie hebt gedaan over 1960-1980. Dan is het wel wat merkwaardig dat je die (iets betere, maar ook in die periode is er al een duidelijke trend in sommige patronen) berekening niet gebruikt in je publicatie, en de overduidelijk onjuiste berekening wel.
    Laat ik, ter afsluiting, je iets meegeven ter overdenken. Wat zou het resultaat van een identieke analyse zijn als je die uit zou voeren met de CO2-concentratie, in plaats van met windpatronen. Ik durf heel stellig te zeggen dat je dan zou concluderen dat de langetermijntrend volledig verklaard wordt door CO2. En de residuen (de dag tot dag variatie) zou vrijwel volledig voor rekening komen van windpatronen.

  28. Lennart van der Linde

    Beste Han, je zegt:
    “Als je bijvoorbeeld in de winter wereldwijd meer wind van de oceaan naar het land zou hebben, dan wordt er warmte van de oceaan naar het land overgeheveld. Omdat de oceaan zo’n enorme warmtecapiciteit heeft ten opzichte van het land, zou dit gemiddeld voor een temperatuurverhoging zorgen. Echter hebben we hier geen onderzoek naar gedaan, dus hebben we geen flauw idee of dit ook echt gebeurt of niet.”

    Ik begrijp dat jullie niet alle mogelijke factoren hebben kunnen onderzoeken. Wat ik niet begrijp is dat jullie niet minimaal de samenvatting van het laatste IPCC-rapport hebben gelezen, waarin de belangrijkste resultaten van het werk van talrijke andere onderzoekers terug te vinden is. Zie bv fig TS.13d op p.90: https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg1/downloads/report/IPCC_AR6_WGI_TS.pdf

    Daaruit blijkt dat ook de oceaan de afgelopen halve eeuw steeds warmer is geworden, dus je had kunnen weten dat je mogelijke verklaring hierboven niet waar kan zijn. Uit al het onderzoek dat het IPCC periodiek samenvat blijkt duidelijk dat menselijke CO2-uitstoot de verklaring is voor de mondiale opwarming. Meer of minder dan gemiddelde regionale opwarming kan deels uit veranderde circulatiepatronen verklaard worden, maar niet de volledige regionale opwarming, laat staan de mondiale.

    Wat ik niet begrijp: waarom ben je niet begonnen bij minimaal de samenvatting van het IPCC-rapport? En als je daar wel begonnen bent, welke reden heb je dan om aan die bevindingen te twijfelen?

  29. Han Hoogeveen

    Beste Hans,

    Nog een laatste opmerking dan. In het artikel hebben we ook gekeken wat er gebeurt als we eerst fixeren dat CO2 veel invloed heeft, namelijk met een klimaatgevoeligheid van 3 graden. Vervolgens laten we de luchtcirculatie de dagelijkse residuen verklaren, waarbij we dus eerst van de temperatuur in De Bilt die invloed van CO2 af hebben getrokken. Dit verandert echter de uitkomsten niet. Nog steeds verklaart de luchtcirculatie de volledige opwarming in De Bilt (dus inclusief die zeg ruime graad die eerst vanwege CO2 eraf is getrokken). Dit is dus heel vergelijkbaar met het experiment dat je in de laatste opmerking voorstelt, maar het resultaat geeft duidelijk aan dat de luchtcirculatie echt dominant is. Overigens staat dit ook allemaal in het wetenschappelijke artikel en in ons commentaar hierboven.

    Ook snap ik niet wat de opmerking dat we die berekening van 1960-1980 in het artikel hadden moeten gebruiken toevoegt. In die berekening is de invloed van luchtcirculatie eerder nog groter, dus dat verandert helemaal niks.

    Verder zeg je zelf inderdaad dat als bij een bepaalde dag net koude weerpatronen zijn geweest, hij kouder zou zijn en als er net warme weerpatronen zijn geweest, hij warmer zou zijn. Dit zijn we volledig met je eens en is trouwens ook precies wat we bedoelen. Die verdeling over de dagen ervoor is namelijk ook systematisch veranderd, omdat algemeen gewoon de luchtcirculatie systematisch is veranderd. Vroeger gebeurde het vaker dat op bijvoorbeeld dagen met weerpatroon N er voor die dag ook koudere weerpatronen zijn dan dat het nu gebeurt. Net zo gebeurt het nu vaker dat de dagen ervoor warme weerpatronen hebben dan nu. Hier corrigeren jullie niet voor in figuur 1 en als je dat wel zou doen, dan zou die opwarming volledig verdwijnen.

    We laten het hier verder bij, want volgens ons heeft verdere discussie geen enkele zin. Alle punten die we nu noemen, hebben we namelijk al in onze eerste reactie of in het artikel zelf genoemd.

    Beste Lennart,

    We zijn dit onderzoek natuurlijk ook niet begonnen met als doel om aan te tonen dat CO2 geen enkele invloed had op de opwarming in Nederland. Ons doel was eerder om een betrouwbaarder alternatief te vinden voor de windrichting en om dan te kijken hoe groot de invloed van de luchtcirculatie precies was. We zeggen zelf ook in het artikel en in al onze reacties dat we zeer verrast zijn door het feit dat die invloed zo groot is. Echter vinden we het feit dat CO2 geen invloed lijkt te hebben geen reden om direct te zeggen dat het artikel niet klopt. We hebben op alle mogelijke manieren geprobeerd om CO2 veel invloed te geven, maar op een gegeven moment hield het gewoon op: zelfs als we in het model al als eerste stap stopten dat CO2 veel invloed heeft, dan nog veranderen de uitkomsten niet en zegt het model vrolijk dat Nederland dan blijkbaar door iets sterk moet zijn afgekoeld om die CO2 te compenseren. We hebben zelfs nog onze data gecontroleerd en daar zaten ook geen fouten in. Wetenschappelijk gezien kunnen we dus simpelweg niet anders concluderen dan dat in Nederland de CO2 blijkbaar geen directe invloed had op de opwarming, hoe verrassend het ook is. Wat hadden we dan moeten doen? Deze data direct weer verwijderen en er met niemand een woord over spreken? Dat lijkt ons eerlijk gezegd niet de wetenschappelijke methode.

  30. “Wat hadden we dan moeten doen?”, vraagt Han Hoogeveen. Het is misschien bedoeld als een retorische vraag, maar toch geef ik er graag een antwoord op.

    Als je als niet-expert (maar wel met analytische en wiskundige vaardigheden) data van een complex systeem wilt gaan analyseren zou ik aanraden om samenwerking met experts te zoeken. Idealiter al in de beginfase, maar toch zeker als je resultaten haaks staan op de wetenschappelijke inzichten die steunen op decennia aan onderzoek. De kans is dan namelijk groot dat er ergens in de analyse en/of de interpretatie fouten zijn geslopen. Dat is hier duidelijk het geval en had voorkomen kunnen worden als dit advies (beetje mosterd na de maaltijd, dat geef ik toe) opgevolgd was.

    Er zijn genoeg voorbeelden waarbij mensen van buiten de klimaatwetenschap zinvolle bijdragen hebben geleverd aan de wetenschappelijke literatuur. Meestal was dat door samenwerking te zoeken met een of meerdere experts op het specifieke vakgebied. Sommige wetenschappers in een aanpalend vakgebied zijn op die manier langzaam en/of deels de klimaatwetenschap ingerold. Bijv Kevin Cowtan (Chemicus), Ken Rice (astrophysicus).

  31. Hans Custers

    Han,

    Ten eerste, waarom reageer nu niet meer op wat ik zeg over de aantoonbare fout in jullie artikel, namelijk de veronderstelling dat windpatronen en CO2 volledig afhankelijk zijn?

    In het artikel hebben we ook gekeken wat er gebeurt als we eerst fixeren dat CO2 veel invloed heeft, namelijk met een klimaatgevoeligheid van 3 graden. Vervolgens laten we de luchtcirculatie de dagelijkse residuen verklaren,

    Dat heeft helemaal niks te maken met wat ik zei. En het is exact de fout waar je meermaals op bent gewezen: je verwart weer met klimaat. Natuurlijk verklaart de luchtcirculatie de variabiliteit op dagelijkse basis. Dat is ook exact wat ik in mijn vorige reactie al aangaf.

    Ook snap ik niet wat de opmerking dat we die berekening van 1960-1980 in het artikel hadden moeten gebruiken toevoegt. In die berekening is de invloed van luchtcirculatie eerder nog groter, dus dat verandert helemaal niks.

    Dan werkt de fundamentele fout die jullie daar maken dus ook door in de analyse over die periode. Niet heel verbazingwekkend, want zoals ik al constateerde zit er in die periode ook al een aanzienlijke variatie in de windpatronen. Op het oog schatte ik dat het effect wat kleiner zou zijn, maar die schatting klopt dan niet. De fundamentele fout blijft dus bestaan.

    Vroeger gebeurde het vaker dat op bijvoorbeeld dagen met weerpatroon N er voor die dag ook koudere weerpatronen zijn dan dat het nu gebeurt. Net zo gebeurt het nu vaker dat de dagen ervoor warme weerpatronen hebben dan nu

    Dit is pertinente nonsens. Na een warmere periode volgt er een koudere periode en omgekeerd. En soms heb je enkele dagen een overgangsperiode. Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven. En het is in de verste verte geen verklaring voor het opwarming van alle windpatronen. Zeker omdat het weer in Nederland niet elke dag omslaat.
    Volgens alle elementaire logica zou dit alleen effect hebben als de relatief koude periodes significant korter zouden worden. Bij mijn weten is daar geen sprake van, maar is het omgekeerde eerder het geval: weerpatronen worden stabieler. De invloed dan dergelijke overgangsverschijnselen zou dan eerder kleiner worden. (Ik ben nu wel een beetje bang dat je daaruit ook wel weer iets weet te halen om naar je eigen gelijk toe te redeneren.)

  32. Beste Han,

    Wat mij opvalt aan bovenstaande discussie is dat U niet inhoudelijk ingaat op de vragen van anderen en dan met name waarom U denkt dat het gebruikte model een goede beschrijving is van de fysica.

    Mijn voornaamste kritiek op uw model is expliciet hierop gericht.
    Ja, CO2 is een “well-mixed gas”, hieruit kun je concluderen dat de achtergrondwarmte zoals U die beschouwd zou moeten achterblijven. Het probleem zit hem in de traagheid van klimaat: de toevoeging van CO2 zal niet direct leiden tot verhoging van lokale temperaturen. Dit is een langdurig proces, waarbij temperatuurverhoging pas decennia later waarneembaar is. Het is deze quantificatie van CO2 in temperatuurstijging dat problematisch is vanuit wetenschappelijke onzekerheid over verschillende klimatologische feedbackmechanismen.

    Dit gegeven komt duidelijk terug in het artikel van klimaatveranda en ik zie nergens duidelijke argumenten van uw kant waarin U dit ontkracht.
    Het is tevens dít gegeven dat de zwakte is van uw artikel: het statistisch model klopt, maar voor het beschrijving van de fysica moet U rekening houden met de traagheid van fysische systemen. Deze factor zie ik niet terug in uw statistisch model.

    Bronnen:
    (i) https://www.ipcc.ch/sr15/chapter/chapter-1/
    (ii) https://www.pnas.org/doi/10.1073/pnas.0606291103
    (iii) https://ec.europa.eu/research-and-innovation/en/horizon-magazine/climate-sensitivity-reducing-uncertainty-uncertainty
    (iiii) https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1029/2005gl025044
    (iiiii) https://www.pnas.org/doi/10.1073/pnas.1300005110

    Graag zou ik van U een inhoudelijke reactie willen krijgen op dit vraagstuk en hoe U in uw model rekening hebt gehouden met de traagheid van opwarming door CO2.

  33. “Wetenschappelijk gezien kunnen we dus simpelweg niet anders concluderen dan dat in Nederland de CO2 blijkbaar geen directe invloed had op de opwarming, hoe verrassend het ook is.

    Aldus Han Hoogeveen in antwoord op Lennart hierboven.

    Nee, dat kun je niet wetenschappelijk concluderen, dat kun je enkel als statisticus concluderen die zich met klimatologie bemoeit zonder de basics van de klimatologie in acht te nemen. Zoals Tinus hierboven al opmerkte is klimaatwetenschap iets anders dan statistiek en wiskunde.

    Het antwoord aan Lennart illustreert de makke van het research design waarop Hoogeveens publicatie is gebaseerd, De makke is weglating van wat klimatologisch over de opwarming standaard-kennis is – de CO2 factor. Het ware goed geweest dat de publicisten naast een collega-statisticus (Prof. Dr. Marie-Colette van Lieshout) hun modellen ook aan een klimatoloog hadden voorgelegd. De publicatie is een onder-onsje van statistici die geen sjoege hebben van het klimatologisch soortelijk gewicht van metereologische data.

    Het is bizar dat een klimatologisch tijdschrift besloten heeft een statistische exercitie te publiceren waarin de basics van de klimatologie niet zijn meegenomen. Pff.

  34. Hans Custers

    Ik vraag me wel af of een statisticus de grootste methodologische fouten ook niet op had kunnen (of moeten) sporen. In feite gaat het hier om een kwestie van twee (potentieel) covariante signalen (versterkt broeikaseffect en veranderende circulatiepatronen) en ruis (het dagelijkse weer). Het is niet het allersimpelste probleem dat er bestaat, maar er moet toch wel het nodige bekend zijn over de do’s en don’ts.

  35. Hans,

    het punt is dat in de opzet van Hoogenveens onderzoek de co-variantie van de twee signalen gewoon niet meegenomen is. De publicatie is een statistische analyse van ruis. Gebakken lucht om het in termen van opwarming te houden.

  36. Lennart van der Linde

    Beste Han, je zegt:
    “Wetenschappelijk gezien kunnen we […] niet anders concluderen dan dat in Nederland de CO2 blijkbaar geen directe invloed had op de opwarming, hoe verrassend het ook is. Wat hadden we dan moeten doen? Deze data direct weer verwijderen en er met niemand een woord over spreken? Dat lijkt ons eerlijk gezegd niet de wetenschappelijke methode.”

    Helaas kunnen we wetenschappelijk gezien vooral concluderen dat jullie conclusies in strijd zijn met de bevindingen van meer dan een eeuw aan klimaatwetenschap en dat jullie je amper of niet in die wetenschap verdiept hebben. De Telegraaf vindt dat prachtig, maar het International Journal of Climatology zal hopelijk inzien dat dit een correctie vereist, of toelichten waarom dat volgens hen niet nodig is.

  37. Pingback: De linke weekendbijlage (36-2022) - Kloptdatwel?

  38. Han Hoogeveen

    Dan nu definitief onze laatste reactie. Deze is vooral bestemd voor de neutrale lezer, want ik geloof niet dat de reageerders openstaan voor de mogelijkheid dat het artikel klopt.

    Met betrekking tot figuur 1 claimt Hans dat wat wij zeggen niet kan kloppen, want het is “pertinente onzin” omdat de weerpatronen altijd gedurende een periode met dezelfde lengte aanwezig blijven en altijd eerst een lange tijd koud zijn, dan weer warm enzovoorts. Kijk naar buiten (maar dat is natuurlijk weer en geen klimaat), dan zie je dat dat niet klopt. Maar zelfs als het klopt, maakt het nog niks uit. Als bijvoorbeeld elk weerpatroon precies een week aanhoudt en als dan weer het volgende weerpatroon een week komt, dan nog zorgt dit voor verschillen. Stel namelijk dat we weer zo’n week met weerpatroon Noord bekijken. Met name de eerste dagen van die week zijn gevoelig voor het weerpatroon van vorige week. Tegenwoordig is dat weerpatroon van vorige week gemiddeld warmer (in de zin van uit een warmere richting, dus bijvoorbeeld zuidelijker) dan vroeger, omdat er tegenwoordig vaker warmere weerpatronen voorkomen dan vroeger en minder vaak koudere weerpatronen (wederom in de zin van dat ze uit een warmere richting komen, dus bijvoorbeeld meer Zuid en minder Noord). Dit geeft dus nog steeds het effect wat we beschrijven.

    Overigens hebben we het speciaal op basis van de reactie van Hans nog even allemaal nagerekend. Het blijkt dat die verschuiving naar warmere weerpatronen (met andere woorden, dat er vaker zuidelijke weerpatronen voorkomen) op de dagen ervoor de trends in jullie figuur 1 volledig verklaart, wat dus onmogelijk zou moeten zijn als inderdaad zoals jij claimt de weerpatronen voor een dag Noord ongeveer hetzelfde zijn als vroeger. Dit toont duidelijk aan dat ons punt wel klopt en dat dus figuur 1 daardoor verklaard wordt. Natuurlijk geloof je dit niet. Je zei bijvoorbeeld hierboven een keer dat we eerst de CO2 maar de temperatuur in De Bilt moesten laten verklaren en dan de weerpatronen op de residuen moeten laten werken en dat dan de weerpatronen nauwelijks opwarming verklaarden. We antwoordden vervolgens dat ook als je eerst CO2 de temperatuur in De Bilt laat verklaren en daarna de weerpatronen op de residuen laat werken, dat dit nog steeds nauwelijks verschil maakt voor de invloed van de weerpatronen (dus dat de weerpatronen dan nog steeds de 2 graden opwarming in De Bilt verklaren). Hierop kwam je met een reactie dat dit er niks mee te maken had en dat wat wij doen weer is en geen klimaat. We vragen ons af waarom we dan nog een antwoord op je geven, want zelfs als we met een harde berekening die niet fout kan gaan komen, dan geloof je het nog niet. Je kan het allemaal zelf narekenen als je dat wilt en dan zul je op precies dezelfde resultaten uitkomen.

    Met betrekking tot figuur 1. Als we weer wat mooie termen van meneer Pulles mogen lenen, de conclusies die jullie eruit trekken zijn een duidelijk voorbeeld van desinformatie en de juiste actie zou zijn om hem weg te halen en overal waar je hem gebruikt een rectificatie te plaatsen. Vermoedelijk gebeurt dit toch niet, want jullie zullen wel weer claimen dat onze berekeningen toch niet kloppen of zo iets. Reken het zelf maar na als je het niet vertrouwt. Je zult zien dat wat wij zeggen echt zo is.

    Verder zei Bart dat we contact op hadden moeten nemen met een expert. Dat hebben we ook gedaan, want we zijn naar een hoogleraar statistiek gegaan. Het hele onderzoek is namelijk een statistische data-analyse, dus een expert hierop is een hoogleraar statistiek. Een klimaatwetenschapper kan eigenlijk niks zinnigs uit zijn vakgebied hierover zeggen, behalve dat de resultaten niet in overeenstemming zijn met de overige wetenschap. Dit wisten we echter al en dat zou geen reden moeten zijn om het onderzoek direct af te wijzen. Het hele onderzoek is statistisch dus als we dat willen controleren, dan gaan we naar een hoogleraar statistiek. Die zei dat het klopt en waarom zouden we daar dan aan moeten twijfelen, als we zelf ook geen enkele fout kunnen vinden? Ook in de experimentele natuurkunde zou een statistische analyse van de output gebruikelijk moeten zijn; op dat gebied is een statisticus nou eenmaal de expert.

    Dan nog algemeen. Jullie bezwaren hierboven zijn eigenlijk in 2 typen te verdelen. Het eerste type zijn bezwaren die eigenlijk neerkomen op het feit dat onze uitkomsten niet overeenkomen met resultaten uit andere onderzoeken. Dat zijn we volledig met jullie eens, maar als het onderzoek zelf klopt, dan klopt het en kan je het niet afwijzen omdat de conclusie je niet bevalt. Dat is niet hoe de wetenschap werkt.
    Het tweede type bezwaren zijn bezwaren op de methode en omdat de methode statistisch is, zijn dit dus ook statistische bezwaren. Echter hebben we die bezwaren allemaal al in het artikel zelf of in onze reactie hierboven weerlegd. Jullie weigeren dat te accepteren, maar in onze reacties eronder herhalen we eigenlijk alleen maar dingen. Zo is bijvoorbeeld CO2 wel degelijk meegenomen op de manier die Hans voorstelt. Ook hebben we uitgelegd waarom figuur 1 niet klopt. Verder hebben we de mogelijke afhankelijkheid tussen CO2 en de luchtcirculatie ook al goed opgelost door eerst CO2 te laten verklaren en daarna pas de weerpatronen. Ook dit verandert de uitkomsten niet. Verder maakt die traagheid van CO2 niet uit, want op deze manier zou ook dat probleem opgelost moeten worden. Ook de “correlatie is geen causatie” van Pulles hebben we weerlegd. Op dagbasis is dat namelijk wel zo (dat geven zelfs jullie toe), dus zal dat gewoon doormiddelen naar klimaat, zoals we ook hebben berekend. Dit hebben we allemaal ook al genoemd in onze eerste reactie of in het artikel zelf, dus jullie herhalen alleen maar standpunten die al zijn weerlegd. Ik dacht dat in de spelregels stond dat dat niet de bedoeling was? Een opvallend punt is dat er enerzijds veel bezwaren zijn tegen het gebruik van statistische methoden, maar dat het artikel van van Oldenborgh en van Ulden de hemel in wordt geprezen, hoewel dat ook is gebaseerd op statistiek en de conclusie dat in de zomer noordenwind even warm is als zuidenwind niet realistisch is. Het verschil is natuurlijk wel dat daar de gewenste bijdrage van CO2 uitkomt.

    Uiteraard hoeven jullie het natuurlijk niet met het artikel eens te zijn. Het is natuurlijk ook maar 1 artikel tegenover de vele artikelen die CO2 als oorzaak noemen. Echter moet je dan dat gewoon eerlijk toegeven en niet met allerlei onzin proberen om dit artikel onderuit te schoffelen; ook het KNMI heeft er naar gekeken en tot nu toe nog geen fouten kunnen vinden. Vraag jezelf maar eens af hoe we bij ons onderzoek wel de invloed van CO2 mee hadden moeten nemen. De methode van Hans bijvoorbeeld geef exact dezelfde resultaten. We laten het hier nu definitief bij, want jullie geloven het zelfs niet eens als we iets berekenen en de uitkomsten jullie niet goed uitkomen. Wanneer uit ons onderzoek was gekomen dat CO2 voor 80% de stijging in temperatuur had verklaard, dan zou dit onderzoek de hemel in zijn geprezen en waren we in iedere talkshow uitgenodigd.

  39. Hans Custers

    Han Hoogeveen,

    Als je kritiek wilt weerleggen, dan zul je om te beginnen die kritiek een beetje behoorlijk moeten lezen. Dat doe je niet en je legt me dingen in de mond die ik nergens heb beweerd. Ik heb helemaal niet gezegd dat elk patroon even vaak voorkomt. Wat ik zei is dat het weer niet elke dat omslaat, maar dat patronen over het algemeen langere tijd aanhouden.

    Ik zag wel iets over het hoofd, dat wil ik best erkennen. Mijn redenering was gebaseerd op de realiteit en niet op jullie model. Natuurlijk is het niet uit te sluiten dat jullie model zo weinig overeenkomst vertoont met de realiteit dat het daar wel gebeurt. Dat zegt dan alleen iets over jullie model.

    Aangezien je kritiek zo slecht leest en bovendien nog steeds niet lijkt in te zien waar de fundamentele fouten in jullie analyse zitten hecht ik niet al te veel waarde aan je bewering dat je mijn suggestie voor een berekening met CO2 hebt uitgevoerd en hetzelfde resultaat hebt gekregen.

    Tenslotte, voor zover ik kan overzien wil niemand van de critici een welles-nietes spelletje spelen over jullie artikel. Het simpele feit is dat alle deskundigen die ernaar hebben gekeken concluderen dat er forse fouten inzitten. Wil je die kritiek weerleggen, dan zul je allereerst wat moeite moeten doen om die kritiek ook werkelijk te begrijpen. Vooralsnog geeft je daar weinig blijk van en reageer je vooral op verdraaiingen van wat anderen zeggen. Als jij meent dat je alle kritiek hebt weerlegd, dan heb je die kritiek simpelweg niet begrepen.
    Dat je het niet op kunt brengen om die ene fout te erkennen waar je je niet meer uit kunt praten spreekt ook boekdelen: je kunt niet zomaar aannemen dat CO2 en windpatronen volledig onafhankelijk zijn.

  40. Hans Custers

    O, en dan die slotzin,

    Wanneer uit ons onderzoek was gekomen dat CO2 voor 80% de stijging in temperatuur had verklaard, dan zou dit onderzoek de hemel in zijn geprezen en waren we in iedere talkshow uitgenodigd.

    Er zijn honderden Nederlandse wetenschappers die artikelen publiceren die in overeenstemming zijn met de basale logica van de klimaatwetenschap. Dat je daarmee in ‘iedere talkshow’ uitgenodigd zou worden is een gotspe. Ze trekken blijkbaar zo weinig aandacht dat jij daar niet van op de hoogte bent. Met die opmerking toon je je eigen vooringenomenheid en verder niets.
    Als het jullie te doen was om de aandacht heb je de juiste keuze gemaakt. Dat is inmiddels wel gebleken.

  41. “Jullie bezwaren hierboven zijn eigenlijk in 2 typen te verdelen. Het eerste type zijn bezwaren die eigenlijk neerkomen op het feit dat onze uitkomsten niet overeenkomen met resultaten uit andere onderzoeken. […] Het tweede type bezwaren zijn bezwaren op de methode en omdat de methode statistisch is, zijn dit dus ook statistische bezwaren.”

    Aldus H. Hoogeveens perceptie van de kritiek op zijn publicatie.

    Tja, daarmee ontwijkt hij het fundamentele type kritiek waar alle detailkritiek-punten op zijn gebaseerd: de klimatologisch gezien defecte opzet van het onderzoek naar de opwarming in NL. Met klimatologie heeft de publicatie niet te maken terwijl er wel een klimatologische conclusie wordt getrokken: de opwarming in NL is verklaarbaar los van de CO2 gerelateerde globale opwarming.

  42. Nederland is, net als grote delen van Europa, in de afgelopen tientallen jaren sterker opgewarmd dan het mondiale gemiddelde. Is de temperatuur wereldwijd met ruim 1 graad gestegen sinds het begin van de industriële revolutie, in Nederland is dat ruim 2 graden. Daar zijn meerdere oorzaken voor te bedenken. Allereerst warmt het land sneller op dan de oceanen.

    Een verdere reden is dat Nederland in de Noordelijke Hemisfeer ligt, die meer opwarmt als de Zuidelijke Hemisfeer. Er is geen behoefte aan nieuwe redenen waarom Nederland 2 graad opgewarmd is, dat past probleemloos in het beeld.

    Wetenschappelijk gezien kunnen we dus simpelweg niet anders concluderen dan dat in Nederland de CO2 blijkbaar geen directe invloed had op de opwarming, hoe verrassend het ook is.

    Zelfs als dat waar zou zijn, is dat niet “verrassend”. Of we hebben een andere grens waar we dingen “verrassend” noemen. Het is al grappig als klimaatsceptici uit Amerika conclusies treffen over globale klimaatverandering op basis van de gemiddelde temperaturen van Amerika. Ik had dit in ons kleine Calimero landje niet verwacht en ik ken geen paper dat zegt dat als er een globale invloed van CO2 op the globale temperatuur is dat er dan ook zo’n effect in Nederland te zien moet zijn.

    Niet eens de studies van het KNMI moeten fout zijn als Hoogeveen en Hoogeveen waar zou zijn omdat die studies zich meer klimatologisch met maandelijks waardes bevatten. Laten zien dat het KNMI fout lag is een nieuwe studie.

  43. De laatste bijdrage van Han Hoogeveen was bedoeld voor de neutrale lezer. Ik weet het niet zeker, maar misschien bedoelt hij daar ook mij mee. Ik lees hier al jaren, ook de discussies in de reacties, en probeer ook de links te lezen.

    Mijn kennis over klimatologie is te beperkt om hier op inhoudelijk en detailniveau mee te discussieren, maar tegelijkertijd durf ik wel te stellen dat mijn kennis voldoende is om het geschrevene te begrijpen.

    Wat ik (als neutrale lezer) zie is dat Han Hoogeveen soms kritiek onbeantwoord laat (ondanks dat de lengte van zijn antwoorden behoorlijk is te noemen), en om de haverklap woorden van anderen verdraait of woorden in de mond van anderen legt.

    Waarom zou je dat doen als je zelf vindt dat je gelijk hebt? Indien de feiten aan je kant staan kan je alle kritiek pareren, hoef je geen woorden te verdraaien of in een mond te leggen.

  44. De methode van vader en zoon Hoogeveen werkt uitstekend onder de aanname dat er geen externe factoren zijn geweest (naast de veranderende dynamica) die geleid hebben tot opwarming in het gebied van interesse (Nederland) over de bestudeerde periode.

    Het is algemeen geaccepteerd dat minstens één zo’n externe factor er wel degelijk is: de menselijke uitstoot van broeikasgassen sinds ongeveer 1850. Aangenomen dat broeikasgassen inderdaad hebben geleid tot opwarming, ook boven Nederland, dan zit die opwarming in de methode van vader en zoon Hoogeveen “verstopt” in de normaal temperatuur die men bepaald in sectie 5. En dat maakt hun analyse problematisch.

    Verderop in het artikel probeert men op een wat gekunstelde (fysisch inconsistente) wijze CO2 te introduceren in de regressie vergelijkingen o.a. middels een enkele constante factor van 0.75. In eerste instantie introduceert men hierdoor een correlatie tussen deze extra parameter en de eerder bepaalde normalen. De beschreven regressie methode negeert deze correlatie.

    Wat men had moeten doen in sectie 6 is de gemeten temperatuur in de Bilt corrigeren voor de impact van CO2 verandering op temperatuurverandering middels de vergelijking: dT_CO2(t) = 5.35*K*ln[CO2(t)/CO2(t=1850)]/3.7 (Table 6.2 van https://www.ipcc.ch/site/assets/uploads/2018/03/TAR-06.pdf), met K de klimaatgevoeligheid.

    Om de impact van veranderende dynamica op de temperatuur in de Bilt te schatten hadden vader en zoon Hoogeveen hun methode moeten loslaten op T_gemeten minus bovenstaande dT_CO2 om het CO2 effect op de juiste (fysisch consistente) wijze te verdisconteren. Hun Figuur 10 zou er dan een stuk beter hebben uitgezien!

    Momenteel is de hoeveelheid CO2 toegenomen met zo’n 50% t.o.v. 1850. Vader en zoon Hoogeveen gebruiken K=3 in hun paper. Invullen in bovenstaande formule geeft dT_CO2(t=2020) = 1.75 graden. De huidige opwarming in Nederland is zo’n 2 graden t.o.v. 1850 (hun figuur 6). Dan resteert er nog zo’n 0.25 graden voor andere factoren, waaronder veranderde dynamica. Deze getallen komen dicht in de buurt bij die van (van Oldenborgh & van Ulden, 2003).

    Kortom, de statistiek van vader en zoon Hoogeveen is prima verzorgd, zoals ook bevestigd door de hoogleraar statistiek. Men had echter ook een klimaatdeskundige moeten consulteren om cruciale hiaten in hun klimaatkennis af te dekken.

  45. ”Men had echter ook een klimaatdeskundige moeten consulteren om cruciale hiaten in hun klimaatkennis af te dekken.”

    Inderdaad.
    Dat een toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer voor opwarming zorgt, is fysica die al heel lang bekend is, uitermate goed is onderbouwd en veelvuldig aangetoond. Als er dan berekeningen komen waaruit zou blijken dat deze fysica net in Nederland niet zou werken, moeten m.i. bij goede wetenschappers eigenlijk alle alarmbellen afgaan. Het is zoiets als je uitrekent dat de afstand Amsterdam-Parijs 600.000 km zou bedragen terwijl je weet dat de omtrek van de gehele aarde veel kleiner is, maar bij die uitkomst toch geen vraagtekens zet.

    Rekenen zonder enige basiskennis en geen blijk geven van enig kritisch reflecterend vermogen. Vreemd dat zoiets gewoon door de peer-review rolt.

  46. Hans Custers

    Ik heb toch nog eens even nagedacht of ik niet te snel was met mijn harde kritiek op de verklaring van Hoogeveen op figuur 1 uit het blogstuk. Ik ben tot de conclusie gekomen dat dat niet zo was. De verklaring rammelt aan alle kanten. Onder meer hierom:

    1. Een na-ijleffect zou heel misschien een klein beetje opwarming van koudere patronen kunnen verklaren, maar zeker niet de opwarming van de warme patronen zelf. En dus ook niet de opwarming van alle patronen.
    2. Het warme zuidelijke patroon komt in hun model nog geen 10% van de tijd voor. Andere continentale stromingen zijn soms ook warm, dus laten we even aannemen dat er in totaal zo’n 20% van de tijd zo’n patroon is en dat het nu twee keer zo vaak voorkomt dan vroeger. Volgens Hoogeveen zou die het na-ijleffect van de verandering gedurende 10% van de tijd de significante opwarming van de overige 90% verklaren.
    3. Je kunt hoog of laag springen, maar het is een keihard feit dat de temperatuur van het zeewater een aanzienlijke invloed heeft op maritieme patronen, die overheersend zijn in Nederland. Er klopt geen barst van een model waarin die patronen wel opwarmen door zo nu en dan een paar daagjes na-ijleffect, maar niet door de warmere Noordzee.
    (Overigens blijken metingen van de zeewatertemperatuur helemaal niet te zijn meegenomen in het model. Er wordt simpelweg aangenomen dat die met enige vertraging wordt bepaald door de atmosferische circulatie. Het fenomeen Golfstroom is blijkbaar onbekend bij de familie Hoogeveen.)
    4. Wie naar het temperatuurverloop van de afgelopen dagen kijkt, ziet dat het binnen een half etmaal 12, 13, 14 graden afkoelt en daarna weer opwarmt. Zo snel kan de temperatuur dus veranderen, omdat land nou eenmaal maar weinig warmte vasthoudt.
    (Dat betekent overigens niet dat er helemaal nooit sprake kan zijn van na-ijleffecten. Droogte na extreme hitte of sneeuwbedekking na kou kan daar bijvoorbeeld voor zorgen. Maar het effect op de gemiddelde temperatuur over een lange periode is uiterst klein.)
    5. Blijkbaar is er in het model zoveel wederzijdse beïnvloeding (covariantie) tussen windpatronen dat ze elkaar significant opwarmen. Het model is dus niet in staat om het effect van individuele patronen met enige nauwkeurigheid te bepalen. Dat maakt het ongeschikt voor de uitgevoerde analyse. Hoogeveen diskwalificeert zijn eigen model.

  47. Hans Custers

    Modelleur,

    Je zegt dat de statistiek van de Hoogeveens prima is verzorgd. Ik zie dat toch wat anders. Vermoedelijk passen ze de statistische technieken die ze gebruiken wel correct toe (al steek ik mijn hand daar ook niet voor in het vuur). Maar ze kiezen wel voor de verkeerde technieken. Dat had een statisticus ook kunnen zien, lijkt me.

    Zoals ik al eerder zei is het in de kern een kwestie van systeem met twee potentieel covariante signalen en ruis. Ik denk dat je niet geschoold hoeft te zijn in de klimatologie om dat te begrijpen. De twee fundamentele fouten die ze in de analyse van dat systeem maken:
    – Ze negeren de (mogelijke) covariantie van de twee signalen.
    – Ze verwarren ruis en signaal.

  48. Het gaat bij vader en zoon Hoogeveen met name fout in de initiële aanname dat veranderde dynamica de hoofdreden is voor de temperatuurtoename in de Bilt. Die aanname is ingebakken in het model van vader en zoon Hoogeveen. Men probeert die aanname later in het artikel te toetsen door CO2 toe te voegen in de regressievergelijkingen. Dat gebeurt echter op gekunstelde (fysisch inconsistente) wijze. De logische uitkomst van hun model is dat CO2 een verwaarloosbare bijdrage levert; dat zat immers al ingebakken in de initiële aanname.

    Het lijkt mij dat bovenstaande tekst van Pulles et al. tezamen met de bijdragen eronder voldoende input biedt voor een ‘letter’ in International Journal of Climatology als reactie op Hoogeveen et al.

  49. Hans Custers

    Modelleur,

    Dat was ook mijn eerste indruk. Maar inmiddels heb ik het idee dat er zoveel misgaat dat er niet één fout is aan te wijzen die eruit springt.

    In mijn vorige reactie beschreef ik wat volgens mij de juiste benadering was geweest al het een puur statistische analyse was geweest, zoals Hoogeveen eerder beweerde.

    Ik denk dat ik de eer aan mezelf zou houden als ik in de schoenen van de Hoogeveens zou staan, en zelf vragen om intrekking van het artikel. Als snap ik best dat dat een lastige beslissing is. Maar ik vind het op zich geen schande als amateurwetenschappers zich wat teveel laten meeslepen door hun enthousiasme als ze menen iets bijzonders op het spoor te zijn. Peer review is ooit uitgevonden om te voorkomen dat zoiets wordt gepubliceerd een wetenschappelijk tijdschrift. En daar is het deze keer misgegaan.

  50. Als redelijk onafhankelijk lezer is me wel duidelijk dat de meeste reacties hier duidelijk tegen de resultaten stemmen.

    Door de jaren heen is me wel duidelijk geworden dat ons weer afhankelijk is vanwaar de lucht langsgekomen is voordat die ons land binnenkomt. Temperatuursprongen van 10-20 graden binnen een week zijn daarbij geen uitzonderingen, inclusief meegekomen zand e.d. Dus wat dat betreft is die invloed evident. Wat blijkbaar pijn doet is dat de rol van CO2 niet aantoonbaar was. Lijkt mij meer te maken te hebben dat de sprongen door circulatie blijkbaar groter zijn dan door de opwarming door CO2 alleen. En dus wordt deze laatste weggedrukt in de achtergrondruis en is statistisch gezien blijkbaar niet als factor aan te tonen.

    Als iemand op basis van een vergelijkbare opzet een vergelijkbare correlatie op aan kan tonen met daarbij CO2/+ als oorzaak mee te nemen is er recht van spreken. Dus er lijkt me werk aan de winkel, de data is beschikbaar dus zou eenvoudig te doen moeten zijn. Let wel, bestaande onderzoeken op maandbasis/seizoen zijn onvoldoende.

    En voor modelleur: wat als er in klimaatonderzoek vaker niet gestart zou worden met CO2 als hoofdschuldige, zou dat dan ook tot andere uitkomsten leiden? En wat zou daar mis mee zijn voor een onafhakelijk wetenschapper? De hypothese is gesteld en niet aantoonbaar fout, dus staat ie er nog.

  51. Beste Harry,

    Je schrijft: “Als iemand op basis van een vergelijkbare opzet een vergelijkbare correlatie op aan kan tonen met daarbij CO2/+ als oorzaak mee te nemen is er recht van spreken.

    Mondiale klimaatverandering, ofwel ‘global warming’, gaat over de toename van de warmte-inhoud van het klimaatsysteem als geheel. Deze toename blijkt o.a. uit de stijging van de mondiaal gemiddelde oppervlaktetemperatuur T.

    Hier de correlatie tussen T en CO2:

    De correlatie-coëfficiënt R² = 0.90

  52. Beste Bob,

    Dat is een correclatie op wereldnivo, niet voor Nederland. En dat is de basis voor het onderzoek. Zover als ik kan nagaan is deze wereldwijde correlatie gepoogd in tepassen maar is dat mislukt.

    Alleen voor de Nederlandse situatie. En nogmaals, CO2 heeft een effect, maar is niet zichtbaar. Dat lijkt me duidelijk

  53. Hans, in jouw laatste opmerking zie je het veranderlijke weer als “ruis” bovenop het “signaal” van de klimaatverandering. Op zich zeer verhelderend.
    De “ruis” is dan wel in twee weer-variabelen (dagelijkse windrachtig en temperatuur) gecorreleerd. Die twee veranderen min of meer gekippeld en tegelijkertijd.
    Het “signaal” zien H&H niet omdat ze naar dagwaarden kijken en die tegelijkertijd en gekoppeld op de langere tijdschaal veranderen.

  54. Hans Custers

    Harry,

    Voor Nederland is de analyse op een correcte wijze uitgevoerd door Van Oldenborgh en Van Ulden in 2003. De link naar dat artikel staat in het blogstuk.

    Verder wijs ik je erop dat de kritiek die hier wordt geleverd op de Hoogeveens niet of nauwelijks gaat over hun conclusie, maar over de manier waarop ze aan die conclusie komen. Ze maken daarbij namelijk nogal wat fouten. Met andere woorden: het is de onderbouwing die rammelt, waardoor de conclusie geen stanhoudt.

  55. Hans Custers

    Tinus,

    Precies. De juiste statistische benadering zou zijn geweest om als eerste stap zoiets als een low-pass filter toe te passen op de gegevens. Vooral omdat in een oogopslag zichtbaar is dat er wel ruis zit in temperatuur en windpatronen, maar niet of nauwelijks in het CO2-signaal.

    Zoals ook in een oogopslag zichtbaar is dat er een sterke correlatie is tussen alle variablen: temperatuur, windpatronen én CO2. Zo sterk dat je covariantie zeker niet uit kunt sluiten.

    Een statisticus zou dat soort zaken op moeten merken bij een allereerste ruwe analyse van de data. En ik vermoed dat een statisticus vrij snel zou concluderen dat de correlaties zo sterk zijn dat je de signalen onmogelijk kunt scheiden op basis van alleen maar statistiek.

  56. @Harry

    “Wat blijkbaar pijn doet is dat de rol van CO2 niet aantoonbaar was.”

    Nee, Harry. Wat pijn doet is dat de gewraakte publicatie door de mazen van het peer review-net is doorgelaten. Er klopt van de gepubliceerde statistische exercitie helemaal niks in klimatologisch opzicht. Ik herhaal: in klimatologische opzicht.

    Verder betwijfel ik of jij het verschil snapt tussen een hypothese en een bewijsvoering. De publicatie van de Hoogeveens is geen hypothese. Het is een circelredenering op grond van selectie van regionale metereologische data met weglating van onderliggende klimatologische data. Wat de publicatie vergeefs probeert te bewijzen is dat de opwarming in NL te verklaren is los van de CO2-gerelateerde globale opwarming. Geloof jij het?

  57. Hallo Hans,

    De analyse van Van Oldenburg en Van Uden was zoals ik in de reactie begrepen heb op basis van windrichting en maandbasis, dus lagere resolutie en andere opzet. Niet vergelijkbaar dus. Daarom ook mijn oproep om op basis van de data die door de Hoogeveens is gebruikt aan te tonen dat CO2 de dominerende factor is.

    Door uitmiddelen zal een onderliggend signaal beter tot zijn rec ht komen, het interessante is wat mij betreft juist die hoge resolutie in combinatie met luchtstromingen die voor een groot deel de (extra) opwarming in NL zou kunnen verklaren.

    Overigens is via de link in het blog alleen de samenvatting beschikbaar, niet het gehele artikel wat $10 kost. Als opzet en resolutie inderdaad afwijkt is dat niet van belang.

  58. Beste Harry,

    Dat is een correclatie op wereldnivo, niet voor Nederland. En dat is de basis voor het onderzoek.

    Het is waar het in werkelijkheid om gaat: de toename van de warmte-inhoud van het klimaatsysteem als geheel, ofwel ‘global warming’.

    Wat Hoogeveen & Hoogeveen doen, is als eerste stap een ‘detrending’. Eerst wordt de trend uit het temperatuurverloop verwijderd door lineaire regressie tegen een stochastisch model op basis van Weather Patterns. Daar kiezen H&H de vrije parameters dan zo, dat de uitkomst zo veel mogelijk lijkt op het jaarlijkse temperatuurverloop:

    Daarmee komen zij op een R² = 0.60. Vervolgens voegen zij ook TSI, AMO en CO2 toe aan hun model en ‘draaien aan deze knoppen’ (louter stochastisch) tot zij een ‘fit’ bereiken met een R² = 0.85.

    Nádat zij de trend al verwijderd hadden… blijkt het toevoegen van CO2 niets meer bij te dragen aan deze ‘fit’. Geen wonder, want de trend is inmiddels al verwijderd. 😃

  59. Hans Custers

    Harry,

    De data die door de Hoogeveens zijn gebruikt zijn uitermate onnauwkeurige schattingen van windpatronen die er werkelijk zijn geweest. Er is dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat die data beter geschikt zijn om de invloed van windpatronen op de temperatuur te bepalen dan de windrichtingen die door Van Oldenborgh en Van Ulden zijn gebruikt. En dus is er ook geen reden om verder nog tijd en energie te verspillen aan een analyse van die data.

    Wat mij betreft is alleen al de vaststelling dat alle windpatronen in hun eigen onderzoek warmer worden (zie figuur 1 hierboven) meer dan voldoende om hun conclusie als weerlegd te beschouwen. Zeker omdat de verklaring die Hoogeveen daar zelf voor geeft uiterst speculatief is. En dan zeg ik het nog heel vriendelijk.

    Zou je werkelijk een analyse uit willen voeren op basis van de heranalyses die zij hebben gebruikt, dan is dan een enorm complexe ondernemen. En het is maar de vraag of het echt veel toevoegt. Het is immers algemeen bekend dat er een behoorlijk sterke correlatie is tussen de windrichting zoals die aan de grond wordt gemeten en de temperatuur. Verder graven naar de herkomst van luchtmassa’s zou de conclusies van Van Oldenborgh en Van Ulden misschien wat kunnen verfijnen, maar ik zie niet in hoe die conclusies totaal anders zouden kunnen worden. En het zou me ook niet verbazen als zon complexe analyse uiteindelijk alleen maar onzekerheid toevoegt.

  60. Hans,

    Je geeft aan dat:
    —–
    Er is dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat die data beter geschikt zijn om de invloed van windpatronen op de temperatuur te bepalen dan de windrichtingen die door Van Oldenborgh en Van Ulden zijn gebruikt.
    —-

    Dat is nogal een stellige uitspraak. Bij verklaringen over verschillen in temperatuur wordt door het KNMI toch vaak gebruik gemaakt van via welke route een luchtmassa uiteindelijk ons land binnenkomt. Zoals bijvoorbeeld in deze link: https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/koning-winter-maakt-plaats-voor-lente . Hierin o.a. “Mede dankzij een krachtig hogedrukgebied boven Scandinavië werd zeer koude lucht uit de poolstreken via Rusland aangevoerd naar Nederland” Waarschijnlijk oostelijke windrichting, maar vooraf polair of zuidelijk scheelt vaak wel een jas. Het kan dan misschien wel complex zijn, maar zou wel een vollediger beeld op kunnen leveren. De Hoogeveens hebben in ieder geval de moeite genomen met een eerste aanzet, dus dat hoeft niet meer volledig uitgezocht teworden maar alleen steeksproefgewijs gevalideerd. Bij sporadische afwijking kan de data gebruikt worden en anders kun je gefundeerd de data in twijfel trekken. Let wel, hier gaat het over de vaststelling van de oorsprong van luchtstromen/windpatronen.

    Die figuur 1 laat ik in discussie tussen jullie en Han, dat is een soort welles/nietes en kan ik niet beoordelen.

  61. Hans Custers

    Harry,

    Die route speelt zeker een rol. Maar om dat mee te wegen in een analyse zul je die route wel nauwkeurig moeten bepalen. Daar is meer voor nodig dan een schatting op basis van isobarenkaartjes.

    Wil je dit goed doen, dan wordt dat een enorme klus. En dan blijft het nog steeds de vraag of het veel toegevoegde waarde heeft. Dat de temperatuur per windrichting nog kan variëren is natuurlijk ook meegenomen in de analyse van Van Oldenborgh en Van Ulden. Daar is het onderdeel van de onzekerheidsanalyse.

    Maar waar het vooral om gaat is dat het toevoegen van veel complexiteit aan een analyse alleen zin heeft als het het resultaat ook werkelijk aanzienlijk verbetert. Ik vraag me af of dat hier zo is. Omdat die complexiteit onherroepelijk ook nieuwe problemen en onnauwkeurigheden met zich meebrengt.

    Afgezien van dat alles, waarom zou zo’n onderzoek nu eigenlijk zo ontzettend belangrijk zijn? Zou het consequenties hebben als (tegen alle basale logica in) zou blijken dat de hele wereld opwarmt door de stijgende CO2-concentratie, maar Nederland niet? Kunnen we dan aannemen dat we ook immuun zijn voor de zeespiegelstijging, om maar wat te noemen? Kunnen we stoppen met alle adaptatie-maatregelen? En hoeven we ons dan ook niks meer aan te trekken van de gevolgen voor de rest van de wereld? Of is het toch verstandiger om ervan uit te gaan dat de natuurwetten niet van plan zijn om de komende eeuwen een uitzondering te maken voor een klein landje aan de Noordzee?

  62. Lennart van der Linde

    Nu wel redelijk duidelijk is waar het in het onderzoek van H&H aan schort, heb ik nog wel een vraagje over deze zin in de bijdrage van Pulles et al:

    “Dat het in het geval van de opwarming in Nederland een combinatie móet zijn van algemene opwarming en circulatieverandering, blijkt uit het simpele feit dat alle windrichtingen zijn opgewarmd in de afgelopen decennia.”

    Klopt dit zoals het hier geformuleerd is? Als alle windrichtingen zijn opgewarmd, dan zou bij gelijkblijvende circulatie Nederland evenredig opgewarmd moeten zijn. Als de circulatie veranderd is, kan de opwarming in principe meer of minder dan evenredig zijn, afhankelijk van welke windrichtingen in welke seizoenen dominanter geworden zijn. Theoretisch zou in een extreem geval Nederland zelfs afgekoeld kunnen zijn, als de circulatie zodanig veranderd zou zijn dat koelere windrichtingen dominanter geworden zijn, zelfs als ook die winden gemiddeld wel warmer geworden zijn.

    Of begrijp ik hier iets niet goed?

  63. Beste Lennart,

    Volgens mij begrijp je het helemaal. Het hoofdsignaal is de algemene opwarming. Daarbovenop komt voor iedere locatie een delta o.a. t.g.v. veranderde circulatie patronen op die locatie. Die delta kan twee kanten op: positief en negatief en zal op iedere plek op aarde een andere amplitude hebben. Logisch bezien is de som van alle delta’s over de gehele aardbol gelijk aan 0, tenzij is aangetoond dat veranderingen in de atmosferische dynamica sec geleid heeft tot mondiaal gemiddelde opwarming of afkoeling.

  64. Hans Custers

    Lennart,

    Inderdaad zouden in theorie alle windrichtingen op kunnen warmen en zou het toch af kunnen koelen. Maar dat er in Nederland een verschuiving is naar warmere windpatronen is voldoende aangetoond. Dat dat ook bijdraagt aan de opwarming is dus een gegeven. Ik denk dat je die zin zo moet lezen.

  65. Hans,

    Als ik de weerpraatjes na het nieuws bekijk zie je toch vaak van die stromingsanimaties gevisualiseerd met richting en sterkte. Dat zal toch geautomatiseerd zijn. Historische data daarvan (A.I.?) maakt het eenvoudiger.

    Eens, een dergelijk onderzoek zal inderdaad geen effect hebben op de globale opwarming. Dus vanuit dat oogpunt niet belangrijk. Wel vanuit publicitair oogpunt.

  66. Hans Custers

    Harry,

    Dat die informatie er is staat ook vermeld in het blogstuk. Daar gaat het dus niet om. Maar het blijft een feit dat het een flinke klus zal zijn om dat ook allemaal te verwerken. En de tijd en het geld die daaraan worden besteed kun je dan niet aan iets anders besteden.

    Als je het publicitaire effect belangrijk vindt, zou je ook in kunnen zetten op een intrekking van het Hoogeveen-artikel. Degenen die zich daardoor niet laten overtuigen zullen ook niet overtuigd worden door een nieuw onderzoek.

    Ik kom alles overziend tot drie observaties. In willekeurige volgorde:
    1. Er lijkt vooralsnog geen reden om aan te nemen dat de natuurkunde boven het Nederlands grondgebied anders werkt dan elders. Het uitzonderlijke bewijs dat nodig is voor zo’n uitzonderlijke claim is niet geleverd door de Hoogeveens.
    2. De vanuit zekere kring gecreëerde ophef over dit artikel laat zien hoezeer men daar verlegen zit om iets dat in hun straatje past en dat er op het eerste gezicht uitziet als een wetenschappelijke analyse.
    3. De redactie van International Journal of Climatology heeft iets uit te leggen.

  67. Er zal best van alles op Jippe en Han Hoogeveen aan te merken zijn.
    En ik weet als leek niet precies wie er gelijk heeft.
    Wel weet ik zeker dat de manier waarop hier het rapport van
    “Hoogeveen & Hoogeveen” wordt behandelt niets van doen heeft
    met waarheidsvinding en/of wetenschappelijk twijfelen.
    Als het binnen de klimaatwetenschap normaal is om zo, als door een wesp gestoken, te reageren op rapporten met verassende (en juist daarom interessante conclusies) neemt mijn VERTROUWEN in de klimaatwetenschap (wat daar ook precies onder wordt verstaan) EERDER AF DAN TOE.
    En mijn inzicht neemt er ook niet van toe.

  68. Hans Custers

    Huub Damen,

    Verrassende conclusie zijn interessant als ze op een deugdelijke onderbouwing berusten. Dat is hier niet het geval.

    En als jij er moeite mee hebt dat methodologische fouten en onjuiste aannames bekritiseerd worden, dan is het begrijpelijk dat je niet zoveel vertrouwen hebt in de wetenschap. Voor de wetenschap is het namelijk cruciaal dat conclusies op basis van rammelende argumentatie niet geaccepteerd worden. En dus moeten de fouten worden benoemd. Natuurlijk is dat pijnlijk voor degenen die het overkomt, maar dat is nou eenmaal het risico dat je neemt als je iets publiceert in een wetenschappelijk tijdschrift.

    Al ligt hier, zoals ik al eerder zei, de grootste verantwoordelijkheid bij de redactie van International Journal of Climatology. Als de peer review daar naar behoren had gewerkt hadden we al dit gedoe nooit gehad, omdat het artikel niet gepubliceerd zou zijn.

  69. Je conclusie dat ik geen vertrouwen in de wetenschap zou hebben is ZO BELACHELIJK EN ONWETENSCHAPPELIJK dat ik er niet op inga.

    Ik ben geen wetenschapper en maar ben van nature wel een béta en een twijfelaar.
    Ik beschouw wetenschappers als professionele twijfelaars die voor hun oneindige getwijfel nog betaald krijgen ook. Die luxe is iets wat, ik en ook veel andere mensen, niet hebben en nooit gehad hebben.

    Het lijkt mij cruciaal dat er kritische vragen over de gebruikte methoden en mogelijk onjuiste aannames worden gesteld. Maar dat zie ik niet gebeuren. Ik zie jullie vooral allerlei stellige aannames, conclusies en ook beschuldigingen uiten waarvan ik, als leek, ook maar moet aannemen dat die kloppen. En van oordelen als “niet vertrouwenwekkend” , “rammelende argumentatie”, “klimaatwetenschapper” en “je verward het weer met het klimaat” krijg ik kippenvel.

    Op deze manier zadel je de Hoogeveentjes met een onmogelijke bewijsopdracht op. En ik zie de heer Han Hoogeveen daar allemaal heel serieus en uitgebreid op ingaan. Dit op een manier die mijn vertrouwen in de wetenschap weer doet toenemen.

    Maar ik zal wel een te krom en te geidealiseerd beeld van hoe waarheidsvinding in de wetenschap hoor te werken hebben.

  70. Hans Custers

    Huub,

    Er zitten grote fouten in dat artikel. Dat is wat deze blogpost aantoont. En een van de auteurs van de blogpost heeft eerder zijn uiterste best gedaan om de Hoogeveens op die fouten te wijzen:

    Zij hebben die discussie verbroken en zijn vervolgens in de Telegraaf gaan pronken met hun artikel. Als zij zo de publiciteit opzoeken, waarom zouden wij hier dan de inhoudelijke weerlegging niet mogen publiceren?

    En je zegt dat je Han Hoogeveen overal serieus en uitgebreid op ingaat. Het tegendeel is het geval. Hij lijkt de kritiek simpelweg niet te begrijpen. Of hij ontwijkt kritiekpunten. Bijvoorbeeld over het mechanisme waardoor CO2 invloed heeft op winderichtingen. In zijn eerste reactie zegt hij nog dat het bestaan van zo’n mechanisme reden zou kunnen zijn om van mening te veranderen. Maar wordt hij vervolgens op dat mechanisme gewezen, dan probeert hij zich daar nog even uit te draaien, om vervolgens simpelweg te weigeren om er nog iets over te zeggen.

    De schrijvers van het blogstuk en meerdere reageerders (waaronder ik) hebben hun uiterste best gedaan om de Hoogeveens duidelijk te maken waar de fouten zitten. Uit de reacties van Han Hoogeveen blijkt enkel en alleen dat hij de kritiek niet kan of wil begrijpen. Hij beantwoordt die kritiek dan ook niet maar draait er omheen, om zich na een tijdje terug te trekken uit de discussie. Dat is wat er is gebeurd en wat je met eigen ogen kunt zien als je de discussie leest. Maar goed, het zal wel niks veranderen aan jouw idee dat wij hier onredelijk zijn.

    O, trouwens, wij discussiëren hier niet als vertegenwoordigers van de klimaatwetenschap. Maar enkele alleen namens onszelf. Je generalisaties over ‘de wetenschap’ zijn dus misplaatst.

  71. Paul Oude Vrielink

    De discussie gelezen. Mij valt op dat alles extreem ingewikkeld wordt gemaakt en dan is het makkelijk de schrijvers van het artikel af te branden wat ook erg gemakkelijk gedaan wordt.

    Ze hebben uiteraard deels gelijk: een deel van opwarming hangt uitsluitend met windrichting samen. Want: in een periode met 0 CO2 stijging (bijv 17e eeuw) zullen ook vrij lange perioden met kouder en warmer weer/klimaat voorkomen samenhangend met windrichtingen. Wellicht zou een onderzoek met data van die tijd helderder zijn zonder de verstorende factor CO2. Helaas hebben we die data niet .

  72. Hans Custers

    Het is wel erg moeilijk om het goed te doen. Huub Damen suggereerde eerder nog (ten onrechte) dat de kritiek beperkt zou blijven tot wat kreten (“niet vertrouwenwekkend” , “rammelende argumentatie”, “klimaatwetenschapper” en “je verward het weer met het klimaat”) en nu is het juist weer te ingewikkeld.

    Het eerste punt uit het blogstuk lijkt me helemaal niet zo ingewikkeld. Als alle windpatronen warmer worden, kun je onmogelijk volhouden dat de opwarming alleen door verandering in windpatroon wordt veroorzaakt. En dat je niet zomaar aan kunt nemen dat de opwarming van het klimaat invloed heeft op windpatronen lijkt me ook niet zo moeilijk om te begrijpen.

    Uitleggen waar precies de fouten in hun berekening zitten is wel wat ingewikkelder. In de discussie is er naar verschillende invalshoeken gezocht voor die uitleg, maar ik kan me best voorstellen dat het nog niet helemaal duidelijk is. Je mag natuurlijk altijd om verduidelijking van een kritiekpunt vragen, als je daarin geïnteresseerd bent.

    Tenslotte, dat windpatronen invloed hebben op de temperatuur staat niet ter discussie. Dat ze hebben bijgedragen aan de opwarming net zomin. Dat vermeldt het blogstuk dan ook duidelijk, onder meer met de vermelding naar een onderzoek dat dat bijna 20 jaar geleden al aantoonde.

  73. Ik heb vroeger in mijn assistententijd wel eens mensen moeten weerleggen die een bepaalde stelling uit de logika in twijfel trokken. Een goed bewezen stelling. Met een moeilijk maar wel inzichtelijk bewijs. De tegenbewijzen die de weerleggers aanvoerden waren vele malen ingewikkelder. Niets is zo ingewikkeld als het argumenteren met mensen die alle mogelijke moeite doen om een punt te maken dat er gewoon niet in zit.

    Wat Huub m.i. niet helemaal in rekening brengt is dat de Hoogeveens niet iets poneren in een nog maagdelijk gebied. Ze begeven zich op een terrein waar veel mensen al heel veel aan gerekend hebben, en al heel veel valkuilen vermeden hebben. Dan is er niet zoveel geduld voor mensen die in oude valkuilen trappen.

    Het is te waarderen dat mensen het voor zichzelf willen uitrekenen, en het is waardevol om af en toe fouten te maken daarin, maar het is niet handig om in dat stadium te publiceren.

    Ik zou juist weinig vertrouwen in de wetenschap hebben als ieder verhaal zomaar gepikt werd.

  74. Als de strijd tussen de klimaatalarmisten en de klimaatsceptici begraven zou worden zou hun informatie veel minder ingewikkeld en veel nuttiger worden!!!

    @Paul Oude Vrielink

    Inderdaad alles wordt extreem ingewikkeld gemaakt.

    En als je je er doorheen hebt geworsteld blijkt alles een onzinnig academisch debatwedstrijdje te zijn. En dat is jammer want ik ben best in de inzichten van de debaters geïnteresseerd. Maar ik hoef geen deskundige te worden in de fouten van andere mensen. Ik heb al genoeg aan mezelf.

    @Hans

    Je leest mijn reactie met een vreemde blik. Je vergeet te melden dat ik het cruciaal vond dat er kritische vragen over de gebruikte methoden en mogelijk onjuiste aannames worden gesteld.

    Alleen ik zie, in deze blogpost, vooral veel bedenkelijke bijvoeglijke naamwoorden en andere salomons oordelen waarvan ik me afvraag wat die aan de waarheidsvinding toevoegen. En volgens mij legt men de Hoogeveentjes allerlei claims in de mond die ze helemaal niet doen. Maar ik ben maar een simpele leek.

  75. Hans Custers

    Huub Damen,

    Er hoeven helemaal geen vragen gesteld te worden aan de Hoogeveens. Ze hebben een artikel geschreven waaruit duidelijk blijkt welke fouten ze maken. Ze zijn meermaals via verschillende kanalen op die fouten gewezen, blijken niet in staat om de kritiek te beantwoorden, waarna ze zich uit de discussie terugtrekken.

    En die ‘bedenkelijke salomons oordelen’ die jij ziet worden in werkelijkheid met uitgebreide argumentatie toegelicht. Heel anders dan wat jij doet: simpelweg beweren dat de Hoogeveentjes allerlei claims in de mond worden gelegd zonder daar ook maar één voorbeeld van te geven.

    Je doet precies wat je anderen verwijt. Je beperkt je tot vage suggesties en beschuldigingen, die onmogelijk te beantwoorden zijn. Als je problemen hebt met hoe wij de discussie voeren, wordt dan eens concreet. Welke kritiekpunten zijn er onvoldoende onderbouwd? Welke onterechte verwijten worden er gemaakt. Of hoe hadden de auteurs van de blogpost dan moeten handelen, nadat ze al meermaals hebben geprobeerd de Hoogeveens op de fouten in het artikel te wijzen, waarna die de discussie verbraken? Zoals ze dat ook hier hebben gedaan.

    Maar goed, vanwege de terugkerende klacht dat de discussie te ingewikkeld is, ga ik hier nog even terug naar wat de kern van het onderzoek van de Hoogeveens is.

    Het gaat om twee signalen en ruis in het verloop van de temperatuur. De twee signalen:
    1. Veranderingen (op lange termijn) in windpartonen;
    2. Opwarming door broeikasgassen.

    De ruis is de variabiliteit op korte termijn, die je het weer zou kunnen noemen.

    In zo’n systeem kun je proberen het effect van die twee signalen met een statistische analyse uit elkaar te halen. Maar er zijn wel belangrijke zaken om rekening mee te houden. Daar hebben enkele van de fundamentele fouten van de Hoogeveens mee te maken.
    Ten eerste negeren ze de sterke correlatie die zichtbaar is tussen de twee signalen. Windpatronen en CO2 variëren synchroon. Dat maakt het op zich al moeilijk om ze te scheiden. Het wijst bovendien op onderlinge beïnvloeding (covariantie). De Hoogeveens negeren die complicatie en sluiten covariantie zelf expliciet (en ten onrechte) uit.
    Ten tweede maken ze geen onderscheid tussen signaal en ruis. Dat is extra problematisch omdat het signaal ‘wind’ wel ruis (variabiliteit op een tijdschaal van dagen tot jaren) heeft, en het signaal CO2 niet. Zoek je op zo’n korte tijdschaal naar een CO2-invloed, dan kun je die onmogelijk vinden omdat er op die tijdschaal amper variatie zit in dat signaal. En toch baseren de Hoogeveens hun conclusies voor een aanzienlijk deel op die variabiliteit op korte termijn.

    Als je een bèta-achtergrond hebt dan zou je, vermoed ik, die fouten ook zelf kunnen vinden in hun artikel, als je daar eens goed voor gaat zitten. Het gaat met name om hun hoofdstuk 5. Ik raad je dan aan om eerste de grote lijnen op te sporen in hun analyse en zo nodig daarna pas naar de details te kijken.

  76. Beste Huub Daamen,

    Je reacties komen op mij nogal tegenstrijdig over. Enerzijds klaag je over: “… alles wordt extreem ingewikkeld gemaakt“, en anderzijds wil je “kritische vragen over de gebruikte methoden en mogelijk onjuiste aannames.” Het blogstuk hierboven gaat nou juist in op de gebruikte methoden en op de aannames die onderdeel uitmaken van het artikel van Hoogeveen & Hoogeveen.

    Een vraag: heb je dit wetenschappelijke artikel van H&H zélf al helemaal doorgelezen? Zo ja, vind je de gebruikte methode(n) dan soms niet ingewikkeld? En op welke manier komen H&H precies tot hun bredere conclusies over ‘de rol van CO2’?

    Verder is het, denk ik, wel van belang om te beseffen dat deze website/dit blog werkelijk tjokvol staat met artikelen waar onderdelen van de klimaatwetenschap worden uitgelegd, óók zonder de zogenaamde ‘strijd tussen de klimaatalarmisten en de klimaatsceptici’ waar jij het over meent te hebben. Hier enkele van deze artikelen:

    Wat is eigenlijk een broeikasgas?
    Toename van CO2 versterkt het broeikaseffect
    Een nieuwe analyse van de klimaatgevoeligheid
    66 miljoen jaar CO2 en klimaat

    Daar staan ook verwijzingen naar de relevante wetenschappelijke publicaties. Verder kan je via deze link door alle voorgaande blogstukken bladeren en de artikelen uitzoeken, die bij jouw specifieke interesse passen: https://klimaatveranda.nl/links/archief-chronologisch/

    Toch zijn veel van onze reageerders en mensen op sociale media ook geïnteresseerd in wat er nou wél klopt, en wat er niet klopt, van zogeheten ‘klimaatsceptische’ argumenten. Dit geldt vooral als deze argumenten een immens groot platform geboden wordt, zoals in De Telegraaf. En dus besteden we daar dan ook aandacht aan.

    Het is echter goed om te beseffen dat de meeste van deze argumenten totaal geen rol meer spelen in de geaccepteerde klimaatwetenschap. Daar is ‘men’ er allang uit, althans op de hoofdlijnen.

  77. @Hans

    Ik kan het artikel van de Hoogeveens natuurlijk helemaal door gaan spitten. Maar dat is met mijn beperkte middelbaar onderwijsniveau bèta-achtergrond een te tijdrovende klus.

    Ik beperk me bij het lezen van dergelijke artikels vooral tot hoe serieus ik het moet nemen en welke conclusies ik er wel en welke conclusies ik er niet uit mag trekken. En ik lees vaak ook de kritieken zoals op klimaatveranda of clintel.

    Dat de Hoogeveens zich beperkt hebben tot het verband tussen de temperatuurschommelingen enerzijds en de veranderingen van windpatronen anderzijds stoort mij niet. Dat de invloed van het CO2 broeikaseffect niet is aangetoond of zichtbaar wordt stoort mij ook niet. En dat ze het CO2 broeikaseffect niet aantonen stoort mij ook niet. Ze ontkennen dat effect en ook het bestaan van allerlei mechanismes niet.

    In theorie hangt alles met alles samen en kun je op heel veel manieren naar de puzzel die de werkelijkheid is kijken. Maar praktisch gezien kunnen onze hersens dat niet aan en moeten we ons beperken. En dat hebben de Hoogeveens ook gedaan.

    Dus mij is nog steeds niet duidelijk wat de Hoogeveens fout doen.

    Dan weet je hoe het een en andere op een leek als ik overkomt.

    Verder kan ik me, alles teruglezend, wel vinden in de woorden van reaguurder @Harry.

  78. Beste Huub Damen,

    Hier blijkt ook al dat je het artikel van Hoogeveen & Hoogeveen zelf niet gelezen hebt:

    … invloed van het CO2 broeikaseffect niet is aangetoond of zichtbaar wordt stoort mij ook niet. En dat ze het CO2 broeikaseffect niet aantonen stoort mij ook niet. Ze ontkennen dat effect en ook het bestaan van allerlei mechanismes niet.

    Jawel, in het artikel wordt nadrukkelijk geconcludeerd dat CO2 *geen* invloed heeft, of althans geen detecteerbare invloed, op het klimaat in Nederland.

    Hierboven in het blogstuk en in de antwoorden van Hans, kan je lezen wat H&H zoal ‘fout doen’ qua gevolgtrekkingen, qua methodiek en argumentatie.

  79. Hans Custers

    Huub,

    Als jij het artikel niet hebt gelezen dan zou je op zijn minst een heel klein beetje respect op kunnen brengen voor degenen die die moeite wel hebben genomen en die zich hebben ingespannen om uit te leggen waar de fouten zitten. En als er iets niet duidelijk is in die uitleg, dan zou je om verdere verduidelijking kunnen vragen. Voor iemand die anderen verwijt dat ze geen vragen stellen (terwijl daar helemaal geen reden voor was) ben je zelf ook niet bepaald vragenstellerig.

    Als je de kritiek op de Hoogeveens wat meer in detail wilt begrijpen, zul je daar wat moeite voor moeten doen. Het is nou eenmaal niet in twee, drie korte zinnetjes uit te leggen. Het is duidelijk dat jij niet van plan bent om die moeite te nemen. Blijkbaar had jij je oordeel vanaf het allereerste begin al klaar. Dan heeft verder discussiëren weinig zin, lijkt me.

  80. Beste Bob Brand,

    Ik heb de uitgebreide verdediging van Han Hoogeveen nog eens snel doorgelezen.

    Ik heb, ALS LEEK, het “geen invloed” van de Hoogeveens niet letterlijk genomen. Voor mij betekende het dat de invloed van de CO2 niet detecteerbaar en/of aantoonbaar is. En dat is heel iets anders.

    Dit komt omdat ik de thermometer van de Nederland als een emmertje beschouw dat zowel WINDPATROON-WARMTE, BROEIKAS-WARMTE als ANDERE-WARMTE bevat.
    En het onderzoek van de Hoogeveens probeert vooral de WINDPATROON-WARMTE in te schatten en zegt niets over hoe groot het aandeel van de BROEIKAS-WARMTE en de ANDERE-WARMTE is!

    Maar met voorgaande ga ik op de inhoud in en begeef ik me ALS LEEK op glad ijs.

    Bedankt voor de links die je me aanraad overigens.

  81. Hans Custers

    En het onderzoek van de Hoogeveens probeert vooral de WINDPATROON-WARMTE in te schatten en zegt niets over hoe groot het aandeel van de BROEIKAS-WARMTE en de ANDERE-WARMTE is!

    Niet? Waarom zeggen ze in hun conclusie dan expliciet:

    Interestingly enough, CO2 does not seem to play a role.

    En waarom zegt Hoogeveen in die weerlegging die je zojuist nog hebt doorgelezen dan dat zijn critici:

    nooit overtuigd kunnen worden dat dit klopt of algemener dat CO2 niet verantwoordelijk is voor de temperatuurstijging in Nederland.

    Het staat er allemaal letterlijk en je hoeft absoluut geen klimaatdeskundige zijn om dat te begrijpen.

    Zoals ondertussen al talloze keren is uitgelegd ontkent niemand hier dat windpatronen invloed hebben. Dat is een algemeen bekend gegeven.

  82. Beste Huub Daamen,

    Wat is dan precies het verschil tussen je: “Voor mij betekende het dat de invloed van de CO2 niet detecteerbaar en/of aantoonbaar is“, en mijn: “nadrukkelijk geconcludeerd dat CO2 *geen* invloed heeft, of althans geen detecteerbare invloed, op het klimaat in Nederland.“?

    Overigens, je voorbeeld hieronder is wel illustratief:

    WINDPATROON-WARMTE, BROEIKAS-WARMTE als ANDERE-WARMTE

    Het punt is dat jouw drie soorten warmte niet onafhankelijk van elkaar zijn. Extra warmte die door de wind wordt aangevoerd… gaat elders (in brongebieden van die wind) immers ten koste van de opwarming dáár. Dat kan niet anders: wet van Behoud van Energie.

    Het zou dus af moeten koelen in die brongebieden! Maar dat doet het niet… Rara, hoe kan dat? 🙂

  83. Lennart van der Linde

    Beste Huub Daamen, je zegt hierboven ergens: “mij is nog steeds niet duidelijk wat de Hoogeveens fout doen.” En je benadrukt een paar keer dat je deze discussie leest als leek.

    Ik lees deze discussie ook als leek, en wat mij dan vooral opvalt is dat H&H conclusies trekken die nogal tegenstrijdig zijn aan het vele eerdere onderzoek op klimaatgebied, maar zonder blijk te geven kennis genomen te hebben van (de uitkomsten van) dat eerdere onderzoek en zonder zich af te vragen hoe het kan dat zij tot zulke geheel andere uitkomsten komen.

    Dat lijkt mij van weinig respect getuigen voor het vele werk dat die eerdere onderzoekers op dit vlak verzet hebben en van weinig scepsis ten aanzien van hun eigen uitkomsten en gevolgde methode. Zoals Bart Verheggen vaak heeft benadrukt, vragen buitengewone wetenschappelijke beweringen ook om buitengewoon grondige onderbouwing.

    Als H&H daar vervolgens op gewezen en kritisch op bevraagd worden, lijken ze daar weinig begrip voor te hebben en volharden ze in hun “oogkleppen-wetenschap” en laten ze zich bovendien door de Telegraaf gebruiken om opnieuw ongefundeerde twijfel te zaaien over al lang niet meer ter discussie staande en zeer urgente uitkomsten van de klimaatwetenschap.

    Dat lijkt me vanuit oogpunt van wetenschappelijke ethiek moeilijk verdedigbaar, dus mijn conclusie, als leek, moet dan zijn:
    – dat het H&H blijkbaar niet zozeer om wetenschap te doen is, maar om het betwijfelen van hen onwelgevallige wetenschappelijke conclusies.
    – of dat H&H blijkbaar onvoldoende wetenschappelijk getraind zijn om op een zorgvuldige manier wetenschap te bedrijven.

    Normaal gesproken zou het proces van peer-review moeten voorkomen dat een artikel o.b.v. deze twee mogelijkheden gepubliceerd kan worden, maar daar is in dit geval blijkbaar iets misgegaan, hoewel nog onduidelijk wat precies. Mocht het International Journal of Climatology vinden dat het proces van peer-review wel voldoende zorgvuldig is geweest, dan zou het helpen als zij zouden toelichten waarom ze dat vinden.

    In de tussentijd lijkt het me de normale wetenschappelijke weg dat wetenschappers die vinden dat H&H fouten hebben gemaakt, dit formeel laten weten en onderbouwen bij het IJC, ook al vraagt dit kostbare tijd van hen. Alleen op die manier kan het proces van peer review zijn waarde blijven bewijzen, zou ik denken, als leek.

  84. Beste Hans Custers,

    Ik heb uit de verdediging van de Hoogeveens begrepen dat het tegen ieders verwachting in is dat de temperatuurstijging voor 100% verklaard werd door de veranderingen in windpatronen.

    Het lijkt mij heel logisch dat men zoiets niet onvermeld wil laten.
    Maar volgens mij willen zij daarmee NIET het CO2 broeikaseffect ontkennen. Maar zeker weet ik dat niet.

    Ik heb nergens beweerd dat jij en/of jullie de verwarmende invloed van de windpatronen ontkennen. Hoe kom je daar weer bij?

  85. Beste Bob Brand,

    De Hoogeveens hadden er beter aan gedaan, om nadrukkelijk te melden, dat hun onderzoek niets vertelde over de grootte van de CO2 invloed op het klimaat.

    Ik vond mijn metafoor met het emmertje en de 3 soorten warmte eigenlijk wel geslaagd. Ik wilde er helder mee formuleren wat ik als de essentie van het onderzoek van de Hoogeveens zag. Tevens wilde ik verklaren waarom de resultaten van de Hoogeveens niets zegde over een eventueel CO2 broeikaseffect. Daar lijkt mij ander/nader onderzoek voor nodig.

    Dat een metafoor een grove en deels onjuiste weergave van de werkelijkheid is is mij al bekend. Dat geld voor bijna alle metaforen.

  86. Hans Custers

    Huub,

    Inderdaad is dat wat ze zeggen. En dat is diametraal in tegenspraak met jouw vorige reactie, waarin je beweerde dat ze niks over het aandeel van andere factoren zoals CO2 zeggen. Ze zeggen daar van alles over en proberen het effect van verschillende factoren met elkaar te vergelijken. Waarbij ze grote fouten maken. Dat is het hele punt waar het blogstuk over gaat: de manier waarop ze windpatronen en CO2 vergelijken leidt onherroepelijk tot een onjuiste conclusie.

    En natuurlijk is het best begrijpelijk dat ze zo’n conclusie melden. Daar ging het dan ook niet over. Het punt is dat de conclusie niet klopt, omdat die op basis van methodologische fouten berust. Zou je alsjeblieft vanaf nu willen onthouden dat de discussie daar vanaf het begin over ging? Het is best irritant om steeds weer te moeten herhalen waar we het over hebben.

    En die slotopmerking maakte ik omdat ik uit jouw hoofdlettergeschreeuw meende op te maken dat nog niet had begrepen dat de invloed van wind nergens wordt ontkend.

  87. Hans Custers

    De Hoogeveens hadden er beter aan gedaan, om nadrukkelijk te melden, dat hun onderzoek niets vertelde over de grootte van de CO2 invloed op het klimaat.

    Nee, als ze dat hadden gedaan hadden ze wel erg opzichtig gelogen. Hun onderzoek zegt daar namelijk wel het een en ander over. Wat ze zeggen klopt alleen niet.

    Huub, hou hier alsjeblieft mee op. Je hebt inmiddels meer dan voldoende aangetoond dat je niet weet waar je het over hebt, maar dat je dat niet verhindert om er uitgebreid over te oordelen.

  88. Beste Lennart van der Linde,

    INDERDAAD. Mij is nog steeds niet duidelijk wat H&H fout doen.

    Ik zou niet weten welke van hun conclusies strijdig zijn met de klimaatwetenschap. Wel kunnen hun conclusies verkeerd worden uitgelegd.

    Ik heb de indruk dat men het H&H onderzoek gewoon niet wil begrijpen. Men is spijkers in laag water aan het zoeken. Volgens mij speelt men daarmee de criticasters van de klimaatwetenschap juist in de kaart.

    In tegenstelling tot jou zie ik Han Hoogeveen zeer respectvol en geduldig op alle aantijgingen reageren.

    Je stelt nog al wat eisen voordat je mensen capabel acht om aan de klimaatwetenschap bij te dragen. Volgens mij moeten de wetenschappers blij zijn met iedereen die serieus aan de waarheidsvinding bijdraagt. Anders wordt de wetenschap een gesloten bolwerk dat in zijn eigen gelijk blijft rondcirkelen.

  89. Beste Huub Damen,

    De Hoogeveens hadden er beter aan gedaan, om nadrukkelijk te melden, dat hun onderzoek niets vertelde over de grootte van de CO2 invloed op het klimaat.

    Maar inderdaad, dat deden zij niet. Zij menen juist nadrukkelijk te concluderen dat CO2 geen detecteerbare invloed heeft op het klimaat in Nederland. De reden dat dit geen geldige gevolgtrekking is, heb ik al genoemd:

    Extra warmte die door de wind wordt aangevoerd… gaat elders (in de brongebieden van die wind) ten koste van de opwarming dáár. Dat kan niet anders: wet van Behoud van Energie.

    Het zou dus af moeten koelen in die brongebieden! Maar dat doet het niet… het warmt daar ook op. Rara, hoe kan dat? 🙂

  90. Lennart van der Linde

    Beste Huub Daamen,
    Als H&H een bijdrage willen leveren aan de ontwikkeling van de klimaatwetenschap, zullen ze toch moeten beginnen met kennis te nemen van de belangrijkste en breedst aanvaarde bevindingen van die wetenschap tot dusver. Die bevindingen worden periodiek samengevat door het IPCC. Waarom verwijzen H&H in hun artikel niet naar het IPCC, zoals bv Van Oldenborgh en collega’s dat wel doen in hun artikelen uit 2003 en 2009, waarnaar H&H verwijzen?

    Die vraag stelde ik hierboven aan Han Hoogeveen, waarop hij op 3 sep om 10.57u antwoordde:

    “Volgens ons onderzoek lijkt CO2 geen invloed te hebben op de opwarming in Nederland. Een grote vraag is dan natuurlijk: is dit specifiek voor Nederland zo, of heeft CO2 om een of andere reden wereldwijd vreemd genoeg geen effect en hebben we dus een of andere negatieve terugkoppeling over het hoofd gezien? Verder hebben we natuurlijk geen wereldwijd onderzoek gedaan, dus de ideeën hieronder zijn allemaal speculatief. In principe kan luchtcirculatie geen warmte toevoegen over de wereld, want hij herverdeelt die warmte alleen maar. Wat echter wel kan, is dat de temperatuur verhoogd lijkt te worden door die herverdeling van warmte. Als je bijvoorbeeld in de winter wereldwijd meer wind van de oceaan naar het land zou hebben, dan wordt er warmte van de oceaan naar het land overgeheveld. Omdat de oceaan zo’n enorme warmtecapaciteit heeft ten opzichte van het land, zou dit gemiddeld voor een temperatuurverhoging zorgen. Echter hebben we hier geen onderzoek naar gedaan, dus hebben we geen flauw idee of dit ook echt gebeurt of niet.”

    “Allemaal speculatief”? “Geen flauw idee”? Het is allemaal al lang onderzocht en samengevat door het IPCC, met als duidelijke conclusie dat de mondiale opwarming voor 100% door menselijke CO2-uitstoot komt, binnen onzekerheidsmarges. De volgende vraag is dan waarom sommige regio’s meer opwarmen dan gemiddeld en andere minder. Daarin kan veranderde luchtcirculatie een rol spelen, zoals voor Nederland al in 2003 beschreven door Oldenborgh & Ulden.

    Als H&H dan tot totaal andere conclusies komen, dan hebben ze wat uit te leggen. En dan is het m.i. nogal respectloos naar klimaatwetenschappers als Van Oldenborgh c.s. om te zeggen “speculatief” en “geen flauw idee” en om in het midden te laten of CO2 misschien wel of niet verantwoordelijk is voor de mondiale opwarming, en via die weg ook voor de opwarming in Nederland.

  91. Beste Bob Brand

    Nogmaals. Het vaststellen dat je geen invloed van de CO2 op het klimaat hebt kunnen detecteren is heel iets anders dan de conclusie trekken dat CO2 geen invloed op het klimaat. Uit het feit dat wij de woorden van de Hoogeveens zo verschillend interpreteren kun je concluderen dat ze hier duidelijker hadden kunnen zijn.

    Beste Lennart van der Linde

    Ik veronderstel, en SPECULEER er dus op, dat het IPCC het gelijk aan hun zijde hebben. En, gezien mijn beperkte kennis en tijd, moet ik me helaas tot SPECULATIE beperken.

    Ik zie H&H, op 3 sep 10.57u, juist uitleggen waarom je uit hun onderzoek geen conclusies over de CO2 invloed kunt trekken. Maar blijkbaar mogen de Hoogeveens, op basis van hun beperkte kennis, niet hardop twijfelen niet en/of mogen ze niet zeggen dat ze “geen flauw idee” hebben. Wat verlang je van de Hoogeveens? Hadden ze het IPCC moeten bewieroken/herhalen?

    Beste Hans, Bob en Lennart,

    Ik heb al eerder gemeld dat ik een echte twijfelaar ben. Bovendien heb ik de denksnelheid van een schildpad. Daarom kost iedere reactie me echt veel tijd en energie.

    Ik probeer alles altijd op 2 manieren te bekijken. Met vooral een kritische blik en met vooral een roze blik. Met welke blik ik teveel of te weinig kijk weet ik nooit zeker.

    Of je wilt elkaar begrijpen of je wilt het niet. En of ik jullie niet wil begrijpen of jullie mij niet begrijpen laat ik in het midden. Ik begrijp jullie niet. Dat weet ik zeker.

    Verder moet de lezer maar oordelen.

  92. Lennart van der Linde

    Beste Huub Daamen,
    Die twijfel van H&H komt op mij nogal vreemd over in de wetenschap dat het IPCC uitgebreid de beste beschikbare wetenschappelijke klimaatkennis heeft samengevat.

    Het is zoiets al twijfelen over de aarde rond of plat is, omdat je niet meteen kunt zien dat de aarde rond is als je thuis uit je raam kijkt. Bij dat soort twijfel heb je je nog onvoldoende in de beschikbare wetenschap verdiept. Daarbij past meer bescheidenheid en minder stelligheid.

    H&H hadden dat in hun artikel dan ook beter als zodanig kunnen benoemen, in de trant van “we speculeren hier als amateurs over de invloed van CO2 op de opwarming in Nederland, maar hebben nog geen tijd gehad of genomen om ons te verdiepen in wat anderen hierover al onderzocht hebben, dus we hebben geen idee of onze speculaties hout snijden”.

    In dat geval waren de reacties waarschijnlijk veel milder geweest en had ook de Telegraaf dit minder makkelijk kunnen framen als een onderzoek dat zegt dat CO2 geen opwarmende werking heeft.

    Maar laat inderdaad iedereen vooral zijn eigen oordeel vormen hierover.

  93. Hans Custers

    Huub,

    Dat je ons niet begrijpt is wel duidelijk. En je zegt dat je een twijfelaar bent, maar je lijkt de Hoogeveens wel steeds het voordeel van de twijfel te geven en hun critici het nadeel. Op mij komt dat meer over als vooringenomenheid dan als twijfel.

    Ik denk dat je mening ondertussen luid en duidelijk is doorgekomen. Dus lijkt het me goed om het hierbij te laten.

  94. Beste Huub,

    Het vaststellen dat je geen invloed van de CO2 op het klimaat hebt kunnen detecteren is heel iets anders dan de conclusie trekken dat CO2 geen invloed op het klimaat.

    In hun publicatie impliceren H&H wel degelijk dat CO2 geen invloed zou hebben op het klimaat in Nederland. Daarom volgen er, in hun publicatie, ook de speculaties over een ‘negative feedback’ die wellicht nog onbekend zou zijn.

    Het valt me op dat je op geen enkele manier een antwoord geeft op een essentiële vraag, die m.i. aangeeft wat er schort aan de gevolgtrekkingen van H&H. Dit is dan ook wat bij mij de meeste verbazing wekt en waar het over zou dienen te gaan:

    Extra warmte die door de wind wordt aangevoerd… gaat elders (in de brongebieden van die wind) ten koste van de opwarming dáár. Dat kan niet anders: wet van Behoud van Energie.

    Het zou dus af moeten koelen in die brongebieden! Maar dat doet het niet… het warmt daar ook op. Rara, hoe kan dat? 🙂

    Maar daar zullen we het dan even bij laten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s