Kunnen we de 20e-eeuwse zeespiegelstijging verklaren?

Gastblog van Thomas Frederikse

Dankzij een uitgebreid wereldwijd netwerk van peilmeetstations en allerlei paleo-indicatoren weten we dat de zeespiegel sinds het begin van de 20e eeuw veel harder stijgt dan in de eeuwen daarvoor [1,2]. Zeespiegelstijging is dus niet alleen een dreigend toekomstfenomeen. Toch was er nog een onopgelost probleem met de 20e-eeuwse zeespiegelstijging. Want de schattingen van de werkelijke stijging waren namelijk hoger dan de berekende en bij elkaar opgetelde bijdragen van het smelten van gletsjers en ijskappen en het uitzetten van de oceaan door de steeds hogere watertemperatuur (thermische expansie).

Dit probleem kwam voor het eerst ter sprake in het artikel ‘Twentieth Century Sea Level: An Enigma’ [3] van de beroemde oceanograaf Walter Munk, waarin hij stelt dat “the historic [sea-level] rise started too early, has too linear a trend, and is too large”. Hij kwam op deze conclusie door schattingen van het gesmolten ijs en thermische expansie te vergelijken met de gemeten stijging, en het sommetje klopte niet: er was een stijging in de gemeten zeespiegel die niet te verklaren was. Jaren later speelt dit probleem in mindere mate nog steeds: in het recente ‘IPCC Special Report on the Ocean and Cryosphere in a Changing Climate’ (SROCC) [4], is dit gat nog steeds aanwezig: de getallen in tabel 4.1 tellen nog steeds niet mooi op.

Het is goed om te bedenken dat dit ‘gat’ zich ver achter de komma afspeelt, en vooral voer is voor de cijferfetisjisten onder de klimaatwetenschappers. Nu hebben we de beschikking over satellietdata, en zijn er duizenden autonoom ronddrijvende oceaanthermometers die hele schatten aan data produceren, en al die data toont aan dat sinds de jaren 90 het sommetje prima klopt [4,5]. Toch knaagt er iets: zien we misschien een proces over het hoofd?

Figuur 1. Peilmeetstations waarmee we de globale zeespiegelstijging hebben bepaald. Hoe dikker het bolletje, hoe langer de meetreeks. Rechts zie je de ontwikkeling van het aantal meetstations per oceaan in de tijd.

Dat zou vervelend zijn: projecties van toekomstige zeespiegelstijging gaan er namelijk vanuit dat we alle processen kennen. Onder de motorkap van die projecties worden schattingen gemaakt van de hoeveelheid ijs die de gletsjers en ijskappen zullen verliezen, hoe de watercyclus gaat veranderen en hoeveel het zeewater uit gaat zetten. Dat alles opgeteld levert de projectie van de zeespiegelstijging op (zie referentie [6] voor een minder-kort-door-de-bochtuitleg). Als we een proces missen, dan kunnen de projecties er dus naast zitten. Kortom, het is fijn voor onze gemoedsrust en het vertrouwen in de projecties als het zeespiegelsommetje klopt.

Nu zijn er de laatste jaren wat puzzeltjes opgelost waardoor we misschien weer wat verder kunnen komen met dit zeespiegelsommetje. Ten eerste kwam een team onder leiding van Carling Hay tot de conclusie dat we misschien de zeespiegelstijging in het begin van de 20e eeuw hebben overschat [7]. Die overschatting kwam doordat de zeespiegel niet overal even hard stijgt, en daar werd in eerdere reconstructies niet altijd goed voor gecorrigeerd. Hoewel die conclusie eerst nog tot de nodige scepsis leidde, lieten vervolgstudies heel vergelijkbare resultaten zien [8]. Toch is de onzekerheid over de zeespiegelstijging in de eerste helft van de 20e eeuw nog steeds een probleem. In die tijd waren er nog niet heel veel peilmeetstations, zoals in Figuur 1 te zien is. Langs de Europese en Amerikaanse kust hebben we veel stations, maar op het zuidelijk halfrond zitten er flinke gaten in de kaart. Gelukkig zien steeds meer mensen en instanties het belang in van al deze historische meetdata, die vaak nog opgeslagen ligt op grote papierrollen in kelders van hydrografische diensten. Langzaam worden steeds meer van deze historische metingen opgespoord en gedigitaliseerd. Daardoor hebben we nu bijvoorbeeld nieuwe en complete meetreeksen uit India [9], waarmee we nog meer onzekerheden in het begin van de 20e eeuw kunnen wegnemen.

Daarnaast hebben we ook een steeds beter beeld van hoeveel ijs er is verdwenen. Een bijzondere bijdrage daarvan komt van de verdwenen gletsjers. Circa 1/5e van de totale gletsjermassa die er in 1900 was is al gesmolten. Dat betekent ook dat er gletsjers verdwenen zijn sinds 1900. In een studie uit 2018 [10] schatten glaciologen David Parkes en Ben Marzeion dat die gletsjers die nu verdwenen zijn, en dus ook niet meer gemeten kunnen worden, flink hebben bijgedragen aan de zeespiegelstijging in het begin van de 20e eeuw.

Een ander puzzelstukje is de opwarming van het zeewater en de bijbehorende uitzetting. Om die te kunnen schatten hebben we veel metingen nodig van de opwarming van de oceaan op diepte. Nu hebben we daarvoor het Argo-netwerk van autonoom ronddrijvende boeien, maar daarvoor kwamen die metingen van onderzoeksschepen die een thermometer aan een kabel diep de zee in lieten zakken. Voor de eerste helft van de 20e eeuw zijn er zo weinig metingen dat er geen betrouwbare wereldwijd gemiddelde schattingen van kunnen worden gemaakt. Waar we er wel van hebben, zijn metingen van de oppervlaktetemperatuur van het zeewater, maar omdat de oceanen op diepte met een andere snelheid opwarmen dan aan het oppervlak, kunnen we die data niet zomaar gebruiken om de uitzetting te bepalen. Vorig jaar kwamen Laure Zanna en collega’s met een heel slim idee [11]: wanneer de oceaan opwarmt, moet de extra warmte wel via het oceaanoppervlak de oceaan in zijn gegaan. We weten alleen niet hoe snel dat gaat, en waar die warmte heen gaat. Maar een oceaanmodel weet dat wel! Door het warmtetransport van een oceaanmodel te combineren met de zeewatertemperatuurmetingen aan het oppervlakte, kunnen we de totale hoeveelheid warmte en bijbehorende uitzetting schatten aan de hand van de waarnemingen.

Figuur 2. Gemeten globale zeespiegelstijging sinds 1900 en de processen die dat hebben veroorzaakt. Alle hoogtes zijn ten opzichte van het gemiddelde over 2000-2018.

Met al deze nieuwe puzzelstukjes heb ik samen met collega’s het probleem van de onverklaarbare zeespiegelstijging weer eens onder het stof vandaan gehaald. We hebben de zeespiegelstijging geschat met behulp van alle extra meetdata, en dat vergeleken met wat we nu weten van de hoeveelheid gesmolten ijs, de uitzetting van het zeewater, en veranderingen in de hoeveelheid vloeibaar water opgeslagen op het land (hydrologie). Daarover later meer! En wat blijkt: de puzzel is opgelost! Dat kun je zien in Figuur 2: de zwarte lijn laat de gemeten zeespiegelstijging zien. De rode lijn is de geschatte zeespiegelstijging door massaverlies van gletsjers en ijskappen, geel is de thermische expansie, en groen is de verandering door de hydrologie. Al die drie lijnen opgeteld geeft de blauwe lijn, en die komt goed overeen met de zwarte lijn. Niet alleen wat betreft de totale stijging over de hele eeuw, maar ook de snelle stijging in de jaren 40 en de vertraging in de jaren 70. De snelste stijging vindt overigens plaats tijdens de laatste decennia: gemiddeld steeg de zeespiegel tussen 1900 en 2018 met 1.6 mm per jaar, maar sinds 1993 gaat dat met 3.4 mm per jaar al twee keer zo snel.

De gemeten zeespiegelstijging sinds 1900 is voor circa twee derde veroorzaakt door smeltend ijs, en dan vooral smeltende gletsjers en in mindere mate de Groenlandse ijskap. Dat beeld verandert vrij dramatisch in de laatste decennia: sinds de jaren 90 begint ook Antarctica veel ijsmassa te verliezen, en de bijdrage van Groenland is sinds die tijd ook ongeveer even groot als de gletsjerbijdrage. Een recente studie liet zelfs zien dat in 2019 het ijsmassaverlies in Groenland een zeespiegelstijging van 1.5 mm heeft veroorzaakt [12]: dat is dus even veel als de gemiddelde zeespiegelstijging sinds 1900, maar veroorzaakt door slechts een ijskap! Ook kun je zien aan het oranje lijntje dat de opwarming van de oceanen steeds sneller gaat.

Een opmerkelijke daling rond de jaren 70 kun je zien in het groene lijntje. Die lijn is de optelsom van een mengelmoes aan processen: door veranderingen in neerslag, regenwaterafvoer en verdamping verandert de hoeveelheid water op land flink van jaar tot jaar. Tijdens de La Niña van 2010-2011 zorgde overvloedige regenval in Australië en Zuid-Amerika bijvoorbeeld voor een tijdelijke zeespiegeldaling van 5 millimeter [13]. Maar op de langere termijn zijn er twee processen die we als mensheid zelf hebben veroorzaakt: ten eerste pompen we veel meer grondwater op dan er terug de grond in kan stromen. Dat veroorzaakt bijvoorbeeld flinke verzakkingen in grote steden langs de Aziatische kust, maar bijvoorbeeld ook in de landbouwgebieden in Californië. Uiteindelijk eindigt een groot deel van dat opgepompte grondwater in de zee, waardoor de zeespiegel met ongeveer 1 cm extra gestegen is sinds 1900. Ten tweede zijn er de afgelopen halve eeuw heel veel rivieren afgedamd, met een enorme piek in de jaren 70, en zijn er overal ter wereld stuwmeren ontstaan. Als al het water in die stuwmeren nu de zee in zou stromen stijgt de zeespiegel met 3 centimeter. Tijdens de jaren 70 werden er zelfs zo veel dammen tegelijk gebouwd dat de zeespiegel nauwelijks steeg. Simplistisch gesteld zou het bouwen van meer dammen ook de zeespiegelstijging in de toekomst enigszins af kunnen remmen. Dat zoiets uiteraard geen zoden aan dijk zet, is evident gezien de snelheid van de opwarming van de oceanen en de hoeveelheid ijs, naast het gebrek aan goed afdambare rivieren.

Figuur 3. Wereldwijde zeespiegelstijging in mm per jaar sinds 1900 door het smelten van ijs en veranderingen in de hoeveelheid vloeibaar water op land. In de Noordzee is de zeespiegel hierdoor maar half zo snel gestegen als het wereldwijd gemiddelde.

Het goede nieuws van het kloppende sommetje is dat we nu niet meer hoeven te twijfelen dat we geen belangrijke processen die globale zeespiegelstijging hebben veroorzaakt over het hoofd zien. Wanneer we al die processen nauwkeurig kunnen voorspellen kunnen we dus een goede schatting maken van de toekomstige zeespiegelstijging. Hoewel, de toekomst van beide ijskappen nauwkeurig voorspellen is geen sinecure. Wetenschappers discussiëren bijvoorbeeld al jaren over de stabiliteit van West-Antarctica, en daardoor zijn de projecties behoorlijk onzeker [14]. Dat is voor Nederland een groot probleem: het ijs dat gesmolten is in de 20e eeuw komt vooral uit het Arctisch gebied: Groenland, Alaska, Canada, IJsland, Spitsbergen etc. Dankzij allerlei zwaartekrachts- en aardvervormingseffecten stijgt de zeespiegel ver weg van de plaats waar het ijs smelt het hardst. Daarom heeft al dat gesmolten ijs veel minder bijgedragen aan zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust dan het wereldwijd gemiddelde (Zie Figuur 3). Desondanks stijgt de zeespiegel in Nederland ongeveer even snel als het wereldwijd gemiddelde, maar dat komt door andere processen: hier is de zeespiegel vooral gestegen door de opwarmende Atlantische Oceaan en omdat de Nederlandse bodem als gevolg van de dikke ijskap die hier tijdens het laatste glaciaal lag nog steeds aan het zakken is. Een peilmeetstation registreert zo’n verzakking als een zeespiegelstijging. Als Antarctica veel massa gaat verliezen, dan krijgen wij hier juist wel de volle laag van. Hoe snel de zeespiegel daardoor gaat stijgen is dus nog niet helemaal duidelijk. Des te meer redenen om onze uitstoot snel terug te dringen en om zo snel mogelijk uit te zoeken hoe stabiel West-Antarctica nou precies is!

Thomas Frederikse

Meer details? Het complete onderzoek is hier gratis te lezen: https://rdcu.be/b6mlB.

Nog even een korte disclaimer: dit stuk heb ik geschreven op persoonlijke titel, en wat hier staat is dus niet per se de mening of overtuiging van NASA of Caltech.

Referenties

[1] Gehrels, W. Roland, and Philip L. Woodworth. “When Did Modern Rates of Sea-Level Rise Start?” Global and Planetary Change 100 (January 2013): 263–77. https://doi.org/10.1016/j.gloplacha.2012.10.020.

[2] Kopp, Robert E., Andrew C. Kemp, Klaus Bittermann, Benjamin P. Horton, Jeffrey P. Donnelly, W. Roland Gehrels, Carling C. Hay, Jerry X. Mitrovica, Eric D. Morrow, and Stefan Rahmstorf. “Temperature-Driven Global Sea-Level Variability in the Common Era.” Proceedings of the National Academy of Sciences 113, no. 11 (March 15, 2016): E1434–41. https://doi.org/10.1073/pnas.1517056113.

[3] Munk, W. “Twentieth Century Sea Level: An Enigma.” Proceedings of the National Academy of Sciences 99, no. 10 (May 14, 2002): 6550–55. https://doi.org/10.1073/pnas.092704599.

[4] Oppenheimer, M., B. Glavovic, J. Hinkel, R.S.W. van de Wal, A.K. Magnan, A. Abd-Elgawad, R. Cai, et al. “Sea Level Rise and Implications for Low Lying Islands, Coasts, and Communities.” In IPCC Special Report on the Ocean and Cryosphere in a Changing Climate, edited by H.-O. Pörtner, D.C. Roberts, V. Masson-Delmotte, P. Zhai, M. Tignor, E. Poloczanska, K. Mintenbeck, et al. IPCC, 2019. https://www.ipcc.ch/srocc.

[5] WCRP Global Sea Level Budget Group. “Global Sea-Level Budget 1993–Present.” Earth System Science Data 10, no. 3 (August 28, 2018): 1551–90. https://doi.org/10.5194/essd-10-1551-2018.

[6] Slangen, A. B. A., F. Adloff, S. Jevrejeva, P. W. Leclercq, B. Marzeion, Y. Wada, and R. Winkelmann. “A Review of Recent Updates of Sea-Level Projections at Global and Regional Scales.” Surveys in Geophysics 38, no. 1 (January 2017): 385–406. https://doi.org/10.1007/s10712-016-9374-2.

[7] Hay, Carling C., Eric Morrow, Robert E. Kopp, and Jerry X. Mitrovica. “Probabilistic Reanalysis of Twentieth-Century Sea-Level Rise.” Nature 517, no. 7535 (January 2015): 481–84. https://doi.org/10.1038/nature14093.

[8] Dangendorf, Sönke, Marta Marcos, Guy Wöppelmann, Clinton P. Conrad, Thomas Frederikse, and Riccardo Riva. “Reassessment of 20th Century Global Mean Sea Level Rise.” Proceedings of the National Academy of Sciences 114, no. 23 (June 6, 2017): 5946–51. https://doi.org/10.1073/pnas.1616007114.

[9] Hogarth, Peter. “Preliminary Analysis of Acceleration of Sea Level Rise through the Twentieth Century Using Extended Tide Gauge Data Sets (August 2014).” Journal of Geophysical Research: Oceans 119, no. 11 (November 2014): 7645–59. https://doi.org/10.1002/2014JC009976.

[10] Parkes, David, and Ben Marzeion. “Twentieth-Century Contribution to Sea-Level Rise from Uncharted Glaciers.” Nature 563, no. 7732 (November 2018): 551–54. https://doi.org/10.1038/s41586-018-0687-9.

[11] Zanna, Laure, Samar Khatiwala, Jonathan M. Gregory, Jonathan Ison, and Patrick Heimbach. “Global Reconstruction of Historical Ocean Heat Storage and Transport.” Proceedings of the National Academy of Sciences, January 7, 2019, 201808838. https://doi.org/10.1073/pnas.1808838115.

[12] Sasgen, Ingo, Bert Wouters, Alex S. Gardner, Michalea D. King, Marco Tedesco, Felix W. Landerer, Christoph Dahle, Himanshu Save, and Xavier Fettweis. “Return to Rapid Ice Loss in Greenland and Record Loss in 2019 Detected by the GRACE-FO Satellites.” Communications Earth & Environment 1, no. 1 (December 2020): 8. https://doi.org/10.1038/s43247-020-0010-1.

[13] Boening, Carmen, Josh K. Willis, Felix W. Landerer, R. Steven Nerem, and John Fasullo. “The 2011 La Niña: So Strong, the Oceans Fell.” Geophysical Research Letters 39, no. 19 (October 16, 2012). https://doi.org/10.1029/2012GL053055.

[14] Pattyn, Frank, and Mathieu Morlighem. “The Uncertain Future of the Antarctic Ice Sheet.” Science 367, no. 6484 (March 20, 2020): 1331–35. https://doi.org/10.1126/science.aaz5487.

36 Reacties op “Kunnen we de 20e-eeuwse zeespiegelstijging verklaren?

  1. Hebben we een idee hoeveel historische data van peilmeetstations noch nicht is opgespoord en gedigitaliseerd? Zijn er organisaties die dit coördineren?

  2. Thomas Frederikse

    Da’s een goeie vraag! Zo ver ik weet is er weinig centrale coordinatie. Het lastige is dat al die meetdata vaak door lokale organisaties (havenbedrijven etc) is verzameld, en dus verspreid ligt over allerlei vaak onbekende archieven. In het VK is het NOC hier mee bezig (zie bijvoorbeeld https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0079661120300720?via%3Dihub), en in Frankrijk is er de laatste jaren veel werk verzet om data te verzamelen van voormalige kolonieen, oa van Dakar. In vergelijking met bijvoorbeeld het opsporen van oude temperatuur-metingen lopen we wel een flink stuk achter.

  3. Willem Schot

    Interessant artikel en het is belangrijk om de oorzaken van zeespiegelstijging goed te kennen.

    A priori kan je nog wel enkele oorzaken van zeespiegel stijging of daling bedenken buiten de factoren afsmelten landijs en uitzetting van het oceaan water. Namelijk postgaciale zeebodem stijging en magma productie door vulkanen op de oceaan bodem. Ik weet niet of deze factoren onderzocht zijn.

    De bodem van de Botnische Golf, de Oostzee en veel andere plaatsen stijgt met ca 1 cm per jaar als gevolg van het feit dat het landijs dat ca 100000 jaar op deze bodem drukte gesmolten is. Deze opvering gaat dus erg traag. De bodem van de Noordzee daalt echter iets, omdat deze bodem grotendeels niet met ijs bedekt was tijdens de laatste ijstijd en toen enigszins verhoogd was door de enorme hoeveelheden ijs die direct ten Noorden van dit gebied op de aardkorst duwden. Ook het gewicht van het water dat na de ijstijd op de Noordzeebodem kwam zorgt voor bodem daling van de Noordzee èn van grote delen van Nederland. Tijdens de laatste ijstijd was Nederland echter niet bedekt door een dikke ijskap. Er is dus postglaciale zeebodemdaling en stijging, maar per saldo moet er meer stijging zijn als gevolg van het verdwijnen van het landijs in gebieden die tijdens de laatste ijstijd land waren en nu ondiepe zee. Wat daarvan de cijfers zijn, weet ik dus niet, maar dat is wel te achterhalen. Verder is ook informatie mogelijk over de invloed van vulkanische activiteit op de oceaanbodem.

  4. Zeer interessant onderzoek. Het was mooi geweest als er met iets meer detail uitgelegd was, want niet alles is even duidelijk voor de wetenschappelijk onderlegde lezer maar leek op gebied van klimaat-/oceaanonderzoek.

    “Een recente studie liet zelfs zien dat in 2019 het ijsmassaverlies in Groenland een zeespiegelstijging van 1.5 mm heeft veroorzaakt [12]: dat is dus even veel als de gemiddelde zeespiegelstijging sinds 1900, maar veroorzaakt door slechts een ijskap!”

    Deze zin heb ik geprobeerd te begrijpen, maar kom er niet goed uit: als de gemiddelde zeespiegelstijging sinds 1900 1.5 mm (per jaar?) is, hoe kan een ijskap hetzelfde bijdragen. Dan zou er toch in 2019 3 mm zeespiegelstijging geweest moeten zijn (1.5 + 1.5) of valt dat binnen de berekening van het gemiddelde sinds 1900. Dat kan natuurlijk wel, maar is dat ook wat er bedoeld wordt?

    Verder heb ik een beetje moeite met de uitroep: “een oceaanmodel weet dat wel!” Het lijkt me niet dat een model kan vaststellen hoeveel oppervlakte- of dieper gelegen wateren uitzetten, ook al breng je stromingen ‘in model’, ik denk niet dat die ooit met de realiteit getoetst zijn.

    De indruk ontstaat daardoor dat er veel geschat is in figuur 2: het uitzetten van het oceaanwater en de land-hydrologie. Ik ga er van uit dat gletsjers en ijskappen sinds de jaren ‘70 – ‘80 gemeten zijn door satellieten, maar hoe ging dat daarvoor?

    Het is maar een indruk, en deze zal niet voor iedereen zo zijn.
    Heel veel succes met dit onderzoek verder!

  5. Hallo Marleen,

    Die zin heeft betrekking op de zojuist verschenen publicatie van Sasgen 2020 et al. over het record-massaverlies van Groenland in 2019.

    In 2019 is er meer dan 3,4 mm/jaar aan totale zeespiegelstijging geweest, waar Groenland dan ca. 1,5 mm aan heeft bijgedragen. De zeespiegelstijging is immers aan het versnellen. Dat kan je zien aan de hellingshoek van de zwarte lijn in Figuur 2. Zo rond het jaar 1915 was het ca. 0,9 mm/jaar en daarna is dit versneld rond 1940, vertraagd rond 1970 en nu nog verder versneld over de laatste 30 jaar.

    Dan kan het gemiddelde (!) over 1900 – heden heel wel 1,5 mm/jaar zijn terwijl in recordjaar 2019 alleen al Groenland eenzelfde 1,5 mm bijdraagt, want de totale zeespiegelstijging is inmiddels versneld naar nu ruim méér dan 3 mm/jaar…

    Verder heb ik een beetje moeite met de uitroep: “een oceaanmodel weet dat wel!” Het lijkt me niet dat een model kan vaststellen hoeveel oppervlakte- of dieper gelegen wateren uitzetten …

    Ja. dat kan een fysisch model wel degelijk. De expansie-parameters van het zeewater bij een bepaalde druk, zoutgehalte en temperatuur zijn precies bekend. Als je weet hoeveel (extra) warmte via het oppervlak de oceaan binnenkomt — uit de temperatuurmetingen aan het oppervlak en ook uit atmosferische modellen — dan schrijven de stromingsvergelijkingen en de wet van behoud van energie voor, hoe die warmte zich verspreid over de diepere oceaan. Daaruit kan je dan (bij de bijbehorende druk en temperatuur) de expansie van dit zeewater berekenen.

    Thomas verwijst o.a. naar ref. 11 waar het nader is beschreven:

    Zanna, Laure, Samar Khatiwala, Jonathan M. Gregory, Jonathan Ison, and Patrick Heimbach. “Global Reconstruction of Historical Ocean Heat Storage and Transport.” Proceedings of the National Academy of Sciences, January 7, 2019, 201808838. https://doi.org/10.1073/pnas.1808838115.

    Je verwarring komt misschien voort uit het door elkaar halen van een statistisch model… met een fysisch procesmodel. Heel verschillende zaken.

  6. Thomas Frederikse

    @Willem Schot

    De processen die je noemt (postglaciale effecten en vervorming oceaanbodem) kunnen lokaal inderdaad een (flinke) rol spelen. Op de globale stijging hebben ze geen invloed. De definitie van wereldwijde zeespiegelstijging is namelijk de toename van het totale watervolume in de oceaan gedeeld door het oceaan-oppervlak. Noch de vorming van vulkanen, noch postglaciale effecten veranderen dat volume, dus leiden ze niet tot wereldwijde zeespiegelstijging. Het effect van vulkanen op de wereldwijde oceaantemperatuurstijging en de bijbehorende uitzetting is verwaarloosbaar klein.

    @ Marleen
    De laatste 10 jaar is de zeespiegel met gemiddeld 4 mm/jaar gestegen, veel sneller dus dan de gemiddelde stijging sinds 1900. Niet alleen Groenland smelt de laatste jaren veel sneller dan gemiddeld over de 20e eeuw: ook Antarctica verliest meer massa en de oceanen nemen steeds meer warmte op.

    Het woord ‘schatten’ heeft binnen en buiten de wetenschap een nogal andere lading dan daarbuiten. We gebruiken die term niet om te duiden op nattevingerwerk, maar om op basis van alle bekende informatie (waarnemingen, natuurkundewetten, etc) een proces zo nauwkeurig mogelijk te kwanticiferen. Dat is ook precies wat er voor alle processen (Groenland/Antarctica/gletsjers etc) is gebeurd. Er gaat heel veel informatie in die schattingen: bijvoorbeeld gletsjerlengtes, temperatuurmetingen en luchtfoto’s van ijskappen. Al die schattingen kun je terugvinden op pagina 15 van het paper (https://rdcu.be/b6mlB) en de referenties op die pagina. Hetzelfde geldt voor een oceaanmodel. We hebben inderdaad niet de beschikking over een volledig dekkend meetnetwerk van de diepe oceaan, maar met behulp van steekproeven op plekken waar we wel data hebben kunnen we zien dat oceaanmodellen de diepere stromingen accuraat simuleren en we die modeldata dus kunnen gebruiken om het warmtetransport in de oceaan te kunnen schatten.

  7. Beste Thomas,

    Veel dank voor het mooie blogstuk!

    Voor Hans, Jos, Bart en mij is het duidelijk hoezeer het Enigma van Walter Munk — het gat tussen de observaties en de (schijnbaar) te geringe bijdrage van de verschillende processen — het onderzoek van de afgelopen decennia mede bepaald heeft.

    Het is een prachtige prestatie dat jullie dit nu opgehelderd hebben. Proficiat!

    Op Twitter noem je eveneens de vele bijdragen van andere onderzoekers, onderzoeksgroepen en de ‘data rescue efforts’ die hiervoor nodig waren. Een aanbevelenswaardig draadje:

  8. Willem Schot

    Dag Thomas Frederikse
    “De definitie van wereldwijde zeespiegelstijging is namelijk de toename van het totale watervolume in de oceaan gedeeld door het oceaan-oppervlak.”

    Als dat inderdaad zo is dan beschrijft de definitie het natuurlijke verschijnsel van de zeespiegel stijging of daling niet volledig. Het komt vaak voor dat definities in de wetenschap de natuurlijke realiteit niet goed of onvolledig beschrijven. Hier is het nogal eenvoudig. Het peil van het water in de badkuip gaat immers ook omhoog door de inhoud van de badkuip te verkleinen door er een steen in te plaatsen bijvoorbeeld. Zo zijn allerlei tektonische bewegingen van de oceaan bodem en postglaciale bodem bewegingen van invloed op de zeespiegel. Hoeveel de invloed is van postglaciale bodem bewegingen op het niveau van de natuurlijke zeespiegel sec, geen idee. Vermoedelijk is dit niet helemaal verwaarloosbaar. Verdere informatie leert mij wel dat de invloed van de volume verplaatsing door vulkanische activiteit op de oceaan bodem waarschijnlijk gering is. Een heel grote vulkaan eruptie in de historische tijd, die van de Tambora in 1815 produceerde zo’n 100 gigaton, weinig dus in vergelijking met het effect van het smeltend ijs in Groenland.

  9. Terloops noem je de hoeveelheid regen en het vasthouden van water op land in stuwmeren. Ook zeg je dat afdammen in theorie zeespiegelstijging kan tegengaan, maar slechts beperkt gezien de snelle stijging en gebrek aan afdambare rivieren. Maar wat als we én meer regen krijgen (maken?) én (door vergroening, opvang /buffer regenwater) dat water succesvol in de bodem weten te behouden? Zou de focus daar niet op moeten liggen omdat dan tegelijkertijd het klimaat positief beïnvloed wordt?
    En, misschien een tamelijke onwetenschappelijke gedachte, wat als we al dat zoete water, opgeslagen in (toch al verdwijnende) ijskappen rechtstreeks naar droogte gebieden konden transporteren? Vrachtschepen met vlees kunnen we ook over de hele wereld sturen dus waarom geen ijs naar de Sahara? Als de hele Sahara vergroend wat zou dat voor effect hebben op klimaat en zeespiegelstijging?
    Ook hoor ik eigenlijk niets over een ander fenomeen, dat bij hogere temperaturen er meer verdamping en waarschijnlijk meer bewolking optreedt en dus meer neerslag. Tegelijkertijd kan dit ook weer afkoeling doordat er minder zonnewarmte het aardoppervlak bereikt. Ook het tegengestelde proces, dat er juist meer opwarming optreedt wanneer de ijskappen verdwijnen (ivm reflecterend zonlicht) zou kunnen leiden tot meer opwarming, nog meer neerslag en tropische koraalriffen tot ver boven Engeland. Al die verschillende factoren doen mij twijfelen over elke voorspelling wat betreft klimaat en zeespiegelstijging.

  10. Dank Bob Brand en Thomas Frederikse voor jullie antwoorden.

    Ik heb de studie van Laure Zanne et al. bekeken, maar heb daar duidelijk niet de juiste achtergrond voor. Green’s factor bepaalt hier hoeveel warmte uit de atmosfeer door de oceaan geabsorbeerd wordt en dit wordt vergeleken met de resultaten van andere studies in figuur 1 (?). Wat mij blijft verwonderen is, hoe men de stromingen in de oceanen kan inschatten en daarmee de absorptie van warmte kan inschatten. Ik begrijp wat een model kan doen, maar in hoeverre kan dit met de sterke en voortdurend veranderende stromingen in de afgelegen diepte van de oceanen rekening houden? Hoe kun je überhaupt dergelijke stromingen modelleren en daarbij de realiteit benaderen. Je hebt het over stromingsvergelijkingen, maar die zouden, willen ze de realiteit benaderen, op elke andere diepte anders moeten zijn. Het is vast mogelijk met een model te beschrijven wat er gebeurt als warmer water zich mengt met kouder water, maar ik geloof niet dat die vergelijkingen zowel stromingen op 500 meter als op 3000 meter kunnen beschrijven.
    Wat er zich in de atmosfeer afspeelt is tot nu toe altijd dicht onder onze ogen en meetapparatuur geweest, maar oceaanstromingen? Van die diepten weten we zoals bekend bijzonder weinig af.

    Ik wil daarmee niet zeggen dat de capaciteit van de oceaan om warmte te absorberen hoger of lager ligt dan in figuur 1 van die studie, maar eigenlijk zouden we toe moeten geven dat we van de dieper gelegen wateren onder de 2000 meter niet weten hoe ze zich gedragen. Alle lof voor degenen die dat proberen uit te zoeken, maar de resultaten lijken wat voorbarig. De wetenschap als kaartenhuis…

  11. Beste topschrijfster,

    Het onderzoek van Thomas Frederikse en collega’s heeft een specifiek doel: het Enigma van Walter Munk oplossen. Met andere woorden: het al decennia bekende ‘gat’ tussen de waargenomen zeespiegelstijging en de bijdrage van de verschillende processen verklaren.

    Het is een bijzondere stap dat dit ‘gat’ nu gesloten is. Zoals Thomas schrijft vergroot dit het vertrouwen dat men de verschillende processen goed begrijpt en daarmee ook het vertrouwen in de toekomst-projecties van die processen.

    Je schrijft: “Maar wat als we én meer regen krijgen (maken?) én (door vergroening, opvang /buffer regenwater) dat water succesvol in de bodem weten te behouden? Zou de focus daar niet op moeten liggen omdat dan tegelijkertijd het klimaat positief beïnvloed wordt?

    Wat jij vraagt gaat over iets heel anders: wat we zouden moeten doen. Je vraagt naar een ‘ought’ in plaats van een ‘is’, om met onze favoriete filosoof David Hume te spreken. Je vraagt naar klimaatbeleid. Tot op zekere hoogte doet men al wat je beschrijft: stuwdammen en stuwmeren dienen om een constante en/of regelbare bevloeiing te bereiken van agrarische gebieden. Er worden ook al maatregelen in steden genomen om de toename van extremen in neerslag beter op te vangen, zie bijvoorbeeld:

    Achtergrondinformatie wateroverlast
    Regenplein Erasmuspark
    Ruimere opvang regenwater

    Dit zijn adaptatie-maatregelen en helaas helpen die maar een beetje. Eén van de problemen van de (verdergaande) klimaatverandering is: ‘the dry gets dryer and the wet gets wetter’. Droge gebieden worden hierdoor juist droger terwijl natte gebieden natter worden. Dat geldt niet alleen ruimtelijk maar ook langs de tijd-as: extra neerslag komt vaker in de vorm van extremen in plaats van gespreid over de tijd. Lees daarover dit blogstuk:

    https://klimaatveranda.nl/2016/07/29/extreme-regenval-we-zullen-er-aan-moeten-wennen/

    Als je vervolgens uitzoomt van Nederland naar de mondiale gevolgen, dan zie je bijvoorbeeld dat rond de Middellandse Zee er vaker zowel extreme droogte als extreme neerslag optreedt. Dat heeft grote gevolgen voor de bevolking in Syrië, Libië en in andere landbouwgebieden. Door de opwarming en een toename van droogte-periodes gaat men ook nog ’s méér grondwater oppompen voor irrigatie, waardoor vervolgens de ondergrondse aquifers uitgeput (kunnen) raken en er ook verzakking van de bodem plaats kan vinden. In een notendop: er zijn wel degelijk mogelijkheden om in te gaan spelen op de toename van extremen… maar die maatregelen zijn kostbaar en helpen maar heel gedeeltelijk.

  12. Beste topschrijfster,

    Dan nog even dit, je schrijft: “Ook hoor ik eigenlijk niets over een ander fenomeen, dat bij hogere temperaturen er meer verdamping en waarschijnlijk meer bewolking optreedt en dus meer neerslag. Tegelijkertijd kan dit ook weer afkoeling doordat er minder zonnewarmte het aardoppervlak bereikt.” Ook noem je de afname van het albedo, doordat er donker zeewater aan het oppervlak komt in de plaats van reflecterend zee-ijs.

    Oké, al deze zaken staan bekend als de feedbacks. Het zijn de terugkoppelingen in het klimaatsysteem, die de initiële opwarming door extra broeikasgassen deels versterken en deels verzwakken.

    Het is een beetje vreemd dat je daar ‘niets van hoort’!

    Er wordt namelijk veel onderzoek naar gedaan en op ons blog schrijven we er ook héél regelmatig over. Misschien is het een idee om onze eerdere blogstukken ’s te gaan lezen? Dan hoeven we niet alles opnieuw in te typen dat we sinds 2012 inmiddels in ruim meer dan 100 blogstukken beschreven hebben? 😉 Zie s.v.p. hier: https://klimaatveranda.nl/links/archief-chronologisch/

    Over de feedback door bewolking kan je bijvoorbeeld lezen: Licht op wolken – de rol van bewolking in een opwarmend klimaat

    Het IPCC AR5 rapport (2013) heeft een heel hoofdstuk over de feedback door veranderingen in bewolking:

    Klik om toegang te krijgen tot WG1AR5_Chapter07_FINAL.pdf

    Onder de verschillende ‘feedbacks’ is er óók het gevolg van extra waterdamp in de atmosfeer, als gas (waterdamp) in plaats van gecondenseerd in waterdruppeltjes in wolken. Voor elke graad opwarming aan het oppervlak, bevat de dampkring ruwweg 7% méér waterdamp (de Wet van Clausius-Clapeyron). En waterdamp is zelf ook een belangrijk broeikasgas: door dit extra waterdamp laat de atmosfeer dan minder infrarode warmtestraling door naar het heelal… en dat verdubbelt bijna de opwarming door het extra CO2. Deze feedback is al bekend sinds Svante Arrhenius in 1896 en eigenlijk ook al sinds John Tyndall in 1865.

    De rol van bewolking is onder meer beschreven in het bovengenoemde blogstuk. De huidige stand van het onderzoek is dat *extra* bewolking waarschijnlijk vooral een *versterkende* feedback is: het vergroot de initiële opwarming. Hoe kan dat? Wel, de bewolking neemt vooral toe hoog (!) in de dampkring en daar vangt het vooral de uitgaande langgolvige warmtestraling (infrarood) af. Dat effect is waarschijnlijk iets sterker dan de extra reflectie door meer bewolking.

  13. Hans Custers

    Marleen,

    Misschien moet je nog een keer naar het artikel van Zanna kijken. Dan zul je zien dat er keurig wordt aangegeven welke informatie er is gebruikt en wat de onzekerheden zijn. Zoals dat hoort in de wetenschap.

    Het is helemaal niet vreemd dat je niet direct alle finesses en details van zo’n onderzoek doorziet. Want dat geldt net zo goed voor mij en ik houd me al jaren met het klimaat bezig. Het is complex – als het simpel was zou het al lang en breed bekend zijn geweest – en er zit een hele hoop werk en gegevens in zo’n onderzoek. Wat ik niet begrijp is dat je, terwijl je begint met te zeggen dat je niet “de juiste achtergrond” hebt, toch afsluit met zo’n stellig oordeel: “de wetenschap als kaartenhuis”. Blijkbaar kies je ervoor om het niet te vertrouwen. Dat mag, maar het zegt helemaal niks over het onderzoek.

  14. Thomas Frederikse

    @topschrijfster

    Hoewel het idee misschien sympathiek klinkt zitten we met een enorm schaalprobleem om zeespiegelstijging te compenseren via land. Het oceaanoppervlak is ongeveer 2x het vastelandoppervlak. Gaan we uit van 1 meter zeespiegelstijging, dan moeten we dus over het hele aardoppervlak een waterlaag van 2 meter kwijt. Dat is echt onhaalbaar, zeker als je dat enigszins CO2-neutraal wil doen.

    @Marleen
    Ook de diepe oceaan heeft zich gewoon aan de natuurwetten te houden, waardoor de mogelijkheden voor grote verrassingen in de diepe oceaan nogal klein zijn. Zie het als een ingenieur die een nieuwe brug ontwerpt. De brug hebben we nog niet gebouwd, maar omdat deze ingenieur wet weet welke natuurwetten er spelen kan ie toch met grote zekerheid zeggen op basis van het ontwerp dat de brug niet gaat instorten, ook al is de brug nog niet gebouwd. De kans dat de diepe oceaan iets compleet anders doet dan wat de modellen ons vertellen vereist dus dat we Newtons wetten overboord moeten gooien. Dankzij diezelfde natuurwetten weten we bijvoorbeeld ook dat oceaanstromen op diepte (in tegenstelling tot die aan het oppervlakte) maar heel langzaam veranderen, te langzaam om enorme verschillen te veroorzaken over de 20e eeuw. Om die fundamentele natuurwetten dan maar als kaartenhuis te beschouwen is dan ook op z’n minst onverstanding te noemen.

  15. Beste Hans en Thomas,

    Het is niet zo dat ik geen vertrouwen heb in de wetenschap, maar ik ben me er wel bewust van dat sommige artikelen worden geschreven en daarna gebruikt worden om verder op te bouwen terwijl er kort geleden nog al wat te doen geweest is over hoe vaak onderzoeken (niet in het bijzonder klimaatonderzoek) niet reproduceerbaar zijn.

    Ondanks de wetten die ten grondslag liggen aan de oceaanstromingen staat men toch nog wel eens voor verrassingen. Ik weet dat jullie het volgende fenomeen al kennen, maar het geeft aan, ook al zet het geen zoden aan de dijk, dat we zo nu en dan toch voor verrassingen kunnen komen te staan.

    https://www.nationalgeographic.com/environment/2019/03/one-part-of-greenland-ice-growing/

    Dat “de diepe oceaan heeft zich gewoon aan de natuurwetten te houden” is vast waar, maar de wetten zijn ontstaan door observatie van ‘de natuur’, niet andersom.

  16. “Dat ‘de diepe oceaan heeft zich gewoon aan de natuurwetten te houden’ is vast waar, maar de wetten zijn ontstaan door observatie van ‘de natuur’, niet andersom.”

    Zo werkt het niet in de fundamentele natuurkunde. De natuurwetten zijn ontstaan (beter gezegd: geformuleerd) via reproduceerbare en gereproduceerde experimenten die vervolgens nauwgezet uitgevoerd en geobserveerd werden.

  17. Inderdaad, mee eens, ”geformuleerd” is de juiste term

  18. @Marleen,
    Nog iets. Je bijdragen vallen op door voortdurende aanpassing van je ‘narrative’.

    Je komt in dit draadje 27 augustus 2020 om 12:59 binnen met pseudo-sceptische beweringen over oceaanmodellen en klimatologische meetkunde. Als je uitgebreid op de onjuistheid daarvan bent gewezen kom je terug met de pseudo-sceptische bewering ‘wetenschap als kaartenhuis’. Als je op de onjuistheid daarvan wordt gewezen met verwijzing naar de natuurwetten kom je terug met de bewering dat de natuurwetten zijn ontstaan door observatie van de natuur. Ook op de onjuistheid daarvan ben je 29 augustus 2020 om 09:07 gewezen.

    Het punt is dat je nergens de correcties op je beweringen accepteert of zakelijk aanvecht maar gewoon over iets anders begint: aanpassing van je ‘narrative.’ In het draadje achter het recente blogstuk Complotdenken In Tijden van Corona heb je dezelfde discussie-techniek gevolgd.

    Wat mij betreft profileer je je als willekeurige pseudo-sceptische opportunist: je eigen ‘narrative’ aanpassen om wetenschappelijke correcties op je beweringen te ontwijken en over iets anders beginnen.

  19. Hans Custers

    Marleen,

    Je spreekt jezelf hier vierkant tegen:

    Het is niet zo dat ik geen vertrouwen heb in de wetenschap, maar ik ben me er wel bewust van dat sommige artikelen worden geschreven en daarna gebruikt worden om verder op te bouwen terwijl er kort geleden nog al wat te doen geweest is over hoe vaak onderzoeken (niet in het bijzonder klimaatonderzoek) niet reproduceerbaar zijn.

    Alles na de komma in de eerste zin zegt: ik heb geen vertrouwen in de wetenschap. Het klopt dat artikelen voortbouwen op eerdere artikelen. Dat noemen we wetenschappelijke vooruitgang. En wetenschappelijke vooruitgang heeft altijd zo gewerkt. Je kunt niet én dat een kaartenhuis noemen én volhouden dat je vertrouwen in de wetenschap hebt. Het is of het een, of het ander.

    En er is altijd ook slecht, of niet-reproduceerbaar onderzoek gedaan. Maar dergelijk onderzoek wordt niet klakkeloos door een hele wetenschappelijke discipline voor waar aangenomen. Vertrouwen in de wetenschap betekent dus niet dat je elk onderzoek, of elke wetenschapper op zijn woord gelooft. Het betekent dat je erop vertrouwt dat de wetenschappelijke methode werkt.

  20. @Marleen
    Uiteraard is ‘geformuleerd’ de juiste term. Dat is een open deur dus daar gaan we het verder niet over hebben. E zijn andere correcties die je in dit draadje zijn voorgehouden. Heb het daar maar over, dat is interessanter.

  21. Willem Schot

    Wetenschap is in feite een discipline, een geheel van methodes waarmee je kennis opbouwt. Dat is echter alleen ware kennis als je voortbouwt op de juiste informatie. Daar heeft Marleen volgens mij wel gelijk in. Hoewel het thans zo is dat iig op het gebied van de exacte vakken, zoals ook klimatologie, de informatie waarop voortgebouwd wordt over het algemeen juist is. Er zijn echter vakgebieden waar dat moeilijker is. Verder zijn er tal van voorbeelden van het feit dat men er in het verleden ook vaak naast zat bij de natuurwetenschappen. Zo kan je met wetenschappelijke methoden op basis van waarnemingen bewijzen dat de zon en de planeten om de aarde heen draaien, als je maar een getoetste theorie hebt waar dat in past en die had men destijds.

  22. @Willem Schot
    “Wetenschap is in feite een discipline, een geheel van methodes waarmee je kennis opbouwt. Dat is echter alleen ware kennis als je voortbouwt op de juiste informatie. Daar heeft Marleen volgens mij wel gelijk in.”

    Zo werkt het niet in de exact-wetenschappelijke methodiek. ‘Ware kennis’ bestaat in de exacte wetenschap niet, er is daar enkel kennis die bruikbaar is (of niet) voor verder doordringen in terra incognita. Natuurwetenschappelijke theorieën die in het verleden ‘ernaast zaten’ (jouw woorden) zijn theorieën die onbruikbaar voor verdergaand onderzoek zijn gebleken. Met ‘waar’ of ‘onwaar’ heeft het niet te maken, Meer is het niet en eenvoudiger kan ik het niet maken.

  23. G.J. Smeets

    Waarom stel je dan dat de natuurwetten “geformuleerd” zijn als dat een open deur is? Ik beaam hetgeen je stelt alleen maar.

    Ik ben me niet bewust van ‘correcties’ maar ben het wel helemaal met je eens dat er interessantere zaken zijn om over te discussiëren dan deze persoonlijke kwesties. ‘Op de onjuistheid worden gewezen’: ik dacht dat de reactieruimte onder het blog bedoeld was om een discussie aan te gaan over de inhoud van het blog in het geval er vragen of opmerkingen zijn. zgn. On-topic. Dat heb ik geprobeerd, maar mijn opmerking over het kaartenhuis heeft teveel stof op doen waaien. Dat was zeker niet de bedoeling. Jammer.

    Hans Custers,

    Ik ben een wetenschapper dus ik ben het helemaal eens met de wetenschappelijke methode, maar we moeten wel onze ogen en oren openhouden en kritisch blijven. Dat is uiteraard ook een open deur. Ik hoop dat het genoeg is daarover.

  24. Hans Custers

    Marleen,

    Ik ben een wetenschapper dus ik ben het helemaal eens met de wetenschappelijke methode, maar we moeten wel onze ogen en oren openhouden en kritisch blijven” is niet alleen een open deur, maar ook een suggestieve opmerking. Je wekt er namelijk de indruk mee dat je vindt dat jij degene bent in deze discussie die haar ogen en oren openhoudt en kritisch blijft en dat anderen dat niet doen. En ik kan me niet voorstellen dat jij niet zou beseffen dat het zo overkomt.

    Wat mij betreft discussiëren we hier als gelijkwaardige gesprekspartners. Jij mag kritisch zijn op wat wij hier schrijven, maar wij mogen jou er ook op wijzen als we vinden dat je wat snel lijkt te oordelen, door te stellen dat resultaten je “voorbarig” lijken en door bepaalde wetenschap “een kaartenhuis” te noemen, bijvoorbeeld. Zeker omdat je tegelijkertijd zelf zegt onvoldoende thuis te zijn in de materie.

    Volgens mij heb jij keurig beargumenteerd antwoord gekregen op je kritische vragen en opmerkingen. Dan mogen we van jou toch ook wel eens een antwoord op kritiek verwachten dat wat meer om het lijf heeft dan een open deur?

  25. Hans,

    Dat is slechts een indruk. Ik ga er van uit dat we kritisch blijven.

    Het valt daarentegen op dat in veel publicaties uitgegaan wordt van een situatie waarin ons klimaat zich bevindt terwijl dat nu juist een bevinding of resultaat van de studie zou moeten zijn. Als voorbeeld de studie van Zanne et al. waarin het abstract als volgt begint:

    “Most of the excess energy stored in the climate system due to anthropogenic greenhouse gas emissions has been taken up by the oceans, leading to thermal expansion and sea-level rise.” Kennelijk gaat men er van uit dat het zo is. Daar is geen referentie meer voor nodig.

    Het valt me ook op dat er uitgegaan wordt van een ‘energy imbalance’.
    “The oceans thus have an important role in the Earth’s energy imbalance.” Wat moeten we verstaan onder energy imbalance? Is er niet een nieuwe balance elke keer dat de waarden van (oceaan)temperatuur veranderen? of is dat jargon waar ik als buitenstaander niets van begrijp?

    Dergelijke ‘vanzelfsprekendheid’ in het opschrijven van zulke beweringen geeft de indruk dat men niet erg kritisch is.

    Over jullie antwoorden op mijn kritische vragen, daar heb ik voor bedankt. Dat waren duidelijke antwoorden en die staan daar voor iedereen leesbaar. Dus ik begrijp niet goed op welk antwoord je wacht.

  26. @Marleen

    Het valt me ook op dat er uitgegaan wordt van een ‘energy imbalance’ Wat moeten we verstaan onder energy imbalance?

    Je zou de misschien enige moeite kunnen doen om het op zoeken. Bijv. google geeft mij bij de eerste drie links al het volgende:
    https://www.giss.nasa.gov/research/briefs/hansen_16/
    https://www.climate-lab-book.ac.uk/2016/earths-energy-imbalance/
    https://journals.ametsoc.org/jcli/article/27/9/3129/35180/Earth-s-Energy-Imbalance

    “Most of the excess energy stored in the climate system due to anthropogenic greenhouse gas emissions has been taken up by the oceans, leading to thermal expansion and sea-level rise.” Kennelijk gaat men er van uit dat het zo is. Daar is geen referentie meer voor nodig.
    +
    Dergelijke ‘vanzelfsprekendheid’ in het opschrijven van zulke beweringen geeft de indruk dat men niet erg kritisch is.

    Bepaalde zaken vallen inmiddels bij klimaatwetenschappers onder basiskennis. Ook in artikelen over een astronomisch onderzoek geeft men niet steeds een referentie op als men ergens schrijft dat de aarde rond de zon draait.
    Omdat jij die basiskennis niet hebt, vind je blijkbaar dat elke zin opnieuw van referenties moet worden voorzien. En worden andere wetenschappers maar eventjes beschuldigd van het zijn van niet erg kritisch.

  27. @Marleen
    “Ik ben me niet bewust van ‘correcties’ maar ben het wel helemaal met je eens dat er interessantere zaken zijn om over te discussiëren dan deze persoonlijke kwesties.“

    – Dit is geen persoonlijk kwestie (jouw woordeen) maar een inhoudelijke discussie over beweringen die jij hebt gedaan.

    Je beweringen zijn op een aantal punten gecorrigeerd (nu weer door Jos over je opm. dat ‘energy disbalance’ een aanname is terwijl het een conclusie is) en zegt dat je je niet bewust bent van correcties op je beweringen. Daarmee verschuift alweer je narrative, nu naar het ‘persoonlijke’ vlak. Dat schiet niet op, zo.

  28. Dank Jos Hagelaars,

    Ik had het op kunnen zoeken, maar wist eerlijk gezegd al wat het is. Ik heb gisteren nog een tweet van Bart Verheggen, waarin dit uitgelegd wordt, geretweet. Het ging er mij om te weten proberen te komen of ‘imbalance’ echt als een ‘imbalance’ beschouwd dient te worden of dat het niet mogelijk is dit als een nieuwe balans te zien. Dank je wel voor de links, die hoe dan ook interessant zijn.

    Je schrijft: “Omdat jij die basiskennis niet hebt, vind je blijkbaar dat elke zin opnieuw van referenties moet worden voorzien. En worden andere wetenschappers maar eventjes beschuldigd van het zijn van niet erg kritisch.”

    Ok, dat geef ik toe, de basiskennis heb ik niet en mijn ‘beschuldiging’ is te kort door de bocht.

    G.J. Smeets,

    Je schuift me heel wat in de schoenen. Een ‘narrative’ om de ‘correcties’ te ontwijken. Ik heb keurig bedankt en daarmee ingestemd met de antwoorden. Daar is geen verdere discussie voor nodig lijkt me. Maar mocht je een specifiek antwoord hebben op iets wat er in deze draad gezegd is, laat het dan weten, dan zal ik mijn best doen daarop te antwoorden

  29. Hoi Marleen,

    Ja, de ‘imbalance’ is een echte onbalans. Er gaat nu minder energie (warmte) uit het klimaatsysteem dan er als kortgolvig zonlicht binnenkomt. Dit is een gevolg van de extra broeikasgassen.

    Daardoor warmt het op. Dit gaat door totdat het oppervlak zodanig is opgewarmd dat de extra uitgaande warmtestraling daarvan de stralingsbalans weer in evenwicht brengt. Op die manier berekent men de klimaatgevoeligheid: hoeveel warmer het wordt aan het oppervlak, na bijv. een verdubbeling van het broeikasgas CO2.

    De atmosferische fysica en de stralingsbalans zijn basale onderdelen van het klimaatonderzoek. Sterker nog, dit is EXACT dezelfde natuurkundige kennis die aan de basis staat van:

    — warmtetransport en massatransport in gassen, vloeistoffen en plasma’s in allerlei reactoren;
    — oceanografisch warmtetransport;
    — ster-atmosferen in de astrofysica;
    — planetaire atmosferen in ons zonnestelsel (en in een toenemend aantal studies ook daarbuiten);
    — hoe vloeistoffen (gassen) en warmte zich verplaatsen binnen bijvoorbeeld gasturbines en straalmotoren, etc.

    Deze basale natuurkundige wetmatigheden worden al ruim 2 eeuwen dagelijks getest in laboratoria en toegepast in alle techniek om ons heen. Er is geen twijfel aan de Wet van Behoud van Energie en aan de stromings-vergelijkingen… Niet omdat men ‘niet kritisch’ zou zijn, maar omdat die proefondervindelijk altijd blijken te werken.

    Most of the excess energy stored in the climate system due to anthropogenic greenhouse gas emissions has been taken up by the oceans, leading to thermal expansion and sea-level rise.

    Ook dat is geen aanname. Het wordt regelrecht gemeten op vele manieren. Lees daarover inderdaad de vele blogstukken en de daar aangehaalde wetenschappelijke publicaties en volg de linkjes die Jos al aangeeft. 🙂

  30. Thomas Frederikse,
    ik heb met veel plezier je blogstuk gelezen en herlezen over de transformatie van een ‘enigma’ (in dit geval dat van Walter Munck) tot een puzzel die op te lossen is. Voor mij als epistemologisch en wetenschapstheoretisch georiënteerde volger van klimatologisch onderzoek is je blogstuk een groot genoegen om te lezen. En m.i. een perfecte casus voor studenten methodologie.
    Los daarvan, je blogstuk is voor mij als klimatologische leek erg informatief over de (details van) waterhuishouding op Planet Earth.

  31. Dank voor je sportieve reactie, Marleen.

  32. Hi Marleen,

    Ik sluit me aan bij Bart, het is prijzenswaardig als je een-en-ander toe kan geven.

  33. Willem Schot

    @ GJ Smeets, 29-8 2020 21h49

    “ ‘Ware kennis’ bestaat in de exacte wetenschap niet, er is daar enkel kennis die bruikbaar is (of niet) voor verder doordringen in terra incognita.”

    Een interessante gedachtegang. Je relativeert hier echter sterk en meer dan ik deed de autoriteit van de wetenschap. Dat heeft nadelen, want de discussies gaan over wat is juist en wat is onjuist, of wat is informatie en wat is desinformatie. Als een (pseudo)scepticus desinformatie verspreidt dan is dat in zijn ogen goede informatie, die zeker bruikbaar is voor zijn doelstellingen. Hij verwacht ook dat er nieuwe dingen ontdekt (kunnen) worden door zijn verhalen. Inderdaad gebeurt het wel dat een kritisch maar eigenlijk grotendeels onjuist verhaal van iemand met weinig kennis van zaken, toch een lichtje laat branden, zodat vakmensen iets ontdekken. Ook door onzin en zelfs in dronkenschap kan je op briljante ideeën komen. De ontwikkeling van kennis is dan ook een dialectisch proces dat zowel in de geest als in feite opgebouwd wordt door tegenstellingen. In principe kan daardoor alles bruikbaar zijn voor de verdere ontwikkeling van de kennis.

    Ik vind het daarom beter om er vanuit te gaan dat waarheid echt bestaat. Waarheid is echter altijd relatief en onvolledig. Alleen in een bepaald gebied, achtergrond, aspect, etc is iets waar of onwaar. Zo geldt de stelling van Pythagoras en het hele meetkundeboek alleen in de zeldzame situatie dat het vlak plat is; het is dan ook planimetrie. Iets kan waar zijn en tegelijk onwaar, of voor 60% waar en voor 40% onwaar. Waarheid is dus geen absoluut gegeven. Waarheid is kwantitatief en op basis daarvan ook kwalitatief.

  34. @Marleen
    “…mocht je een specifiek antwoord hebben op iets wat er in deze draad gezegd is, laat het dan weten, dan zal ik mijn best doen daarop te antwoorden.”

    Wat ik wilde zeggen heb ik in het draadje hierboven al laten weten. Inmiddels heb je royaal en sportief aangegeven dat je niet goed weet waar je het over hebt (“de basiskennis heb ik niet”). Als mede-bezoeker van dit forum vind ik dat een tof gebaar en dat wilde ik je effe laten weten.

  35. @Willem Schot
    dit gaat hier al te ver ‘off topic’ en mijn reactie vindt je binnenkort op Open Discussie.

  36. G.J. Smeets,

    Dankjewel,
    Ik mag dan niet weten waar ik het over heb, maar ik ben heel wat wijzer geworden dankzij de antwoorden op mijn vragen en kritiek.

    Bedankt allemaal

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s