Auteursarchief: Jos Hagelaars

De twee tijdperken van Marcott

Gastblog van Jos Hagelaars. English version here.

Begin maart 2013 verscheen in Science een artikel over een temperatuurreconstructie betreffende de laatste 11 duizend jaar. De hoofdauteur is Shaun Marcott van de Oregon State University en de tweede auteur Jeremy Shakun, die we nog kennen van het vorig jaar gepubliceerde en interessante onderzoek over de relatie tussen CO2 en de temperatuur tijdens en na het einde van de laatste ijstijd.
De temperatuurreconstructie van Marcott is de eerste die de gehele periode van het Holoceen bestrijkt. Uiteraard is die niet volmaakt en de komende jaren zal deze op details waarschijnlijk wat veranderen. Een normaal onderdeel van het wetenschappelijke proces.

De temperatuurreconstructie eindigt halverwege de vorige eeuw, derhalve is in de grafieken van hun studie de snelle temperatuurstijging na 1850 duidelijk zichtbaar. En wat ziet men dan? Opnieuw iets dat lijkt op een hockeystick zoals de grafiek in Mann et al 2008.

Lees verder

Het smelten van het Arctische zee-ijs

Gastblog van Jos Hagelaars

Onder deze titel is op de website ClimateDialogue een discussie gehouden over de mogelijke oorzaken van het verdwijnen van het Arctische zee-ijs gedurende de afgelopen decennia. Drie experts namen daar aan deel, dit waren Walt Meier, Research Scientist bij het NSIDC, Judith Curry, professor bij het Georgia Institute of Technology en Ron Lindsay, Senior Principal Physicist bij de University of Washington, department Polar Science Center.

In dit blogstuk geef ik allereerst een situatieschets van de observaties van het Arctische gebied en daarna een kort overzicht van de oorzaken van de teruggang van het zee-ijs met daarin verwerkt de meningen zoals die door de drie experts op ClimateDialogue zijn geuit. De laatste onderdelen betreffen de uniciteit van de afname van het ijs in historisch perspectief en het mogelijk ijsvrij worden  in de zomer.

Resultaten van de observaties van het Arctische gebied sinds 1979

Sinds 1979 wordt het Arctische gebied uitgebreid gemonitord met satellieten. Het betreft hier o.a. het oppervlak aan ijs, de omvang van het gebied bedekt met ijs en tevens de hoeveelheid ijs. Het resultaat daarvan is in meerdere opzichten opzienbarend. Zo is het ijsoppervlak en de hoeveelheid meerjarig ijs in de afgelopen 3 decennia in hoog tempo afgenomen, gevisualiseerd door onderstaande beelden gegenereerd door Nasa (zie hier en hier).

Lees verder

Klotzbach Revisited

Gastblog van Jos Hagelaars

De gemiddelde oppervlaktetemperaturen van de aarde, gemeten via ‘thermometers’, worden door een aantal instituten verzameld, de bekendste van deze datasets zijn GISTEMP, HadCRUT en NCDC. Sinds 1979 worden er eveneens temperatuurdata voor de lagere troposfeer vrijgegeven door de University of Alabama in Huntsville (UAH) en Remote Sensing Systems (RSS), die gemeten zijn via satellieten.
De temperaturen van deze twee meetmethodieken vertonen verschillen, zoals bijvoorbeeld: de NCDC data geven een trend boven het landoppervlak van 0.27 °C/decennium voor de periode 1979 t/m 2012, terwijl over dezelfde periode de trend over de satellietdata van UAH een stuk lager is met 0.18 °C/decennium. Dit terwijl de trends over mondiale temperaturen kleinere verschillen vertonen, voor NCDC en UAH resp. 0.15 °C/decennium en 0.14 °C/decennium over dezelfde periode.

Big deal? Bijna alles wat betrekking heeft op het klimaat is een ‘big deal’, dus voor deze trendverschillen is dat niet anders. In een wereld die warmer wordt, zou, ongeacht de oorzaak van de opwarming, de hogere troposfeer namelijk gemiddeld meer op moeten warmen dan het oppervlak en de data op basis van UAH (en RSS) laten dat niet zien.
Waarom zou het hoger in de troposfeer meer op moeten warmen en wat is de oorzaak van deze trendverschillen tussen de oppervlaktetemperaturen en de satelliettemperaturen?

Lees verder

Een data update van 2012

Een gastblog van Jos Hagelaars

De gegevens over 2012 van de meest gevolgde temperatuur datasets GISTEMP, HadCRUT4, NCDC, UAH en RSS zijn inmiddels bekend. Het jaar 2012 is bij deze datasets warmer dan 2011 en staat bij 4 ervan in de top 10. Het warmste jaar voor de oppervlaktetemperaturen is nog steeds 2010 en bij de lagere troposfeer temperaturen, gemeten met satellieten, is het warmste jaar 1998 (de satellietdata heb ik gemiddeld op basis van hun maanddata). Alle andere jaren in de top 10 beginnen allemaal met een 2, wat aangeeft dat de jaren van deze eeuw tot nu toe allemaal zeer warme jaren zijn geweest.

In figuur 1 staan de mondiale jaargemiddelde temperaturen gerangschikt van hoog naar laag. Zoals gewoonlijk wordt de “anomalie” gegeven: het verschil met de gemiddelde temperatuur over een bepaalde referentieperiode. Deze periode verschilt voor verschillende datasets; dit veroorzaakt mede de verschillen in de temperaturen tussen de datasets.

Jaargemiddelde temperatuur tm 2012

Figuur 1: De mondiale temperaturen gerangschikt naar temperatuur.

Lees verder

Humlum: over emissies en omissies

Gast-blog van Jos Hagelaars

Samenvatting.

Een nieuw artikel van Ole Humlum en anderen suggereert dat de menselijke CO2 emissies niet de drijvende kracht zijn achter de opwarming van de aarde. Uit hun berekeningen blijkt dat een verandering in de CO2 concentratie volgt op een temperatuursverandering. Hieruit concludeert men onder meer dat het goed mogelijk is dat:
– De toegenomen atmosferische CO2 concentraties een gevolg zijn van warmer wordende oceanen.
– Menselijke CO2 emissies weinig invloed hebben op de CO2 concentratie.
– CO2 wellicht weinig of geen invloed op de temperatuur op aarde heeft.

De conclusies en suggesties van Humlum en zijn medeauteurs zijn aantoonbaar onjuist:
– Een piek in de temperatuursstijging van de oceanen is gerelateerd aan het optreden van een El Niño en juist dan geven de oceanen gemiddeld minder CO2 af. De meeste variatie in de jaarlijkse CO2 stijging wordt veroorzaakt door het land en niet de oceanen. Hier spelen o.a. droogteperioden, bosbranden of meer/minder groei van planten en bomen een rol.
– De toename van de CO2 concentratie in de atmosfeer wordt wel degelijk veroorzaakt door menselijke CO2 emissies. Dit volgt onder meer uit budget berekeningen, verhoudingen in de koolstofisotopen C13/C12 en de afname van de zuurstofconcentratie in de atmosfeer. Samenvattingen van deze onderzoeken zijn te vinden op Skeptical Science en de website van ‘scepticus’ Ferdinand Engelbeen. Deze laatste heeft zelfs op WUWT een 4-delige serie over dit onderwerp geschreven (zie hier: deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4).
– De korte termijn variaties in de CO2 stijging hebben een orde grootte van 1%. Over een langere termijn is het netto effect van deze variaties precies 0. Door de berekeningswijze van Humlum et al is de lange termijn trend in de CO2 concentratie in de atmosfeer niet meer zichtbaar terwijl deze gestaag toeneemt en inmiddels circa 2 ppm per jaar bedraagt. Er kan op basis van hun methode dus geen conclusie worden getrokken over (de oorzaak) van die lange termijn trend.
– Uit de meetbare IR absorptie eigenschappen van het molecuul CO2 is af te leiden dat een verdubbeling van de CO2 concentratie zal leiden tot een stijging van de temperatuur op aarde met circa 1.2 °C. Daar er zoiets bestaat als feedbacks zal een dergelijke verdubbeling uiteindelijk leiden tot een temperatuurstijging van 2 – 4.5 °C met een meest waarschijnlijke waarde van 3 °C.

Lees verder

Niet warm of koud van de zon!

Gast-blog van Bob Brand en Jos Hagelaars

In het online tijdschrift European Energy Review (EER) verscheen begin mei een interessant interview van Marcel Crok met professor Fritz Vahrenholt, de auteur van het (in Duitsland) spraakmakende boek “Die Kalte Sonne”.

Het interview is goed geschreven (complimenten aan Marcel), en bevat een gedetailleerde beschrijving van de loopbaan en achtergrond van Fritz Vahrenholt die o.a. voor Shell gewerkt heeft, voor de windturbine-fabrikant RePower en tot eind dit jaar de CEO is van RWE Innogy, de hernieuwbare-energie tak van het grote Europese energieconcern RWE. Vervolgens gaat Vahrenholt nader in op de centrale these van zijn boek: de invloed van de zon zou door de klimaatwetenschap en door het IPCC ernstig onderschat zijn. Vahrenholt stelt dat de invloed van CO2 daardoor juist overschat wordt, en dat een (volgens hem te verwachten) minder actieve periode van de zon ons de tijd zal geven om in alle rust aan ‘werkelijk duurzame’ oplossingen te werken.

Naarmate het interview vordert, worden de uitspraken van Dr. Vahrenholt steeds vergaander: blijkbaar hanteert Vahrenholt het tendentieuze boek ‘The Hockey Stick Illusion’ van Montford als referentiekader, en hij stelt dat we “misleid” zijn door het IPCC over het klimaat van de afgelopen 1000 jaar – het populaire verhaaltje van de Vikingen op (Zuidwest) Groenland komt weer voorbij, en dat dient dan als de onderbouwing voor deze veronderstelde misleiding.

Vervolgens is de zon eindelijk aan de beurt: Vahrenholt stelt dat de zon véél actiever geworden is na de ‘Little Ice Age’ (de koude periode in Europa en mogelijk ook elders, die van ca. 1300-1850 geduurd heeft) en dat van 1950 tot 2000 de zon extreem actief zou zijn geweest, waarbij Vahrenholt verwijst naar (voorlopig hypothetische) versterkingsmechanismen die ervoor zorgen dat de magnetische activiteit van de zon invloedrijker zou zijn dan de (relatief geringe) variatie in zonnesterkte. Daarna volgt er de bekende opvatting dat de temperaturen zich al 15 jaar op een ‘plateau’ zouden bevinden…

Lees verder

There’s always the sun!

Gast-blog van Jos Hagelaars

Al voordat het IPCC werd opgericht in 1988 kwam de punkband The Stranglers in 1986 met de interessante klimatologische stelling: There’s always the sun.
Nu, dat kan ik beamen, regelmatig wordt men geconfronteerd met de invloed van de zon als nagenoeg alles verklarende factor voor de stijging van de mondiale temperatuur de laatste halve eeuw. Vorige week was het weer zover toen ik de koptekst van een interview met Dr. Bas van Geel in Trouw op 7 mei las:

Invloed van zon veel groter dan klimaatpanel ons wil doen geloven.

De aanleiding voor het interview was het verschijnen van een artikel in Nature Geoscience, waarvan Dr. Bas van Geel een van de medeauteurs is. Volgens het interview is een van de bevindingen van het onderzoek dat de zon een veel grotere invloed op het klimaat heeft dan het klimaatpanel van de Verenigde Naties ons wil doen geloven. Een tendentieuze zin, in het interview wordt verder de hockeystick er weer bij gesleept en wil men de lezer doen geloven dat de invloed van CO2 op het klimaat schromelijk overschat wordt.

Het originele artikel heeft als titel:

Regional atmospheric circulation shifts induced by a grand solar minimum.

Het oog valt natuurlijk direct op het woord “Regional“.
Lees verder