Mogelijkheden én risico’s van een overshoot-scenario


“A world that returns to 1.5°C after decades above that level will potentially be a very different world from the one before exceedance.”

Het citaat hierboven komt uit een uitgebreid overzichtsartikel in Annual Reviews, over zogenoemde overshoot-scenario’s. Dat zijn scenario’s waarin de doelstelling van het Akkoord van Parijs – de opwarming (gemiddeld over een langere periode, meestal 20 jaar) beperken tot 1,5 °C boven de pre-industriële temperatuur – weliswaar wordt gehaald, maar wel na een tijdelijke overschrijding van die grens. Het maakt duidelijk dat niet alleen het halen van de doelstelling op zich van invloed is op de gevolgen en risico’s van klimaatverandering, maar ook de weg ernaartoe. Ook een tijdelijke overschrijding van anderhalve graad heeft gevolgen, die niet allemaal omkeerbaar zijn. Of alleen met een aanzienlijke vertraging. Natuurlijk wordt het ook moeilijker om de doelstelling te halen, naarmate de tijdelijke overschrijding groter wordt. En dus blijft het hoe dan ook topprioriteit om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, zo snel als het maar kan. Overschrijding van de anderhalve graad is geen reden om die ambitie op te geven.

Schematische weergave van de temperatuur en CO2-uitstoot in een overshoot-scenario. Bron: WMO, Understanding the IPCC Special Report on 1.5°C.

De anderhalve graad van Parijs is niet meer te halen zonder een tijdelijke overschrijding. Of er moet iets heel uitzonderlijks gebeuren, maar je moet ook een uitzonderlijke optimist zijn om daar nog in te geloven. (Of een uitzonderlijke pessimist. Want er zijn ook wel wat ultieme rampscenario’s te bedenken waardoor het toch nog zou kunnen.) Met de huidige uitstoot zouden we binnen vier jaar (ruim drie jaar volgens een preprint van de meest recente schatting) het koolstofbudget opmaken dat we nog hebben om 50 procent kans te maken om onder de anderhalve graad te blijven. Vanwege de traagheid in het klimaatsysteem kan het iets langer duren tot we door die grens van anderhalve graad schieten, maar vermoedelijk is het binnen 5 tot 10 jaar zover.

Maatregelen om op grote schaal CO₂ uit de atmosfeer te halen zullen binnen enkele decennia bittere noodzaak zijn. Niet eens om de temperatuur naar beneden te krijgen, maar ook om een verdere stijging ervan te voorkomen. Het is namelijk niet de verwachting dat alle economische sectoren hun uitstoot van broeikasgassen in de loop van deze eeuw helemaal zullen stoppen. De uitstoot van die ‘hard to abate’ sectoren moet gecompenseerd worden door zogenoemde negatieve emissies, om op netto nul uit te komen en zo de gemiddelde wereldtemperatuur te stabiliseren. Om de temperatuur na een overshoot weer omlaag te krijgen, is een verdere opschaling van die negatieve emissies nodig. Daarnaast zou een sterke reductie van de uitstoot van methaan bij kunnen dragen, vanwege de korte verblijftijd ervan in de atmosfeer. (Maatregelen zoals zonnestralingsbeheer blijven in het overzichtsartikel buiten beschouwing en zal ik ook hier verder niet bespreken.)

De auteurs wijzen erop dat wetenschappers en beleidsmakers op een andere manier naar overshoot moeten gaan kijken. Het begrip is al enige tijd aanwezig in de literatuur, maar niet of nauwelijks in het publieke debat. En in de wereld van wetenschap en beleid werd het tot nu toe behandeld als een concept dat in een verre toekomst mogelijk van belang kan zijn. Maar ondertussen is die toekomst helemaal niet meer zo ver weg. Het is daarom hoog tijd om het concept te concretiseren. Dat betekent onder meer dat er onderzoek nodig is naar zaken als technische en economische haalbaarheid, van de gevolgen en risico’s van ingrepen die nodig zijn om de temperatuur omlaag te brengen na een overshoot, en van de effectiviteit van die maatregelen.

Kan het technisch?

De eerste vraag die dan beantwoord moet worden is: kan het eigenlijk wel? De meeste scenariostudies nemen aan dat het technisch mogelijk is, maar zeker is dat niet. Het simpele feit is namelijk dat CO₂-verwijdering nog in de verste verte niet wordt toegepast op de schaal die nodig zal zijn. Er zullen grenzen zijn aan wat er kan. En natuurlijk brengen alle mogelijke oplossingen ook hun problemen met zich mee. Voor herbebossing zijn land en water nodig, die dan niet meer gebruikt kunnen worden voor iets anders, zoals het verbouwen van voedsel. Terwijl in sommige delen van de wereld de beschikbaarheid van voedsel en water toch al onder druk zullen staan, door veranderende weerpatronen en een toename van weersextremen. Ook voor productie van biobrandstoffen gecombineerd met het afvangen en opslaan van CO₂ is veel land en water nodig. En direct afvangen van CO₂ uit de atmosfeer kost veel energie.

De landbouw is de belangrijkste uitstoter van methaan. Drastische ingrepen in de veehouderij en de rijstteelt zouden een snelle reductie van de uitstoot kunnen bewerkstelligen en daarmee bij kunnen dragen aan mitigatie. De complicaties liggen hier niet zozeer op het technische, maar vooral op het maatschappelijke en politieke vlak. Er wordt ook gedacht over mogelijkheden om methaan uit de atmosfeer te verwijderen, bijvoorbeeld door de afbraak ervan te bevorderen, maar de ideeën hierover zijn nog weinig concreet.

Hoeveel de temperatuur na een piek weer omlaag te brengen is, hangt ook af van mogelijke na-ijleffecten in het klimaatsysteem. Niet alles in het systeem is direct helemaal in evenwicht op het moment dat de uitstoot van broeikasgassen netto-nul bereikt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de stralingsbalans bovenaan de atmosfeer, en het evenwicht tussen de CO₂-concentratie in de atmosfeer en in de bovenlaag van de oceaan. Deze twee na-ijleffecten werken ieder een andere kant op en zullen elkaar dus deels compenseren. Maar er kan een restje opwarming of afkoeling overblijven. Het zou dus enigszins mee- of tegen kunnen vallen wat we zelf moeten doen om na een overshoot toch nog op of onder anderhalve graad uit te komen aan het eind van deze eeuw. Experts verwachten dat we in elk geval onder de 1,8 °C moeten blijven, om een redelijke kans te maken dat dat lukt. Op dit moment ligt de wereldpolitiek nog allerminst op koers om dat te halen.

Politiek en economie

Politieke en economische haalbaarheid hangen nauw met elkaar samen. CO₂ uit de atmosfeer verwijderen kost geld, en dat zal uiteindelijk betaald moeten worden, waarschijnlijk (deels) met publiek geld. Arme landen zullen terecht vinden dat de verantwoordelijkheid daarvoor vooral bij de rijke landen ligt, omdat die immers ook verantwoordelijk zijn voor het overgrote deel van de historische uitstoot. Maar je hoeft maar even naar de huidige toestand van de wereldpolitiek te kijken, om te beseffen dat het niet vanzelfsprekend is dat alle rijke landen daar zin in hebben. Een ander risico is dat landen die wel investeren in negatieve emissies vinden dat ze daarmee genoeg doen (ofwel: genoeg geld uitgeven aan klimaatbeleid), en dus minder geneigd zijn om hulp bieden aan arme landen voor adaptatie. Terwijl die hulp juist hard nodig is in de periode waarin de temperatuur piekt, omdat weersextremen juist dan voor veel schade zullen zorgen. Grote schade tijdens die periode zou een blijvende invloed kunnen hebben voor arme regio’s, als die de economie zo verzwakt dat er onvoldoende middelen overblijven voor herstel. De economische effecten kunnen dan veel langduriger zijn dan de periode waarin de anderhalve graad werkelijk wordt overschreden.

Aan de andere kant zou een succesvolle adaptatie aan de omstandigheden tijdens de temperatuurpiek, voor langere tijd positieve gevolgen kunnen hebben, bijvoorbeeld als ze een maatschappij minder kwetsbaar maken voor extreem weer. De tijdelijkheid van een temperatuurpiek moet dan niet als excuus worden gebruikt om gedurende die periode hogere risico’s te accepteren. Terwijl dat een verleidelijk verhaal zou kunnen zijn voor politici: even door de zure appel heen bijten, want over een tijd wordt het vanzelf weer beter.

Overshoot wordt niet benoemd in het Akkoord van Parijs. In dat Akkoord is de doelstelling vastgelegd voor de opwarming in 2100. Er is niet expliciet vastgelegd dat een tijdelijke overschrijding van het einddoel acceptabel is, maar het wordt ook niet uitgesloten. En er zijn ook geen grenzen vastgesteld voor hoe hoog die tijdelijke overschrijding mag zijn, of hoe lang die mag duren. Het ontbreken van dergelijke afspraken zou de komende decennia door politici als excuus gebruikt kunnen worden om de benodigde mitigatie voor zich uit te blijven schuiven. Het zal duidelijk zijn dat dat onwenselijk is.

Gevolgen en risico’s

Naar verwachting zullen onder meer de gemiddelde wereldtemperatuur en hoeveelheid neerslag vrij snel reageren op een afname van de broeikasgasconcentraties, na een piek. Er is geen reden om aan te nemen dat het effect van zo’n afname veel kleiner (of groter) zal zijn dan dat van eenzelfde toename daarvoor. Significante onomkeerbare veranderingen in de temperatuur of neerslag op wereldschaal zijn er dus niet te verwachten als gevolg van een overshoot. Op regionale schaal kan dat anders zijn. Daar kan de route die we volgen naar de anderhalve graad wel degelijk van invloed zijn, vooral omdat circulatiepatronen in de oceaan of de atmosfeer na een verandering mogelijk niet terugkeren naar hun eerdere toestand. Of het gebeurt heel traag. Dat zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn met de thermohaliene circulatie in de Atlantische Oceaan.

Hoeveel en hoe snel de zeespiegel de komende eeuwen en millennia zal stijgen, hangt af van de opwarming op lange termijn. Die stijging zit dus al grotendeels ‘ingebakken’ in de opwarming die al heeft plaatsgevonden. Vanwege de traagheid in oceanen en ijskappen zou je aan kunnen nemen dat een tijdelijke temperatuurpiek hier niet zoveel invloed op heeft, en dat met name de opwarming op lange termijn bepalend is. Maar het zou anders uit kunnen vallen als tijdens die piek een kantelpunt wordt gepasseerd, met onomkeerbare gevolgen voor een deel van een ijskap.

Het risico op het passeren van kantelpunten in bijvoorbeeld ijskappen, berggletsjers, permafrost-gebieden of het Amazonewoud neemt toe, naarmate de anderhalve graad meer en langer wordt overschreden. Een terugkeer naar anderhalve graad in 2100 is dus geen garantie dat er geen kantelpunt wordt gepasseerd. Er is in wetenschappelijke kring bijvoorbeeld aanzienlijke bezorgdheid over de stabiliteit van ijskappen, zelfs als de temperatuur onder de anderhalve graad blijft. Als er kantelpunten worden gepasseerd zijn de ingrijpende gevolgen onomkeerbaar, op een tijdschaal van eeuwen tot millennia.

Andere onomkeerbare gevolgen van een tijdelijke piek van de gemiddelde wereldtemperatuur zijn welhaast een zekerheid. Mensen die overlijden door extreme weersverschijnselen komen niet meer terug. Hetzelfde geldt voor soorten die uitsterven, en cultuurhistorisch erfgoed dat verloren gaat. Als mensen wegtrekken uit gebieden die tijdens de temperatuurpiek steeds minder leefbaar worden, zullen die later niet zomaar weer terugkeren. Sociaaleconomische gevolgen van klimaatrampen (zoals overstromingen of droogteperiodes) kunnen lang aanhouden, zeker in arme regio’s. Ecosystemen die verdwijnen of aangetast worden herstellen zich niet, of heel langzaam.

Conclusie

Het ziet ernaar uit dat een tijdelijke overschrijding van de anderhalve graad de minst slechte optie is die we nog hebben. Om te voldoen aan de doelstellingen van Parijs, maar ook om de gevolgen van klimaatverandering enigszins binnen te perken te houden. Dat ‘minst slecht’ is met name van toepassing op de rijke landen. Die zijn vooralsnog niet van plan om halsoverkop hun uitstoot af te bouwen, én ze hebben de beste mogelijkheden om zich aan te passen aan het veranderende klimaat. De armsten in de wereld zijn het meest kwetsbaar voor klimaatverandering, en zullen dus ook de hardste klappen krijgen tijdens een tijdelijke temperatuurpiek. Onder meer omdat zij grotendeels afhankelijk zijn van lokale landbouw, geen reserves hebben om een moeilijke tijd door te komen, zich geen verzekeringen kunnen veroorloven, of geen veilige schuilplaatsen hebben voor extreem weer; maar ook omdat zij de financiële en andere middelen missen voor noodzakelijke adaptatiemaatregelen.

De nagenoeg onvermijdelijke overshoot brengt het risico met zich mee dat de ongelijkheid in de wereld erdoor wordt vergroot. Tenzij het rijke deel van de wereld zijn verantwoordelijkheid neemt.

35 Reacties op “Mogelijkheden én risico’s van een overshoot-scenario

  1. goffredofabbro

    Hans,

    Het overzichtsartikel waarnaar je verwijst stelt in de Summary Points:

    “PCC’s definition of overshoot means to exceed and decline again to a specified warm-

    ing level within a specified time period; it represents both a failure and a subsequent

    corrective action”

    ‘Corrective action’ is een wel erg speculatief in termen van risico-analyse. De auteurs beseffen dat ook in hun conclusie:

    “A decline in temperature is therefore unlikely to return risks to what they would have been if 1.5°C had never been exceeded: A world that returns to 1.5°C after decades above that level will potentially be a very different world from the one before exceedance.

    At the same time, a decline in global temperature will generally result in lower risks than if

    global warming remains elevated above 1.5°C permanently. However, we find that the current

    scientific literature is not able to provide a clear evidence base of how much lower and how this risk level might differ, depending on the system at risk, regional and contextual differences, and the effectiveness and management of both adaptation and mitigation during the period of overshoot. Mitigation pathways with a return to 1.5°C exist in theory and models, but large knowledge gaps exist with regard to their feasibility, efficacy, and consistency with sustainable development needs. Furthermore, the necessary governance mechanisms and institutional arrangements do not exist and need to be developed in the context of the burden-sharing principles embedded in the Paris Agreement.” [vetgedrukt door mij]

    Mij komt het theoretische overshoot-project niet over als de minst slechte optie maar als wensdenken, fictieve optie. Immers, het artikel sluit af met negen Furure Issues (wetenschappelijk en politiek) die opgelost zouden moeten worden. Een onmogelijke opgave, lijkt me.

    Like

  2. paul0206477

    Ik werd even getriggerd door de woorden ‘succesvolle adaptatie’. Dat spitst zich vooral toe op allerlei maatregelen die de mens kan nemen. Maar dat is natuurlijk maar een klein deel van het verhaal.

    We moeten niet vergeten dat we deel uitmaken van ecosystemen en dat er pas sprake kan zijn van een ‘succesvolle adaptatie’ indien hele ecosystemen zich kunnen aanpassen aan de nieuwe klimaatrealiteit.

    Adaptatie door planten en dieren die in de vrije natuur leven (vrijwel alles dus) gaat van generatie op generatie. Het is feitelijk een stukje evolutie: binnen een groep individuen van een bepaalde soort zullen er altijd verschillen zijn.

    De individuen die het beste blijken te zijn aangepast aan een nieuwe klimaatrealiteit zullen een grotere overlevingskans hebben, en daarmee ook een grotere voortplantingskans.

    Daarentegen zullen individuen die niet goed zijn aangepast aan een nieuwe klimaatrealiteit juist een kleinere overlevingskans en een kleinere voortplantingskans hebben.

    Het gevolg is dat de volgende generatie een andere verhouding heeft: het percentage goed aangepasten zal stijgen, het percentage niet goed aangepasten zal dalen. Dit verschijnsel kan zich iedere generatie voordoen zodat na een aantal generaties een soort zich aangepast kan hebben.

    De crux zit ‘m in die aantal generaties: het kost tijd voordat een soort aangepast KAN zijn. Een van de grootste catastrofale gevolgen van klimaatopwarming is de snelheid waarmee die plaatsvindt. Indien die snelheid groter is dan de snelheid waarmee soorten zich kunnen aanpassen is er slechts één uitkomst: een ecologische extinctiegolf.

    En hoe vernuftig de mens ook is om met technologische innovatie het voor de eigen soort goed te gaan regelen, zullen we kansloos staan wanneer het ecosysteem waarvan we deel uitmaken instort.

    Ik hoop dat hier meer aandacht voor komt, want enkel en alleen mensgerichte ideeën en maatregelen -hoe vernuftig bedacht ook- is te smal gedacht. Dat zal onherroepelijk tekortschieten.

    Like

  3. goffredofabbro

    /paulo206477,

    Goed punt over ‘succesvolle adaptatie’.

    En er is nog dat andere ding: de culturele (dwz technologische/infrastructurele) adaptatie van onszelf aan de gevolgen van globale opwarming. Neem een tijdraam van twee generaties na ons, onze kleinkinderen wereldwijd. Het is terra incognita wat hun ecologische en geopolitieke context zal zijn. Ik zie geen aanwijzing dat de kleinkinderen speelruimte voor aanpassing zullen hebben. De ecologische condities veranderen dermate snel dat wij nu het al niet kunnen bijbenen, laat staan onze kleinkinderen.

    Like

  4. Bij “succesvolle adaptatie” en “culturele (dwz technologische/infrastructurele) adaptatie hoort denk ik nog iets: mentale adaptatie. Niet alleen wetenschap, ook de politiek zal ons een confronterende waarheid moeten vertellen, juist in verkiezingstijd. Of het ook zo werkt? is vermoedelijk slechts een retorische vraag.

    Like

  5. goffredofabbro

    ‘Mentale adaptatie’. TjaJaap, er zijn mensen die zich mentaal aanpassen met doemdenken en er zijn mensen die zich mentaal aanpassen met vertrouwen in goede afloop. Allebei met min of meer beargumenteerde en min of meer discutabele argumenten.

    Beslissend is niet ‘onze’ mentaliteit maar het effect van ons concreet gedrag. De weergoden hebben geen belangstelling voor onze mentaliteit, niet de jouwe en ook niet de mijne. Aan dat feit kunnen ‘we’ ons maar niet aanpassen 😉

    Like

  6. jaaplont

    Goff, je hebt gelijk, en de vraag is misschien wel:

    Volgen copingmechanismen argumenten, of is het andersom: argumenten volgen copingmechanismen? Ik vermoed het laatste, en zo ja, dan is dat nogal een complicatie voor wetenschapscommunicatie.

    Wetenschappelijk verantwoorde argumentatie verliest het van voorafgaand ingenomen copinghoudingen. De politiek (links progressieve langetermijnpolitiek) heeft precies hetzelfde probleem. De Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt verklaard dat in zijn boek Righteous Mind / Het rechtvaardigheidsgevoel.

    Like

  7. Hans Custers

    Jaap. het antwoord op jouw vraag is simpel: het kan allebei.

    Als argumenten copingmechanismen volgen, dan heet dat motivated reasoning, of confirmation bias. Of soms wensdenken.

    En als copingmechanismen de argumenten volgen, dan betekent dat dat je een probleem op een logische manier benadert.

    Dat logica het nogal eens verliest van allerlei vormen van vooringenomenheid is al eindeloos vaak vastgesteld. Je trapt er een open deur mee in.

    Geen enkel mens is in staat om altijd, onder alle omstandigheden, tot een 100% logische conclusie te komen. Maar je hebt de grootste kans om de logica te volgen als je je eigen voorkeuren kent, en als je zorgvuldig rekening houdt met wat je allemaal niet weet en niet kunt weten. Dat vermindert kans aanzienlijk dat je de route neemt naar bevestiging van je eigen mening, in plaats van naar een logische conclusie.

    Like

  8. jaaplont

    Hans, je kunt kijken naar de maatschappelijke trends die op dat gebied gaande zijn, d.w.z. de veranderingen. De copingmechanismen gaan gepaard met veranderingen (lees: verslechteringen ten aanzien van klimaatbeleid) op het gebied van populisme, polarisatie, verrechtsing, vijandigheid t.o.v. wetenschap.

    De route naar een logische conclusie zou juist tegengesteld hieraan zijn: naarmate het klimaatprobleem nijpender wordt, wordt de actiebereidheid groter.

    Like

  9. goffredofabbro

    Hans, Jaap

    vijfendertig jaar geleden ben ik door een stom toeval met mijn partner aan de dood ontsnapt bij een vreselijk verkeersongeluk waaraan we part noch deel hadden behalve als ‘nevenschade’. Het trauma is na een paar jaar verdampt maar sindsdien vermijd ik snelwegen als de pest. Wat hier copingmechanisme is en wat rationele overweging – ik zou het niet weten.

    Het onderscheid copingmechanisme/argumentie is m.i. ‘begging the question’. Mijn water zegt dat belangenbehartiging vooraf gaat aan argumentatie. Ik kan daar een (epistemo)logische redenering aan vastplakken en iemand anders kan mijn redenering wegwuiven als motivated reasoning. Er is niet uit te komen.

    Jaap zegt “naarmate het klimaatprobleem nijpender wordt, wordt de actiebereidheid groter.” Zou kunnen maar je hebt ook zoiets als verstarren, door verwarring niet weten wat re doen. Bovendien: hoe nijpender een probleem des te minder actiemogelijkheid.

    Like

  10. Hans Custers

    Ik ben het met je eens, Goff. Of-of is hier een valse tegenstelling. De realiteit is veel complexer.

    Like

  11. jaaplont

    Goff,  je zegt dat “Jaap zegt “naarmate het klimaatprobleem nijpender wordt, wordt de actiebereidheid groter.” Nee, ik zeg “De route naar een logische conclusie (waar Hans op doelt, en wat gewenst zou zijn) zou juist tegengesteld hieraan zijn (aan verslechteringen ten aanzien van klimaatbeleid door populisme, polarisatie, verrechtsing, vijandigheid t.o.v. wetenschap.) Dat is dus wonderlijk genoeg niet het geval, een grotere actiebereidheid, ondanks jarenlange wetenschappelijk verantwoorde berichtgeving, ondanks de steeds nijpender wordende klimaat- en ecoproblemen.

    Sites als Klimaatveranda spelen een belangrijke rol in deze verwarrende tijd waarin leugens en algoritmes regeren, ( en waarbij daarnaast de democratie afbrokkelt, de persvrijheid steeds verder onder druk komt te staan, populisme, opportunisme en toenemende polarisatie de boventoon voeren). Politici zouden daar tegenwicht aan moeten bieden maar over het algemeen versterken zij die tendensen juist.

    Klimaatveranda stelt daar feiten en rationele argumentatie tegenover. Er zijn echter verschuivende maatschappelijke krachtsverhoudingen gaande, waardoor het erop lijkt dat argumentatiestrategieën het verliezen van reactionaire emotionele copingstrategieën. Dat is ook wat Jonathan Haidt aannemelijk maakt.

    Er zijn wereldwijd sterke sociokrachten aan het toenemen die niet behulpzaam zijn bij effectief klimaatbeleid. Behoren de op wetenschap gebaseerde feiten, logica en argumentatie daartegenover tot de relatief zwakker wordende krachten in de samenleving? Is er sprake van afnemend vertrouwen in zowel politiek als wetenschap?

    Het lijken me op z’n minst relevante vragen, inderdaad geen of-of kwestie maar een kluwen van elkaar beïnvloedende krachten in de verstrengelde natuur- en cultuursferen.

    Like

  12. goffredofabbro

    Het blogstuk hierboven behandelt het concept ‘overshoot’, evenals het blogstuk van november vorig jaar en waarin overshoot-scenario’s als potentieel ontsnappingsluikje voor beleidmakers worden geoormerkt. In datzelfde verband heeft het gerenommeerde Potsdam Institute laten weten dat de COP-formule [streven naar max. 1,5 °C opwarming] door de realiteit is ingehaald: globale >1,5 °C is fysisch onafwendbaar en de gevolgen daarvan komen uiteraard tot uitdrukking in regionale metereologie.

    Ik kan me goed vinden bij David Suzuki [https://www.ipolitics.ca/2025/07/02/its-too-late-david-suzuki-says-the-fight-against-climate-change-is-lost/] Hij accepteert als wetenschapper en activist de toenemende globale opwarming als voldongen feit en onderstreept regionale/lokale aanpassing aan de gevolgen daarvan. Ik vind die beleidmatige schaalverkleining een realistische insteek. Realistischer dan je af te vragen wat je kunt doen aan onafwendbare oploop van de globale temp.

    Like

  13. Hans Custers

    Ik kan me absoluut niet vinden in het accepteren van toenemende opwarming als ‘voldongen feit’. Natuurlijk geldt dat wel voor het (al dan niet tijdelijk) overschrijden van de grens van anderhalve graad. Maar dat betekent niet dat je niet heel hard moet blijven pleiten voor het zo snel mogelijk terugbrengen van de uitstoot. Want elke tiende graad meer betekent ernstigere gevolgen en grotere risico’s.

    En aan de andere kant is aanpassing hoe dan ook nodig. Dat was ook zo geweest als we onder de anderhalve graad waren gebleven. Al waren de noodzakelijke aanpassingen dan waarschijnlijk minder ingrijpend en kostbaar geweest. En vermoedelijk zo hier en daar ook haalbaar, waar dat minder het geval is naarmate het meer en sneller opwarmt.

    Of-of is hier ook een valse tegenstelling. Aanpassen en aanpakken van de oorzaken zijn allebei nodig, en dat is altijd al zo geweest. Al dan niet overschrijden van de anderhalve graad verandert niks aan dat principe.

    Like

  14. goffredofabbro

    Uiteraard blijft reductie van de ghg-uitstoot geboden! maar zoals je zelf al zegt heeft dat op overschrijding van de 1,5 °C-grens geen invloed. Die overschrijding is waar ik op doelde met ‘voldongen feit’. En uiteraard zie ik mitigatie/adaptie niet als beleidsmatige of-of keuze, mocht die indruk zijn ontstaan.

    Het interview met David Suzuki treft m.i. doel vanwege de onderstreping van het lokaal/regionaal karakter van aanpassing. Daar zit ‘m de kneep: metereologische extremen blazen traditionele aanpassing- en copingmechanismen van voedselproducenten op. Het zijn de ervaren extremen die de agenda van mensen bepalen, niet hun kennis van globale opwarming. Een paar illustraties.

    – In de NL delta is van oudsher waterafvoer nr.1 op de agenda van de waterschappen geweest. Anno 2025 gaat het, door razendsnel veranderde metereologie, erom water vast te houden hetgeen een forse omwerking van de hydrotechnische infrastuctuur in de delta vergt. Dat wordt nog wat tussen de wel ingelichte waterschappen en de agrarische sector.

    – In Nepal is een dorp eeuwenlang afhankelijk geweest van de gletcher rivier die hen passeerde. De voedselproductie en het sociale leven waren er seizoengebonden op aangepast. Anno 2025 is er die rivier niet meer. De inwoners zijn vertrokken.

    Like

  15. Lennart van der Linde

    Heren, zou het kunnen dat we onvoldoende zien (of kunnen zien) wat er in de onderstroom gebeurt als reactie op de voortgaande socio-ecologische escalatie in de bovenstroom? Dat is althans wat mensen als Kees Klomp, Jan Rotmans en anderen vermoeden, zoals bv blijkt in dit fragment uit “Ecoliberalisme”, het recente boek van Kees Klomp: Ecoliberalisme, een veranderverhaal — Re-story

    Klomp zegt daarin:

    “De neergang van het dominante maatschappelijke regime en de opkomst van een nieuwe maatschappelijke beweging vinden tegelijkertijd plaats. De maatschappelijke druk bouwt op totdat de boel op een gegeven moment barst en kantelt. De desintegratie van de bovenstroom en de emergentie van de onderstroom vormen dus een en hetzelfde proces. En dat proces is mensenwerk…

    Het begint allemaal met afzonderlijke pioniers, met een paar individuen die beginnen te experimenteren met initiatieven die op geen enkele manier passen in het bestaande systeem. En omdat het bestaande systeem nog volledig lijkt te functioneren, worden deze pioniersinitiatieven vaak als betekenisloos bestempeld en ervaren. In een transitietijd raken deze afzonderlijke initiatieven uiteindelijk met elkaar verbonden, waardoor er netwerken ontstaan: de pioniers raken georganiseerd. Deze netwerken groeien vervolgens uit tot invloedrijke maatschappelijke gemeenschappen. Ze worden geïnstitutionaliseerd en vormen zo een nieuwe cultuur die een serieus alternatief vormt voor de bestaande cultuur. “

    Naarmate de onderstroom in kracht groeit, probeert de bovenstroom steeds krampachtiger z’n dominante positie te behouden, met figuren als Trump, Musk, Netanyahu, Putin, Wilders en Yesilgöz als pionnen. Intussen zien echter steeds meer mensen dat dit achterhoedegevecht niet te winnen is en uiteindelijk iedereen mee de afgrond in dreigt te sleuren. Een groeiend aantal mensen sluit zich aan bij de onderstroom, totdat het systeem begint te kantelen.

    De vraag lijkt me of die sociale kanteling nog een al te desastreuze ecologische kanteling kan voorkomen. Als de ecologische kanteling zo pijnlijk of chaotisch wordt dat mensen zich gedwongen voelen zich alleen nog op hun eigen korte termijn overleving te richten, dan zal de sociale kanteling de andere kant opgaan richting verdergaande desintegratie van de samenleving. Het zou kunnen dat we dat proces nu al gaande zien, maar wellicht blijkt de onderstroom nog sterk genoeg om dat proces te keren.

    Carpenter, Scheffer e.a. 2019 geven m.i. een mooie wetenschappelijk onderbouwde interpretatie van deze interactie tussen boven- en onderstroom, zonder overigens exact die begrippen te gebruiken, dacht ik: Ecology and Society: Dancing on the volcano: social exploration in times of discontent

    Deze interpretatie biedt een bepaald handelingsperspectief aan elk individu en collectief, bewust of onbewust: probeer je de bovenstroom zo lang mogelijk dominant te houden, of probeer je de onderstroom zo snel mogelijk dominante te laten worden? Op langere termijn is de bovenstroom gedoemd ten onder te gaan. De vraag is of de onderstroom nog aan dat lot weet te ontsnappen.

    Like

  16. jaaplont

    Hans, je zegt: “Maar dat betekent niet dat je niet heel hard moet blijven pleiten voor het zo snel mogelijk terugbrengen van de uitstoot.”

    De vraag lijkt me relevant hoe dat pleiten zich verhoudt tot wat ik meen waar te nemen: “Er zijn wereldwijd sterke sociokrachten aan het toenemen die niet behulpzaam zijn bij effectief klimaatbeleid.” Pleiten zou concrete actie teweeg moeten brengen. Het verslag van CarbonBrief over de COP-tussentop in Bonn biedt mij geen optimistische kijk op de zaak.

    Lennart, jij ziet (in mijn woorden) een toenemende positieve onderstroomkracht tegenover de krampachtigheid van de bovenstroom. Ik zie daar geen tekenen van in de echte werkelijkheid. Ik meen een toenemende polarisatie, reactionaire maladaptieve copingmechanismen, populisme, opportunisme en ontoereikende politiek te zien.

    Zijn we misschien allemaal met elkaar in aan elkaar tegengestelde krampen verzeild geraakt? Is dat misschien toch ook wel logisch door bereikte planetaire grenzen, en toenemende overshootshit daarvan? Ik zie niet in hoe die toenemende spanningsopbouw in de verstrengeld geraakte natuur- en cultuursferen, met zijn negatieve weerslag op menselijke probleemoplossing, nog tot positieve social-tipping-points zou kunnen leiden. De trend is toch precies de andere kant op?

    Ik kan me voor een deel vinden in je uitspraak: “Op langere termijn is de bovenstroom gedoemd ten onder te gaan. De vraag is of de onderstroom nog aan dat lot weet te ontsnappen.” Dit roept de vraag op: uiteindelijk zal realisatie van afdoende transities toch – eventueel via de onderstroom als aanjager – in de bovenstroom moeten plaatsvinden?

    Like

  17. Lennart van der Linde

    Jaap, als je de groei van de onderstroom over de afgelopen decennia niet ziet, dan is volgens mij de vraag of je wel goed kijkt. Er is sinds kort zelfs een website die de onderstroom zichtbaar probeert te maken: De Onderstroom Dit is een initiatief van o.a. Jan Rotmans, die daarover eerder dit jaar op LinkedIn schreef: (1) Post | LinkedIn Uiteindelijk zal die onderstroom de nieuwe bovenstroom worden, of met de huidige bovenstroom mee ten onder gaan, want de huidige bovenstroom geeft zich niet zonder slag of stoot gewonnen, zoals blijkt uit de huidige polarisatie.

    Like

  18. goffredofabbro

    ik zie weinig nut in het begrippenpaar onder- en bovenstroom. Het is misleidende metaforiek, alsof het hydrologische krachten betreft. De realiteit is ingewikkelder.

    “…probeer je de bovenstroom zo lang mogelijk dominant te houden, of probeer je de onderstroom zo snel mogelijk dominante te laten worden?” zegt Lennart.

    Grassroots start-ups (technologie, voedselproductie, podiumkunsten, research) houden zich met die vraag niet bezig. Je doet iets omdat je er goed in bent, of dat je niks anders weet/kunt, of dat het interessant/leuk is.

    Ik krijg kriebels als ik op Jan Rotmans’ website lees “de initiatieven in de onderstroom zijn overal — maar vaak versnipperd. Wat ontbreekt, is een gedeeld verhaal. Een plek waar alles samenkomt. Daarom is er nu De Onderstroom.”

    God behoede voor nastreven van gedeelde verhalen. De essentie van bottem-up grassroots is nu net het hoogsteigen verhaaltje; dat de wereld daar beter van zou worden is rationalisatie en pretentie in één.

    Kortom, hoe meer grassrooted start-ups des te beter maar wat mij betreft graag zonder pretenties en rationalisatie van een betere wereld en zonder een gecentraliseerde plek.

    Like

  19. Lennart van der Linde

    Goff, gedeelde verhalen zijn waarschijnlijk wel degelijk zinvol om deze bottom-up beweging van bewegingen in kracht te kunnen laten groeien. Dat hoeft niet tot centralisatie te laten, zolang al die bewegingen zichzelf voldoende democratisch organiseren. Dit wordt nader onderbouwd door bv Wilson et al 2023, die daarbij verwijzen naar een aantal belangrijke ontwerpprincipes voor effectieve samenwerking, gebaseerd op het werk van m.n. Elinor Ostrom: Multilevel cultural evolution: From new theory to practical applications | PNAS (samengevat in figuur 1).

    Like

  20. goffredofabbro

    “Gedeelde verhalen zijn waarschijnlijk wel degelijk zinvol om deze bottom-up beweging van bewegingen in kracht te kunnen laten groeien.”

    Lennart, tja opnieuw de ‘krachten’ metaforiek. Het echte bottem-up werk wordt gedaan in rechtzaken aangespannen door burgers en waarin beroep wordt gedaan op vigerende wetgeving. Wat hier onderstroom en bovenstroom is – ik zou het niet weten.

    Like

  21. Lennart van der Linde

    Goff, die vigerende wetgeving is vaak onder langdurige druk van onderop tot stand gekomen en die bottom-up rechtszaken zijn onderdeel van de onderstroom. Zo werd de Urgenda-zaak destijds zelfs door een deel van de toenmalige klimaatbeweging als kansloos of nutteloos gezien, maar dat bleek toch minder het geval dan zij dachten.

    De gemeente Den Haag heeft door intensieve druk van onderop inmiddels een verbod op fossiele reclame ingevoerd dat door de reisbranche juridisch tevergeefs is aangevochten, dus daar begint de onderstroom bovenstroom te worden. Nog een paar jaar (decennia/eeuwen) en er is een mondiaal verbod op fossiele (of alle) reclame…

    Like

  22. Hans Custers

    Jaap,

    Je zegt:

    De vraag lijkt me relevant hoe dat pleiten zich verhoudt tot wat ik meen waar te nemen: “Er zijn wereldwijd sterke sociokrachten aan het toenemen die niet behulpzaam zijn bij effectief klimaatbeleid.” Pleiten zou concrete actie teweeg moeten brengen. Het verslag van CarbonBrief over de COP-tussentop in Bonn biedt mij geen optimistische kijk op de zaak.

    Ik begrijp niet wat je punt is. Als je waarneemt dat er iets niet gebeurt is dat toch geen reden om je daar maar bij neer te leggen? We zijn toch niet alleen maar passieve waarnemers? Ik zie niet in waarom ik niet zou blijven pleiten voor wat in mijn ogen noodzakelijk is. Juist omdat dat niet of onvoldoende gebeurt.

    Je reactie doet me denken aan wat ik vaak zie in online discussies. Mensen die zich de rol aanmeten van waarnemer of duider, en daarbij lijken te vergeten dat we allemaal eerst en vooral participant zijn in de maatschappij. Die laatste rol lijkt me nog steeds het belangrijkst.

    Like

  23. goffredofabbro

    “Vigerende wetgeving is vaak onder langdurige druk van onderop tot stand gekomen …”

    In 1992 (dertig jaar geleden) is in Rio de Janeiro het VN Klimaatverdrag in elkaar getimmerd en daar is geen grassroots druk van ‘onderop’ aan te pas gekomen. De experts in de (petro- en chemische)industrie hadden goed in de gaten wat de gevaren&risico’s waren. En uiteraard de experts van grote investeerders (zoals Black Rock, opgericht in 1988 als financiele risico-manager) en niet te vergeten de experts bij centrale banken die ook op de hoogte waren. Al die kennis & info is met vertraging doorgesijpeld naar ‘beneden’, niet andersom.

    Het Haagse verbod op fossiele reclame is een lachertje. Mensen zien geen reclame terwijl ze massal met hun iPhone in de aanslag door de stad lopen en rijiden.

    Like

  24. Hans Custers

    Goff,

    Je gaat te kort door de bocht. Kennis over klimaat (en andere milieuproblemen) komt in eerste instantie uit de wetenschap. Wetenschappers rapporteren aan de politiek en aan de samenleving als geheel. Natuurlijk wordt die kennis opgepakt door belanghebbenden in de industrie, maar ook door politici die andere belangen prioriteit geven, en door actiegroepen en maatschappelijke organisaties.

    Het Verdrag van Rio is niet tot stand gekomen op initiatief van de industrie en investeerders. Je kunt eerder zeggen dat zij ervoor hebben gezorgd dat er pas in 1992 zo’n verdrag was. Terwijl het onderwerp door de wetenschap al veel eerder onder de aandacht was gebracht. In 1971 bijvoorbeeld, door de Study of Men’s Impact on Climate. En in 1979, door het Charney-rapport en de WMO klimaatconferentie in Genève.

    De druk op de politiek om tot maatregelen en internationale afspraken te komen kwam wel degelijk (op zijn minst voor een groot deel) van onderop. Onder meer vanuit de academische wereld, waar men zich zorgen maakte over de opwarming. Vanuit de academische wereld kwam het terecht bij onder meer milieuorganisaties en politieke partijen. Het IPCC is in 1988 opgericht op initiatief van de VS en enkele oliestaten, om wat controle te houden op hoe de wetenschap rapporteerde. (Omdat betrokken wetenschappers en andere landen hun poot stijf hielden is de mogelijkheid van de politiek om controle uit te oefenen wel heel beperkt gebleven.)

    Ik denk dat we zonder druk van onderop nog steeds zouden zitten wachten op een eerste internationaal klimaatverdrag.

    Like

  25. Lennart van der Linde

    Goff, je schreef eerder: “Het echte bottem-up werk wordt gedaan in rechtzaken aangespannen door burgers en waarin beroep wordt gedaan op vigerende wetgeving.” De Urgenda-zaak is hiervan het meest prominente voorbeeld, grotendeels gebaseerd op het Bali-akkoord uit 2007, waarin de ondergrens van 25% CO2-reductie voor rijke landen werd genoemd, die vervolgens door druk van onderop door de Nederlandse overheid op papier werd overgenomen, maar niet in beleid werd omgezet. Dat vond de rechter vervolgens verzaking van de zorgplicht. Over de weg in de jaren ’80 naar het klimaatverdrag van 1992 schreef Nathaniel Rich een uitgebreid stuk waarin m.n. het activisme van Rafe Pomerance (Friends of the Earth en World Resources Institute) en Jim Hansen voor emissiereductie opvalt, evenals de fossiele lobby om die reductie zo lang mogelijk uit te stellen, met als gevolg dat het verdrag van 1992 geen reductiedoel kent. Dat doel kwam pas bij het Kyoto Protocol, door druk van onderop en tegen de fossiele lobby in. Die lobby zorgde er echter wel voor dat het doel extreem zwak was en dat de VS (senaat) het protocol niet zou uitvoeren. Mocht je het (lange) stuk van Rich willen nalezen (of zijn boek): Losing Earth: The Decade We Almost Stopped Climate Change – The New York Times

    Like

  26. Hans, pleiten is niet verkeerd en tegelijk zullen we een beeld moeten hebben van de (verschuivende) krachtsverhoudingen en wat we daar al dan niet tegenover kunnen stellen.

    “Dat we allemaal eerst en vooral participant zijn in de maatschappij. Die laatste rol lijkt me nog steeds het belangrijkst.” Is onze participatie en rol niet precies datgene wat we concreet aan het doen zijn? Waardoor de ontwikkelingen gaan zoals ze gaan in een hardnekkige richting, als een saldo van positieve en negatieve krachten?

    Pleiten kan onder die rol vallen en we zullen een realistisch besef moeten hebben van de kracht van pleiten, oproepen tot, manifesten, demonstraties, soep- en lijmacties, burgerberaden, etcetera. We zouden zelfs kunnen zeggen: dit alles kan juist ook duiden op zwakte vanwege gebrek aan concrete actie.

    De vraag lijkt mij relevant hoe we de inmiddels grootste geofysische kracht (zoals dat nu genoemd en algemeen erkend wordt) nog concreet en praktisch bijsturen. Zoals het nu gaat bij onze participatie en rol wordt die kracht alleen maar groter. De overshoot neemt toe waardoor oplossingen verder uit beeld raken.

    Tegen welke krachten pleiten we dan eigenlijk en welke concrete actie zetten we in? Hoeveel kracht en macht heeft dat pleiten?

    Concrete gezamenlijke actie in internationaal verband valt af te lezen aan bijvoorbeeld berichtgeving over COP-bijeenkomsten. Inclusief pleiten. Daar komt een meer of minder optimistisch beeld uit.

    Like

  27. “Druk van onderop, onderstroom – bovenstroom”

    Ook als de druk van onderop toeneemt, en ook als onze kennis toeneemt door klimaatwetenschap, wil dat nog niet zeggen dat we de goede kant op gaan. Dat wijzen de laatste decennia uit.

    Dan hebben we het niet alleen over de verslechteringen in de natuursferen maar ook in de cultuursferen. Het lijkt mij wel logisch dat we in politiek-bestuurlijk-uitvoerend opzicht vastlopen doordat de planetaire ecologische grenzen toenemend worden overschreden.

    De term “bovenstroom” suggereert iets, maar als het macht zou suggereren, dan lijkt me dat niet het geval.

    Like

  28. Lennart van der Linde

    Jaap, we gaan niet de goede kant op, maar als de onderstroom in kracht toeneemt, dan valt de schade misschien nog enigszins te beperken. De manier waarop boven- en onderstroom tot dusver gebruikt worden suggereert dat de bovenstroom dominant is en de onderstroom niet, maar op den duur kan de onderstroom wellicht bovenstroom worden. Daarvoor is naast pleiten vooral ook organiseren nodig, zoals dat in het verleden bij elke maatschappelijke verandering het geval is geweest, van bv afschaffing slavernij tot invoering kiesrecht tot verbod op roken in publieke ruimtes en tabaksreclame. De vraag is in hoeverre en op welke manier die maatschappelijke verandering in dit geval vorm zal/kan krijgen.

    Like

  29. goffredofabbro

    Jaap, Lennart

    Kennis over klimaat komt uit de wetenschap en dat is bepaald niet ‘van onderop’. Met name de goedbetaalde wetenschappers van big oil calculeerden reeds midden jaren ’50 vorige eeuw nauwkeurig wat er met ghg aan de hand is. Dat het hun werkgevers en de wetgevende macht niet goed uitkwam is een bekende geschiedenis.

    Ik herhaal wat ik hierboven al stelde: het begrippenpaar onder/boven-stroom is m.i. suggestieve en verneukeratieve metaforiek. Jullie maken er royaal gebruik van. Test case: provincies, gemeenten, waterschappen en LTO hebben gezamenlijk (!) het initiatief genomen om vandaag (!) de overheid aan te sporen vaart te maken met het stikstofdossier dat in de NL-delta zwaar op de maag ligt. Zeg het maar, wat is hier onder- en wat bovenstroom.

    Like

  30. Lennart van der Linde

    Goff, wetenschap zou ik ook niet per definitie van onderop noemen, maar activistische wetenschappers zoals Jim Hansen die tegen gevestigde belangen in opkomen voor die wetenschap en de implicaties daarvan, dat kan ik best als bottom-up zien. En die implicaties politiek agenderen tegen gevestigde belangen en sabotage in, zoals ngo’s en sociale bewegingen al decennia doen, lijkt me zeker bottom-up. Je ziet nu dat Trump cs die wetenschap van bovenaf proberen af te breken. Dat jij er allemaal niet zoveel mee kan, vind ik lastig te begrijpen, maar het zij zo. Ik denk dat een groot deel van de mensen prima begrijpt wat er met boven- en onderstroom bedoeld wordt. Het zou kunnen dat jij het nu eenmaal leuk vindt een beetje contrair te zijn. Je goed recht, maar ik kan me een productievere besteding van tijd voorstellen.

    Like

  31. Hans Custers

    Goff,

    Je vervalst de wetenschapsgeschiedenis. De kennis over de menselijke invloed op het klimaat komt absoluut niet van ‘met name’ wetenschappers van big oil. En nauwkeurige berekeningen waren er in de jaren ’50 nog helemaal niet. De berekeningen die in de loop van de jaren ’50 het onderwerp weer onder de aandacht brachten werden uitgevoerd door Gilbert Plass, die er een sabattical voor had genomen. Big oil had er niks mee te maken.

    Eerdere (ruwe) berekeningen kwamen van voor de Tweede Wereldoorlog:
    – Arrhenius (1895), uitgevoerd naast zijn ‘normale’ wetenschappelijke werk;
    – Edward Olson Hulburt (1931), gepubliceerd ‘met permissie van’ zijn werkgever, het Amerikaanse Naval Research Laboratory;
    – Guy Stewart Callendar (1938), uitgevoerd in zijn vrije tijd, naast zijn werk als stoomingenieur.

    Pas in de loop van de jaren ’60 werden de berekeningen verder verfijnd. En het inzicht van de menselijke invloed was ook toen nog meer bijvangst dan het werkelijke doel van het onderzoek. Natuurlijk werden die ontwikkelingen wel gevolgd door de fossiele industrie. Maar er zijn geen aanwijzingen dat die fossiele industrie ooit beter op de hoogte was dan de wetenschappelijke wereld.

    Overigens klopt het natuurlijk wel dat er geen strakke scheiding is tussen boven- en onderstroom. Ik heb ook niet het idee dat Lennart het zo bedoelde. Ik bedoelde het zeker niet zo. Er zijn allerlei interacties tussen boven- en onderstroom en lagen daar tussenin. Maar dat neemt niet weg dat een onderstroom wel degelijk invloed uit kan oefenen. De invloed van bewegingen die opkomen of groeien vanuit de onderstroom kan zelfs beslissend zijn.

    Like

  32. goffredofabbro

    Hans,

    ik baseer mijn opmerkingen https://www.theguardian.com/us-news/2024/nov/12/big-oil-fossil-fuel-warning.

    “Overigens klopt het natuurlijk wel dat er geen strakke scheiding is tussen boven- en onderstroom.” Dat dankt je de koekoek want dat begrippenpaar is een slag in de lucht. Gewoon niet doen, zou ik zeggen, want niemand weet wat onder of boven is.

    Lennart,

    een wel erg flauwe reactie over mijn vermeende intentie dat ik het contraire ventje zou uithangen. Het zij je vergeven. Maar daarmee geef je geen antwoord op de test case die ik je voorlegde en waar je omheen fietst. Daarom draai ik de duimschroef speciaal voor jou nog twee slagen door: 1) zie jij jezelf als onder- of bovenstromer? En 2) is Klimaatveranda voor jou onder- of bovenstroom. Zeg het maar.

    Like

  33. Hans Custers

    Goff,

    In dat artikel (en bij mijn weten ook in het rapport waar het over gaat) staat één opmerking over het klimaat uit 1954:

    “a changing concentration of CO2 in the atmosphere with reference to climate” may “ultimately prove of considerable significance to civilization”

    En dat is inderdaad wat er ook over in nieuwsmedia was verschenen, naar aanleiding van een publicatie van Gilbert Plass. Nog voordat hij zijn uitgebreidere berekeningen had gedaan.

    Iets heel anders dus dan wat jij beweerde: “de goedbetaalde wetenschappers van big oil calculeerden reeds midden jaren ’50 vorige eeuw nauwkeurig wat er met ghg aan de hand is.” Ze calculeerden helemaal niks, maar reageerden op berichten uit de media dat er mogelijk een toekomstig probleem aan zat te komen. En die mediaberichten waren gebaseerd op het initiatief van een individuele wetenschapper, die voortborduurde op eerdere individuele initiatieven, vooral van Callendar en Arrhenius (want dat artikel van Hulburt was onopgemerkt gebleven).

    Like

  34. Lennart van der Linde

    Goff, ik vind dat je reacties er niet van getuigen dat ze gebaseerd zijn op inhoud, maar meer op een neiging of behoefte om steeds een contrair standpunt in te nemen en daar dan zo lang mogelijk aan vast te houden, zonder te erkennen dat je er nogal naast lijkt te zitten. Maar goed, dat is mijn mening.

    Wat die duimschroef betreft: ik heb een goede opleiding gehad, grotendeels gebaseerd op de bovenstroom, maar kwam daar ook in aanraking met de onderstroom en voelde me daar meer bij thuis. Zo besloot ik in 1992 om van het CDJA (Jong CDA) over te stappen naar GroenLinks, onder meer obv een lezing van Roefi Hueting in de bibliotheek van Rotterdam over grenzen aan de groei, georganiseerd door een student filosofie aan de Erasmus Universiteit. CDA-voorzitter Wim van Velzen en Ruud Lubbers probeerden me op een CDA-bijeenkomst van de Rotterdamse afdeling nog te overtuigen dat Hueting het bij het verkeerde eind had, maar lezing van Voorbij de Grenzen uit 1992 van Dennis Meadows cs vond ik toch overtuigender.

    Hans zegt terecht dat de grens tussen boven- en onderstroom niet zo scherp te trekken is, maar het grove onderscheid vind ik wel nuttig en is door veel mensen wel te volgen, net zoals de klimaatwetenschap door veel mensen wel te volgen is, behalve door pseudo-sceptici. Als jij het onderscheid tussen boven- en onderstroom niet duidelijk genoeg vindt, is dat misschien ook een uiting van pseudo-scepsis, of je zou duidelijk moeten maken waarom de manier waarop mensen als Rotmans en Klomp die begrippen gebruiken echt geen hout snijdt. Daar heb je echter wat mij betreft nog geen begin mee gemaakt.

    Klimaatveranda functioneert m.i. op de grens van boven- en onderstroom: het begon met verdediging van de IPCC-kennis, die aangevallen werd door de door fossiele krachten aangewakkerde pseudo-scepsis van de jaren ’90 en ’00. Toen die pseudo-scepsis eenmaal redelijk ontmaskerd was, rond 2010, begon het IPCC-verhaal steeds dominanter te worden, wat in 2015 uitmondde in het Parijs-akkoord. De fossiele gevestigde belangen zaten ondertussen ook niet stil en voedden hun eigen onderstroom die met de herverkiezing van Trump voorlopig (en wie weet definitief) weer de boventoon voert. Dus boven- en onderstromen kunnen elkaar afwisselen, zoals ook het eerder in deze draad gelinkte artikel van Carpenter, Scheffer e.a. al liet zien. De fossiele industrie verspreidt op meer en minder subtiele manieren nog altijd veel desinformatie, dus in dat opzicht is Klimaatveranda m.i. nog altijd vooral deel van de onderstroom die boven probeert te komen. Zoals Rotmans zegt: het zijn chaotische tijden, deze tijden van verandering van tijdperk.

    Like

  35. goffredofabbro

    Hans,

    dank voor de correctie.

    Lennart,

    waarom ik het begrippenpaar onder/bovenstroom nutteloos vind heb ik hierboven al toegelicht maar laat je niet weerhouden het met Rotmans en Klomp te blijven gebruiken. Mij zul je er niet meer over horen.

    Like

Plaats een reactie