De correlatie van temperatuur en sterftekans

In 2015 – zo lang geleden alweer – schreef ik een blogje naar aanleiding van een onderzoek dat voor allerlei plekken in de wereld het verband tussen temperatuur en sterftekans in beeld bracht. Het resultaat was opmerkelijk. Vrijwel overal in de wereld is de sterfte het laagst bij een zogenaamde optimale temperatuur, die iets boven het jaargemiddelde ligt. De overlijdenskans wordt groter naarmate de temperatuur meer afwijkt van die optimale waarde. Het patroon is nagenoeg overal hetzelfde, maar de optimale temperatuur is heel verschillend, afhankelijk van het lokale klimaat. In koude gebieden ligt die een stuk lager dan in warme klimaatzones. De afbeelding hieronder geeft het patroon schematisch weer.

Schematische weergave van het verband tussen overlijdenskans en temperatuur. Bron: Hannah Ritchie / Our World in Data

Bij extremen aan de koude en warme kant is de sterftekans flink hoger, maar die extremen komen niet vaak voor. De meeste mensen overlijden dus bij een meer ‘normale temperatuur’. Die ligt wat vaker onder dan boven de optimale temperatuur, want de optimale temperatuur is wat hoger dan het gemiddelde (of eigenlijk: de mediaan). Logisch dus dat de meeste sterfgevallen optreden bij een relatief koele temperatuur. Het resultaat van de studie uit 2015 is sindsdien bevestigd door andere onderzoeken, vooral van het internationale samenwerkingsverband MCC Collaborative Research Network.

De vraag is hoe je deze resultaten moet interpreteren. Het is statistisch, epidemiologisch onderzoek, dat een correlatie aantoont, maar daarmee nog niet direct iets zegt over een oorzakelijk verband. En daar gaat het nogal eens mis. Bij pseudosceptici natuurlijk, maar daar niet alleen. De afgelopen tijd waren bijvoorbeeld ook Hannah Ritchie op Our World in Data en Jesse Frederik op De Correspondent wat slordig, ook al benoemden ze verschillende belangrijke nuances wel. En ook de onderzoekers zelf gaan wel eens kort door de bocht. Hieronder ga ik in op enkele slordige interpretaties. Moraal van het verhaal: pas op met het trekken van stellige conclusies op basis van statistische verbanden alleen.

Bij of door?

De onderzoeken laten duidelijk zien dat er relatief veel mensen overlijden bij koelere temperaturen. ‘Milde kou’, heet dat dan meestal. Maar is die milde kou dan ook de oorzaak van alle oversterfte? Dat staat nog lang niet vast. Er zal vaak sprake zijn van een seizoensinvloed, waarin temperatuur maar een van de factoren is die meespelen.

Ik zou zelfs zeggen dat deze onderzoeken aantonen dat de temperatuur niet simpelweg aangewezen kan worden als enige oorzaak. Wat in een subtropisch gebied milde kou is, met veel sterfgevallen, kan in een kouder klimaat zomaar de optimale temperatuur zijn. En de optimale temperatuur in een warmere streek kan voor ons al behoorlijk zweterig aanvoelen.

Blijkbaar is er niet een duidelijke fysiologisch optimale temperatuur te vinden voor mensen. Als deze onderzoeken iets zeggen over onze fysiologie, dan is dat dat we in zekere mate kunnen acclimatiseren. Dat ervaren we zelf ook, bijvoorbeeld door seizoensverschillen. Na een koude winter voelt een lentedag met een zonnetje en een temperatuur van 15°C heel aangenaam, maar diezelfde omstandigheden na de zomer vinden we behoorlijk fris. Nog belangrijker zijn andere manieren om ons aan te passen aan het klimaat: door kleding, gedrag, of inrichting van de omgeving. Vooral daardoor hebben mensen zich vrijwel overal in de wereld weten te vestigen. De aanpassing aan het klimaat ging blijkbaar zo goed, dat de correlatie tussen afwijking van de lokale gemiddelde temperatuur en sterfte nagenoeg overal vergelijkbaar is. Ongeacht of het klimaat koud of warm is.

Beperkte geografische dekking

Locaties die zijn meegenomen in Zhao et al. 2021.

Bovenstaand kaartje geeft een overzicht van de locaties waarvoor gegevens beschikbaar waren die zijn gebruikt in een onderzoek uit 2021. Het is goed te zien dat er heel uiteenlopende klimaattypen worden meegenomen, maar aan de andere kant is ook duidelijk dat er grote gebieden buiten beschouwing blijven. Gebieden die in werkelijkheid nog een stuk groter zijn dan op de kaart, door de mercatorprojectie. Er ontbreken gebieden die bekendstaan om hun extreme kou (zoals Siberië) of hitte (zoals India). Verder lijken vooral kustgebieden sterk vertegenwoordigd, en komen de data vooral uit stedelijke gebieden. Het is allemaal best te begrijpen, omdat dat de plekken zullen zijn waarvan gegevens beschikbaar zijn. Maar of je hiermee echt een representatief beeld krijgt voor de hele wereld is de vraag. De gebieden die buiten beschouwing blijven zijn grotendeels juist gebieden met een bevolking die kwetsbaar kan zijn voor extremen. En die kwetsbare mensen vormen samen een aanzienlijk deel van de wereldbevolking.

Wat zegt dit over het effect van klimaatverandering?

Als we ons aan kunnen passen aan het klimaat, dan kan dat natuurlijk ook als het klimaat verandert. Op zich is dat geen controversiële stelling. Je zou dus mogen verwachten dat de optimale temperatuur op veel locaties meebeweegt met de opwarming van het klimaat. Wat dan weer zou bevestigen dat de temperatuur zelf niet de allesbepalende factor is voor oversterfte bij milde kou of warmte. Maar we weten niet of dat werkelijk gebeurt, en of er misschien een vertraging zit tussen klimaatverandering en verandering van de optimale temperatuur. Het zal ook niet zomaar vast te stellen zijn. Misschien zijn er zo hier en daar wel gegevens te vinden van, zeg, 50 jaar geleden. Maar er is in die tijd natuurlijk veel meer veranderd dan de temperatuur alleen. En het zal niet meevallen om de invloed van al die andere veranderingen weg te filteren uit de cijfers.

Het spreekt voor zich dat er grenzen zijn aan de temperatuur waarbij een mens kan overleven, of een samenleving kan functioneren. Hitte was bijvoorbeeld een belangrijke oorzaak van het grote aantal sterfgevallen onder arbeiders bij de bouw van de stadions voor het WK voetbal in Qatar. En dus zal de optimale temperatuur ook grenzen hebben. Die hoeft dan nog steeds niet overal hetzelfde te zijn. Andere omstandigheden kunnen altijd meespelen. Luchtvochtigheid is bijvoorbeeld ook van belang voor de overleefbaarheid bij hitte. Waar de grenzen voor de optimale temperatuur liggen blijkt vooralsnog niet uit de uitgevoerde onderzoeken.

Samengevat: de gevonden correlaties zijn niet zomaar te vertalen naar een warmer klimaat. Alle pogingen om dat wel te doen moeten dus met de nodige scepsis worden bezien. Laat staan dat je op basis van dit onderzoek iets zou kunnen zeggen over het effect van klimaatverandering op de levensverwachting.

Een statistisch model

In het eerder genoemde onderzoek uit 2021 worden de beschikbare gegevens via een statistisch model geëxtrapoleerd naar de rest van de wereld. De resultaten zijn zo hier en daar opmerkelijk. Volgens het model is het risico op overlijden door hitte hoog aan de oostkust van Groenland en in het uiterste noorden van Noorwegen, terwijl in tropisch Afrika kou juist veel risico oplevert. Dat lijkt me voldoende reden om je nog eens achter de oren te krabben over dat model. Let wel, het gaat hier over wat in die specifieke regio’s als hitte of kou geldt, ofwel de afwijkingen van de optimale temperatuur ter plaatse. Wie weet is het verklaarbaar, als je dieper graaft naar onderliggende mechanismes. Maar het zou ook kunnen dat de gevonden correlaties niet zomaar te extrapoleren zijn naar andere gebieden, zelfs als je rekening houdt met factoren als leeftijdsopbouw en BBP.  (Dat een grondige onzekerheidsanalyse ontbreekt in nota bene een statistisch onderzoek draagt ook bij aan de scepsis van deze onverbeterlijke bèta. En dat ze percentages tot op twee cijfers achter de komma geven helpt ook niet.)

Een nieuw onderzoek gebruikt een vergelijkbaar model voor een projectie van toekomstige sterfte in Europa door hitte en kou, rekening houdend met onder meer vergrijzing en klimaatverandering. Op de schaal van enkel continent verschillen sommige omstandigheden natuurlijk minder dan wereldwijd, wat de onzekerheid wat kleiner zal maken. Maar aan de andere kant introduceert de extrapolatie naar de toekomst ongetwijfeld nieuwe onzekerheden. Toch is het resultaat wel het vermelden waard. Het onderzoek verwacht geen grote verandering in het aantal overlijdens bij kou. Enerzijds wordt een groter deel van de bevolking kwetsbaar door vergrijzing, maar dat wordt zo’n beetje gecompenseerd door de stijging van de temperatuur. Die opwarming leidt wel tot meer sterfte bij hitte, vooral in Zuid-Europa. Het lijkt me best plausibel. Al zal het allemaal sterk afhangen van hoe stabiel of juist veranderlijk de correlaties tussen temperatuur en sterfte zijn.

De conclusie

Dit verhaal zou de indruk kunnen wekken dat ik het epidemiologische onderzoek naar het verband tussen overlijden en temperatuur helemaal zinloos vind. Dat is niet zo. Alleen zit het belang hem niet zozeer in antwoorden die dit onderzoek zou geven. Die zijn er nog niet zo veel. Het zit ‘m in de vragen die het oproept. Waarom is de optimale temperatuur vrijwel overal wat hoger dan de mediaan? Hoe kan het dat die temperatuur op de ene plek meer dan 10°C hoger is dan op een andere plaats? Wie weet leiden dergelijke vragen tot meer onderzoek en uiteindelijk tot belangrijke inzichten. Die hopelijk wat verder gaan dan de constatering dat airconditioning helpt om overlijdens door hitte te beperken. Of, in bredere zin, dat welvarende mensen zich beter kunnen beschermen tegen extreme temperaturen. Want ik denk niet dat we die open deuren alleen dankzij dit onderzoek in kunnen trappen.

Om ons wereldwijd aan te kunnen passen aan de opwarming, zijn diepere inzichten nodig. Begrip van de mechanismes die de waarnemingen van het epidemiologische onderzoek kunnen verklaren. Een deterministische benadering, als aanvulling op de probabilistische statistiek, met andere woorden. Hopelijk raken wetenschappers geïnspireerd om daarnaar op zoek te gaan.

30 Reacties op “De correlatie van temperatuur en sterftekans

  1. goffredofabbro

    Hans,

    ik vind dit boeiend om twee redenen:

    – het verschil dat je stipuleert tussen statistische correlatie en deterministische interpretatie. Als ik het goed begrijp gaat het kort gezegd om moeizame c.q. onmogelijke attributie van demografische sterftecijfers binnen de context van de geconstateerde globale opwarming.

    – je stuk eindigt met “Om ons wereldwijd aan te kunnen passen aan de opwarming, zijn diepere inzichten nodig. Begrip van de mechanismes die de waarnemingen van het epidemiologische onderzoek kunnen verklaren. Een deterministische benadering, als aanvulling op de probabilistische statistiek, met andere woorden. Hopelijk raken wetenschappers geïnspireerd om daarnaar op zoek te gaan.”

    Ik betwijfel of dergelijke deterministische aanvulling zoden aan de attributie-dijk zet. Het is m.i. qua hoeveelheid van demografische factoren al te gecompliceerd en bovendien experimenteel onmogelijk te herhalen. Wat mij betreft laten wetenschappers dat potentiele onderzoek-traject voor wat het is. Bovendien: niet alles hoeft tot achter de komma begrepen te worden om wat vòòr de komma evident is.

    Like

  2. Hans Custers

    Goff,

    Ik zou zeggen dat de attributie moeizaam is in de context van de uiteenlopende klimaattypen waarin mensen leven. Dat maakt een extrapolatie van correlaties uit het heden naar het warmere toekomstige klimaat heel onzeker.

    Tegen je tweede punt heb ik niet zoveel in te brengen. Behalve dan misschien dat de bedoeling van wetenschap nou eenmaal is om inzicht te krijgen in ingewikkelde kwesties. Deze onderzoeken laten zien dat de optimale temperatuur met de klimaatzones mee verandert over het aardoppervlak. Meer inzicht in hoe dat werkt, zou kunnen helpen om die optimale temperatuur mee te laten veranderen met de opwarming.

    Like

  3. Hans, intrigerend stuk.

    > Waarom is de optimale temperatuur vrijwel overal wat hoger dan de mediaan? 

    Misschien is het evolutionair gezien helemaal niet goed voor de mensheid dat individuen oud worden, en is mede daarom de aanpassing aan de heersende temperatuur gestokt.

    Andere reden: we leven al een miljoen jaar of langer in een ijstijd, 90% van de tijd is het een paar graden kouder dan nu, 10% van de tijd is het zoals nu. We zijn dus geëvolueerd in een koudere wereld dan die waarin we nu leven.

    Nog even een persoonlijke ervaring over de seizoensaanpassing: dit jaar heb ik aan den lijve ervaren hoe ingrijpend die is, en hoeveel die voor je doet.

    Meestal vind ik het heerlijk dat het na de zomer koeler wordt, en geleidelijk aan voel ik me net zo lekker bij 10 graden in november als bij 24 graden in juli.
    Dit jaar ging ik op vakantie naar Schotland. Van 25 graden in één dag naar 15 graden. Dat was uitermate onplezierig. Ik stond nog in de zomerstand. Na een dag buiten had ik ’s avonds nog uren kippevel.

    Like

  4. Hans Custers

    Dirk,

    De optimale temperatuur verschilt flink in verschillende delen van de wereld. In koude gebieden is hij laag en in warme gebieden hoog. Dat lijkt me niet zo goed te rijmen met een evolutionaire hypothese.

    Mijn vermoeden is dat er meerdere factoren in het spel zijn, die samen voor een seizoenseffect zorgen. Bij een seizoenseffect krijg je vanzelf een covariantie met de temperatuur, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een causaal verband. Al is het best aannemelijk dat de temperatuur een van de factoren is die invloed heeft.

    Like

  5. goffredofabbro

    Dirk, Hans

    De evolutionaire suggestie van Dirk zou toch wel hout kunnen snijden. Ik ben helaas de bron kwijt maar een jaar of wat geleden las ik een artikel over verschillen (en verschuivingen) in de genen-pool van regionale bevolkingsgroepen. Die verschillen worden bepaald door verschillen in traditionele voedingspatronen. Ik kan me voorstellen dat verschillen in ‘optimale temperatuur’ mede bepaald worden door verschillen in de genen-pool.

    Like

  6. Hans Custers

    Goff,

    Ja, dat zou kunnen. Maar verklaart het ook waarom de optimale temperatuur vrijwel overal boven de mediane temperatuur ligt? Of zou dat misschien ooit evolutionaire voordelen hebben gehad? Oudere die, ook als hun gezondheid achteruitgaat in de zomer nog een rol van betekenis kunnen spelen in hun gemeenschap, en dus voor hun nakomelingen. En in de winter niet. Zoiets.

    Maar dan zou er wel een fysiologisch mechanisme moeten zijn dat dat regelt. Of meerdere.

    Like

  7. goffredofabbro

    Hans,
    de vraag was inderdaad “Waarom is de optimale temperatuur vrijwel overal wat hoger dan de mediaan?”
    Dat is voor als nog een raadsel. Om te beginnen: wat betekent hier ‘vrijwel overal’? Je blog wijst er al op dat de beschikbare gegevens bepaald niet de hele door mensen bevolkte Aarde dekken. En bovendien dat de beschikbare data overwegend uit ge-urbaniseerde kustgebieden komen en niet uit binnenlanden die met de oceanen naast de deur metereologisch niet direct verbonden zijn. Dit is grotendeels terra incognita.

    Fysiologische mechanismen (hartfunctie, evt. infecties, opname en verwerking van mineralen en vitaminen, etc etc.) die de aanpassing aan schommeling in omgevingstemperatuur bepalen zijn legio. En ze hebben allemaal een onder- en bovengrens. Net over of onder de grens gaan is (be)vestigt de grens. Ik neig ertoe de correlatie sterftecijfer/opwarming in puur fysiologische termen te determineren.

    En ter zijde: persoonlijk bezwijk ik liever aan gebrek aan aanpassingsvermogen aan de opwarming dan aan voedselgebrek, bommen en granaten op mijn dak of een verkeersongeluk.

    Like

  8. Hans,
    bij nader inzien heb ik gepoogd het omgekeerde te verklaren. Wat verklaard moet worden is waarom de optimale temperatuur voor de meeste mensen hoger ligt dan de gemiddelde temperatuur.

    Dan denk ik aan het feit dat homo sapiens voor het grootste deel van de tijd in Afrika geleefd heeft, en dat de migranten naar de rest van de wereld het aan de koude kant moeten hebben gehad.

    Maar dat verklaart niet waarom de mensen in Afrika ook onder hun optimale temperatuur leven.

    Ik denk dat de aanpassingen aan de temperatuur en hoogte (wat ook samenhangt met temperatuur) snel kunnen gaan, binnen homo sapiens zie je dat al aan het werk bij Eskimos en Tibetanen.

    Verder ben ik het met Goff eens dat de verklaring wel zal lopen via een wirwar aan fysiologische mechanismen in ons.

    Like

  9. Hans Custers

    Dirk,

    Volgens mij ga je dan nog steeds uit van een direct causaal verband tussen temperatuur en sterftekans. Terwijl dat helemaal niet zo vanzelfsprekend is. De realiteit zit ingewikkelder in elkaar. In Nederland is de winter meestal het griepseizoen. Temperatuur speelt daar een rol, maar het is volgens mij niet zo dat er in strenge winters altijd meer griepdoden vallen dan in mildere winters. In de winter kunnen we ook een tekort aan vitamine D krijgen, met gevolgen voor de gezondheid. En wie weet is er ook een effect van wintersomberte.

    Het zit, kortom, wat ingewikkelder in elkaar dan een direct effect van temperatuur op fysiologische processen. En als dat in Nederland zo is, dan zit het er dik in dat het elders niet anders is. Al zijn de factoren die in Nederland de correlatie kunnen verklaren niet zomaar wereldwijd van toepassing.

    En daar zit de interessante vraag. In ons type klimaat zijn er wel wat factoren te vinden die de correlatie verklaren, zonder dat er een direct causaal verband hoeft te zijn met temperatuur. Maar hoe zit dat dan in andere klimaattypen?

    Like

  10. Hans,

    goede punten. Bij mijn weten ga ik niet uit van temperatuur als oorzaak, maar van de mate waarin een soort aangepast is aan de heersende temperatuur. Als de werkelijke temperatuur gaat afwijken van de temperatuur waarop de soort is aangepast, wordt het moeilijk voor de soort.
    Net zoals bacteriën aangepast zijn aan de temperatuur van de wezens die ze infecteren. Koorts is dan een wapen dat kennelijk wel enige effectiviteit heeft.

    Like

  11. Hans Custers

    Dirk,

    De mens heeft zich aan weten te passen aan heel uiteenlopende klimatologische omstandigheden. Het ligt daarom niet zo voor de hand om een parallel te trekken tussen de optimale temperatuur uit deze onderzoeken en de temperatuur waar we ons als soort aan hebben aangepast. Ook al omdat die optimale temperatuur varieert van plaats tot plaats.

    We hebben enkele voordelen ten opzichte van die bacteriën. Ten eerste zijn we warmbloedig. We kunnen ons lichaam dus zelf op temperatuur houden. En we hebben van alles bedacht om ons aan te passen: kleding, verwarming, airconditioning.

    Dat die systemen minder goed gaan werken bij extreme hitte en kou is logisch. Maar ik hou grote twijfels over een direct fysiologisch effect van milde kou.

    Like

  12. Hans,

    ja, die warmbloedigheid maakt wezens veel minder afhankelijk van de heersende temperatuur. Genetisch gelijke wezens kunnen leven bij heel verschillende gemiddelde temperaturen. Toch denk ik dat er genetische aanpassingen aan de heersende temperatuur zijn geweest, zoals het krijgen of verliezen van een vacht, en de efficiëntie waarmee interne fysiologische processen het lichaam warm houden.

    Om warmbloedig te worden was natuurlijk geen geringe ontwikkeling, en het handhaven van temperatuur berust op heel veel processen en systemen, die verschillend kunnen zijn voor verschillende diersoorten.

    Uiteindelijk komt iedere warmbloedige diersoort uit op een specifieke lichaamstemperatuur, en het hangt af van de omgevingstemperatuur en het repertoire van de diersoort om zich warm/koel te houden hoe dat uitpakt in de dagelijkse overleving.

    Dus stel ik mij voor dat een veranderende omgevingstemperatuur aan de knoppen gaat draaien van al die mechanismen zodat die anders ingesteld gaan raken. Of de diersoort gaat migreren.

    Natuurlijk zal een enkele kou-ervaring op een individu niet veel invloed hebben. Maar een structurele verandering van de heersende temperatuur zal op een soort, over langere tijd, wel degelijk tot veranderingen leiden. Het zou heel raar zijn als dat niet zo was.

    Like

  13. Hans Custers

    Dirk,

    Dat er genetische aanpassingen aan de heersende temperatuur zijn geweest lijkt me ook heel aannemelijk. En er zullen aanpassingen zijn geweest die het lichaam helpen om om te gaan met wisselende temperaturen. Die laatste aanpassingen zouden bijvoorbeeld nuttig zijn om te kunnen overleven in een landklimaat, met koude winters en warme zomers.

    Het gaat me er vooral om dat de correlatie niet in alle gevallen een simpel causaal verband hoeft te zijn. Dat dat causale verband er bij extreme temperatuur wel is, is heel aannemelijk. Maar bij milde warmte of kou zou het wel eens ingewikkelder in elkaar kunnen zitten. Seizoenseffecten, waarin aller andere factoren ook een rol kunnen spelen.

    Ofwel: dat relatief veel mensen overlijden bij milde kou, betekent niet automatisch dat ze overlijden door milde kou.

    Like

  14. Hans,

    inderdaad.

    Like

  15. Hans,

    De optimale temperatuur waarbij er een laagste sterftekans is, ligt boven de gemiddelde temperatuur die afhankelijk is van het lokale klimaat. 

    Er staat in deze post: Meer inzicht in hoe dat werkt, zou kunnen helpen om die optimale temperatuur mee te laten veranderen met de opwarming.

    Waarschijnlijk zijn de bewoners die in een bepaald klimaat leven gewend aan dat klimaat. Dat betekent dat hun ‘thermostaat’, die geregeld wordt door de hypothalamus en de schildklier, ingesteld is op hogere of lagere omgevingstemperaturen. Dit systeem maakt deel uit van de homeostase van het lichaam, waarbij, behalve de temperatuur, vele andere parameters constant gehouden worden. Daar bestaat vast meer informatie over. 

    Goed artikel in deCorrespondent. Er staat: “En ook het lichaam past zich door de voortdurende blootstelling aan hitte of kou aan.” Er staat geen referentie bij, een studie die inzicht geeft.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat die aanpassing via evolutie zal gaan. Daarbij gaat het vaak om processen die honderden duizenden jaren duren. Dat is te lang.

    Like

  16. Hans Custers

    Marleen,

    Dat we het vermogen hebben om ons (tot op zekere hoogte) aan te passen aan het klimaat is evident. En dat wordt ook beschreven in het blog. Maar daarmee is niet verklaard waarom de optimale temperatuur zo vaak aan de warme kant is, iets boven de mediane temperatuur.

    Waarbij, ik kan het niet vaak genoeg herhalen, er rekening mee wordt gehouden dat het waarschijnlijk ingewikkelder in elkaar zit dan een simpel direct causaal verband tussen temperatuur en mortaliteit. Vooral bij temperaturen die niet veel afwijken van die optimale temperatuur. Omdat de correlatie vermoedelijk mede wordt bepaald door andere factoren, die bijvoorbeeld mee kunnen spelen in een seizoenseffect.

    Like

  17. Hans, Marleen,

    Misschien is te warm erger dan te koud. Een warmbloedige die gewend is aan de heersende temperatuur (al of niet met vacht, met een variatie van mechanismen om warmte af te voeren), kan zich misschien makkelijker verweren tegen kou dan tegen warmte.

    Dus in de evolutie verloren de individuen voor wie de optimale temperatuur overeenkwam met de mediane temperatuur het van de individuen voor wie de optimale temperatuur hoger was. Die laatsten zullen het vaker koud gehad hebben, maar minder vaak te warm. De kou lossen ze op met gedrag (tegen elkaar aan kruipen, in een hol kruipen, of vuur maken), terwijl overmatige warmte veel moeilijker met gedrag op te lossen is.

    Dus de fysiologische evolutie stevent niet af op het gelijk maken van de optimale temperatuur aan de mediane temperatuur.

    Nog iets abstracter gezegd: aangepast zijn aan de mediane temperatuur zegt minder over je overlevingskans dan aangepast zijn aan de zeldzame extreme waarden van de temperatuur. Want die extreme waarden hebben de potentie om je om zeep te helpen. En wat je niet om zeep helpt, maakt je sterker.

    Volgens mij is dit in lijn met waar jij steeds op hamert, Hans.

    En inderdaad, er kunnen legio andere factoren zijn die de evolutie een andere kant op trekken. Wat als je prooidieren/planten allemaal verhuizen naar streken die te koud voor je zijn? Dan ga je ze achterna, en leef je buiten je optimale temperatuurgebied. Of als je ziekmakers te goed gedijen in de temperatuur die voor jou optimaal is? Dan zoek je waarschijnlijk op den duur andere gebieden op. Die dynamiek houdt nooit op, en daardoor zit geen enkele soort langdurig op zijn temperatuuroptimum.

    Like

  18. Hans Custers

    Dirk,

    Nee, waar ik steeds op hamer is dat je je niet moet blindstaren op mogelijke directe (al dan niet fysiologische) effecten van de temperatuur. Ofwel: de correlatie is niet noodzakelijk een eenvoudig oorzakelijk verband. Het kan bijvoorbeeld een seizoenseffect zijn waar de temperatuur geen allesbepalende rol in speelt. De griep, bijvoorbeeld, die in Nederland vooral in de winter voorkomt. Terwijl, voor zover ik weet, er geen verband is tussen het aantal griepdoden en hoe streng een winter is. Ofwel, de meeste griepdoden vallen bij milde kou, maar daarmee kun je nog niet zomaar zeggen dat milde kou die griepdoden veroorzaakt.

    Ik blijf daar maar op hameren, omdat dat punt nog steeds niet goed lijkt door te dringen. Terwijl het wat mij betreft het belangrijkste punt is in mijn blog. Meer sterfte bij een bepaalde temperatuur is niet per definitie mee sterfte door die temperatuur. Het zit ingewikkelder in elkaar.

    Like

  19. Hans Custers

    Overigens is er nog een goede reden om je niet blind te staren op de fysiologische effecten van temperatuur. De omgevingstemperatuur waarin de meeste mensen zich het grootste deel van de tijd bevinden is niet de buitentemperatuur. En zeker niet als die buitentemperatuur kouder is dan we aangenaam vinden.

    Like

  20. Hans,

    temperatuur is een factor in het fitness landschap waarin soorten evolueren. Het landschap in combinatie met de vaardigheden van de organismen bepalen uiteindelijk hoe de selectie gaat verlopen.

    In die zin is geen enkele factor op zich direct relevant voor de evolutie, ook de temperatuur niet.

    Tegelijk zie je wel degelijk dat organismen fysiologisch en qua gedrag zijn uitgerust om hun warmtehuishouding te reguleren. En het is m.i. interessant om daar naar verbanden te speuren.

    Sommige soorten hebben een vacht. Andere soorten hebben voorouders die vachten hebben gehad. Dinosauriers hebben veren gekregen. Vogels vliegen daar nu mee, meer vroeger speelden die een rol in de temperatuurhuishouding (nu nog steeds bij vogels).

    Is dit blindstaren op een directe effecten van de temperatuur? Gezien het kader dat ik schets zeker niet!

    Like

  21. Hans Custers

    Dirk,

    Ik vind het wel blindstaren, en wel hierom. Het is evident dat er fysiologische mechanismen zijn om ons aan te passen aan de omgevingstemperatuur en natuurlijk zijn die in de loop van de evolutie ontstaan en veranderd. Maar omdat dat zo evident is, is dat allemaal niet zo interessant in de context van dit blog.

    Want voor mij is het ook evident dat fysiologie niet de volledige verklaring is voor de gevonden correlatie. Het zou zelfs maar een vrij klein stukje van de verklaring kunnen zijn. Alles verklaren vanuit fysiologie (of vanuit een direct causaal verband in bredere zin) is nu juist de denkfout die al jaren steeds weer wordt gemaakt bij de interpretatie van deze resultaten. De bedoeling van mijn blog was juist om daarop te wijzen. Correlatie is geen causaal verband. Ook niet als het heel aannemelijk is dat een causaal verband wel een stukje van de verklaring vormt.

    Like

  22. Die bedoeling is zeker overgekomen Hans. Ook de hele evolutietheorie bestaat verbanden die niet strikt natuurkundig causaal zijn. Je kunt nooit de gang van de evolutie verklaren uit een beperkt aantal factoren, zoals fysiologie of temperatuur.

    Het begrip oorzaak is eigenlijk heel complex, wat precies het verschil is tussen oorzaak-gevolg en correlatie is ingewikkeld om te definiëren, en er zijn allerlei pogingen toe gedaan, bijv https://en.wikipedia.org/wiki/Rubin_causal_model en https://en.wikipedia.org/wiki/Causality_(book) (ik beweer niet dat ik deze pogingen ken).

    Voor mij is het juist evident dat belangrijke theorieën zoals de evolutietheorie niet uitgaan van simpele oorzaken, en daarom passen evolutionaire verklaringen en redeneringen juist zo goed bij wat jij in je blog stelt.

    Ik zeg ook niet dat temperatuur een factor is die simpelweg leidt tot een specifiek gevolg voor de organismen die er in leven. Maar het is daarom wel mogelijk om een aantal ontwikkelingen in de evoluerende organismen in nauw verband te brengen met temperatuur.

    Like

  23. Hans Custers

    Dirk,

    Zeker, er zijn evolutionaire ontwikkelingen die verband houden met temperatuur. En met andere klimatologische factoren, zoals neerslag en droogte. En met de hoeveelheid daglicht die in de loop van het jaar varieert. En de hoeveelheid en soorten voedsel die er in de verschillende seizoenen zijn.

    En verder is het zo dat de mensheid zich al enkele millennia vooral op andere manieren ontwikkelt dan via evolutie. Via kennis en technologie. Ontwikkelingen die een grote invloed hebben op ons vermogen om ons aan te passen aan weer en klimaat.

    Evolutionaire aanpassing aan temperatuur en temperatuurwisselingen zijn dus maar een klein stukje van het geheel. En in de verste verte niet de volledige verklaring voor de gevonden correlatie.

    Like

  24. Lennart van der Linde

    Hans, je zegt:

    “En verder is het zo dat de mensheid zich al enkele millennia vooral op andere manieren ontwikkelt dan via evolutie. Via kennis en technologie.”

    Dat klopt, en wordt door de betreffende onderzoekers culturele evolutie genoemd, ter onderscheiding van biologische evolutie. Biologische/genetische evolutie kan bovendien interacteren met culturele evolutie, zodat sprake is van gene-culture co-evolution of biocultural evolution, volgens bijvoorbeeld: Dual inheritance theory – Wikipedia

    In het verlengde hiervan wordt ook steeds meer gesproken over multilevel cultural evolution, om het nog iets complexer te maken, bijvoorbeeld door Wilson et al 2023: Multilevel cultural evolution: From new theory to practical applications | PNAS

    De correlatie- en mogelijke oorzakelijkheidsverbanden kunnen dus allerlei kanten opgaan, wat de puzzel niet makkelijker, maar wel interessanter maakt.

    Like

  25. Hans Custers

    Lennart,

    Het maakt de puzzel zeker ingewikkelder. Onder meer omdat de culturele evolutie zo snel verloopt, dat de ‘normale’ biologische aanpassing dat tempo niet kan volgen. Genetisch zijn we dus niet optimaal aangepast aan de omgeving die we zelf hebben gecreëerd. Veel eigenschappen die we in de loop van evolutie hebben ontwikkeld hebben nog steeds nut, maar er zijn er ook die nutteloos zijn geworden. Of zelfs schadelijk. (Zie bijvoorbeeld de obesitas-epidemie in veel rijke landen.)

    Like

  26. goffredofabbro

    Hans,

    ik heb je blog over dit thema van vijftien jaar geleden nog eens nagelezen, inclusief het discussiedraadje. Je nieuwe blog, vijftien jaar later, inclusief het discussiedraadje, komt me voor als een herhaling van zetten, en ik bedoel dat uitdrukkelijk niet denigrerend. Toen en nu worstelen onderzoekers en ook wij in dit draadje met causale duiding van de epidemiologische observaties. Kort door de bocht: in vijftien jaar zijn ‘we’ niks opgeschoten met causale relatering van sterftecijfers aan metereologische en klimatologische gegevens.

    Ik kan het mis hebben maar mijn epistemologische water zegt dat het cruciale concept ‘optimale temperatuur’ de bottleneck is. Dat concept is een duiding/interpretatie (geen conclusie!) van statistische data uit geurbaniseerde regio’s aan de kusten werelwijd.

    Like

  27. Lennart van der Linde

    Inderdaad, Hans, die mismatch tussen sommige vormen van culturele evolutie en de huidige omstandigheden is een groeiend probleem, waarvan de mismatch tussen menselijke CO2-uitstoot en de daaruitvolgende klimaateffecten een voorbeeld bij uitstek is. Zie bv ook boek van Mark van Vugt en Ronald Giphart hierover (waarnaar Wilson et al 2023 verwijzen): Mismatch van Ronald Giphart & Mark van Vugt (2016) (professormarkvanvugt.com)

    Like

  28. Hans Custers

    Goff,

    Precies!. Het begrip (of concept) ‘optimale temperatuur’ suggereert sterk dat er een eenvoudig en direct causaal verband zou zijn tussen temperatuur en sterfte. Terwijl het in werkelijkheid oneindig veel ingewikkelder in elkaar zit.

    Like

  29. goffredofabbro

    Hans,

    “Het begrip (of concept) ‘optimale temperatuur’ suggereert sterk dat er een eenvoudig en direct causaal verband zou zijn tussen temperatuur en sterftecijfers”

    Is dat niet zwak uitgedrukt? Immers, dat concept is de hoeksteen – de methodologische benchmark – van de epidemiologische aanpak. Mijns inziens is het een methodologisch defect, om niet te zeggen blunder. Het is analoog aan drogredeneringen waarin conclusie in de premisse is verwerkt.

    Like

  30. Hans Custers

    Goff,

    Ik weet niet goed of je het als epistemologische blunder moet zien of als ongelukkige term. Of als een beetje van allebei.

    In het meest recente artikel waar ik in mijn blog naar bewijs wordt wel duidelijk gemaakt dat ze beseffen dat er meer meespeelt dan alleen een simpel en direct causaal verband. In de oudere onderzoeken die ik heb gelezen was dat minder het geval. Maar het zou nog kunnen dat de auteurs van die artikelen dat zo vanzelfsprekend vonden dat ze het daarom niet benoemden.

    Wetenschappers kunnen er tegenwoordig immers niet meer oeverloos op los kletsen in publicaties, zoals bijvoorbeeld Fourier of Tyndall dat in hun tijd deden. Er moet dus meestal behoorlijk worden geschrapt in een tekst, om niet boven het toegestane maximum aantal woorden uit te komen.

    Like

Plaats een reactie