
Of het een nieuw record is weet ik niet, maar het is World Weather Attibution (WWA) gelukt om in twee weken tijd een attributie-onderzoek uit te voeren naar de overstromingen die in mei de regio Emilia-Romagna in Italië troffen. WWA is een samenwerkingsverband van wetenschappers, onder meer van het KNMI, dat je zou kunnen zien als de forensische recherche van de klimaatwetenschap. Ze onderzoeken in hoeverre het veranderde klimaat invloed heeft op rampen die veroorzaakt zijn door extreme weersomstandigheden. Ze gebruiken daarbij alleen beproefde wetenschappelijke methodes, die al in de peer reviewed wetenschappelijke literatuur zijn gepubliceerd. Nogmaals een tijdrovende peer review is dan meer echt nodig, waardoor het resultaat snel gepubliceerd kan worden. Deze keer heel snel.
In een warmer klimaat verdampt er meer water en al dat water komt ook weer als neerslag naar beneden. En dus valt er ook meer, soms extremere neerslag. Je zou dus kunnen verwachten dat klimaatverandering ook in dit geval een rol van betekenis heeft gespeeld, omdat de overstromingen immers werden veroorzaakt door een periode van extreme neerslag. Opvallend genoeg concluderen de onderzoekers dat dat niet het geval is. Niet omdat de wereldwijde klimaatverandering dit stukje van Italië heeft overgeslagen. Maar omdat twee gevolgen van klimaatverandering hier een tegengestelde kant op werken en elkaar daardoor grotendeels compenseren.
In de periode van 2 tot en met 16 mei trokken er drie lagedruksystemen over Emilia-Romagna, die alle drie voor flinke neerslag zorgden. Door de eerste twee raakte de bodem verzadigd met water, waarna het derde regensysteem de grote klap uitdeelde. Zeventien mensen verloren hun leven, vijftigduizend moesten hun huis verlaten en de schade loopt ondertussen in de miljarden. Alleen al de schade aan de landbouwopbrengst wordt op anderhalf miljard euro geschat.
Op basis van waarnemingen concludeerden de onderzoekers dat een gebeurtenis als deze in het huidige klimaat ongeveer eens per tweehonderd jaar voorkomt in dit gebied. In het pre-industriële klimaat, dus zonder menselijke klimaatverandering, zou de terugkeertijd nagenoeg hetzelfde zijn. De constatering werd bevestigd door resultaten van klimaatmodellen. Aan de ene kant valt er in dit gebied, net als elders in de wereld, meer neerslag als het regent door de opwarming van het klimaat. Maar aan de andere kant neemt het aantal dagen dat het regent in het voorjaar in deze regio af. De kans dat er in enkele weken tijd drie keer zulke zware neerslag valt is dus kleiner geworden. Door die twee tegengestelde effecten verandert de terugkeertijd van een gebeurtenis als deze niet of nauwelijks. Deze animatie van WWA illustreert dat, op basis van een statistische analyse van metingen van lokale weerstations.
Dezelfde resultaten staan in de afbeelding hieronder.

Menselijke invloed heeft wel op een andere manier bijgedragen aan de ernst van de ramp. Toenemende verstedelijking heeft ervoor gezorgd dat er minder ruimte is overgebleven om het water af te voeren. Een andere opvallende constatering is dat met name ouderen slachtoffer zijn geworden. Mogelijk vanwege hun verminderde mobiliteit, of omdat ze hun huis niet wilden verlaten, of omdat ze het gevaar onderschatten.
Een dergelijke analyse van kwetsbaarheden maakt inmiddels standaard deel uit van de WWA-rapportages. Misschien zijn ze zelfs het belangrijkste deel ervan. Omdat ze de kans bieden om lessen te trekken uit een ramp. De ramp zelf is nooit meer ongedaan te maken, maar door er iets van te leren kunnen de kans op en gevolgen van een volgende ramp wel worden beperkt. Als we daarvoor openstaan.


“Twee gevolgen van klimaatverandering werken hier een tegengestelde kant op en compenseren elkaar daardoor grotendeels.”
Compenseren intensiteit en kans elkaar wel? Je maakt dan een rekensom van een kwalitatief aspect (intensiteit) en een kwantitatief aspect (kans op terugkeer). Toch?
“Aan de ene kant valt er in dit gebied, net als elders in de wereld, meer neerslag als het regent door de opwarming van het klimaat. Maar aan de andere kant neemt het aantal dagen dat het regent in het voorjaar in deze regio af.”
De kans (terugkeertijd) neemt af door meer dagen droogte (dit is de invloed van klimaatverandering zeggen de onderzoekers, als ik het goed begrijp) en de intensiteit neemt toe (dit is de invloed van klimaatverandering zeggen de onderzoekers, als ik het goed begrijp). Ik snap de conclusie (geen aantoonbare invloed …) niet.
Die twee invloeden verdienen misschien elk hun eigen toelichting, los van elkaar, dus zonder ze van elkaar af te trekken?
LikeLike
Jaap,
Het zijn beide kwantitatieve aspecten: hoeveelheid neerslag en waarschijnlijkheid. In feite gaat het om de klassieke definitie: risico = kans x gevolg. Het van die berekening komt in dit geval dan uit op 1 overstroming per 200 jaar.
De totale kans is in dit geval opgebouwd uit twee elementen:
1. De waarschijnlijkheidsverdeling voor de hoeveelheid neerslag die er uit zo’n lagedruksysteem valt. De ene regendepressie is extremer dan de andere, dus het hoeft niet altijd mis te gaan met drie van die regenperiodes.
2. De kans dat er binnen drie weken meerdere regensystemen overtrekken.
De kans op drie keer regen is afgenomen, maar aan de andere kant neemt de kans op extreem veel regen toe wanneer dat toch een keer gebeurt. Dat zijn de twee veranderingen die elkaar ongeveer opheffen.
LikeLike