Opwarming van de aarde houdt in dat de temperatuur aan het aardoppervlak stijgt. Zo kijken we er meestal tegenaan, en er is ook niets tegenin te brengen. Maar bekijk je het met een natuurkundige blik, dan is die temperatuurstijging eigenlijk een symptoom van een verstoring van de energiebalans van de aarde. Er komt meer energie binnen dan eruit kan. Ongeveer 90 % van die energie hoopt zich op de oceaan. De toename van de warmte-inhoud van de oceaan geeft dan ook een goede indicatie van hoe ver de energiehuishouding van het klimaat uit evenwicht is. Ook vorig jaar nam de oceaan een enorme hoeveelheid warmte op.

Naast de grote invloed van het versterkte broeikaseffect, is er ook nog wat natuurlijke variatie in de warmte-opname. En net als bij schommelingen in de temperatuur van het oceaanoppervlak speelt de cyclus van El Niño’s en La Niña’s hierbij een belangrijke rol. Bij koude La Niña’s kan de oceaan veel warmte opnemen, omdat er dan veel koud water aan de oostkant van de tropische Stille Oceaan opwelt vanuit de diepte. Bij een El Niño komt er veel minder koud water naar boven en ontstaat er als het ware een warm deksel op de oceaan dat de warmte-opname afremt. Ook zinkt er aan de westkant van de Stille Oceaan minder warm water naar diepere lagen. Er spelen ook nog andere factoren mee, zoals verschillen in wolkenpatronen. Het gaat immers over het klimaat, waar altijd allerlei interacties van invloed zijn. Ik ga daar in dit verhaal niet dieper op in.
Lees verder

