Hoe snel het opwarmt heeft mogelijk invloed op het vertragen van de Golfstroom

Zorgen over het vertragen of mogelijk helemaal stilvallen van de AMOC, de thermohaliene circulatie (dat wil zeggen: stromingen aangedreven door verschillen in temperatuur en zoutgehalte) in de Atlantische Oceaan, zijn de afgelopen jaren in de wetenschap aanzienlijk toegenomen. Afgelopen zomer kreeg het onderwerp de nodige media-aandacht, na een onderzoek van de Universiteit Utrecht. Het gastblog van Rolf Schuttenhelm dat we plaatsten werd bijzonder veel gelezen. De AMOC blijft onderwerp van veel wetenschappelijk onderzoek én van discussie. In een artikel in Nature Communications werden vorige week vraagtekens geplaatst bij conclusies over de vertraging. Deze studie gebruikt andere gegevens dan eerdere studies om veranderingen in de AMOC te bepalen, namelijk de warmte-uitwisseling tussen oceaan en atmosfeer. Via deze methode wordt geen aanwijzing gevonden voor een vertraging in de afgelopen decennia. Menselijke invloed is daarmee niet uitgesloten, maar volgens dit onderzoek ook (nog?) niet aantoonbaar. Een ander, eind vorig jaar gepubliceerd onderzoek suggereert dat de vertraging niet alleen wordt beïnvloed door hoeveel het klimaat opwarmt, maar dat de snelheid van opwarming ook een factor van betekenis kan zijn.

Gaat het over de gevolgen van klimaatverandering, dan worden die vrijwel altijd gerelateerd aan hoeveel het opwarmt. Er is minder aandacht voor het feit dat de snelheid van opwarming ook van belang kan zijn. Terwijl dat toch best logisch is. Hoe sneller veranderingen gaan, hoe problematischer het kan zijn om daarmee om te gaan. Als veranderingen te snel gaan om bij te houden, kan dat grote gevolgen hebben voor mens en natuur. Die gevolgen kunnen veel minder ingrijpend zijn naarmate er meer tijd is voor mensen, maatschappijen of ecosystemen om zich aan te passen.

Snelheid van verandering kan ook invloed hebben op het gedrag van complexe, dynamische fysische systemen, zoals het klimaatsysteem. Het is zelfs denkbaar dat zo’n systeem door een snelle verandering een kantelpunt passeert, terwijl dat niet gebeurt als een verandering van dezelfde omvang in trager tempo plaatsvindt. Het heeft te maken met de dynamiek in zo’n systeem, die altijd voor een bepaalde mate van interne variabiliteit zorgt, ook als het systeem als geheel in evenwicht is. Je zou kunnen zeggen dat het weer de manier is waarop wij de dynamiek in het klimaatsysteem ervaren, al moet je dat dan wel ruim zien. Want ook variaties in oceaanstromingen of de hoeveelheid zee-ijs ontstaan door de dynamiek, net als klimaatoscillaties zoals die van El Niño en La Niña, of de Noord-Atlantische Oscillatie.

Intermezzo: wat zijn complexe systemen?

Een eenduidige, wetenschappelijke definitie van een complex systeem bestaat niet. Maar ze hebben wel bepaalde kenmerken waar wetenschappers het over eens zijn. Karakteristieke eigenschappen zijn onder meer:

  • Interacties tussen onderdelen van het systeem of als gevolg van externe factoren zijn niet-lineair, waardoor diverse positieve en negatieve terugkoppelingen optreden die voor onverwachte veranderingen in de dynamiek kunnen zorgen, wanneer er iets in het systeem als geheel verandert.
  • De niet-lineaire interacties zorgen voor een opmerkelijk complexe en deels onvoorspelbare dynamiek en mogelijk voor het spontaan ontstaan van patronen in ruimte en/of tijd.
  • Toevallige fluctuaties, die onvermijdelijk zijn in natuurlijke systemen, leidt tot een dynamiek met gedrag dat deels deterministisch is en deels toeval.

(Gebaseerd op een artikel van Ulrike Feudel.)

Haal je een complex, dynamisch systeem een beetje uit zijn evenwicht, dan beïnvloedt dat het gedrag. Veel veranderingen in dat gedrag zullen blijven bestaan wanneer het systeem een nieuw evenwicht heeft bereikt. Maar er kunnen ook overgangsverschijnselen optreden, die in een nieuwe evenwichtstoestand weer verdwijnen. Hoe meer een systeem uit evenwicht is, hoe sneller het kan veranderen, en hoe sterker de overgangsverschijnselen kunnen zijn. Volgens het onderzoek van Camille Hankel zou de vertraging van de AMOC zo’n overgangsverschijnsel kunnen zijn. Dat hoeft overigens niet te impliceren dat er geen kantelpunt zou zijn waarbij de AMOC helemaal en (voor heel lange tijd) onomkeerbaar stilvalt. Een snellere opwarming zou zelfs een groter risico op kunnen leveren dat we zo’n kantelpunt overschrijden.

Modelexperimenten

Hankel voerde een serie experimenten uit met een gekoppeld atmosfeer-oceaanmodel, waarin ze de CO2-concentratie steeds liet verdubbelen, maar wel met sterk uiteenlopende snelheden. De snelheden variëren van een instantane verdubbeling tot een stijging van de concentratie met 0,0625% per jaar, waar bij de verdubbeling ruim 1000 jaar in beslag neemt. Simulaties waarin de CO2-concentratie toeneemt met 0.5% per jaar of meer verlopen allemaal ongeveer hetzelfde. De AMOC verzwakt aanzienlijk, tot na twee tot drie eeuwen een minimum wordt bereikt. Dat minimum valt steeds nadat verdubbeling van de CO2-concentratie is bereikt, en deze dus niet verder toeneemt in de simulaties. Na verloop van tijd begint een herstel. Na ongeveer 1000 jaar is de stroming terug op zijn oude niveau. Neemt de concentratie minder snel toe, dan wordt de verzwakking van de AMOC ook minder. Vooral bij de traagste uitstoot duurt het ook langer voordat het herstel volledig is, maar dat is niet vreemd. In dat scenario stopt de uitstoot immers pas na ruim 1000 jaar.

Verandering van de AMOC bij een stijging van de CO2-concentratie met verschillende snelheden. De gestippelde verticale lijnen geven het moment aan waarop een verdubbeling van de CO2-concentratie is bereikt en de stijging ervan stopt in de divers simulaties. Bron: Hankel 2024.

Het waarschijnlijke mechanisme

De AMOC wordt aangedreven door koud, zout zeewater dat in de omgeving van Groenland naar de zeebodem zinkt. Door de lage temperatuur en het hoge zoutgehalte heeft dat water een hoge soortelijke massa. Het water stroomt over de zeebodem zuidwaarts, en wordt aangevuld door een noordelijke stroming aan het oppervlak. Wordt het zeewater in die regio lichter, dan zakt er minder naar beneden en vertraagt het hele stromingspatroon. De soortelijke massa kan afnemen doordat het water warmer wordt of door een daling van het zoutgehalte. Dat laatste kan het gevolg zijn van smeltwater dat in de oceaan belandt, of van een toename van de neerslag. Al die factoren kunnen bijdragen aan een vertraging van de AMOC door de opwarming van het klimaat.

Hoe de snelheid van opwarming invloed kan hebben, is daarmee nog niet verklaard. Die verklaring zit waarschijnlijk in een toename van smeltwater in het gebied waar zeewater naar de diepte zinkt, volgens Camille Hankel. Maar opmerkelijk genoeg is dat niet het smeltwater van Groenland, maar van zee-ijs. Dat lijkt vreemd. Als zeewater bevriest, wordt het zout niet opgenomen in het ijs en stijgt het zoutgehalte in het water dus. Smelt het ijs daarna, dan ben je weer terug waar je begon. Dat verandert als het ijs op een andere plek smelt dan waar het is ontstaan. En dat is wat er lijkt te gebeuren.

Als de AMOC vertraagt neemt het noordwaartse warmtetransport in de Atlantische Oceaan af. Daardoor kan er meer zee-ijs ontstaan in de Noordelijke IJszee. Door de stroming belandt een deel van dat ijs in de noordelijke Atlantische Oceaan, waar het smelt. Het extra smeltwater leidt tot nog meer vertraging. Er is, met andere woorden, sprake van een terugkoppeling waarmee een vertraging van de AMOC zichzelf kan versterken. Alleen bij een heel trage opwarming heeft die terugkoppeling weinig effect.  

Schets van het veronderstelde terugkoppelingsmechanisme in de AMOC. OHT staat voor noordwaarts warmtetransport door de AMOC (Ocean Heat Transport). Bron: Hankel 2024.

Kantelpunten

Van een typisch kantelpunt, met een abrupte en onomkeerbare toestandsverandering, is in de simulaties van Hankel geen sprake. De AMOC vertraagt aanzienlijk, maar valt niet volledig stil. Bovendien herstelt de stroming zich weer, al is dat wel pas na lange tijd. Daarmee is zo’n ‘echt’ kantelpunt nog niet uitgesloten. Zelfs niet bij een verdubbeling van de CO2-concentratie. Simulaties van een model zijn nou eenmaal geen perfecte kopieën van de werkelijkheid, en de onzekerheden zitten vooral in de dynamiek. Het is niet voor niets dat verschillende studies en verschillende klimaatmodellen tot behoorlijk uiteenlopende resultaten komen met betrekking tot de AMOC en het effect daarop van opwarming van het klimaat.

Of je wel of niet kunt spreken van een kantelpunt, zal voor ons vermoedelijk ook niet zoveel uitmaken. Een sterke vertraging die zich pas na enkele eeuwen herstelt, zoals in een deel van de simulaties van Hankel, zal niet heel anders uitpakken dan het volledig stilvallen. (Je zou zelfs kunnen denken dat het minder gunstig is, omdat de AMOC in die simulaties meerdere eeuwen zwak blijft, om zich daarna snel te herstellen. Dat snelle herstel zou opnieuw aanpassing vereisen van mens en natuur.) Na het passeren van een ‘echt’ kantelpunt zou zo’n herstel niet zomaar optreden. Zoals een stoel die omvalt nadat hij voorbij zijn kantelpunt is geduwd, niet automatisch weer overeind gaat staan.

Wetenschappelijk is de vraag of er wel of geen echt kantelpunt zou kunnen zijn natuurlijk wel interessant. De wetenschappelijke discussie over een mogelijk kantelpunt in de thermohaliene circulatie is bepaald niet nieuw. Het eerste artikel hierover is in 1961 gepubliceerd. En in de jaren ’80 werden al aanwijzingen gevonden voor een belangrijke rol van de AMOC bij klimaatschommelingen in de laatste ijstijd, en in de periode van opwarming aan het eind daarvan. Maar ook uit paleoklimatologisch bewijs is niet goed op te maken of er in het verleden sprake was van een echt kantelpunt, of alleen van een sterke vertraging gevolg door een herstel.

Dat er een kantelpunt op kan treden ligt wel voor de hand. Als er maar genoeg zoet water in de oceaan rond Groenland belandt, dan stopt het zinken van koud, zout water en daarmee de aandrijving van de AMOC. De aanvoer van zouter water stopt daardoor, en het zoete water blijft als een deksel op het oceaanoppervlak liggen. (Natuurlijk blijft er altijd wel een beetje menging over, bijvoorbeeld door de wind. Maar dat gaat bijzonder traag.) Er zijn aanwijzingen dat de snelheid van zo’n zoetwaterforcering (dat wil zeggen: de snelheid waarmee het zoutgehalte van het zeewater afneemt) invloed heeft op waar het kantelpunt ligt. Het onderzoek van Camille Hankel voegt daaraan toe dat de snelheid van de zoetwaterforcering op zijn beurt beïnvloed kan worden door de snelheid van opwarming van het klimaat.

Wat betekent dit?

Ik zou niet direct al te grote conclusies aan dit onderzoek verbinden. Al was het maar vanwege een mogelijk single study syndrome. Wat vooral interessant is, is dat het onderzoek laat zien dat de snelheid van verandering van invloed kan zijn op redelijk eenvoudige fysische systemen. Want de AMOC mag dan in systeemtheoretisch opzicht een complex systeem zijn, het is nog altijd veel eenvoudiger dan bijvoorbeeld een menselijke samenleving, of een ecosysteem. Het bevestigt nog eens dat de gevolgen van klimaatverandering grotendeels afhangen van de snelheid waarmee dat gebeurt. Dat zien we nogal eens over het hoofd, onder meer omdat de beleidsdoelstelling alleen zijn geformuleerd als een maximaal acceptabele temperatuur ten opzichte van het pre-industriële klimaat.

Een complex systeem kan veranderen door er van buitenaf druk (ofwel, in systeemtheoretisch en klimaatjargon: een forcering) op uit te oefenen. Hoe meer druk, hoe meer het systeem uit evenwicht raakt en hoe sneller het verandert. En hoe meer het evenwicht wordt verstoord, hoe instabieler het systeem wordt. Dat levert grotere overgangsverschijnselen op, maar ook meer onvoorspelbaarheid. Dat is aan de ene kant reden om een flinke slag om de arm te houden bij onderzoeksresultaten zoals die van Camille Hankel, maar aan de andere kant betekent het dat er een reële kans is op onvoorziene, onaangename verrassingen. Hoe sneller de verandering, hoe groter het risico.

Bekijk je het optimistisch, dan zou je misschien kunnen denken dat sommige gevolgen van klimaatverandering die we nu al zien, weer af zouden kunnen nemen als we de uitstoot van broeikasgassen snel terugbrengen. Wie weet is dat zo, al zal het systeem zeker nog tijd nodig hebben om te stabiliseren. Teveel zou ik er zeker niet van verwachten. En het verandert zeker niets aan wat we zouden moeten doen: de uitstoot van broeikasgassen zo snel mogelijk terugbrengen.

24 Reacties op “Hoe snel het opwarmt heeft mogelijk invloed op het vertragen van de Golfstroom

  1. goffredofabbro

    Hans,

    duidelijke uitleg van de inherente risicofactor in het * tempo * van de opwarming. Thanx. En de kritische kanttekening “…de beleidsdoelstelling alleen is geformuleerd als een maximaal acceptabele temperatuur ten opzichte van het pre-industriële klimaat” is ter zake.

    Een puur theoretische vraag. Stel dat de AMOC als structuur-element in het warmtetransport-systeem op aarde volledig weg zou vallen. Welk structuur-element neemt het transport dan over? Is daarover iets bekend of iets zinnigs over te zeggen?

    Like

  2. Hans Custers

    Goff,

    Een interessante vraag. Voor zover ik weet is er nog aardig wat onzekerheid over het antwoord.

    Een deel van het antwoord is dat er naast de thermohaliene circulatie ook nog windaangedreven stroming is. Die vervoert ook warmte en valt in principe niet stil. Het lijkt me heel aannemelijk dat daardoor nog wel wat noordwaarts warmtetransport op zal treden. Hoeveel zal mede afhangen van hoe windpatronen veranderen als gevolg van een vertraging in de AMOC. Ik heb niet paraat wat de wetenschappelijke literatuur daarover zegt.

    De wind zelf vervoert ook nog wat warmte, maar vergeleken met de oceaan stelt dat weinig voor. Het lijkt me wel logisch dat er meer opwaarts warmtetransport optreedt in de atmosfeer, op zuidelijke breedtegraden. Als de oceaanstroming daar minder warmte afvoert, zal er meer uitgaan door verdamping en convectie in de atmosfeer.

    Like

  3. goffredofabbro

    Hans,

    nog een theoretische vraag n.a.v. je antwoord hierboven op mijn vraag over AMOC. Het betreft iets wat ik tot mijn ongenoegen niet snap: de relatie kinetische energie/warmteoverdracht in het klimaatsyteem. Wat ik niet snap of – en in welke mate – de massieve * bewegingen * van water (Amoc als voorbeeld) en lucht (wind in allerlei vormen) een rol speelt in de energiehuishouding van onze planeet. Mijn intuitie zegt dat kinetische energie in het klimaatsysteem een fysische voetnoot is in de energiehuishouding. Klopt mijn intuitie?

    Los daarvan, me lijkt dat aanwending van kinetische energie (dynamiet, zwoegende mijnbouwers) de aandrijver is geweest van de globale opwarming. Tja.

    Like

  4. Hans Custers

    Goff,

    Als je alle kinetische energie in het klimaatsysteem in beschouwing neemt, kun je zeker niet van een voetnoot spreken. Maar de kinetische energie zit vooral in de beweging van alle individuele moleculen. De temperatuur is een maat voor die kinetische energie.

    De kinetische energie in wind en zeestromingen zal inderdaad niet zoveel zijn. En ook niet veel veranderen door de tijd heen. En uiteindelijk wordt al die kinetische energie door wrijving weer omgezet in warmte.

    Like

  5. Dirk Roorda

    Goff, Hans,

    De kinetische energie van wind kan wel weer een rol spelen in de energietransitie, en via de kronkelingen in de hersens van voldoende homini sapientes zorgen voor minder toename van CO2 in de atmosfeer.

    In mindere mate geldt dat ook voor getijden energie, golf energie, en waterstroom energie.

    Maar dit is natuurlijk niet een fysisch mechanisme.

    Like

  6. goffredofabbro

    Dirk,

    “Maar dit is natuurlijk niet een fysisch mechanisme.”

    Het is maar aan wie je het vraagt.

    Opmerkelijk dat ‘we’ menselijk gedrag en het menselijk aandeel in fluctuaties & dynamiek van het warmtetransport op aarde niet als fysisch categoriseren. Ik snap terdege dat daar cultuur-historische redenen (dualisme mens/habitat) voor zijn dus ik ben niet zo onnozel te strijden tegen de diepgewortelde conventie om menselijk gedrag niet als fysisch te percipieren. Maar opmerkelijk is het wel en kloppen doet het niet want er is fysisch geen principieel verschil tussen de rol van, pak ‘m beet tropische wouden of de AMOC, en homo sapiens in de energiedistrubutie op aarde. Het verschil is m.i. louter temporeel en daar gaat het blogstuk ook over: tempo. Dus ik permitteer me een kanjer van een open deur: haastige spoed is zelden goed 🙂

    Like

  7. Arthur Oldeman

    Goff, ik heb in mijn eigen onderzoek gewerkt aan de energiebalans op aarde, dus kan je hopelijk iets vertellen. In principe is de instralende energie van de zon in balans met de uitstralende warmte van de aarde. De temperatuur van het aardoppervlak is afhankelijk van die uitstralende energie volgens de Stefan-Boltzmann relatie. Nu is het zo dat de instraling vd zon niet op elke lengte en breedtegraad hetzelfde is, onder meer doordat het verschillende atmosfeerdiktes passeert en doordat er op sommige plekken meer reflecterende bewolking is (of reflecterende ijskappen). Hetzelfde geldt voor de uitstraling; die hangt af van het type oppervlak (e.g. vegetatie, zee oppervlak, ijs, ..) maar ook van bewolking. Dat zorgt effectief voor een energie-imbalans over de wereld heen. Dat energieverschil drijft het transport van energie in de atmosfeer en de oceaan. Stromingen in de oceaan en atmosfeer ‘lossen’ die energiebalans dus in feite op.

    Daarbovenop heb je ook nog de uitwisseling van momentum (impuls) en massa. De impuls en massabalans worden beinvloed door oa de draaiing van de aarde, maar ook de locatie van continenten en gebergtes, en die “imbalans” die daardoor komt drijft dus het transport van impuls en massa aan. De energiebalans, impulsbalans en massabalans van de aarde zijn de drie drijvende krachten achter de bewegingen van de oceaan en atmosfeer.

    Like

  8. Hans Custers

    Goff,

    Ik ben het niet met je oneens dat er cultuurhistorische redenen zijn voor het onderscheid tussen mens en natuur, zoals dat vaak wordt gemaakt. Maar het kan ook heel zinnig zijn om dat onderscheid te maken. We kunnen daarmee immers reflecteren op onze eigen invloed op het aardsysteem. En op basis daarvan (in theorie) ons gedrag aanpassen.

    Like

  9. goffredofabbro

    Hans,

    “We kunnen daarmee immers reflecteren op onze eigen invloed op het aardsysteem.”

    Ja, dat kunnen we maar onze reflectie is niet meer of minder dan de -tigste factor in het dynamische aardsysteem.

    Arthur,

    “De energiebalans, impulsbalans en massabalans van de aarde zijn de drie drijvende krachten achter de bewegingen van de oceaan en atmosfeer. ”

    Dat klopt maar het gaat in het blogstuk hierboven over het * tempo * van de balanceringen.

    Like

  10. Hans Custers

    Goff,

    maar onze reflectie is niet meer of minder dan de -tigste factor in het dynamische aardsysteem.

    Misschien is dat zo. Maar wat is de relevantie daarvan?

    Wat mij betreft is de relevantie van die reflectie de zin die die je niet meeneemt in je citaat:

    ‘En op basis daarvan (in theorie) ons gedrag aanpassen.

    Natuurlijk is die aanpassing van ons gedrag tot nu toe onvoldoende. Maar dat kun je degenen die reflecteren op hoe we huishouden in het aardsysteem niet verwijten. En het lijkt me ook geen goed idee om te stoppen met die reflectie.

    Wetenschappelijk is er ook niks mis mee. In een systeemtheoretische benadering kun je kiezen hoe je een systeem afbakent. In de klimaatwetenschap wordt bijvoorbeeld niet alleen de mens, maar ook vulkanisme meestal gezien als externe invloed op het systeem. Geologen zullen vaak andere systeemgrenzen gebruiken. Het kan allemaal en het levert geen andere resultaten van onderzoek op, zolang het zorgvuldig gebeurt.

    Like

  11. goffredofabbro

    Hans,

    ik ben het uiteraard met je eens dat beredeneerd aanpassen van ons gedrag de bestaansreden en relevantie is van reflectie.

    Wat ik bedoel is dat de ‘onvoldoende’ van onze aanpassing – je wijst daar terecht op – (groten)deels te wijten is aan de hardnekkige & diepgewortelde aanname dat wij met onze reflecties geen fysische factor of structuurelement-onder-andere in het klimaatsysteem zijn.

    Je zei “In de klimaatwetenschap wordt bijvoorbeeld niet alleen de mens, maar ook vulkanisme meestal gezien als externe invloed op het systeem.” Waar ik aan wil herinneren is dat de reflecterende homo sapiens de facto een structuur-element * in * het systeem is.

    Over reflectie gesproken. Als ik de grondwet inclusief de preambules (reflectie bij uitstek) van natie staten inkijk zie ik geen reflectie op de verhouding natie staat/habitat. Het is gewoon afwezig. Je hoeft geen freudiaan te zijn om alert te zijn wat verzwegen wordt.

    Like

  12. Beste Goff,

    Je zegt: “… (groten)deels te wijten is aan de hardnekkige & diepgewortelde aanname dat wij met onze reflecties geen fysische factor of structuurelement-onder-andere in het klimaatsysteem zijn.

    Een dergelijke aanname is er niet. JUIST de klimaatwetenschap wijst er al sinds Svante Arrhenius (1896) voortdurend op dat WIJ een fysische factor zijn in het klimaatsysteem. En zelfs de grootste factor, wellicht al sinds de industriële revolutie.

    Ook de internationale politiek erkent dit al sinds het UNFCCC verdrag (1992) en natuurlijk het Klimaatakkoord van Parijs. De mens is daar een ‘structuurelement in het systeem’, in jouw woorden.

    Like

  13. Lennart van der Linde

    Goff, geheel afwezig lijkt de verhouding tussen staat en habitat in grondwetten niet, maar doorgaans wel zwak aanwezig inderdaad, zoals bv in Nederland: Milieubescherming – Nederland Rechtsstaat

    De Verenigde Naties spoort staten sinds 2022 aan het recht op een schone, gezonde en duurzame leefomgeving in hun wetgeving op te nemen: Schoon, gezond en duurzaam leefmilieu | Thema’s | College voor de Rechten van de Mens

    Daar zal sinds 2022 nog niet heel veel in bereikt zijn.

    Like

  14. goffredofabbro

    Bob,

    tot op de dag van vandaag weigeren beleidmakers om hetgeen door experts als Arrhenius helder is uiteengezet [mens is fysische factor] te incorporeren in adequate maatregelen. En de reden is heel simpel: beleidmakers, anders dan de experts, zien zichzelf niet als deel van het klimaatsysteem maar als rentmeesters ervan. Klimaat accoord van Parijs is m.i. een wanhopige poging om het rentmeesterschap in het zadel te houden.

    Lennart,

    In de NL grondwet staat ergens achteraaan in Art. 21 iets over millieubescherming. Ik herhaal * bescherming *. Dat is regelrecht rentmeesterschap. In dat verband is het opmerkelijk dat eco- juristen zich richten op de rechten van natuurverschijnselen [flora en fauna] maar niet op de ecologische plichten van homo sapiens.

    Like

  15. Goff,

    Dat naar jouw mening het “incorporeren in adequate maatregelen” achterwege blijft, is iets anders.

    De beleidsmakers erkennen wel dat wijzelf een “fysische factor of structuurelement-onder-andere in het klimaatsysteem zijn“. Vandaar het UNFCCC verdrag uit 1992 dat door alle landen ondertekend is, het Klimaatakkoord, de Europese Green Deal en het klimaatbeleid in de meeste landen.

    Dat de maatregelen (mogelijk) niet adequaat zijn, neemt niet weg dat de brede erkenning er wel is.

    Like

  16. Hans Custers

    Eens met Bob. En, Goff, de rentmeester-metafoor die je noemt is juist ook gebaseerd op het idee van de mens als dominante invloed op het fysische systeem. Het besef dat we een fysische factor zijn gaat dus eeuwen (of zelfs millennia, ook in de oudheid bestonden daar al gedachten over) terug. De consequenties die we eraan verbinden zijn in de loop van de tijd veranderd.

    Iets anders. In reactie op Lennart heb je het over ‘ecologische plichten’. Dat hele begrip is bullshit. Ecologie of evolutie brengen helemaal geen plichten met zich mee. Je lijkt hier iets typisch menselijks, namelijk ethiek, te projecteren op het hele aardsysteem.

    Like

  17. goffredofabbro

    Hans,

    “…de rentmeester-metafoor die je noemt is juist ook gebaseerd op het idee van de mens als dominante invloed op het fysische systeem.”

    Tja, maar niet als factor * in * het systeeem. In de oudheid – je begint daarover – moet je daarvoor bij animistische en totemistische culturen zijn, niet bij literaire culturen zoals de onze.

    Wat betreft de door jou gewraakte idee van ecologische plicht: als en indien de reflecterende mens zichzelf als factor * in * het systeem ziet (en niet als invloed op het systeem) is plicht volstrekt logisch. Noblesse oblige. Maar dat doet hij niet, hij ziet zichzelf als invloed * op * het systeem en dat is precies wat in de grondwet is verankerd.

    Bob,

    “Dat naar jouw mening het “incorporeren in adequate maatregelen” achterwege blijft, is iets anders.”

    Nee dat is niet iets anders, het is de kern van de zaak. In weerwil van decennia-oude papieren verdragen neemt de CO2 concentratie in de atmosfeer toe, neemt de biodiversiteit af en neemt de menselijke strijdjacht op grondstoffen toe.

    Ik houd er over op, heb verder niks nieuws in deze te melden.

    Like

  18. Zijn jullie nog wel on-topic jongens?

    Like

  19. Dirk Roorda

    Er zijn meerdere grondhoudingen voor de relatie mens-natuur:

    • mens gebruikt en beheerst natuur
    • mens is rentmeester over de natuur
    • mens is partner van de natuur
    • mens participeert in de natuur

    De volgorde is die van het afnemend centraal stellen van de mens.

    De eerste grondhouding is wijdverbreid zeg tot aan WOII.

    In de jaren 70 krijg je rentmeesterschap.

    Ik heb gelezen dat de derde grondhouding nu tamelijk wijdverbreid is onder de mensen, hoewel het in de politiek nog niet echt is doorgedrongen.

    De meest ecologische grondhouding is de vierde, maar die is nog ver weg van de massa.

    Zie o.a. hier: https://www.filosofiegroningen.nl/documents/2010/Marianne_201005_Milieufilosofie.htm

    Like

  20. Hans Custers

    Jaap,

    Je hebt gelijk. Ik plaats mijn reactie op Goff in de open discussie.

    Like

  21. Stefan Rahmstorf reageert op RealClimate op de recente studie van Terhaar et al: RealClimate: The AMOC is slowing, it’s stable, it’s slowing, no, yes, …

    Terhaar et al concluderen dat een dalende trend in AMOC sterkte nog niet aantoonbaar is (i.t.t. Caesar et al., 2018, waarvan Rahmstorf co-auteur is). Beide studies gebruiken een iets andere grootheid (sea surface temperature anomaly vs surface heat loss).

    Stefan heeft wel goede argumenten dat de resultaten van Caesar nog steeds betrouwbaar zijn; zo strijken Terhaar et al de data over een groot gebied glad, waardoor het signaal min of meer verdrinkt (pun intended).

    De onzekerheid in de conclusie (of de AMOC nu al aantoonbaar zwakker aan het worden is) is in ieder geval groot. En wetenschappers zijn het erover eens dat de AMOC zal afzwakken met opwarming.

    In die zin doet deze discussie erg denken aan de discussie van paar jaar geleden over een versnelling in de zeespiegelstijging: was die al detecteerbaar en significant? Terwijl iedereen het erover eens was dat dat op een gegeven moment natuurlijk het geval zou zijn. Want natuurkunde.

    Like

  22. Wim Verbaarschot

    Als ik naar documentaires kijk van onderwater vulkanen in de oceanen dan wordt duidelijk dat dit forse thermische aandrijvingen zijn van de Golfstroom. Waarom wordt daar zo weinig aandacht aan geschonken als het om klimaat verandering gaat?

    Like

  23. Hans Custers

    Wim,

    Daar is weinig aandacht voor omdat die ‘forse thermische aandrijving’ van de Golfstroom door onderzeese vulkanen in werkelijkheid niet bestaat.

    En zelfs als hij wel zou bestaan zou de relevantie er niet zijn. Het gaat immers over klimaatverandering, en er is geen enkele aanwijzing voor een significante verandering van de onderzeese vulkanische activiteit.

    Er worden weliswaar af en toe wat vulkanen ontdekt die voorheen onbekend waren, maar die vulkanen bestonden daarvoor ook al. Als ze al invloed van betekenis zouden hebben op de Golfstroom (wat niet het geval is), dan hadden ze dat dus ook al voor hun ontdekking.

    Misschien kijk je naar documentaires waarvan de makers zich niet zo goed hebben laten informeren?

    Like

Plaats een reactie