Dat het klimaat verandert, kunnen we zelf waarnemen. Bijvoorbeeld door de geleidelijk stijgende temperatuur, en door veranderende weerpatronen. Toch blijkt dit in de praktijk lastig, omdat ons geheugen niet goed is in het onderscheiden van dergelijke geleidelijke trends. Wat we ‘normaal’ of ‘abnormaal’ vinden, meten we vooral af aan relatief recente waarnemingen. Anders gezegd: de referentie voor wat ‘normaal’ is, schuift mee met het veranderende klimaat. Afwijkingen, records en extremen – in klimatologische zin – worden daardoor niet altijd als opmerkelijk geregistreerd. Dit kan betekenen dat de klimaatcrisis als minder urgent en ongekend wordt ervaren dan dat deze werkelijk is. Zit dat mogelijk klimaatactie in de weg?
Gezamenlijk geheugenverlies
Dit fenomeen wordt onderzocht in een studie in PNAS uit 2019, en wordt daar ‘declining remarkability of temperature anomalies’ genoemd. We kennen het ook wel als het ‘shifting baseline syndrome’. Het shifting baseline syndroom is vooral bekend in de context van veranderingen in ecologische systemen en biodiversiteitsverlies. Daar spreekt het misschien ook wat meer tot de verbeelding: waar we vroeger nog veel meer fluitende weidevogels hoorden, en we onze autoruiten vaker van insecten moesten ontdoen, zijn er nu simpelweg minder dieren en minder dier- en plantensoorten. Generaties die nu opgroeien, hebben de herinneringen van hoe de natuur ooit was helemaal niet. Dat wordt ook wel ‘generational amnesia’ genoemd.
In de context van het veranderende klimaat en weer is dit fenomeen wat abstracter. Het meest in het oog springende voorbeeld is misschien wel het feit dat de Elfstedentocht al decennia niet meer verreden is. De laatste keer was in januari 1997. Ik was toen 1 jaar oud, en ik heb daar geen herinnering aan. De landelijke gekte als er weer een keer een koude winter is, daar heb ik niet zoveel mee. De kans wordt steeds kleiner dat er ooit nog een Elfstedentocht gereden wordt, en daarmee zal over een aantal decennia ook de collectieve herinnering van de tocht der tochten langzaam uit de samenleving verdwijnen.

Extreem wordt gauw normaal
Maar op bepaalde extremen of typische evenementen na, wennen we misschien al gauw aan nieuwe weersomstandigheden. De PNAS-studie probeert in kaart te brengen hoe opmerkelijk we weersafwijkingen ervaren, en wat de invloed is van het weer dat we in de jaren en decennia ervoor hebben meegemaakt. In de wetenschap is er vaak een duidelijke baseline of referentie, zoals een 30-jarig gemiddelde of het pre-industriële klimaat. Maar wat mensen als normaal weer beschouwen, kan afhangen van generatie, van geheugenbeperkingen en van bepaalde vooroordelen, maar ook van verhalen die we elkaar doorvertellen.
De studie maakt gebruik van sentimenten in social media posts over het weer in de Verenigde Staten over de periode van een aantal jaar. Samen met metingen van het daadwerkelijke weer in de jaren daarvoor wordt er schatting gemaakt van hoe men afwijkingen in het weer ervaart, en wat de invloed is van blootstelling aan dezelfde weerafwijkingen in de jaren ervoor.
De resultaten laten allereerst zien dat extreme kou in de winter en extreme hitte in de zomer als opmerkelijk worden ervaren. Tot zover geen verrassing. Maar herhaalde blootstelling aan deze temperatuurafwijkingen maakt dat de ervaren opmerkelijkheid snel afneemt. Dit geldt vooral voor ervaringen in de afgelopen 2 tot 8 jaar. De studie stelt zelfs dat extreme temperaturen die al voor vijf jaar op rij voorgekomen zijn niet langer als opmerkelijk worden ervaren! Wat dus klimatologisch gezien abnormaal is, wordt door herhaalde blootstelling in recente jaren langzamerhand als normaal ervaren.
De afgelopen tien jaar waren de warmste jaren sinds het begin van de metingen. Als we enkel de afgelopen jaren aan weersomstandigheden onthouden, dan betekent dat voor onze collectieve referentie dat dit de warmste jaren zijn die we ooit hebben meegemaakt. De opwarming in recente jaren versnelt zelfs, en klimaatwetenschappers maken zich zorgen over deze abnormale mondiale (en regionale) opwarming. We zitten dus midden in de klimaatcrisis. Maar – volgens de studieresultaten – zijn we alweer gewend aan deze temperaturen. Ervaren we dan wel een crisis?

Als kikkers in een pan
Dagelijks nieuws is veelal incidenten verslaan. Een nieuw record dat wordt verbroken, is een incident. Maar het is onderdeel van een trend. Het risico is dus dat we alle records, alle extremen, als normaal gaan ervaren. We raken verlamd voor en door het veranderende klimaat.
De PNAS-studie probeert ook te achterhalen wat precies de oorzaak is van de afnemende ervaren opmerkelijkheid van temperaturen bij herhaalde blootstelling. Ze presenteren twee mogelijkheden: mensen raken fysiek gewend aan temperatuursextremen, en ervaren ze als minder opmerkelijk omdat de fysiologische gevolgen zoals hittestress minder worden. Een vorm van adaptatie, dus. Dat leek mij onaannemelijk, en dat blijkt ook niet wat er aan de hand is. De andere mogelijkheid is dat het verwachtingspatroon van mensen verandert. Bij herhaalde ervaringen van extremen wordt het simpelweg minder verrassend. En dat is precies wat de studie vindt: afwijkende temperaturen worden sociaal genormaliseerd als dezelfde condities in de jaren daarvoor eerder zijn voorgekomen. We passen ons er echter niet per se beter aan, wat kan betekenen dat men zich er niet goed op voorbereidt, en de negatieve effecten van extreme temperaturen nog wel eens kunnen verergeren.
De auteurs beschrijven hun resultaten als empirisch bewijs voor het ‘boiling-frog’ effect. De negatieve effecten van ons geleidelijke veranderende klimaat worden genormaliseerd, waardoor we niet gemotiveerd zijn om actie te ondernemen om deze veranderingen te stoppen. Het gekookte kikker syndroom is echter allang ontkracht – met kikkers, dan. Dus laten we hopen dat dit ook voor mensen op een langzaam kokende aardbol geldt…
Kop in het zand
Het is ergens een beetje dubbel. Er is zeker een noodzaak om naast dat we klimaatverandering stoppen, we ons er ook aan moeten aanpassen. Dat vereist dus ook een soort gewenning aan nieuwe omstandigheden. Maar wat er nu dus lijkt te gebeuren, is dat men in hun hoofd misschien wel went aan het nieuwe klimaat, maar in de praktijk niet. We zijn niet voorbereid op extreme overstromingen zoals die in centraal Europa; dijken moeten worden versterkt, maar het geld is er niet; en we willen wijken bouwen in een gebied dat over 100 jaar ongetwijfeld onder water staat. Om maar een aantal voorbeelden te noemen. Geleidelijk passen we ons wel aan aan het nieuwe klimaat. En toch worden we nog overvallen door extremen die niet bepaald onverwacht zijn. Geen proactieve, maar reactieve adaptatie dus.

Het is misschien ook wel een echo van het huidige beleid, niet alleen in Nederland, maar vrijwel overal over de wereld: struisvogelpolitiek. Bij de volgende keer dat het water ons letterlijk aan te lippen staat, zal de Nederlandse regering dus niet hun vinger in de dijk steken, maar hun kop in het zand. Als wij het water niet zien, dan ziet het water ons ook niet, toch?
Zit gewenning klimaatactie in de weg?
Klimaatverandering is een ‘trage crisis’, en als het weer van recente jaren onze referentie is, dan ervaren we niet dat het klimaat in feite al veranderd is. Het risico is dat er een soort cognitieve dissonantie ontstaat tussen de urgente crisis die wetenschappers en activisten beschrijven, en het langzaam veranderende weer dat we daadwerkelijk ervaren (of: onthouden). En zonder publieke perceptie van een probleem zal het vermogen om urgent klimaatbeleid te voeren, beperkt zijn. In de praktijk zien we ook dat waarschuwingen over de gevolgen van klimaatverandering dan al gauw worden weggezet als alarmisme.
Zit deze gewenning, verlamming of dit geheugenverlies dan urgente klimaatactie in de weg? Misschien, maar het is lastig te zeggen. We zouden daarvoor moeten weten of het daadwerkelijk een probleem is dat we het weer van vroeger vergeten.
In het geval van bepaalde extreme situaties, waarvan je weet dat ze kunnen terugkeren, is dat misschien wel een probleem. Denk aan condities die eens in de zoveel (tientallen) jaren kunnen voorkomen, en die een grote impact op een regio of samenleving kunnen hebben, zoals een orkaan of extreem hoogwater. Deze studie oppert zelfs om het collectieve geheugen van een gemeenschap aan een ramp, in dit geval een overstroming, te gebruiken als middel om veerkracht te bouwen. Herinneringen kunnen in dat geval worden ingezet om aan een duurzame samenleving te werken die de volgende overstroming beter aan kan. De watersnoodramp in 1953 is daar misschien wel een treffend voorbeeld van in de Nederlandse context. Deze ramp had zoveel impact dat hij tot op heden doorwerkt in ons adaptatiebeleid.
Maar dat betreft herinningen van specifieke extreme condities, en niet wat we onthouden als ‘gemiddeld weer’. De PNAS-studie stelt ook in de discussie dat hun resultaten misschien niet opgaan voor acutere klimaatextremen. Gebeurtenissen zoals stormen, droogtes, bosbranden of overstromingen hebben grote gevolgen en zijn doorgaans meer opvallend, en zijn daardoor mogelijk minder vatbaar voor normalisatie of gewenning.
Alles went
Langzaam wennen en vergeten hoe iets vroeger was hoeft niet altijd een probleem te zijn, denk ik. Het stoppen van klimaatverandering vereist behoorlijke transformaties in de samenleving. De energietransitie roept ook weerstand op, niet alleen omdat sommige mensen windmolens lelijk vinden, maar ook omdat men bang is in hun levensbehoeftes te worden aangetast. Toch zijn we ook wel weer gewend aan windmolens op zee, zonnepanelen op het dak, en elektrische auto’s. En zijn we ook snel vergeten dat de generaties voor ons (voor mij dan!) hun huiskamer nog met kolen stookten. Zo kan het shifting baseline syndroom misschien best ook iets positiefs zijn.
Ik sluit af met een quote waar Hans mij op wees, uit het boek ‘Niet Normaal’ van Martijn van Calmthout, verwijzend naar deze column van Peter Kuipers Munneke.
“Als we makkelijk wennen aan verdwenen leeuweriken of afgeschafte gloeilampen, kunnen we ook wennen aan minder vlees, minder vliegen, meer schone energie, aan een warmtepomp. Voor onze generatie voelt het misschien als een enorme verandering of een stapje terug. Maar het went. Alles went.”


Interessante thematiek! Arthur.
Je stuk begint met ‘shifting baseline syndrome’ en eindigt met ‘alles went.’ Nou, van dat syndroom heb ik geen last en er zijn nogal wat dingen waar ik niet aan wennen kan. Toelichting:
– Ik heb als middelbare scholier in de jaren 60 vorige eeuw de ruilverkaveling plus de regionale herindeling plus de sluiting van de kolen-indusrtie in Limburg (drie ingrijpende politieke projecten destijds) activistisch meegemaakt.
– Het buurtschap Kerensheide waar ik geboren ben en heb leren lopen is met de grond gelijk gemaakt en vervangen door een DSM fabriek. En zo zijn er nog wel paar herinneringen aan transitie waar ik niet aan kan wennen maar wel heb te accepteren.
– In 2003 ben ik ge-emigreerd naar een buitengebied in de Italiaanse Laars. In afgelopen twee decennia is winterse kou en sneeuwval drastisch afgenomen en zijn zomerse temp toegenomen. Het blijkt uit de twee fundamentele huishoudelijke rekeningen: de winterse stookkkosten dalen, de zomerse waterkosten stijgen.
Wat ik ermee wil zeggen is dat het tijdraam (het geheugen) van senioren als ik van een andere orde is als dat van jonge mensen. Anders gezegd: ik heb grote moeite met wennen aan waar jonge mensen aan gewend raken. En ik besef ook dat het oude mannen gemopper is. Dus laat me maar even mopperen 😉
LikeLike
De mens went nu eenmaal aan alles dus ook aan de klimaatverandering. Ook het extreme past zich echter aan en zal zelfs nog extremer worden dan wat we nu al terecht als vreeswekkend weer zien. Dus blijft klimaatverandering een probleem dat aangepakt zal moeten worden. In november is er weer een GOP dus weer een kans om werkelijke stappen te zetten in de reductie van de wereldwijde emissies van broeikasgassen.
LikeLike
Mooi stuk! Tegenwoordig kijken we nauwelijks meer op van 30 graden in de zomer; we verwachten het eigenlijk ook wel. Terwijl 100 jaar geleden 30 graden toch best wel een zeldzaamheid was in Nederland (kwam gemiddeld eens per jaar voor). Tegenwoordig (of eigenlijk: in de periode 1991-2020) kwam dat gemiddeld zo’n 5 keer jaar voor in De Bilt: https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/zo-veranderen-weerextremen-in-nederland
De 35 graden werd de afgelopen 6 jaar 6 keer overschreden. Oftewel, 35 is het nieuwe 30. https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/met-elke-graad-opwarming-komen-er-twee-tropische-dagen-bij
LikeLike
Er zullen vast grenzen zitten aan dat wennen. Ik vermoed dat degenen die werkelijk in de shit, in de ellende, in het onheil terecht komen, huis en haard kwijtraken, moeten vluchten, enzovoorts, traumatische ervaringen doormaken. Qua aantal getroffenen zal dat waarschijnlijk gaan toenemen.
LikeLike
Arthur, je zegt:
“Zit deze gewenning, verlamming of dit geheugenverlies dan urgente klimaatactie in de weg?”
Stoddard et al 2021 ondercheiden (minimaal?) een negental clusters van factoren die urgente klimaatactie in de weg zitten. Shifting baseline syndroom zit daar (ten onrechte?) niet bij, als ik het goed zie.
Zij benadrukken vooral de enorme kracht van gevestigde belangen en machtsverhoudingen, die waarschijnlijk alleen met langdurig politiek activisme en mondiale mobilisatie veranderd kunnen worden. Volgens hen is meer aandacht gewenst voor de geopolitieke obstakels om tot effectiever klimaatbeleid te komen: Three Decades of Climate Mitigation: Why Haven’t We Bent the Global Emissions Curve? | Annual Reviews
“[T]he importance and role of geopolitics remain, with few exceptions, oddly underaddressed in climate policy debates… the geopolitical entrenchment of global militarism… can be seen as one of the most crucial impediments to further progress toward a decarbonized future. That the struggle against these wider and incumbent military interests and imaginations is so neglected in international climate change discourse is perhaps one of the most important problems in this field.”
Dat wil niet zeggen dat shifting baseline syndroom niet ook een obstakel vormt, maar in het bredere plaatje misschien een iets minder cruciaal obstakel. Mensen zijn altijd al door schade en schande wijzer moeten worden en hebben vaak de put pas gedempt nadat het kalf verdronken was. De vraag is in hoeverre er nu nog een put te dempen valt (via sociaal-politieke kantelpunten?), nu steeds meer kalveren beginnen te verdrinken en de klimaatopwarming door een cascade van ecologische kantelpunten mogelijk steeds meer een eigen momentum krijgt.
LikeLike
Lernnart,ik kan me wel vinden in je relativering van shifting baseline als factor in traagheid van ‘klimaatactie’. Kort door de bocht, shifting baseline is meer gevolg dan oorzaak oorzaak van trage actie. Anders gezegd: gewenning is een effectieve adaptatie-tactiek maar zet strategisch geen zoden aan de dijk.
LikeLike
Lennart, Goff,
wat je benoemt zijn natuurlijk dé vertragende factoren! Ik kan me heel goed voorstellen dat het shifting baseline syndroom niet zozeer een van die vertragende factoren is. Wat ik me meer afvraag, is of die traagheid van klimaatverandering niet een reden is dat het moeilijk is om de klimaatcrisis als daadwerkelijke crisis te ervaren. Als het het klimaat van 100jaar geleden ervaart, en vervolgens dat van nu, ervaar je een veel grotere verandering dan dat van vorig jaar versus nu.
Natuurlijk verschilt het heel erg per persoon wat je wel en niet onthoudt, om welke reden dan ook, zoals jij eerder ook aangaf @Goff.
Extreme weersgebeurtenissen of ervaringen die een zodanig grote impact hebben gehad op je leven (of het nou een grote weersafwijking was of niet), die ervaar je natuurlijk wel als urgent, en die kunnen ook een langlopende impact hebben. @Jaap, dat is ook waar jij op doelt, denk ik. Mensen die nu de gevolgen van de klimaatcrisis ervaren en niet het aanpassingsvermogen hebben, die ervaren het ongetwijfeld als crisis. Maar het gros van de slagkracht om klimaatverandering effectief aan te pakken, ligt meestal niet in de regio’s die de grootste klappen vangen…
LikeLike
Overigens is over het effect van extremen op de steun voor klimaatactie echt zojuist een pre-print verschenen:
“Global evidence on the relationship between extreme weather events and support for climate policies”
https://osf.io/preprints/osf/mq9x6
met oa Naomi Oreskes en Sander van der Linden, maar ook Cameron Brick (UvA klimaatpsychologie) op de auteurslijst.
ze onderzoeken of extreem weer, en de mogelijkheid van mensen om dat te koppelen aan klimaatverandering, gerelateerd is aan steun voor klimaat beleid. In een grote groep van meer dan 70duizend ondervraagden in 68 landen.
“Globally, most people support climate policies and link extreme weather events to climate change. We find that subjective attribution is associated with policy support, whereas actual impacts are mostly not. Our results suggest that demonstrating the link between extreme weather events and climate change likely increases policy support.”
Ik heb niet diep in de studie gedoken, maar vraag me wel af of het omgekeerde niet ook waar kan zijn: misschien dat mensen die toch al klimaatbeleid steunen ook beter in staat zijn om extreem weer aan klimaatverandering te koppelen ..?
LikeLike
Arthur, je zegt: “Maar het gros van de slagkracht om klimaatverandering effectief aan te pakken, ligt meestal niet in de regio’s die de grootste klappen vangen…”
Lijkt mij ook, en dat zou ook het volgende kunnen suggereren: als steeds meer regio’s grootse klappen vangen, ook daar waar nog slagkracht is/was, dan verminderd dat meer en meer de slagkracht om klimaatverandering effectief aan te pakken.
LikeLike
Jaap, als steeds meer regio’s klimaatklappen krijgen, zou dat in theorie ook kunnen leiden tot het veel meer toepassen van de slagkracht die (nog) beschikbaar is om klimaatopwarming effectief aan te pakken, zowel qua mitigatie als adaptatie.
Het is waarschijnlijk niet omdat er te weinig slagkracht is dat dit niet gebeurt, maar omdat er tot dusver nog te weinig politieke wil en macht gevormd is om die slagkracht te benutten. Dit zou in de toekomst kunnen veranderen.
Of dat in de praktijk ook zal gebeuren, hangt waarschijnlijk mede af van het organisatie- en mobilisatievermogen van de diverse sociale bewegingen die zich daarvoor inzetten, alsmede van hun veranderingstheorie.
Die theorie zal zelf ook in ontwikkeling zijn, dus het lijkt me niet zomaar te voorspellen of het klimaatbeleid in de toekomst alleen maar minder effectief zal worden, of juist wel effectiever, wellicht mede dankzij sociale kantelpunten.
LikeLike
Voor een aardige schets omtrent regionale klimaatklappen en de mogelijke gevolgen daarvan zie:
https://placesjournal.org/article/climate-migration-boomtowns-and-receiver-cities/?cn-reloaded=1
LikeLike
Leuk dat daarin onder meer verwezen wordt naar Marten Scheffer, die bezig is met een boek over hoe sociale kantelpunten de regionale klimaatklappen misschien nog tot op zekere hoogte kunnen beperken.
LikeLike