Het verzet tegen klimaatbeleid – en dus tegen de wereldwijde afspraken van het Akkoord van Parijs uit 2015 – kent vele vormen. Er zijn rabiate wetenschapsontkenners en wereldvreemde complotdenkers, maar anderen gaan veel subtieler te werk. Arnout Jaspers valt in die laatste categorie. Hij is een stuk minder onredelijk dan de meeste figuren die door Clintel op het schild worden gehesen. En, je moet het hem nageven, retorisch is hij heel behendig. Maar minder onredelijk is nog steeds niet redelijk. En van een wetenschapsjournalist zou je zorgvuldige duiding van een complex wetenschappelijk onderwerp mogen verwachten, in plaats van alleen maar behendige retoriek.
Jaspers mocht laatst bij het tv-programma Vandaag Inside wat vertellen over klimaatverandering, en zijn boek hierover promoten, en deed exact het tegenovergestelde van wat een serieuze wetenschapsjournalist zou doen. Hij negeerde alle wetenschappelijke complexiteit en nuances, maar beperkte zich tot oppervlakkige slogans.
Jaspers begon met het versimpelen van het maatschappelijk debat tot een discussie tussen twee partijen: doemdenkers die klimaatverandering als onvermijdelijke rampspoed zien en optimisten die denken dat het allemaal wel meevalt. Terwijl er ook veel stemmen in het debat zijn die zich verzetten tegen zowel het bagatelliseren van het probleem als tegen doemdenken. Nogal wat bekende klimaatwetenschappers horen bij die groep. Aan de hand van hun onderzoeksresultaten laten zij zien dat we rampzalige gevolgen kunnen voorkomen, maar dat we dan wel hard aan de slag moeten om de uitstoot van broeikasgassen in hoog tempo omlaag te brengen. Ze denken bovendien dat dat kan; dat het weliswaar een flinke inspanning vereist, maar dat die ook veel oplevert. Schone lucht, minder afhankelijkheid van oliestaten, goedkope lokaal opgewekte energie in arme delen van de wereld, om maar wat te noemen.
Over de gevolgen had Jaspers weinig meer te melden dan de constatering dat Nederland de stijging van de zeespiegel tot 2100 wel aankan. Nu ken ik weinig mensen die daar anders over denken, maar die daar geen aanleiding in zien om te doen alsof er niks aan de hand is. Omdat de zeespiegelstijging ook na 2100 doorgaat, omdat de stijgende zeespiegel zeker niet het enige gevolg is van klimaatverandering is, en omdat er buiten Nederland ook een groot stuk aarde is dat met die gevolgen te maken krijgt.
Volgens Jaspers staat het vast dat de zeespiegelstijging aan het eind van deze eeuw niet meer is dan een meter. De wetenschap is daar iets minder stellig over, onder meer vanwege de onzekerheid over West-Antarctica, maar het is wel onwaarschijnlijk dat het meer zal worden. In Nederland redden we het waarschijnlijk dus nog wel een tijd, maar elders in de wereld is dat minder zeker. Denk aan kleine eilandstaten, of aan Bangladesh, maar bijvoorbeeld ook aan Florida met zijn poreuze bodem. Een stijging van de zeespiegel met een meter kan daar wel degelijk grote problemen opleveren.
Bovendien heeft klimaatverandering veel meer gevolgen. Sommige van die gevolgen zijn vrij goed voorspelbaar, en andere veel minder. Daar zit het echte probleem: het gaat niet om een enkel gevolg, maar om de optelsom van allerlei veranderingen. De mens en de natuur hebben zich overal ingesteld op het klimaat dat ze kennen. Hoe meer het verandert en – vooral! – hoe sneller dat gaat, hoe moeilijker het voor iedereen is om zich daaraan aan te passen. Al wordt aanpassen wel wat makkelijker als je rijk bent. Omdat je dan geld hebt om te investeren in maatregelen, zoals dijken bouwen, maar ook omdat armere economieën vaak voor een veel groter deel drijven op landbouw. Landbouw is een sector die bijzonder kwetsbaar is voor klimaatverandering.
Dus, als je het niet nodig vindt om verder te kijken dan onze landsgrenzen, dan lijkt het misschien nog wel mee te vallen. Maar we moeten ons zeker niet te makkelijk rijk rekenen. We maken deel uit van de grote wereldeconomie en als die stagneert door de optelsom van alle gevolgen van klimaatverandering, heeft dat ook voor ons gevolgen. De noodzakelijke investeringen om ons hoofd boven water te houden gaan dan ook meer pijn doen. En de klappen die we kunnen krijgen door bijvoorbeeld extreme droogte of zware neerslag komen dan ook harder aan.
Toenemende weersextremen zijn dan nog de meest voor de hand liggende gevolgen van klimaatverandering. We kunnen ons er dus op voorbereiden. Als we tenminste willen onderkennen dat die extremen toe zullen nemen, en we dus willen investeren in de noodzakelijke maatregelen. We kunnen, of moeten, een zinnige discussie voeren over welke mogelijke consequenties we hoe dan ook willen voorkomen, welke risico’s we willen accepteren en welke maatregelen er dan nodig zijn. En hoe we daarvoor gaan betalen, dat ook natuurlijk.
Een enigszins vergelijkbare discussie is gevoerd na de watersnoodramp van 1953. Toen is besloten alles op alles te zetten om herhaling van zo’n ramp te voorkomen, en een kustverdediging te bouwen die bestand is tegen de ergst denkbare, uiterst zeldzame stormvloed. Met andere woorden, het werd heel goed mogelijk geacht dat de waterhoogte waarvoor die dijken en stormvloedkeringen waren ontworpen, helemaal nooit voor zou komen tijdens hun levensduur. Maar mocht het toch gebeuren, dan waren we veilig. Natuurlijk betekent dit niet dat we alle mogelijke nadelige gevolgen van klimaatverandering met zo’n grote zekerheid uit moeten sluiten. Als dat al mogelijk zou zijn. Maar het is wel slim om er goed over na te denken. Dat doe je niet door waarschuwingen voor mogelijke maar onzekere ernstige gevolgen simpelweg af te doen als doemdenken. Dat is misschien niet voor iedereen makkelijk te vatten, maar voor een ervaren wetenschapsjournalist zou dit toch niet te hoog gegrepen moeten zijn.
Er zijn ook gevolgen mogelijk waarvan de effecten in Nederland veel moeilijker te voorspellen zijn. Om er maar enkele te noemen: veranderingen in luchtstromingen, het stilvallen van de thermohaliene circulatie in de Atlantische Oceaan, of toch die versnelde smelt op West-Antarctica. Vanwege de grote onzekerheid is het veel moeilijker om op dit soort veranderingen te anticiperen. Bovendien zijn dergelijke processen niet zomaar om te keren als ze eenmaal op gang zijn. Wat wel vaststaat: naarmate het meer en sneller opwarmt, zullen de gevolgen niet alleen groter zijn, maar ook minder voorspelbaar. De kans op ingrijpende, ernstige gevolgen neemt dus toe, naarmate we meer CO2 en andere broeikasgassen uitstoten. Dat we sommige gevolgen niet precies kennen, en niet exact weten wanneer ze op kunnen treden, lijkt me niet zo’n goed argument om ze maar helemaal te negeren, of terzijde te schuiven als doemdenken.
Nederland zal eind deze eeuw hoogstwaarschijnlijk niet zijn verdwenen in de golven. Dat de mensheid helemaal uit zal sterven als gevolg van klimaatverandering lijkt me ook niet aannemelijk. Er is alle reden om kritisch te zijn op mensen die dat beweren. Maar het is geen argument om dan maar door te slaan naar het andere uiterste. Klimaatverandering zorgt nu al voor flinke problemen, en dat zal in de loop van deze eeuw alleen maar toenemen. Zeker als we niet heel hard aan het werk gaan om onze uitstoot te beperken. Wie dat ontkent, neemt de wetenschap niet serieus.
Het retorische spelletje van Jaspers begint er al mee dat hij zichzelf klimaatoptimst noemt. Terwijl optimisme natuurlijk niet betekent dat je reële problemen en risico’s niet onder ogen wil zien. Daar hebben we een ander woord voor: struisvogelgedrag. Het betekent ook niet dat je uitgebreid beargumenteerde waarschuwingen voor dergelijke problemen versimpelt tot de karikatuur doemdenken. Dat zou ik eerder cynisme noemen. De ware optimist durft het beest opgewekt in de bek te kijken, erop vertrouwend het te kunnen verslaan. Zelfs als dat niet makkelijk is.


Mooi stuk! Zoals zangeres Anohni het treffend stelt: ‘optimism without honesty is denial’.
Goede groet!
Sent from Proton Mail Android
LikeLike
Chris, hoe kunnen we als samenleving van het huidige nog dominante oppervlakkig optimisme, naar een diepgaander en hoopgevender optimisme komen? Je verwijst in je recente boek “Alledaags activisme” naar een uitspraak van Hannah Arendt: Klimaatfilosoof Chris Julien: ‘Slavernij en ecocide liggen in elkaars verlengde’ – OneWorld
Zij schreef op p.178 van The Human Condition (1958): Arendt_Hannah_The_Human_Condition_2nd_1998.pdf (monoskop.org)]
‘Dat mensen het vermogen hebben tot actie betekent dat het onverwachte van hen verwacht kan worden, dat ze in staat zijn zaken te verrichten die oneindig onwaarschijnlijk zijn.’
In de context van klimaatcrisis en ecologische overshoot roept dit de vraag op tot welke onverwachte acties mensen in staat blijken, en of die de crisis en overshoot zullen verminderen of juist verergeren.
Je schrijft in “Alledaags activisme” ook:
“[W]e moeten ons hoe dan ook aanpassen aan klimaatverandering en dat maakt elke positie activistisch. Radicaal is het nieuwe normaal, en de omslag van oude naar nieuwe bakens is het spanningsveld waarin activisme opereert. De vraag voor elk van ons is of klimaatadaptatie goed- of kwaadschiks zal gaan. Alledaags activisme biedt daarin een positief vooruitzicht, om systeemverandering op gang te brengen vanuit je dagelijkse werkelijkheid.”
Naarmate de effecten van klimaatopwarming extremer en schadelijker worden, valt te verwachten dat steeds meer mensen bereid zullen zijn tot radicaler alledaags activisme en om radicaler overheidsbeleid zullen vragen om de steeds verder toenemende schade nog zoveel mogelijk te beperken.
Mensen die deze ontwikkeling nog altijd willen ontkennen en vertragen, zullen zich dan gedwongen voelen tot radicalere tegenactie: zie bv de acties van de Koch-broers in de afgelopen decennia en van boeren op hun trekkers in de afgelopen jaren.
De uitkomst van die twee tegengestelde processen valt moeilijk te voorspellen, vooral doordat toenemende klimaatschade en ecologische overshoot ook geopolitieke stress doet toenemen.
Is de mensheid in staat die stress te verminderen door o.a. een serieuze hervorming van de VN, zoals voorgesteld in het recent aangenomen Pact for the Future, met name in acties 39-41: sotf-pact_for_the_future_adopted.pdf (un.org)
“Action 39. We will reform the Security Council, recognizing the urgent need to make it more representative, inclusive,
transparent, efficient, effective, democratic and accountable.
Action 40. We will strengthen our efforts in the framework of the intergovernmental negotiations on Security Council
reform as a matter of priority and without delay.
Action 41. We will strengthen the response of the Security Council for the maintenance of international peace and security
and its relationship with the General Assembly.”
Dit zijn mooie woorden op (digitaal) papier, maar voorlopig nog lang niet geopolitiek gerealiseerd. Op welke manier kan alledaags activisme bijdragen aan het realiseren van dit soort geopolitieke veranderingen, die cruciaal lijken voor een effectief beleid om de klimaatcrisis en mondiale ecologische overshoot te verminderen? Of zijn zulke geopolitieke veranderingen niet per se nodig om tot effectief beleid te komen?
Ofwel: als we het beest in de bek kijken, hoe optimistisch of hoopvol kunnen we dan zijn dat alledaags activisme van mensen overal ter wereld tot de fundamentele sociaal-politieke veranderingen zal leiden die nodig is om te voorkomen dat we in een voortgaande neerwaartse spiraal verstrikt raken?
Carpenter et al 2019 zeggen daarover: Ecology and Society: Dancing on the volcano: social exploration in times of discontent
“We reflect on global changes that may contribute to social destabilization such as rising wealth concentration and environmental degradation and ask how responses may be understood from social-psychological forces such as the need for group identity and managing the terror of mortality. The emerging image is that of a society engaged in multifaceted experimentation. Maintaining such experimentation may help inspire novel pathways to desirable futures, but there is a risk of societies becoming trapped in backward-looking narratives that threaten long-term sustainable outcomes… The plateau of change and uncertainty is not the end of the world as we know it, it is the beginning of shared work toward a better planet than we now have. Progress toward a better planet begins with open conversation about how we will share the planet with each other and all of life on earth… Plausible pathways are many, and include the collapse of global civilization or transformation to a new social organization that is sustainable by the life support provided by the biosphere… In this time of turbulence, many pathways are explored and outcomes are unpredictable.”
Dit lijkt me een realistische positie, ergens tussen oppervlakkig wensdenken en defaitistisch doemdenken, met (enige) ruimte voor onverwacht positieve uitkomsten van alledaags en minder alledaags activisme. Dus moedig voorwaarts.
LikeLike
Lennart,
ik kan mij vinden in je laatste alinea.
Het eerste en laatste decennium van de 20ste eeuw kenden veel optimisme. In het eerste was natuurwetenschap en techniek tot bloei gekomen, en waren grenzen aan de groei ver weg.
In het laatste zagen we het eind van de koude oorlog, en was de alkesoverheersende geopolitieke spanning voorbij.
Daartussen waren twee verbijsterende oorlogen, een Koreaanse oorlog, een Vietnam oorlog. Veel doden door de uitwerking van het communisme in de Soviet Unie en China.
Dus, misschien is er over 80 jaar wel veel reden tot optimisme. Gevoed door een snelle wederopbouw.
LikeLike
Lennart,
“In this time of turbulence, many pathways are explored and outcomes are unpredictable.”
Ik zie dat anders. De belangrijkste ‘outcome’ is 100% predictable: de globale opwarming loopt met vertraging in de fysische pijplijn nog wel effe op en ondertussen wordt die pijplijn nog met e.e.a. ghg gevoed. Dat is wat mij betreft de natuurkundig realistische positie. Ik zie geen reden om optimistisch te zijn over tempering van de opwarming. En ik ben pessimistisch over ons aanpassingsvermogen aan de opwarming. Asiel-zoekers 2024 zijn de voorhoede van klimaat-vluchtelingen anno 2034. Ik zie niet welk activisme daartegen is opgewassen.
LikeLike
Goff, dat het verder opwarmt is voorspelbaar, de mate waarin is nog onzeker, evenals de manier waarop de mensheid zich aan die onzekere opwarming wel of niet zal aanpassen. Vooral die laatste onzekerheid is volgens mij de reden dat Carpenter et al over “unpredictable pathways” spreken.
LikeLike
Lennart,
dat ‘pathways’ onvoorspelbaar zijn is een open deur.
De mensheid zal zich links- of rechtom wel aanpassen maar ik ben pessimistisch over de hoeveelheid bloed zweet en tranen die ermee gemoeid is. Voor mij is dat de context waarbinnen ik activisme begrijp. En daarmee bedoel ik òòk activisme van the powers that be. Bommen en granaten stoten nogal wat GHG uit. En de opruiming van de puinhopen doet er nog een schepje bovenop.
LikeLike
Inderdaad, Goff, er is activisme aan meerdere kanten, en de uitkomst van die interactie is onzeker, dus kan meer of minder slecht uitpakken voor de meerderheid van de mensheid (en de rest van de natuur).
LikeLike
Dirk, je zegt: “misschien is er over 80 jaar wel veel reden tot optimisme. Gevoed door een snelle wederopbouw.”
Dat zou misschien kunnen inderdaad, met in de tussentijd veel pessimisme vanwege groeiende sociaal-ecologische stress. Hoe die stress via activisme te beperken is de grote vraag, wat mij betreft.
LikeLike
Het blogstuk eindigt met “De ware optimist durft het beest opgewekt in de bek te kijken, erop vertrouwend het te kunnen verslaan. Zelfs als dat niet makkelijk is.”
Tja, het is de reden dat ik geen ware optimist ben. Het beest in de bek kijken lukt me wel maar juist door wat ik zie vertrouw ik niet op mijn/onze slagkracht. Het ‘beest’ is immers de discrepantie tussen de snelheid van systemische klimaat- en habitatverandering en de traagheid van aanpassing daaraan. Die discrepantie is m.i. de voedingsbodem van zowel doemdenken als heftig activisme.A
LikeLike
Het lijkt me onzeker of we het beest nog kunnen verslaan, maar ook nog niet geheel uit te sluiten, afhankelijk van wat we precies onder “verslaan” verstaan. Misschien is “verslaan” in dit geval vooral “nog zoveel mogelijk standhouden”, dus in ieder geval “niet compleet verslagen worden”. Alles wat tot een betere uitkomst leidt, is dan mooi meegenomen, en de moeite waard om ons voor in te spannen, ergens tussen doem- en wensdenken in.
LikeLike
Ik zou zeggen dat het nog best mogelijk is om het beest te verslaan. De vraag is vooral hoeveel ellende het nog aan kan richten voordat het zover is.
LikeLike
Misschien of waarschijnlijk is het nog mogelijk het beest te verslaan, maar dat weten we niet zeker, voor zover ik begrijp. Hoe dan ook lijkt de morele opgave vooral de hoeveelheid ellende nog zoveel mogelijk te beperken, onder meer door niet te vervallen in doemdenken of wensdenken.
LikeLike
Lennart,
“Misschien is ‘verslaan’ in dit geval vooral ‘nog zoveel mogelijk standhouden…’ ”
Dat lijkt me idd de essentie van adaptatie aan de klimatologische & metereologische gevolgen van de globale opwarming. Overigens zal het met dat standhouden niet meevallen. Om bij de beest-metafoor te blijven: we hebben het over een draak met meer dan de bijbelse zeven koppen.
Hans,
ik denk dat het beest niet te verslaan is. Er valt enkel mee te leven en dat valt anno 2024 bij +1,3°C al niet mee. Laat staan indien één van de tipping points in het klimaatsysteem overschreden wordt, een snel naderend risico/gevaar waar klimaatwetenschappers bij herhaling op hebben gewezen (onlangs in weer een rapport massaal ondetekend door experts wereldwijd). Het beest is niet te verslaan, zal hooguit verdampen wanneer aanpassing in de pas loopt met klimatologische lange termijn-regelmatigheid. Voorlopig zit er dat niet in, er is niet voor niets sprake van klimaat’verandering’.
Nou ja, het zijn overwegingen om lucht te geven aan mijn schommeling tussen doemgedachten en opbeurende gedachten. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik in de klimatologische feiten en verwachtingen weinig zie dat opbeurend is voor vertrouwen in ‘ons’ aanpassingsvermogen. Maar misschien zie ik iets over het hoofd.
LikeLike
Goff,
Je zegt:
‘Er valt enkel mee te leven en dat valt anno 2024 bij +1,3°C al niet mee.‘
Als we ons er uiteindelijk aan hebben aangepast zouden we natuurlijk prima kunnen leven in een warmer klimaat. Als we na de laatste ijstijd, zo’n 11.000 jaar geleden, in een klimaat waren beland dat 3°C warmer is, hadden we ons daarin verder ontwikkeld. De wereld zou er heel anders hebben uitgezien, en het is lastig te zeggen of we beter om minder goed af zouden zijn geweest.
Het beest is de verandering van het klimaat. De kwaadaardigheid van dat beest wordt voor een flink deel bepaald door de snelheid van die verandering, al is de omvang natuurlijk ook van belang.
LikeLike
De kwaadaardigheid van het beest wordt ook bepaald door de enorme met name sociaal-cultureel-maatschappelijke verschillen tussen 11000 jaar geleden en nu. Een beetje analoog aan wat WWA doet met onderzoek naar de invloed van klimaatverandering op klimaatrampen (modelleringen tussen de klimaatsituatie van nu in vergelijking met die van bv 50 jaar geleden) zou zoiets ook toegepast kunnen worden op de verschillen tussen het begin van het Holoceen en het begin van het Antropoceen. De opmerkelijkste moge wel duidelijk zijn: het aantal wereldbewoners der mensdieren.
LikeLike
Jaap,
Uiteindelijk vormen we natuurlijk zelf zowel beest als (potentieel) slachtoffer. En we hebben onszelf als beest heel krachtig gemaakt en als mogelijk slachtoffer behoorlijk kwetsbaar. Met wel de kanttekening dat dat zeker niet voor iedereen in gelijke mate geldt.
LikeLike