CO2-verwijdering uit de atmosfeer – tijdelijk of permanent?

De Onlanden is een nieuw natuurgebied ten zuidwesten van de stad Groningen. Het is moerasnatuur, aangelegd op voormalige landbouwgrond. Behalve voor natuur is het ook waterberging, om de stad te behoeden voor overstroming. In het natuurgebied wordt ook veel CO2 uit de lucht opgenomen door de moerasplanten. Een mooi voorbeeld van bescherming tegen klimaatverandering, op twee manieren: bescherming tegen de gevolgen van extreme regenval en bestrijden van klimaatverandering. Zou je denken.

De Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) heeft een advies aan de regering uitgebracht over CO2-verwijdering uit de atmosfeer. CO2-verwijdering uit de atmosfeer is belangrijk om de uitstoot van broeikasgassen naar netto 0 terug te brengen, om catastrofale opwarming van onze planeet te voorkomen. Het is ook nodig omdat we ook in de toekomst niet alle uitstoot van broeikasgassen zullen kunnen voorkomen. Na 2050 zou de uitstoot wereldwijd ook negatief moeten worden, door meer verwijdering van CO2 uit de atmosfeer dan er wordt uitgestoten. De WKR maakt ook duidelijk dat (eventuele toekomstige) CO2-verwijdering geen excuus mag zijn om de CO2-uitstoot niet te verminderen. Toch wordt een project als De Onlanden niet als een veelbelovend voorbeeld voor Nederland gezien in het advies van de WKR. Waarom niet?


Verschillende soorten CO2-verwijdering.

De WKR maakt in het advies een onderscheid tussen technieken voor tijdelijke en voor permanente verwijdering. Het advies toont een sterke voorkeur voor technieken voor permanente verwijdering, vanwege de lange verblijfstijd van CO2 in de atmosfeer: eeuwen tot millennia. Daarnaast zou tijdelijke opname van CO2 in ecosystemen veel variatie van jaar tot jaar vertonen en moeilijk meetbaar zijn. Hierover straks meer.

Waar hebben we het over bij tijdelijke en permanente verwijdering? In het advies wordt onder ‘tijdelijk’ verstaan: minstens enkele decennia, en onder ‘permanent’: ‘minstens enkele eeuwen, met geringe kans op vroegtijdig vrijkomen’.

Overzicht van methoden voor CO2-verwijdering, ingedeeld naar basisprincipes van de methode en de geschatte tijdsduur waarover de CO2 uit de atmosfeer verwijderd is. Naar Figuur 1 in het achtergrondrapport van het advies van de Wetenschappelijke Klimaatraad over CO2-verwijdering (vereenvoudigd en aangevuld door de auteur). CCS: Carbon Capture and Storage, BE: Biomass Energy; BECCS: Biomassa energie met carbon capture + storage; DACCS: Direct Air Carbon Capture and Storage.

Tijdelijke en permanente verwijdering berust vooralsnog grotendeels op opname van CO2 uit de atmosfeer via planten (biologische methoden). Door fotosynthese wordt CO2 aan de lucht onttrokken en opgeslagen als koolstofverbindingen in de vegetatie, en organische stof (humus, veen) in de bodem.

Maatregelen voor tijdelijke verwijdering.

Ik ga hier vooral in op opslag met behulp van biologische methoden op land, vanwege mijn expertise; de oceaan blijft hier buiten beschouwing. Met verschillende technieken kan koolstof uit biomassa tijdelijk of permanent worden opgeslagen. In Nederland bieden herbebossing, natuurgebieden met veengroei, en afzetting van sediment aan de kust in kwelders mogelijkheden, maar die vereisen wel ruimte. Ook in de landbouw zijn er mogelijkheden: landbouwtechnieken die de hoeveelheid koolstof in de bouwvoor (de bovenlaag van de bodem) verhogen, of toepassing van biochar: door pyrolyse verkoolde organische stof, bijgemengd in de bodem als bodemverbeteraar. Dit verkoolde materiaal verteert nauwelijks vergeleken met normale humus in de bodem, en dus wordt de koolstof voor langere tijd vastgelegd. Ook kun je denken aan opslag in duurzaam gebruikte organische producten, zoals hout of isolatiemateriaal voor de bouw. Eventueel kan dat weer gecombineerd worden met meer permanente opslag van CO2 aan het eind van de levenscyclus van deze materialen (zie de pijl in fig. 1).

Er zitten nadelen aan tijdelijke opslag in bodems. Het is kwetsbaar voor klimaatextremen, en vanwege het landgebruik kwetsbaar voor de wispelturigheid van de mens. In een extreem heet en droog jaar nemen bossen veel minder CO2 op en kunnen zelfs netto CO2 uitstoten. Door hoge bodemtemperaturen wordt de koolstof in de bodem sneller weer omgezet tot CO2. De kans op koolstofverlies wordt ook vergroot door bos- en veenbranden. Voor kustafzettingen in kwelders is extreem stormweer en zeespiegelstijging een gevaar vanwege toename van kustafslag.

Daarbij komt dat de opnamecapaciteit in bosbodems en vegetatie beperkt is. Na herbebossing wordt in de eerste decennia veel extra koolstof vastgelegd, maar op langere tijdschaal treedt verzadiging op, met een evenwicht tussen netto opname van CO2 door planten en uitstoot van CO2 door afbraak van dode organische stof . Voor veengroei duurt het veel langer voordat die verzadiging bereikt wordt (duizenden jaren). Dat begint dus al meer op permanente CO2-opname te lijken. Bij beginnende veengroei moet wel eerst een toename van de uitstoot van het sterke broeikasgas methaan (moerasgas) gecompenseerd worden, wat decennia kan duren, maar ondertussen is er al wel CO2 vastgelegd in bodem en vegetatie. Overigens is de methaanemissie sterk afhankelijk van de manier waarop de bodem op vernatting wordt voorbereid, het type ecosysteem dat ontstaat, en de waterkwaliteit (vies water = meer methaan).

Koolstofopslag in bodem en vegetatie vereist stabiliteit. Je kunt niet zomaar een bos planten en zeggen dat je daarmee je CO2 uitstoot compenseert en het vervolgens na een paar jaar weer opruimen omdat er weer een nieuw distributiecentrum of iets dergelijks moet komen. Het betekent langdurige reservering van ruimte.

‘Permanent’ is niet altijd permanent.

Bij permanente verwijdering wordt CO2 uit de atmosfeer gehaald en in de diepere ondergrond of in sedimenten op de oceaanbodem opgeslagen. Het overgrote deel hiervan wordt gerealiseerd met BECCS: verbranding van biomassa voor energie, afvang van CO2 en opslag in lege gasvelden. Er is maatschappelijke weerstand tegen verbranding van biomassa, vanwege kans op luchtvervuiling, verlies van bosnatuur en bodemkoolstof. ‘Direct Air Capture’ onttrekt met industriële installaties direct CO2 aan de atmosfeer en slaat dat ondergronds op. Deze methoden vergen doorgaans een hoog energieverbruik en bevinden zich technologisch nog in een pril stadium.

Bij natuurlijke verwering van gesteenten wordt ook CO2 aan de atmosfeer onttrokken; vooral het mineraal olivijn staat daarvoor in de belangstelling. Door olivijnrijk gesteente te mijnen, te vermalen en over een groot oppervlak uit te strooien (bijvoorbeeld als ophoogmateriaal) kan veel sneller CO2 opgenomen worden dan door natuurlijke verwering. CO2 uitstoot door energieverbruik voor malen en transport is een relatief gering probleem hierbij, al hangt dat wel af van de mate waarin je het gesteente wilt vermalen. De gevolgen op milieu, natuur en landschap van het mijnen van olijvijnrijke gesteenten zoals gabbro en basalt moeten echter niet vergeten worden. Er zijn wel mogelijkheden voor synergie voor de aanpak van bodemverzuring door stikstofneerslag. Bij de verwering van mineralen komen ook de elementen magnesium, calcium en kalium vrij die bodemverzuring tijdelijk kunnen tegengaan. Aan de andere kant kan doorgaande verzuring ook weer gaan bijdragen aan het vrijkomen van de vastgelegde CO2.  

De grens tussen tijdelijke en permanente CO2-verwijdering lijkt in het WKR-advies ook een grens met grote verschillen in diepte te zijn: een grens tussen tijdelijke opslag in de kwetsbare bovenste bodemlagen, en permanente opslag in de diepe ondergrond. Er zijn echter meer mogelijkheden daartussen. Zo is het heel goed mogelijk om biomassa op geringere diepte op te slaan en op die manier CO2 redelijk permanent te verwijderen. In de eerste plaats gebeurt dat bij afzetting van veen, kust- en riviersedimenten. De Nederlandse delta is opgebouwd uit duizenden jaren afzetting van dit type sediment. Dat bewijst dat de levensduur van koolstofopslag in sedimenten niet onderschat moet worden. Het is ook mogelijk dit na te bootsen. Opslag van door planten opgenomen koolstof onder anaerobe (zuurstofloze) omstandigheden, onder de grondwaterspiegel op een diepte van enkel meters conserveert dat organische materiaal ook. Er wordt gewerkt aan proefproject waarbij biomassa die vrijkomt bij onderhoud van natuurgebieden onder de grondwaterspiegel wordt opgeslagen in diepere veenlagen. Daar is de anaerobe afbraak zeer traag, en de eventuele methaanvorming wordt in de aerobe bovenlaag afgevangen door bacteriële oxidatie.

Permanente technieken zijn ook niet altijd even permanent als het lijkt. Bij opslag in gasvelden is lekkage via boorgaten waarvan de afdichting faalt, niet uit te sluiten (methaanlekkages uit afgesloten boorputten komen regelmatig voor), en dit vereist voortdurende monitoring (Mortezaei et al., 2018). Hier komt ook een moreel argument ten aanzien van toekomstige generaties bij: “hier heb je het afval van onze niets ontziende levensstijl, goed op blijven letten hoor”. Een argument dat ook bij opslag van kernafval geldt.

Tijdelijke opslag ondergewaardeerd.

Gezien de lange levensduur van CO2 in de atmosfeer is de nadruk in het WKR-advies op permanente verwijdering wel logisch. De auteurs stellen echter dat tijdelijke CO2-verwijdering geen onderdeel zou moeten zijn van het Nederlandse beleid op het gebied van koolstofverwijdering, maar hooguit een ‘bijproduct’ van ander beleid, zoals natuurbeleid.

Dat is onterechte onderwaardering van de mogelijkheden van tijdelijke CO2-verwijdering, het negeert de stappen die daarin al gezet zijn en de mogelijkheden voor verbetering. Die zijn niet verwaarloosbaar, en ondersteuning daarvan vanuit regeringsbeleid zou dat nog sterk kunnen verbeteren. Bijvoorbeeld, de CO2 die vastgelegd wordt in de Onlanden en de vergelijkbare, nabijgelegen Polder Camphuys is nu al ±11,5 ton per hectare per jaar volgens voorlopige meetgegevens1. Dat biedt mogelijkheden.

Wereldwijd zijn volgens het WKR-advies veruit de meeste toegepaste technieken voor koolstofverwijdering tijdelijk. Jaarlijkse CO2-verwijdering wordt geschat op 3000 Mt (megaton), 5,2% van de uitstoot (in CO2 equivalenten, dus ook niet-CO2 broeikasgassen). Voor 99,9% is dat tijdelijke verwijdering. Bovendien staan volgens het rapport de technieken voor permanente opslag nog deels in de kinderschoenen, zijn er onzekerhedenden over effectiviteit en/of zijn ze duur en ze vergen ze veel energie. Er is nu snelle toename van verwijdering nodig in verband met de nadering van kantelpunten in het klimaatsysteem en de overschrijding 1,5 – 2 graden grenzen van het klimaatakkoord van Parijs. Waarom dan tijdelijke opslagmethoden bij voorbaat afwijzen als beleidsoptie? Het is het kind met het badwater weggooien.

Gebrek aan ondersteuning vanuit het regeringsbeleid kan tijdelijke CO2-verwijdering in Nederland ook in gevaar brengen. Als je het alleen als bijproduct van ander beleid wilt zien, zoals natuurbeleid, verzwak je zowel het natuurbeleid als het beleid voor CO2-vastlegging. Natuur wordt in de huidige politieke omstandigheden impopulair gemaakt door sommige luidruchtige belangengroepen. Deze uitspraak van de WKR geeft politieke tegenstanders van nieuwe natuur (met doorgaans mogelijkheden CO2-vastlegging) een extra argument in handen. Laten we het eens omdraaien: betere natuur en waterbeheer zijn bijproducten van CO2-vastlegging. Ze horen bij elkaar.

De olifant in de kamer.

Aangezien bij CDR het ruimtegebruik een kritische factor is, is het logisch om te kijken welke sector in Nederland verreweg het grootste ruimtebeslag heeft. Een grote uitstoter van broeikasgassen en ruimtegebruiker in Nederland: de zuivel- en vleesindustrie. Dat wordt overigens niet benoemd in het WKR-advies. Nederland heeft de hoogste veedichtheid van Europa. De productie wordt voor het grootste deel geëxporteerd, en is afhankelijk van veel landgebruik en waterverbruik in binnen- en buitenland voor de teelt van veevoer. Het ruimte- en watergebruik van de vlees- en zuivelsector is relatief hoog, vergeleken met dat van plantaardig voedsel. Bovendien is deze sector veroorzaker van hoge emissies van de zeer sterke broeikasgassen methaan en lachgas. De klimaat- en milieukosten van vlees en zuivel zitten niet in de prijs van de producten en komen dus ten koste van de Nederlandse belastingbetaler. De intensieve veehouderij in Nederland veroorzaakt jaarlijks 4,5 miljard euro aan schade aan gezondheid, milieu en klimaat; de klimaatschade vormt een aanzienlijk aandeel daarin volgens analyses van CE Delft.

Het zou een logische keuze moeten zijn: minder ruimte voor vee met afname van de broeikasgasemissie als bonus, en meer ruimte en betere waterbeschikbaarheid voor CO2-vastlegging met bewezen technieken. Het mes snijdt hierbij aan twee kanten: minder uitstoot van broeikasgas, meer opname.

Desondanks komt deze keuze niet ter sprake in het rapport. Het enige onderwerp waarbij veeteelt genoemd wordt, is het toekomstige gebruik van permanente CO2-opslag om niet vermijdbare broeikasgasemissies te compenseren. Volgens het WKR-advies horen ook de emissies van veeteelt daarbij. Het is opvallend in tegenspraak met de stelling van de WKR dat reductie van broeikasgasuitstoot voorop moet staan, en CO2-vastlegging niet bedoeld is voor compensatie daarvan. Ervan uitgaan dat de emissie van de veesector niet gereduceerd kan worden en door CO2-vastlegging gecompenseerd moet worden is niet logisch en laat kansen liggen.

Belangenorganisaties in de landbouw beweren dat de veesector zo groot is omdat de Nederlandse bodem uitzonderlijk geschikt zou zijn voor hoogproductieve veehouderij en akkerbouw. Dat is maar deels het geval, het wordt ook gefaciliteerd door subsidies en verleggen van de klimaat-, milieu- en waterkosten naar de maatschappij. Een deel van de nu gebruikte bodems voor veeteelt is ongeschikt of slechts marginaal geschikt als we het waterbeheer niet met veel kosten en negatieve gevolgen naar onze hand zouden zetten. Dat was ook het geval bij De Onlanden: ze heetten niet voor niets de onlanden, dat wil zeggen, land dat ongeschikt was voor landbouwkundig gebruik.

Met inperken van de intensieve veehouderij kan ruimte en water bespaard worden, die ingezet kunnen worden voor koolstofverwijdering in bossen en veengroei in natuurgebieden. Hiervoor zijn delen van de Nederlandse bodem en landschap namelijk ook bijzonder geschikt, wat het geologische verleden heeft bewezen. Denk bijvoorbeeld aan beekdalen op de zandgronden of veenweidegebieden. Ook de Onlanden zijn er een voorbeeld van. Voor de ontginning groeide er veen, en bestond het uit moerasgebied dat onderdeel was van de overstromingsvlakte van laaglandbeken. Dit zijn hoogproductieve ecosystemen die in korte tijd veel CO2 kunnen opnemen, en zich goed lenen voor combinatie met andere functies zoals waterberging, natuurbehoud en natuurrecreatie.

Het belang van water.

Waarom zou je niet ook proberen de bestaande technieken te verbeteren en minder kwetsbaar te maken? Die mogelijkheid wordt onvoldoende uitgelicht in het WKR-advies. Dat vergt vooral bescherming tegen de effecten van klimaatextremen, en goede planologische bescherming. Allereerst het water.

De effecten van droogte waren de afgelopen jaren ook goed te zien tijdens extreme droogteperioden, met bruin verkleurende bossen en verdrogend veen op de hogere zandgronden. Dat kan in belangrijke mate voorkomen worden door waterbeheer daarop af te stemmen. De mogelijkheden zijn er al. Er zijn prioriteiten vastgelegd in het waterbeheer (de verdringingsreeks) waarin het voorkomen van schade aan dijken, infrastructuur en onomkeerbare schade aan natuur op nummer één staat. Dit helpt ook om CO2-uitstoot door koolstofverlies uit veen te voorkomen. Toch staat in de praktijk het landbouwbelang nog steeds voorop. Daardoor is al veel schade aangericht aan de beschikbaarheid van schoon grondwater; onder andere door nitraatvervuiling uit mest neemt de concurrentie tussen natuur en drinkwaterwinning toe. Waterschappen hebben onvoldoende gegevens over de hoeveelheid grondwateronttrekking voor beregening in droge perioden. Waterbeschikbaarheid voor koolstof vastleggende natuur kan beter geprioriteerd worden, als ook bescherming van CO2-vastlegging in de verdringingsreeks een plaats krijgt en dat ook gehandhaafd wordt.

 
Met kennisontwikkeling is ook een wereld te winnen, bijvoorbeeld via verbetering van ecologische kennis. Er is ook steeds meer ervaring in het meten van broeikasgasbalansen van ecosystemen. De meetbaarheid en verifieerbaarheid van koolstofvastlegging is daarom minder een probleem dan door WKR gesuggereerd wordt. Onder andere in het onderzoeksprogramma NOBVeenweiden heeft veel ontwikkeling plaatsgevonden aan meettechnieken, methoden en modellen, en wordt ook gemeten aan CO2-vastlegging door natuurlijke ecosystemen. Er is steeds meer kennis over CO2-opname en methaanemissie van veenvormende ecosystemen2, wat mogelijkheden biedt om methaanemissie met gericht beheer te verminderen. Schoon water is daarbij cruciaal, vervuild water veroorzaakt meer methaanvorming. In Polder Camphuys, met soortgelijke vegetatie als de Onlanden, was de CO2-opname volgens metingen in 2020-2021 groter dan de methaanemissie.

Welke ruimtelijke ordening?

Tijdelijke vormen van koolstofvastlegging moeten de planologische bescherming krijgen die ze nodig hebben. Ooit was ruimtelijke ordening een belangrijke overheidstaak, en die zou om meerdere redenen weer opgepakt moeten worden. Op de overheidswebsite over ruimtelijke ordening wordt CO2-vastlegging niet eens genoemd, het woord ‘klimaat’ komt er evenmin in voor. Ook in een recent advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) over klimaatbestendige ruimtelijke ordening komt CO2-verwijdering op land niet voor. Dat de ruimtelijke ordening buiten schot blijft in het WKR-advies, is een gemiste kans.

Twee belangrijk problemen die de RLI wel signaleert zijn: 1. Water en bodem zijn nog steeds onvoldoende sturend waardoor veel ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouw en industrieterreinen) nog steeds plaatsvinden op plaatsen die daarvoor onvoldoende geschikt zijn, en 2. Grondeigendom is een belangrijke belemmerende factor. Speculatie heeft de grondprijzen zodanig opgedreven dat ook betaalbare woningbouw vaak niet meer mogelijk is, laat staan CO2-verwijdering. Het wordt daarom ook moeilijker om ruimte te krijgen voor activiteiten die niet direct veel geld opleveren zoals CO2-verwijdering, tenzij dit ook vermarkt wordt (wat niet wenselijk is, omdat dan CO2-verwijdering al snel weer ingezet wordt om vooral emissies te compenseren en dus geen netto verwijdering meer is).

Het achterliggende politieke probleem is dat de ruimtelijke ordening in Nederland door de nadruk op liberalisering en privatisering sterk aan betekenis heeft ingeboet volgens de RLI. Als de overheid nauwelijks meer kan of wil ingrijpen in de ruimtelijke inrichting ten behoeve van activiteiten die van groot maatschappelijk belang zijn, dan houdt het snel op, zowel voor tijdelijke als voor permanente CO2-verwijdering (via BECCS).

Het WKR-advies gaat belangrijke politieke en ruimtelijke keuzes uit de weg. Tijdelijke CO2-opslag wordt daardoor te makkelijk terzijde geschoven. Je kunt echter die politieke keuzes niet onbesproken laten, omdat CO2-vastlegging hoe dan ook ruimte en budget vraagt. Die keuzes betreffen welke landbouw we willen en de manier waarop in Nederland de ruimtelijke ordening georganiseerd is.

Als we uitgaan van het principe in de ruimtelijke ordening dat water en bodem sturend zijn, is er minder concurrentie om ruimte voor CO2-verwijdering. Ongeschiktheid voor bouw door bijvoorbeeld overstromingsrisico en slappe bodem is voor CO2-verwijdering geen belemmering. Tijdelijke verwijdering van CO2 heeft, zoals de WKR zelf aangeeft, veel mogelijkheden voor synergie met behoud van natuur en bescherming tegen een steeds grilliger neerslagpatroon door klimaatverandering, zoals het voorbeeld van de Onlanden laat zien. De vraag blijft, hoeveel ruimte we vrij willen maken voor deze steeds dringender wordende zaken, en hoeveel planologische bescherming dat geniet – en dus ook hoe tijdelijk de CO2-verwijdering is. Dat er voor klimaatveiligheid ook ruimte nodig is, mag best eens tussen de oren gaan zitten bij alle ruimtelijke plannenmakers en de politiek.

Overigens, nogs steeds blijft snelle afname van broeikasgasuitstoot uit fossiele brandstoffen de hoogste prioriteit volgens het WKR-advies. Ook voor toekomstige generaties die dan minder belast worden met de noodzaak om onze broeikasgassen met allerlei kunstgrepen uit de atmosfeer te dweilen.

Referenties.

1. Meetgegevens zijn nog niet gepubliceerd, publicatie is in de loop van 2024-2025 te verwachten, daarom kon hieruit nog niet uitgebreid uit worden geciteerd. Het genoemde getal van 11,5 ton CO2/ha/jaar is een afgerond gemiddelde van metingen van 2020-2021op meetlocaties in de Onlanden en Polder Camphuys, en is gebaseerd op reeds gepubliceerde modellering van het gezamenlijke effect van CO2 en CH4. De CO2 opname compenseert nagenoeg CH4 uitstoot. In de tokeomstige rapportages zal ook een langere meetreeks over meer jaren beschikbaar zijn..

2. Buzacott, A.J.V.,  Kruijt, B., van Giersbergen, Q., Fritz, C., Nouta, R., Erkens, G., van den Berg, M.,  van Huissteden, J., van der Velde, Y. Drivers and annual totals of methane emissions from Dutch peatland. In voorbereiding.

Koornneef, J., & Nieuwlaar, E. (2009). Environmental life cycle assessment of CO2 sequestration through enhanced weathering of olivine. Working paper, Group Science, Technology and Society, Utrecht University.

Voor overige referenties zie de hyperlinks in het artikel.


 

23 Reacties op “CO2-verwijdering uit de atmosfeer – tijdelijk of permanent?

  1. pieterroelof

    Ik het interessante artikel gelezen. Maar lees het minpuntje er niet uit t.w. dat moerassen ook methaangas uitstoten. https://www.biobasedpress.eu/nl/2022/02/methaanuitstoot-baart-zorg/

    Like

  2. Hans Custers

    Methaan wordt wel degelijk genoemd. Dus het ligt niet aan het artikel, als je dat niet leest.

    Like

  3. Beste Pieter, hieronder de mondiale methaan-uitstoot en afbraak per jaar over 2008 t/m 2017.

    De menselijke factoren ‘agriculture and waste’ en ‘fossil fuels’ zijn groter dan de natuurlijke uitstoot. En samen zijn deze groter dan de afbraak van het methaan hoog in de dampkring, de voornaamste ‘sink’. De ‘Wetlands’, waaronder moerassen, zijn er altijd al geweest.

    Laten we on topic blijven? Het bovenstaande blogstuk gaat niet primair over methaan… maar over CO₂-verwijdering uit de atmosfeer en over het WKR-advies.

    Like

  4. Ko van Huissteden

    Beste Pieter,

    Methaan is op verschillende plaatsen in het artikel genoemd, inclusief de aantekening dat CO2 opname door veengroei ook de eigen methaanuitstoot moet compenseren.

    Overigens is de methaanuitstoot in veen-ecosystemen sterk afhankelijk van de waterkwaliteit en de vegetatie. Meer vervuiling van water met stikstof en fosfaat (veelal uit mest) zorgt voor hogere methaanuitstoot. Dat betekent ook dat de methaanuitstoot met goede aanleg en beheer van projecten met CO2 opname in veen te verminderen is.

    Er zijn voorbeelden van vernattingsprojecten waar kort na aanleg de opname van CO2 al groter is dan de uitstoot van CH4 (in CO2-equivalenten), o.a. Horstermeer en de in het artikel genoemde Polder Camphuys. Soms kan het enkele decennia duren voordat de CO2 opname de methaanemissie compenseert. Over langere tijd zijn veengebieden in de geologische geschiedenis grote sinks geweest van CO2.

    Like

  5. Dirk Roorda

    Toevallig lees ik wat over olivijn, namelijk dat dat een van de meest voorkomende stoffen in de aardmantel is. Dus de platen tektoniek brengt voortdurend olivijn aan de oppervlakte, waar het verweert, en daarbij CO2 opneemt, om uiteindelijk weer door diezelfde platen tektoniek in de mantel te verdwijnen.

    Dit is een cyclus van tientallen miljoenen jaren. Maar gegeven de enorme abundantie van olivijn kan ik me voorstellen dat het verleidelijk is om die cyclus een handje te helpen. Hulde aan (Mg,Fe)2SiO4 !

    Like

  6. Hans Custers

    Dirk,

    Ja, dat is een interessante optie om iets te doen. Er wordt aan gewerkt, onder meer door Pol Knops, die hier ook wel eens voorbij is gekomen. Zie bijvoorbeeld dit blog van Thijs ten Brinck.

    Like

  7. Dirk Roorda

    Interessant, ook omdat met de olivijn + CO2 een sort cementvervanger gemaakt zou kunnen worden.

    In plaats van cement te maken uit kalksteen waarbij CO2 vrijkomt, maak je het uit iets waar CO2 bij moet.

    Een interessante start-up, dat Paebbl. https://paebbl.com

    Like

  8. Hier een artikel over waterwinning uit gortdroge lucht:Deze wetenschapper haalt drinkwater uit kurkdroge lucht: ‘Iedereen kan straks voor zijn eigen water zorgen’ | de Volkskrant

    Daar staat ook iets anders:

    “Zet er écht groot op in en COFs kunnen zelfs het klimaatprobleem oplossen, rekent hij voor. ‘Met één fabriek waarin ik honderdduizend ton van dit materiaal gebruik, kan ik een halve gigaton CO2 per jaar uit de lucht halen’, zegt hij. In totaal is de ‘extra’ CO2 in de lucht, toegevoegd door menselijke activiteiten, ongeveer 1.100 gigaton. ‘Zet ik zo’n fabriek neer in zevenhonderd steden, verspreid over de wereld, dan kunnen we in 3,5 jaar alle CO2 die de mensheid de atmosfeer in heeft gepompt er weer uithalen’, zegt hij.”

    COF’s zijn stoffen met een heel groot inwendig absorberend oppervlak.

    Like

  9. goffredofabbro

    Dirk,

    het blogstuk maakt mij twee basale dingen duidelijk

    – zonder drastische mitigatie is CO2-vastlegging dweilen met de kraan open.

    – CO2-vastlegging is planologisch/landschaptechnisch/technologisch uitermate complex.

    Ik betwijfel of massale industriele aanwending van olivijn als CO2-binder ook maar iets zal bijdragen aan globale CO2-vastlegging. Als ik me niet vergis is De Oceaan de dominante schakel/vastlegger in de CO2-cyclus en daar gaat het niet goed mee. Het is een kwestie van de grote getallen. Ik ben niet chemisch geschoold maar 1% afname van De Oceanische opnamecapaciteit lijkt me in de balans zwaarder te wegen dan industriele optuiging van de olivijn opnamecapaciteit.

    Like

  10. Dirk Roorda

    Goff,

    Meer CO2 in de oceaan opnemen betekent: vaarwel koraal. De oceaan verzuurt dan. CO2 opnemen in olivijn: dat is de plek waar het uiteindelijk toch zou belanden, na miljoenen jaren.

    Like

  11. goffredofabbro

    Dirk,

    Misverstand? Ik bedoel dat de oceaan opwarmt en daardoor qua CO2-sink capaciteit verliest. Ik suggereer dus niet dat niet de oceaan meer zou moeten opnemen. Ik stelde hierboven dat de winst van CO2-oogst via olivijn teniet wordt gedaan door het verlies van oceaan-sink capaciteit.

    Ik betwijfel dat technologische mega-interventies in de koolstofcyclus effectief zijn in atmosferische CO2 reductie. En ik betwijfel ook dat het efficient (dwz kosten neutraal) kan. De planeet – onze habitat – is geen patient op onze operatietafel.

    Like

  12. Hans Custers

    Olivijn zal niet het wondermiddel zijn dat het klimaatprobleem oplost. De uitstoot van broeikasgassen zal hoe dan ook flink omlaag moeten. Als dat gebeurt, zou olivijn mogelijk wel kunnen helpen om helemaal op netto-nul uit te komen. Maar zonder verregaande reductie van de uitstoot is het een druppel op een gloeiende plaat.

    Like

  13. Dirk Roorda

    De praktische bezwaren lijken van CO2 aan olivijn binden, en de kosten lijken mij ook formidabel.

    Goff, het argument dat een vorm van CO2 reductie moet opboksen tegen verlies van oceaanopnamecapaciteit vind ik nietszeggend.

    We kunnen de opnamecapaciteit van de oceaan niet beïnvloeden, dus daar zal elke methode tegen moeten opboksen.

    Het criterium is: zet het zoden aan de dijk in verhouding tot de kosten en mogelijke andere nadelen?

    Voor mij blijft het een interessant gegeven dat olivijn wel een natuurlijke en grootschalige CO2 sink is. De grote ijstijden van de aarde zijn gelinkt aan het oprijzen van grote bergketens door botsende continenten, en de bijbehorende erosie/verwering heeft de CO2 uit de atmosfeer weggezogen.

    Ik bedoel dus niet de huidige ijstijd, waar we periodiek warme pauzes van 10-20 duizend jaar hebben, maar eerdere grote ijstijden waar het grootste deel van het landoppervlak van de aarde tientallen miljoenen jaren door ijs bedekt was.

    De bulk van de door ons uitgestoten CO2 zal uiteindelijk aan olivijn en soortgelijke mineralen gebonden worden.

    Voor nu is het natuurlijk geen oplossing. Tenzij er een technologisch interessante draai aan gegeven kan worden. Je weet nooit.

    Like

  14. Dirk Roorda

    Ik blijf toch wel benieuwd naar de uiteindelijke schaal waarop co2 binding door olivijn mogelijk zal zijn. Dit hier maakt me nieuwsgierig: https://eioncarbon.com/faq/

    Like

  15. goffredofabbro

    Dirk,

    Zoals Hans al aangaf: zonder verregaande reductie van de uitstoot is het een druppel op een gloeiende plaat.

    Like

  16. Dirk Roorda

    Er is genoeg olivijn op de wereld om alle CO2 die we nog gaan uitstoten te binden. De bottleneck is: hoe breng je die CO2 in contact met de olivijn. De CO2 zit in de lucht, de olivijn in de mantel, en aan de oppervlakte in de buurt van geologisch actieve zones.

    Het is niet ondenkbaar dat er technieken worden ontwikkeld om precies dat te doen.

    Iets meer science-fiction: er is ook veel olivijn buiten de aarde. Misschien is het makkelijker olivijn te delven uit een asteroïde dan uit de aardmantel.

    Het is niet ondenkbaar dat dit in 200 jaar lukt.

    Het lijkt een beetje op kernfusie: als het lukt, dan heb je een energievoorziening die CO2 vrij is en op lange termijn voldoende grondstoffen heeft. Maar tot nu toe lukt het niet.

    Zo ook met olivijn: als je die techniek grootschalig kunt toepassen, dan heb je voldoende capaciteit om de atmosfeer helemaal van CO2 te ontdoen. Maar tot nu toe lukt het niet. Alleen in dit geval is het ook nog lang niet uitgeprobeerd.

    Die reductie van uitstoot gaat mogelijkerwijs niet zo goed en zo snel lukken als nodig is. Dan kan een toenemende CO2 sequestratie toch van cruciaal belang blijken te zijn.

    Even gedacht in een termijn van 50 jaar.

    Like

  17. goffredofabbro

    Dirk,

    “Even gedacht in een termijn van 50 jaar”.

    Vijftig jaar gaat mijn pet te boven. Zeg het maar, investeeer ji je spaarcenten in een olivijn-project om de opwarming te temperen? Ik niet.

    Like

  18. Dirk Roorda

    Goff,

    hoe lang heeft het geduurd van de eerste windmolen / het eerste zonnepaneel tot ze rendabel en grootschalig ingezet konden worden?

    Zelfde vraag over batterij opslag. Antwoord: 50 jaar of meer.

    De vraag waar je als individu in moet investeren is bijna een ad-hominem vraag! Het gaat mij puur inhoudelijk om het palet van mogelijkheden en welke potentie ze hebben.

    Hoe een interessante techniek precies tot vruchtbaarheid moet komen, is complex. Het hangt af van de politieke druk op CO2 reductie en het succes van de benodigde innovaties en van tal van toevallige factoren.

    Ik ga in ieder geval wel volgen wat het wordt op olivijn gebied.

    Bedenk ook dat de verhoogde CO2 in de atmosfeer duizenden jaren zal blijven, dus na 50 jaar staan we nog maar aan het begin van de problemen. Tenzij olivijn onverwacht succes zal hebben vóór die tijd, natuurlijk.

    Like

  19. goffredofabbro

    Dirk,

    “De vraag waar je als individu in moet investeren is bijna een ad-hominem vraag! Het gaat mij puur inhoudelijk om het palet van mogelijkheden en welke potentie ze hebben.”

    Dat is inderdaad een ad hominem vraag: met welk risico kan ik (of jij) het best leven? Ik heb al aangegeven dat ik niets zie in technologische mega-projecten. Omdat de implicaties daarvan niet zijn te overzien en het zou zo maar kunnen zijn dat een globaal uitgewalste olivijn-remedie erger uitpakt dan de kwaal die ze probeert/pretendeert te bestrijden.

    Drastische reductie van ghg-emissies is de enige manier om globale opwarming enigszins in toom te houden. Globaal uitgerolde olivijn/CO2 binding is symptoom bestrijding. Dus ja, in het stemhokje ga ik voor energietransitie, niet voor symptoombestrijding.

    Like

  20. Dirk Roorda

    Goff,

    ik ben het met je eens dat het aanpakken van de oorzaak beter is dan symptoombestrijding.

    Maar, het kwaad is al geschied, de oorzaak valt niet meer weg te nemen met het stoppen van de CO2 uitstoot. Tegen de tijd dat we gaan zien dat de CO2 uitstoot terug is bij het voor-industriële niveau zijn we decennia verder. Dan zitten we met een fors CO2 surplus in de atmosfeer en een klimaat dat uit balans is.

    We hebben dan dus nog steeds een probleem. De volgende fase is dat we dan decennia lang een negatieve CO2 uitstoot moeten realiseren.

    En natuurlijk hoeven we daarmee niet te wachten totdat de uitstoot op nul is gekomen.

    Jij zegt: “Ik heb al aangegeven dat ik niets zie in technologische mega-projecten. Omdat de implicaties daarvan niet zijn te overzien en het zou zo maar kunnen zijn dat een globaal uitgewalste olivijn-remedie erger uitpakt dan de kwaal die ze probeert/pretendeert te bestrijden.”

    In mijn geestesoog zie ik langzame veranderingen in landgebruik, waarbij olivijn bijgemengd wordt in de kalk die boeren toch al op het land aanbrengen.

    Vergeet niet dat de CO2 binding aan olivijn toch al plaatsvindt op natuurlijke wijze. Olivijn komt steeds weer aan de oppervlakte door geologische processen en beïnvloedt de CO2 concentratie in de atmosfeer. Dat gebeurt al miljoenen/miljarden jaren.

    Je moet alleen oppassen dat je niet teveel CO2 uit de atmosfeer haalt. Maar die kans acht ik verwaarloosbaar.

    Hoe dan ook, na de netto-nul moeten we naar de netto-negatief, en ik ben benieuwd welke methoden jij daar veelbelovend vindt.

    Like

  21. goffredofabbro

    Dirk,

    “In mijn geestesoog zie ik langzame veranderingen in landgebruik, waarbij olivijn bijgemengd wordt in de kalk die boeren toch al op het land aanbrengen.”

    Landgebruik? In mijn geestesoog zie ik snelle veranderingen in watergebruik. 97,5% van ‘ons’ water zit in de oceaan. 2,5% circuleert deels via verdamping&neerslag, zit deels in ijskappen en permafrost en deels in poreuse ondergrond. De kwaliteit (schoon, drinkbaar) van het circulerende water is niet best. Het Europese afvoerputje B.V. Nederland is een van de vele delta’s op aarde waar wateringenieurs zich achter de oren krabben. Water als primaire levensbehoefte gaat m.i. heel snel een nijpend ding worden en ik vermoed dat er weinig van overblijft om er massief verspreid olivijn mee te besproeien. Zonder water doet olivijn niks.

    Je vraagt “Hoe dan ook, na de netto-nul moeten we naar de netto-negatief, en ik ben benieuwd welke methoden jij daar veelbelovend vindt.” Ik heb over netto-negatief methodes geen enkel idee, het gaat mijn pet te boven. Bovendien betwijfel ik dat netto-negatief nastrevenswaardig is. Ik zie meer in drastische ghg-mitigatie en drastische aanpassing hier&nu aan de reeds ingezerre opwarming.

    Like

  22. Hans Custers

    Ik denk niet dat het de bedoeling is om extra water te sproeien bij de toepassing van olivijn. Het water moet dan gewoon van neerslag komen, of van sproeien dat toch al nodig is op landbouwgrond bij droogte. Als ik het goed heb, blijft de verwering van olivijn, en dus de opname van CO₂, nog steeds een vrij traag proces.

    Ik ben vooral gecharmeerd van het idee van Paebbl, om het te verwerken tot cement. Als dat lukt, snijdt het mes aan twee kanten: opname van CO₂ én een vervanging voor cement dat nu in belangrijke mate bijdraagt aan de CO₂-uitstoot.

    Verder denk ik dat de oplossing voor het CO₂-probleem niet bestaat. We hebben een uitgebreid pakket aan oplossingen nodig. Olivijn zou daar onderdeel van kunnen zijn.

    Like

  23. Dirk Roorda

    Hans, Goff

    Hans: “Verder denk ik dat de oplossing voor het CO₂-probleem niet bestaat.”

    Mee eens. Sterker nog: ik denk dat hèt CO2 probleem niet bestaat. Ja, er is een toegenomen hoeveelheid CO2 in de atmosfeer, en dat zorgt voor niet één, maar meerdere problemen. Maar hoe erg zijn die problemen, en dan vooral: in relatie tot de andere problemen van aarde en mensheid?

    Gebrek aan CO2 is ook een probleem, en dat zal zich manifesteren over 10,000 of 20,000 jaar als de poolkappen weer volgens het schema van de Milankovich cycli zouden moeten gaan aangroeien. Het ziet er naar uit dat dat probleem, dat in potentie veel ingrijpender is dan de opwarming van de aarde, voorkomen gaat worden.

    Voor de rest treft de opwarming vooral de menselijke wereld negatief en ook de biodiversiteit. Maar dat laatste wordt veel meer bedreigd door de aanslag die de mensheid pleegt op de natuurlijke hulpbronnen en op de habitats van dieren, vooral habitats waar extreem veel soorten leven.

    Het grote probleem is hoe de mens huishoudt op aarde, en letterlijk vertaald is dat de economie.

    Ik zie het als grootste uitdaging om de economie zonder al te grote schokken te laten evolueren in een duurzame economie.

    Goff, je zegt: ” Ik zie meer in drastische ghg-mitigatie en drastische aanpassing hier&nu aan de reeds ingezette opwarming.”

    Dat zou inderdaad verreweg het beste zijn. Maar naarmate het niet of onvoldoende gebeurt, zal het allemaal dus nog veel drastischer moeten om het te laten lukken. Daar zit ook een grens aan. Je kunt dan economisch rampzalige schokken verwachten.

    Paradoxaal genoeg, als je probeert rampzalige schokken te voorkomen, dan kan het zijn dat je niet met top-prioriteit inzet op CO2 reductie maar wel op: circulariteit, eerlijke verdeling van hulpbronnen, mensen rechten, en sociale rechtvaardigheid.

    Dat zijn trouwens sowieso doelen die het leven voor veel mensen beter zullen maken, en ook doelen waar veel mensen veel eerder iets aan zullen hebben dan aan het slagen van de energietransitie.

    Dan krijg je m.i. een veel gezondere economie, veel weerbaarder tegen de klimaatontwikkelingen dan onze huidige economie. Een economie waarin ook de latente woede van mensen kan dissiperen, waardoor oorlogskansen afnemen en de aantrekkelijkheid van complottheorieën ook.

    De andere paradox is de urgentie. Als je de opwarming van de aarde tot top-prioriteit maakt met maximale urgentie, loop je ook grote kans dat alle inspanningen op niets uitlopen, omdat je dan in de tunnelvisie zit dat het klimaatprobleem het grootste probleem van de mensheid is. Dat is niet zo, mijns inziens.

    Wat niet wegneemt dat ik van harte hoop dat de energietransitie slaagt, en dat het opgebouwde momentum sterker is dan de remmende krachten.

    Like

Plaats een reactie