
De zomer loopt alweer op zijn eind. Het weer is er nog niet naar om nu al handschoenen, sjaals en mutsen uit de kast te halen, maar met een maand of twee, drie zou dat anders kunnen zijn. Mocht het dan een paar dagen gaan vriezen, dan zal ongetwijfeld de vraag weer opduiken of er ooit nog een Elfstedentocht zal komen. Uitgesloten is dat niet, maar er is niet al te veel reden voor optimisme. Dat blijkt uit een artikel over de snelheid waarmee verschillende typen winterweer in Europa warmer worden, dat enkele maanden geleden verscheen.
Het resultaat is vrij eenduidig: de koudere weertypes zijn de afgelopen veertig jaar meer opgewarmd dan de minder koude. Dat is ook best logisch. Het wordt echt koud als er lucht vanuit het poolgebied naar Europa stroomt. En het noordpoolgebied warmt heel sterk op. Een stroming vanaf de Atlantische Oceaan zorgt voor mild winterweer, en die oceaan is juist minder opgewarmd dan het mondiaal gemiddelde. Hieronder is het temperatuurverschil afgebeeld tussen de gemiddelde temperatuur tijdens onze meteorologische winter (de maanden december, januari en februari) van de afgelopen twintig jaar en van de periode 1970 – 1990.

Het nieuwe onderzoek heeft naar een iets langer koud seizoen gekeken dan de meteorologische winter, namelijk de maanden november tot en met maart. Klimatologisch onderzoek kijkt wel vaker naar zo’n ‘extended winter’. Winterkou op het noordelijk halfrond komt natuurlijk ook niet alleen voor in de eerste drie maanden van het jaar. Dat geldt zeker voor Finland, waar twee van de drie auteurs van het artikel vandaan komen.
Ze volgen eerder onderzoek, dat vier atmosferische regimes onderscheidt die het weer bepalen in winters Europa. Elke dag van het koude seizoen voor de periode 1980 – 2022 wordt in één van die regimes ingedeeld. De regimes worden gekenmerkt door de ligging van hoge- en lagedrukgebieden en de windpatronen die daarmee samenhangen.
Twee van de vier atmosferische regimes hebben de maken met de Noord-Atlantische Oscillatie (NAO). De NAO is een maat voor het verschil in luchtdruk tussen IJsland, waar meestal een lagedrukgebied ligt, en de Azoren, met meestal een hoge luchtdruk. Bij een positieve NAO (NAO+) is dat verschil groter dan gemiddeld, en bij een negatieve (NAO-) kleiner. De andere twee regimes zijn het Scandinavisch Hoog, met een hogedrukgebied boven Scandinavië, en de Atlantische Rug, met een gebied van hoge druk boven de Atlantische Oceaan ten westen van Europa. De afbeelding hieronder geeft de luchtdruk-, wind- en temperatuurpatronen weer die bij deze vier regimes horen.

Natuurlijk is dit een behoorlijk grove indeling en is er binnen de vier regimes nog aardig wat variatie mogelijk. Dat geldt zeker voor Nederland. In de afbeeldingen hierboven is te zien dat we vaak dicht in de buurt van de grens tussen koude en warmere lucht liggen. Een kleine verschuiving in een patroon kan dan veel verschil uitmaken voor ons weer. Maar er is wel een groot verschil in de kans op koud winterweer tussen de verschillende regimes.
- NAO-: grote kans op rustig, koud, droog winterweer. Koude poollucht zakt hier via Siberië naar het zuiden en komt dan uit oostelijke richting naar ons toe.
- NAO+: nat, zacht en vaak behoorlijk winderig weer. Herfstig, ook als het winter is. Dit is het regime dat het vaakst voorkomt.
- Scandinavisch hoog: dit lijkt vanuit Nederlands perspectief vrij veel op NAO-. Bijkomend voordeel voor liefhebbers van winterkou is dat dit weertype behoorlijk persistent kan zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat ijs langere tijd kan blijven groeien.
- Atlantische rug: het kan vriezen, het kan dooien. Wind vanuit het noorden kan pittig koud zijn, maar het zeewater heeft wel een matigende invloed. Bovendien is de lucht vochtiger, met meer kans op bewolking waardoor het ’s nachts minder afkoelt. De stroming is vaak ook noordwestelijk en dan is de aangevoerde lucht nog zachter.
Voor ijspret moeten we het in Nederland hebben van koude lucht uit het noorden of het oosten, en die komt onze kant op bij een negatieve NAO of een ‘Scandihoog’. En dat zijn nou net de twee regimes die het meest zijn opgewarmd sinds 1980. De nachten zijn bovendien meer opgewarmd dan de dagen. Een afnemend verschil tussen minimum- en maximumtemperaren is een bekende vingerafdruk van het versterkte broeikaseffect, dus verwonderlijk is dat niet. Maar voor de groei van ijs is het niet gunstig.

Hoe het winterweer verandert hangt natuurlijk niet alleen af van hoe de regimes op zich veranderen. En andere belangrijke vraag is of er iets verandert in hoe vaak ze voorkomen. Die vraag is niet zo makkelijk te beantwoorden, omdat de variatie van jaar tot jaar erg groot is. Trends zijn daarom niet met grote zekerheid te bepalen. Tot op heden zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat sommige regimes vaker en andere minder vaak voorkomen. Mijn subjectieve indruk dat we alleen nog maar winterweer hebben van het herfstachtige NAO+ type, wordt door dit onderzoek dus niet bevestigd. Maar er lijkt ook wat tegenspraak te zijn met de conclusies van het onderzoek naar veranderende windrichtingen in Nederland uit 2003. Daarin werd een duidelijke verschuiving waargenomen naar meer westenwind. Bovendien warmde in dat onderzoek het koudste weertype in de winter juist niet op. Misschien komt het verschil simpelweg doordat we inmiddels twintig jaar verder zijn. Maar het zou ook te maken kunnen hebben met vrij subtiele verschuivingen binnen individuele weerregimes. Want, zoals gezegd, ligt bij enkele van die regimes de grens tussen koude en zachte lucht dichtbij Nederland. Als de plek van een hogedrukgebied dan iets verandert, kan dat bij ons veel invloed hebben op het weer. Het gaat, kortom, om een andere periode en een heel ander schaalniveau, waardoor de onderzoeken niet zomaar vergelijkbaar zijn.

Uiteindelijk draait alles in Nederland natuurlijk maar om één vraag: komt er ooit nog een Elfstedentocht? Het KNMI dacht vorig jaar dat het er in de eerste helft van deze eeuw waarschijnlijk nog wel een of twee keer van zou kunnen komen. En wie ben ik om het KNMI tegen te spreken? Maar toch zou ik er geen vergif op innemen.


Ik lees dat de schaatsers op de Jaap Eedenbaan goedkoper kunnen parkeren. Tenslotte zijn de haltes van interlokale en lokale bussen voor de deur onvoldoende. Liever gaat men met de eigen auto naar de schaatsbaan.
Of dit de klimaatramp versterkt of niet maakt verder niet uit.
Bezorgde groet,
LikeLike
“vier atmosferische regimes die het weer bepalen in winters Europa. De regimes worden gekenmerkt door de ligging van hoge- en lagedrukgebieden en de windpatronen die daarmee samenhangen.”
De warme golfstroom (AMOC) vertraagt. Zal verdergaande vertraging effect hebben op die genoemde bepalende regimes voor het winterweer in Europa?
Er is kans dat de AMOC in de toekomst stilvalt (instort). Dat zou hoopgevend zijn voor de hardcore schaatsliefhebbers?
LikeLike
Jaap,
Vertraging of stilvallen van de AMOC kan zeker invloed hebben. Maar hoe dat precies uitvalt voor ons kleine vlekje op de wereldkaart is niet zomaar te voorspellen. Vanwege de complexe interactie tussen zee- en luchtstromingen en de invloed daarop van bijvoorbeeld kustlijnen, gebergtes of zee-ijs.
Misschien is het voor de volledig wel nog goed om erop te wijzen dat AMOC en Golfstroom niet hetzelfde zijn. Hoewel ze allebei te maken hebben met de stroming in de Atlantische Oceaan. Ik heb het idee dat er ook geen strak afgebakende definities zijn, en dat vooral de context duidelijk maakt wat er precies wordt bedoeld in de wetenschappelijke literatuur. Maar het komt erop neer dat het twee componenten zijn van de stroming, in elk geval in de noordelijke Atlantische Oceaan. AMOC is de component die wordt aangedreven door dichtheidsverschillen (ofwel verschillen in temperatuur en zoutgehalte) en de Golfstroom is de component die wordt aangedreven door de wind. Die tweede component blijft ook bestaan als de AMOC helemaal stilvalt.
Wat meer over de AMOC is hier te vinden: een recent artikel op de site van NASA.
LikeLike