Europa is ernstig onvoorbereid op de gevolgen van klimaatverandering. De Europese wetenschappelijke klimaatadviesraad suggereert om rekening te houden met 3 graden mondiale opwarming (SSP2-4.5) bij het maken van adaptatiebeleid. Uit voorzorg is het namelijk goed om ook op enigszins onwaarschijnlijke scenario’s voorbereid te zijn. Maar 3 graden opwarming is wel echt ver voorbij de doelen uit het Parijsakkoord, en brengt zeer ontwrichtende klimaatgevolgen met zich mee. Is dit handelen uit voorzorg of legitimeren we hiermee een gevaarlijk niveau aan wereldwijde opwarming?
Klimaatverandering overvalt ons
De hele wereld, en dus ook de EU, krijgt meer en meer te maken met extreme weersomstandigheden door klimaatverandering. Europa is zelfs het snelst opwarmende continent, en is sinds het begin van de vorige eeuw al bijna 2,5 °C opgewarmd. De afgelopen jaren hebben we hier flink ontwrichtende situaties meegemaakt, waaronder ongekende overstromingen onder meer in 2021 en 2024, en een reeks hittegolven met onder andere verwoestende bosbranden ten gevolg afgelopen zomer. Het lijkt wel alsof we hier worden overvallen door klimaatverandering, ook in Nederland, terwijl klimaatmodellen en projecties vrij helder zijn over de te verwachten gevolgen. Wat gaat hier mis?

Beleid voor klimaatadaptatie loopt achter op de realiteit. Er is te weinig aandacht voor, bij uitvoerende instanties zoals gemeentes en waterschappen is te weinig capaciteit om echt zoden aan de dijk te zetten, en adaptatie-inspanning zijn te vaak reactief. Er is niet alleen een gebrek aan een visie op adaptatie bij onze overheden, maar ook een gebrek aan een systematische aanpak.
Dat is niet alleen mijn eigen conclusie, maar ook die van de European Scientific Advisory Board for Climate Change. Zij kwamen vorige week met een uitgebreid rapport met vijf concrete aanbevelingen voor Europa om over te stappen van een “fragmented and largely reactive adaptation efforts” naar een “effective, fair and transformational adaptation policy framework”. Ik las het rapport in eerste instantie voor mijn werk, en kon me goed vinden in de adviezen. Maar één aanbeveling bleef toch aan me knagen.
Vijf aanbevelingen
De vijf aanbevelingen van de adviesraad luiden als volgt (vrij vertaald):
- Verplicht en harmoniseer klimaatrisico-analyses in de EU
- Hanteer een gemeenschappelijke referentie voor adaptatiebeleid
- Formuleer een visie voor een klimaatweerbare (climate resilient) EU
- Integreer eerlijke en rechtvaardige klimaatmaatregelen in al het EU beleid
- Mobiliseer publieke én private investeringen in klimaatadaptatie

Stuk voor stuk goede aanbevelingen, die in het rapport ook uitgebreid worden toegelicht (het hele rapport telt maar liefst 169 pagina’s). Maar bij nummer 2 moest ik even slikken. De aanbeveling is namelijk om het scenario SSP2-4.5 als gemeenschappelijke referentie te gebruiken voor adaptatie planning, zodat we ons voorbereiden op “de fysieke klimaatrisico’s die voortvloeien uit een emissiescenario dat leidt tot een wereldwijde opwarming van 2,8 – 3,3 °C in 2100.” (noot: hier gaat het over mondiaal gemiddelde temperaturen, niet enkel Europa) In dat scenario schieten we ver voorbij de doelen uit het Parijsakkoord, met ongekend ontwrichtende gevolgen voor de wereldwijde samenleving, én een levensgroot risico op het passeren van meerdere kantelpunten, zoals het afsmelten van de Groenlandse ijskap en het instorten van de golfstroom. Ook Alpengletsjers zullen verdwenen zijn, wat enorme gevolgen voor de waterhuishouding in Europa met zich mee brengt. Hoe kan dit het advies zijn?
Wat als..?
Na de aanbeveling en onderbouwing een paar keer te hebben doorgelezen, begrijp ik beter waar dit op is gebaseerd. De korte samenvatting is: je wilt goed voorbereid zijn. Klimaatverandering is namelijk in de kern een risicoprobleem. De EU wordt nu te veel overvallen door extreem weer, en dat wil je in de toekomst voorkomen. Eigenlijk zijn er vier redenen te bedenken waardoor dit advies best te begrijpen is.
(a) De uniforme referentie voor adaptatiebeleid in de EU moet een minimaal aanvaardbare baseline zijn. Dat de raad adviseert om een uniforme referentie voor adaptatieplanning door de hele EU te gebruiken, is logisch; zo zorg je ervoor dat beleid consistent is en op elkaar aansluit. De gevolgen van klimaatverandering houden namelijk niet op bij een landsgrens. Je wilt bovendien dat deze referentie voor een minimaal aanvaardbaar niveau aan adaptatiebeleid zorgt. Als je plant voor 2,5 °C opwarming, en je beperkt de opwarming toch tot 2 °C, dan ben je goed voorbereid. Maar andersom is dat niet het geval. Bovendien wil je dat iedereen in de EU hetzelfde niveau gebruikt, anders loop je het risico dat er bij een bepaald weersextreem het ene land wel voorbereid is, en het andere niet.
(b) Met huidig klimaatbeleid stevenen we ongeveer af op ~3 °C. Zowel UNEP als de Climate Action Tracker hebben berekend dat we met het huidig wereldwijde klimaatbeleid in 2100 op een mondiale opwarming van tussen de 2,8 – 3,3 °C (UNEP) of 2,1 – 3,3 °C (CAT) uitkomen. Die schattingen komen grofweg overeen met het SSP2-4.5 emissiescenario, en daarom is dat een praktisch scenario om als referentie te gebruiken. Voor adaptatieplannen is dat dus het meest ‘realistische’ scenario, afgaande op de huidige stand van zaken. Hier heb ik nog wel wat reserveringen bij, maar daar kom ik zo op terug.
(c) Voorzichtigheid is geboden; een kleine kans is nog steeds een kans. Omdat het klimaatsysteem een inherent chaotisch systeem is, is het niet met 100% zekerheid te zeggen welke opwarming we krijgen bij een bepaald emissiepad. Zelfs bij het laagste emissiescenario (SSP1-1.9), waarbij de meeste modellen een opwarming onder de 2 °C simuleren (“Paris compliant”) is er een 10% kans dat we een opwarming van meer dan 2 °C gaan zien. In bepaalde sectoren, zoals de gezondheidszorg, is 10% doorgaans een hoge kans. Hetzelfde geldt overigens ook voor de ernst van de gevolgen; bij dezelfde opwarming simuleert het ene model heftigere klimaatgevolgen dan het andere. Als je voorbereid wilt zijn op klimaatgevolgen, moet je uit voorzorg handelen, en dat betekent dus rekening houden met kleine waarschijnlijkheden (wat als..?).
(d) De versnelling van de opwarming en andere onzekerheden. Naast bovengenoemde punten, zijn er natuurlijk ook nog andere risico’s en onzekerheden waardoor we misschien toch een grotere opwarming of heftigere gevolgen kunnen verwachten. Zo observeren we in de afgelopen jaren een versnelling in de opwarming van de aarde, die niet helemaal de toename in broeikasgasconcentraties volgt. Het lijkt steeds aannemelijker dat de afname van luchtvervuiling zoals aerosolen voor een extra opwarmingseffect zorgt. Dit effect wordt mogelijk onderschat in de SSP scenario’s. Daarnaast kunnen bepaalde kantelpunten voor extra opwarming of impacts zorgen (denk aan het smelten van de ijskappen, of het instorten van de AMOC); ook deze zitten niet allemaal in de SSPs gevangen. Deze onzekerheden kunnen die kans op een hogere opwarming bij een bepaald emissiepad groter maken dan we denken op basis van de SSPs alleen.
Parijs voorbij?
Dit zijn goed te begrijpen verklaringen, maar toch heb ik hier nog bedenkingen bij. Dat je plant voor een hogere opwarming dan waar je op mikt, omdat je rekening wilt houden met de waarschijnlijkheid, dat snap ik heel goed. Maar het SSP2-4.5 scenario en 3 graden mondiale opwarming in 2100 is echt substantieel hoger dan de doelen uit het Parijsakkoord. Dat 1,5 °C ondertussen onhaalbaar is zonder wezenlijke overshoot is wel duidelijk, maar het 2 °C doel is zeker nog haalbaar en realistisch. Reken daar uit voorzorg wat bovenop, en je baseert je adaptatieplannen op een referentie van misschien 2,5 °C.
| SSP | Opwarming in 2081-2100 (gemiddeld) | Opwarming in 2081-2100 (very likely range) | Benaming in nieuwe IPCC cyclus | Noot |
| SSP1-1.9 | 1,4 | 1,0 – 1,8 | Immediate action | Ongeveer in lijn met 1,5 °C |
| SSP1-2.6 | 1,8 | 1,3 – 2,4 | Delayed action and stabilisation | Ongeveer in lijn met 2 °C |
| SSP2-4.5 | 2,7 | 2,1 – 3,5 | No further action | Waar we met huidig beleid op af stevenen |
| SSP3-7.0 | 3,6 | 2,8 – 4,6 | The emission world avoided | |
| SSP5-8.5 | 4,4 | 3,3 – 5,7 | The emission world avoided | Waar we in 1990 op af leken te gaan |
Maakt de adviesraad hier misschien de stilzwijgende aanname dat het zeer onwaarschijnlijk is dat we de Parijsdoelen gaan halen, en adviseren ze daarom zo’n hoge referentie? Nogmaals, qua goed voorbereid zijn, kan ik die keuze misschien begrijpen. Afgaande op het trage mitigatiebeleid in de afgelopen decennia is het goed mogelijk dat we de doelen uit het Parijsakkoord verknallen, en als dat gebeurt, dan wil je niet verrast worden door de klimaatgevolgen en extreme weersomstandigheden die dan op ons af komen – zoals nu het geval is.
Maar hierin schuilt, vind ik, een gevaar: dat we opwarmingsniveau’s boven de Parijsdoelstellingen legitimeren. Ik weet dat veel mensen de Parijsdoelen ondertussen enigszins onrealistisch achten afgaande op het feit dat mondiale emissies nog steeds stijgen en de opwarming zelfs lijkt te versnellen. Maar het feit dat vrijwel alle VN-landen het Parijsakkoord hebben ondertekend en er superveel beleidsstructuren bestaan om de opwarming te beteugelen (denk aan de COPs) zou niet alleen een opwarming rond de 2 °C een zeer waarschijnlijke uitkomst moeten maken, maar ook alle opwarming daarboven onacceptabel. Of ben ik dan naïef?
Minimaal aanvaardbaar
Ik zou zeggen, hanteer SSP1-2.6 als minimaal aanvaardbare referentie. Met dat scenario is er een behoorlijke waarschijnlijkheid dat we de opwarming tot 2 °C beperken. Daar moeten we dus minimaal op voorbereid zijn. Als hoog risico scenario kun je dan SSP2-4.5 gebruiken. Dat is een ‘wat als’ scenario, wat niet geheel onrealistisch is gezien we er nu op afstevenen. De adviesraad suggereert zelf om SSP3-7.0 als hoog risico scenario te beschouwen. Daarmee is een opwarming van tussen de 2,8 en 4,6 °C waarschijnlijk – dat zou echt bizar ontwrichtend zijn!
Het ‘probleem’ is eigenlijk dat we geen waarschijnlijkheden bij de verschillende SSP scenario’s hebben. We willen ons voorbereiden op wat er kan komen, maar we hebben geen glazen bol om in de toekomst te kijken. De SSPs bieden enige houvast, maar zijn in feite allemaal even waarschijnlijk. Op die manier is dus ook SSP5-8.5 nog waarschijnlijk, dus zou je ook kunnen beargumenteren dat we ons daarop zouden moeten voorbereiden. Maar dat SSP5-8.5 het warmste emissiescenario is, is maar een keuze. Een voorstel voor nieuwe scenario’s voor de volgende IPCC cyclus geeft in ieder geval qua naam meer context bij de SSPs; zo worden SSP5-8.5 en SSP3-7.0 omgedoopt tot ‘the emission world avoided’ en wordt SSP2-4.5 ‘no further action’ genoemd.
Een weerbaar Europa
Dat Europa momenteel onvoorbereid is op de gevolgen van klimaatverandering, wordt elk jaar pijnlijker duidelijk. Er is dus een enorme noodzaak voor meer adaptatiebeleid, én een visie voor een weerbaar Europa in de toekomst. Daar hoort bij: rekening houden met wat er kán gebeuren.
De vraag is alleen of 3 graden opwarming zodanig waarschijnlijk is dat je er rekening mee moet houden. Ik hoop het in ieder geval niet.


Arthur, wat is de kansverdeling van de scenario-ranges die je in je overzichtstabel weergeeft? Ofwel: wat is de kans dat de opwarming per scenario boven de range uitkomt? Vaak is dat 17% of 5%, maar ik weet niet wat het in jouw tabel is.
Anders gezegd: hoe groot is de kans dat bij SSP1-2.6 de opwarming alsnog op 3 graden uitkomt? Is die kans bv 1% of 5% of iets anders? En is zo’n kans vanuit adaptatiebeleid en mogelijke effecten een aanvaardbaar risico of niet-aanvaardbaar?
Ik weet niet of de diverse rapporten daar zo specifiek op ingaan, maar wellicht jij wel. En anders misschien goed om dat nog uit te zoeken.
LikeGeliked door 1 persoon
Dag Lennart,
Goeie vraag en zal ik even verduidelijken in de blog. Deze getallen heb ik uit de IPCC AR6 WG1 summary for policymakers (tabel SPM.1). De range is hier de ‘very likely’ range, wat in IPCC taal betekent een waarschijnlijkheid van 90-100%. De kans dat een opwarming ofwel onder of boven de range uitkomt, is dus 5% of zelfs minder.
Over het passeren van 2C bij SSP1 zegt het IPCC: “Under the very low and low GHG emissions scenarios, global warming of 2°C is extremely unlikely to be exceeded (SSP1-1.9) or unlikely to be exceeded (SSP1-2.6).”
Extremely unlikely = 0-5%, unlikely = 0-33%.
De kans dat een bepaalde uitschieter onder een SSP realistisch is, is lastig te zeggen, om de volgende reden: de meeste SSP ensembles bevatten ‘maar’ 30 modellen/simulaties. Dat betekent dus dat die hetere 5% buiten de very likely range waarschijnlijk maar 1 of misschien 2 modelsimulaties zijn. De meeste CMIP6 modellen zijn redelijk ‘state of the art’ maar er zitten er altijd wat tussen die wat verouderde parametrisaties gebruiken of andere numerieke schemes dan de meeste andere modellen. Ook dat kan een reden zijn voor uitschieters. Als je dus rekening wilt gaat houden met een kleine kans (>5%) bij 1 specifieke scenario, dan ga je uit van 1 model, en daar zou ik altijd tegen adviseren.
LikeGeliked door 1 persoon
“Parijs voorbij?”
Uit politieke overwegingen zouden we misschien moeten vasthouden aan de Parijsdoelstellingen, terwijl we misschien realistisch-gevoelsmatig er maar beter vanuit kunnen gaan dat ook die 2 graden-doelstelling een gepasseerd station is/wordt.
We komen gewoon in onmogelijke spagaten terecht, waarbij we in toenemende mate steeds minder in de hand hebben. De filosofische vraag is echter ook: hebben we het eigenlijk ooit wel in de hand gehad of kunnen hebben? Is het de mensheid niet gewoon overkomen omdat het mensbeest net zo goed onderhevig is aan evolutionaire wetmatigheden en overmacht?
Evolutionaire routes worden immers voortgezet bij succes, succes leidt tot overshoot wanneer eerdere corrigerende feedback uitblijft, de mens heeft actief negatieve feedback kunnen uitstellen waardoor die feedback uiteindelijk niet endogeen transitief door de betreffende diersoort beheerst kan worden. De feedback zal (dus) exogeen vanuit natuurlijke zelforganiserende processen moeten komen – en dat betekent gewoon niets anders dan groot onheil voor de onder-hevige affectieve soorten.
Het is een metafysische benadering die wellicht niet de (meer wetenschappelijke) doelstelling van deze site is. En toch …. we staan op het spel en dat is een kwestie van Betekenis.
LikeGeliked door 1 persoon
Arthur, Lennart
de analyse van de Europese wetenschappelijke adviesraad is risico-analyse. De dubbel-functie van haar aanbevelingen is enerzijds expliciet aandringen op politieke voorzorg (infrastucturele risico-afdekking). Anderzijds benadrukt het impliciet de afhankelijkheid van homo sapiens van de habitat. Ik heb niet de indruk dat ‘we’ die afhankelijkheid erkennen. Kortom, ik beschouw dergelijke risico-analyses als wanhopige pogingen om ‘onze’ afhankelijkheid van de habitat te verdonkeremamanen.
LikeGeliked door 1 persoon
Dank voor de aanvulling, Arthur. Je zegt: “Over het passeren van 2C bij SSP1 zegt het IPCC: “Under the very low and low GHG emissions scenarios, global warming of 2°C is extremely unlikely to be exceeded (SSP1-1.9) or unlikely to be exceeded (SSP1-2.6). Extremely unlikely = 0-5%, unlikely = 0-33%.”
De vraag is dan dus of er ook meer bekend is, of na te vragen is, over de (geschatte) kans in SSP1-2.6 op overschrijding van 3 graden C. De kans op overschrijding van 2,4 graden is in dit pad circa 5%, dus misschien circa 1% op overschrijding van 3 graden?
En bij het huidige beleid (SSP2-4.5) is die kans dus fors meer dan 17%. Het lijkt gezien de huidige ontwikkelingen nog niet bepaald gegarandeerd dat het lukt om onder SSP2-4.5 te komen, dus vanuit risico-oogpunt, kan het dan inderdaad misschien wel goed zijn om in adaptatiebeleid met dat risico rekening te houden, wat dan weer geen excuus mag zijn om mitigatiebeleid nog langer uit te stellen of te verzwakken.
Ik zou dit soort cijfers overigens vooral kwalitatief interpreteren in de zin van meer/minder risico en niet denken dat de huidige modellen zo kwantitatief precies (kunnen) zijn als ze misschien suggereren.
LikeLike
Dag Lennart. Ik heb even gecheckt, en vrijwel alle SSP1-2.6 modelruns eindigen in 2081-2100 tussen de ~1,3 en ~2,9 graden opwarming, met dus een mediaan van rond de 1,8-1,9C. Er is 1 outlier die een temperatuur van boven de 5C opwarming simuleert in 2100 en zelfs nog een stijgende lijn laat zien. Dat is gezien het emissiepad dat SSP1-2.6 voorschrijft vrijwel onmogelijk (geen idee wat daar precies gebeurt, maar dat kun je als klimaatwetenschapper eigenlijk niet serieus meenemen in zo’n ensemble). Omdat er maar een beperkt aantal simulaties is gedaan (~30), is er voor de temperatuur aan het einde van de eeuw geen mooie distributie curve, waardoor je ook niet echt een probability density function hebt die je vertelt hoeveel kans er is per specifieke temperatuur. Je kunt dus niks zeggen over 1% kans omdat er niet minimaal 100 samples zijn, en er ook niet echt een fysisch model bestaat dat die waarschijnlijkheid zou kunnen representeren (de uiteindelijke opwarming is van veel verschillende zaken afhankelijk). Ik hoop dat ik dat een beetje goed heb uitgelegd.
Als je dus op 2C mikt, is er dus een 5-10% kans dat de opwarming toch rond de 2,5 C uitkomt, en dat lijkt mij dus een redelijk uitgangspunt als ‘minimaal aanvaardbaar niveau’ voor adaptatie beleid.
LikeLike
Dank voor het nazoeken! Benieuwd of daar in de komende tijd met misschien weer nieuwe modelruns nog andere inzichten bijkomen. Qua adaptatie zullen op sommige gebieden extra maatregelen genomen kunnen worden als het op termijn toch tegen blijkt te vallen. Op andere gebieden zal dat minder makkelijk kunnen, dus dan kan het handig zijn om nu alvast rekening te houden met een minder waarschijnlijke kans dat het tegenvalt. Ik weet niet of de adviezen daar ook iets over zeggen.
LikeLike
Ja, Lennart, maar rekening houden met een groter risico betekent ook meer geld, tijd, en andere middelen die dan naar adaptatie moeten gaan. Daar zijn beleidsmakers over het algemeen niet zo happig op… In de praktijk wordt de rekening dus naar toekomstige generaties verschoven. Dat wij nu in Europa slecht voorbereid zijn op extreem weer en miljarden euros schade ondervinden, is een direct gevolg van de generaties voor ons die niet genoeg aan mitigatie én adaptatie hebben gedaan. Laat ons die fout niet herhalen…
LikeLike
Zeker, maar zelfs voor wie die fout niet wil herhalen, blijft het obv de huidige onzekerheden en risico-inschattingen lastig om een voldoende, laat staan optimale balans, te vinden tussen mitigatie en adaptatie enerzijds en andere investeringen anderzijds.
Dat de huidige balans en investeringen in mitigatie en adaptatie verre van voldoende en optimaal zijn, dat lijkt mij obv de best beschikbare wetenschap en de tot dusver gemaakte mondiale afspraken, en daaruit volgende rechtspraak, duidelijk genoeg.
LikeLike
Aangezien Europa een stuk verder opwarmt dan het mondiale gemiddelde, zou het verstandig zijn om EU-SSP scenario’s te hebben. Dan kunnen mondiale SSP’s nog wel gebruikt worden in onderzoek en advies, maar wordt ook meteen duidelijk wat die dan voor Europa betekenen.
LikeLike
Marc,
Europa is tot nu toe sneller opgewarmd. Ik heb het rapport niet bekeken, maar ik vraag me af of er ook een scenario bijzit wanneer de AMOC stil valt. Dan wordt het in West-Europa immers een stuk kouder. De adaptatie zal er dan wellicht anders uit moeten zien., of misschien wel onmogelijk worden. Ik kan me voorstellen dat de zeespiegel dan op het Noordelijk halfrond sneller stijgt omdat er vermoed ik warmteverschuiving zal plaatsvinden naar het zuidelijk halfrond, en dat het voor de landbouw hier funest zou zijn.
Misschien kan Arthur daarover iets melden, of die AMOC in eventuele scenario’s is meegenomen.
LikeLike
Goff, je zegt: “Ik heb niet de indruk dat ‘we’ die afhankelijkheid erkennen. Kortom, ik beschouw dergelijke risico-analyses als wanhopige pogingen om ‘onze’ afhankelijkheid van de habitat te verdonkeremanen.”
Collectief erkennen we die afhankelijkheid inderdaad nog niet, en in veel van zulke rapporten blijft onze afhankelijkheid ook mijn inziens vaak nog te impliciet. Er zal een sterkere beweging van onderop nodig zijn, in de stijl van Extinction Rebellion en Fridays for Future, om dit meer expliciet te krijgen, vermoed ik.
LikeLike
Marc, de klimaatmodellen die de SSP scenarios volgen, simuleren ook regionaal klimaat (tot op ~ tientallen kilometers ongeveer). Dus we weten goed wat de scenario’s ook specifiek voor Europa betekenen (ik ga er alleen in de blog niet op in).
Jaap, in het kort: het stilvallen van de AMOC gebeurt (volgens mij) niet in de SSP modelsimulaties, en is in dit rapport ook niet expliciet meegenomen. Ik weet wel dat ze in noordelijk Europese landen daar nu wel aandacht voor hebben, een extreem wat als scenario, waar je liefst ook op voorbereid bent, omdat het inderdaad een totaal anders klimaat tot gevolg zou hebben… Ja, daar wil je eigenlijk ook wel een risico analyse voor suggereren, maar is in dit adviesrapport dus niet expliciet gedaan.
LikeGeliked door 2 people
Lennart,
mijns inziens is met de zogeheten industriele revolutie een kantelpunt in de relatie homo sapiens/habitat overschreden. Door toedoen van ‘ons’ is de habitat (lees: het klimaatsysteem) dermate veranderd dat aanpassing eraan niet te plannen laat staan politiek uit te voeren is. Een delta als NL zit tussen fors fluctuerende toevoer van hemelwater in de rug en licht opzwellend zeewater voor de boeg. Er is qua termijnplanning niet uit te komen, te veel klimatologische mitsen en maren en ook te veel EU-politieke tegenstrijdigheden. Kortom, adaptatie – daar gaat het blogstuk over – zal even chaotisch zijn als wat ‘we’ van het klimaatsysteem hebben gemaakt.
LikeLike
Ik heb het idee dat niet voor iedereen duidelijk is wat die SSP’s precies zijn. Dat zijn sociaaleconomische scenario’s. Ofwel, het zijn uiteenlopende verhaallijnen (zoals ze ook wel worden genoemd) over hoe de wereldeconomie zich in de toekomst zou kunnen ontwikkelen. Uit die verhaallijnen volgt dan onder meer het mogelijk verloop van de uitstoot van broeikasgassen en aerosolen in de toekomst.
Die uitstoot vormt dat weer de invoer voor klimaatmodellen, die het fysische klimaatsysteem simuleren. Daaruit volgen klimaatprojecties, zowel op mondiale als op regionale schaal.
LikeGeliked door 3 people
“adaptatie – daar gaat het blogstuk over – zal even chaotisch zijn als wat ‘we’ van het klimaatsysteem hebben gemaakt.”
Sommige gevolgen van de mondiale klimaatopwarming zijn beter te voorzien dan andere, en daar kunnen we binnen zekere grenzen ook adaptatiebeleid voor ontwikkelen. Voor zover het om gevolgen gaat die niet goed te voorzien zijn, zal dat lastiger zijn en adaptatiepogingen chaotischer maken.
LikeLike
Lennart,
de opwarming impliceert met 100% zekerheid toenemende neerslag, toenemend extreme metereologische episodes en toenemende zeespiegelstijging. In Indonesia is Jakarta-aan-zee opgegeven als hoofdstad en wordt naarstig geworsteld met uit de grond stampen van een nieuwe locatie geologisch hogerop. In de USA delta van de Missisippi zijn ze nog altijd niet bekomen van de metereologische schok een paar jaar geleden. In NL zitten de waterschappen met de handen in het haar over de waterhuishoudelijke vraag wat verstandig is. En dan gaat het alleen nog maar over waterhuishouding. Wat is hier ‘aanpassing’: infrastuctureel dijken omhoog & verbreden of verkassen? Ik heb de indruk dat ‘aanpassing’ een rommeltje ongeregeld is. Niks mis mee maar het is wat het is.
LikeLike
Lennart, Goff,
Het lijkt mij ook dat adaptatie niet enkel een kwestie is van al dan niet kunnen voorzien. De adaptatiemogelijkheden zullen zowel absoluut als relatief gezien financieel-economisch, infrastructureel, sociaal-politiek, zelfs in juridische zin verslechteren naarmate de overshoot zich voortzet. De middelen en mogelijkheden raken uitgeput door de toenemende overshoot omdat de natuurverslechtering zijn weerslag heeft op alle cultuurlijke aspecten, terwijl er daardoor juist in toenemende mate meer middelen nodig zijn.
Alles grijpt in negatieve richting in elkaar, toenemende ontwrichting heeft zijn invloed, met afnemende adaptatiemogelijkheden tot gevolg. Opbouw van veerkracht zou nodig zijn, maar die wordt juist aangetast. (Om van afdoende mitigatie maar helemaal niet meer te spreken.)
De ‘rijke’ landen zouden geld moeten schuiven naar de kwetsbare landen die nu al in ernstige mate met deze negatieve vicieuze cirkel te kampen hebben, we zien dat dat bij lange na niet voldoede gebeurt. Maar die nu nog ‘rijke’ landen zullen ook verarmen, naast toenemende overshoot door nog een heel samenstel van samenhangende factoren, met dus afnemende mogelijkheden, door dezelfde negatieve natuurcultuurverstrengelde werking.
Het lijkt me niet zo moeilijk om in te zien dat we in een perfect storm terechtkomen. Waarbij er maar vanuit moeten gaan dat niemand die bewust heeft gewild.
LikeLike
Arthur,
het maakt niet uit of de EU uit voorzorg rekening houdt met +2°C of +3°C in het jaar 2100. Links- of rechtsom is het waterhuishouding waar het om draait. Wat dat betreft is er iets dringenders aan de hand: niet de kwantiteit anno 2100 maar de kwaliteit ervan anno 2026. En die is naar Europese maatstaven overgenomen door de Algemene Rekenkamet in de NL delta en komt er allerbelabberst uit. Zie https://www.trouw.nl/duurzaamheid-economie/wie-wat-in-het-water-loost-is-bij-de-toezichthouder-niet-bekend~bfca871a/
LikeLike
Jaaplont 3 maart,
dit staat ook beschreven in :Comment tout peut s’effondrer — Wikipédia
LikeLike
Jaap, je schrijft: “Het lijkt me niet zo moeilijk om in te zien dat we in een perfect storm terechtkomen. Waarbij we er maar vanuit moeten gaan dat niemand die bewust heeft gewild.”
We weten denk ik niet precies hoe perfect die storm zal worden, en hoe mensen zich daarin wel of niet zullen organiseren om die storm nog zo goed mogelijk te doorstaan. De onbenutte opties daarvoor zijn wellicht groter en minder moeilijk te realiseren dan veelal gedacht, maar dat zal moeten blijken op het moment dat voldoende mensen daartoe een serieuze poging ondernemen. Of en wanneer dat moment zal komen, is hoogst onzeker en niet te voorspellen, maar wellicht ook nog niet geheel uit te sluiten.
LikeLike
Frank, heb je deze ook gezien/gelezen? L’entraide, l’autre loi de la jungle (avec Gauthier Chapelle) | Pablo Servigne
En/of deze: Une autre fin du monde est possible. Vivre l’effondrement, et pas seulement y survivre | Pablo Servigne
Of bijvoorbeeld deze van Luke Kemp, mede gebaseerd op James Scott: The great myth of empire collapse | Aeon Essays
Ik betwijfel of zij allemaal dezelfde conclusies trekken als Jaap lijkt te doen. Ik ben benieuwd in hoeverre jij zijn conclusie deelt.
LikeLike